woensdag 26 december 2012

Even kluizenaar




Laten we het gewoon even toegeven: tante is nogal druk. Dynamisch of hyperkinetisch, het is maar hoe u het bekijkt, maar als een bezig bijtje is ze eigenlijk altijd in de weer. Hollen maar!

Tja, ze wil dan ook heel wat combineren. Er is het werk, er zijn de theekopjes, de bibliothecaris en de katten. Daarbovenop nog een lange lijst hobbies en natuurlijk een kast vol boeken. Bovendien heeft ze ook nog een schare vriendinnen en de nodige clubjes. U snapt het al: tante komt altijd tijd te kort.

Doorgaans is ze daar heel tevreden mee, maar af en toe wordt het eventjes te veel. Dan wil tante eventjes niets. Of toch heel weinig. Eén lamp, één boek, één kop thee (en één onvermijdelijke kat op schoot) is dan meer dan voldoende. Verder alleen duisternis en stilte. Ja, af en toe is tante even heremiet.

Even niets, even rust, “reculer pour mieux sauter”, zoals dat heet. En herbronnen was wel heel inspirerend met Cees Nooteboom als reisgezel door Spanje:





Het Spanje van Nooteboom heeft dezelfde gespletenheid als tante. Enerzijds is er het drukke, barokke land, met grootse processies, energieke flamengodansers, rijk gedecoreerde kerken en schitterende Moorse paleizen vol opschriften en klaterende fonteinen.

Maar Nooteboom toont ons vooral het andere Spanje. Land van wijdse, uitgestrekte vlaktes en dorre velden vol knoestige olijfbomen. Slapende dorpjes en oeroude kerken waar bijna nooit iemand komt. Verscholen abdijen met weerbarstige dikke deuren (die krakend opengaan) en eenzame molens op rustieke bergtoppen. (Qua heremietfactor kan dat zeker tellen)

En vooral: wat een geschiedenis! In het Zuiden de Moren die de rijke Islamcultuur naar Spanje brachten. Griekse filosofen bestudeerden, glinsterende mozaïeken in elkaar puzzelden en paradijselijke tuinen aanlegden op dorre grond. En in het Noorden de Visigoten, noeste krijgers die de Romeinen verdreven, en robuuste kerkjes bouwden, verscholen in bergpassen. Christenen met een eigen mening, die uitverkoren werden door de Heilige Jacobus.

Het onvermijdelijke conflict tussen beiden brak uit en met de reconquista kwam een eind aan de Moorse cultuur in Spanje. Islamieten en ook Joden, die eeuwenlang met de Christenen in harmonie hadden samengeleefd, moesten zich bekeren of hun koffers pakken. Vele weken uit, een aderlating aan cultuur en wetenschap. Ondertussen: prachtige liefdesverhalen van gekroonde hoofden. Ferdinand en Isabella die in het geheim trouwden. Johanna, dolverliefd op Filips de Schone, en zo ontroostbaar na zijn dood dat ze waanzinnig werd.

En dan, natuurlijk, de ontdekkingsreizen, en de fatale verwarring die de Inka’s ten deel viel. Magistraal hoe Nooteboom dit “communicatieprobleem” analyseert. Het goud dat nadien naar Spanje terugvloeide werd ingezet om schitterende kathedralen en stadspaleizen te bouwen en om de rest van Europa te overheersen.

In de tussentijd gingen de Habsburgers ten onder aan hun eigen huwelijkspolitiek. Trouwen binnen de eigen clan heeft zo zijn nadelen. Schilders als Velasques legden de ondergang vast, Cervantes koos Don Quichote als symbool voor het verval van de ridderschap.

Nooteboom schrijft dat in Spanje de tijd vaak vloeibaar wordt, dat het bijna surrealistisch is, die dorre uitgestrektheid onder die brandende zon. En we begrijpen meteen ook waar Dali de mosterd haalde.

Kortom: een reisverhaal om duimen en vingers meermaals bij af te likken. Al moet je er wel wat moeite voor doen. Want af en toe schrijft Nooteboom heel barok en zijn eruditie is dermate groot dat hij heel wat voorkennis bij zijn lezers veronderstelt.

Maar wie doorzet maakt vanuit de luie zetel een schitterende reis. Tante genoot met volle teugen en voelde zich zowaar weer even de student geschiedenis die ze zoveel jaren geleden was! Meegesleept worden door prachtige verhalen uit het verleden, het kan zo heerlijk zijn!

woensdag 19 december 2012

The twenties (and thirties) oh, la la


Theetante houdt van geschiedenis en is niet éénkennig qua belangstellingssfeer. Toch zijn er tijdvakken die ze een bijzonder warm hart toedraagt. Dat ze tuk is op de Middeleeuwen, wist u al, maar ook de jaren twintig (en dertig) van de vorige eeuw hebben een streepje voor.

O, la, la: die jaren van de charleston, van korte kapsels en ditto rokken. Van jazz en lange parelkettingen! Chanel brak door, Joséphine Baker trad op en de Art Deco vierde hoogtij! Schoenen met gespjes, kokette hoedjes en stoomtreinen. Ja, een tijdreisje naar die periode lijkt tante wel wat.

Voor tante zijn die mooie jaren erg nabij, want ze is een nakomertje en dat zorgt ervoor dat haar eigen grootouders in de twenties trouwden. Hun huwelijksportretten en de babyfoto’s van tantes ouders zijn dus helemaal in die sfeer en zo kreeg ze al vroeg het design van die jaren mee. En dat werd nog eens versterkt door enkele gebruiksvoorwerpen uit die periode. Zoals het ganzenbord van Rie Cramer bijvoorbeeld, dat tante –zoals u ziet- nog steeds koestert. Zou haar voorliefde daaraan liggen?

Of heeft het meer te maken met een boek dat ze lang geleden van de ondergang redde? Toen de lokale bibliotheek Joop ter Heul wou dumpen wegens hopeloos ouderwets schoot tante ter hulp. Zij verzamelde toen al eventjes meisjesboeken uit de jaren ’50 dus dit kon er ook nog wel bij. En het bleek een gouden greep, want tante las het met veel genoegen. Ze herinnert zich nog steeds de spankelende taal, de humor en de frisheid van dit boek. Ja, ze vond het ook wel ouderwets, maar op een leuke manier en genoot van het optimisme dat Joop uitstraalde. (Goh, ik zou het echt eens moeten herlezen om te kijken of ik het nog eens ben met mijn oordeel van toen, maar als 14-jarige vond ik het nog perfect leesbaar!)

Die leeservaring had tante dus in gedachten, toen ik vorige week aan onderstaand boekwerk begon:


Deze verhalenbundel, stamt uit 1932 en wordt officieel geklasseerd onder “humoristische verhalen”, en grappig, dat is het inderdaad. Hoofdpersoon is Thérèse, Thea voor de vrienden, een meisje uit de hogere klassen die een comfortabel leventje gewend is. Ze maakt allerhande hilarische toestanden mee, en de verhalen zitten dan ook vol vergissingen, gedaanteverwisselingen en misverstanden.

Nee, het “theater van de lach” is nooit ver weg (de Kampioenen evenmin), ware het niet dat dit alles wordt verteld op een zeer spitse, ironische toon, vol goed gekozen woorden en opmerkelijke zinsconstructies. Het is dus zeker niet altijd de inhoud die telt, maar vooral ook de manier waarop. Soms op het cynische af.

Meteen krijg je ook een tijdsbeeld mee, dat niet altijd beantwoordt aan het hierboven geschetste nostalgische beeld. Het is een periode waarin de hogere klasse zich echt beter voelt dan de rest. De gewone man lijkt bijna een andere diersoort en men kan zich amper voorstellen dat “die mensen” ook gevoelens hebben. Als men dan al iets voor hen doet, is dat bijzonder neerbuigend en paternalistisch. En vooral opportunistisch, want iedereen zal het gezien en geweten hebben. Denk: grootse liefdadigheidsacties die uiteindelijk niets opleveren omdat al het geld naar de champagne is gegaan. Maar de deelnemers hebben wel het gevoel dat ze een enorm goed werk hebben verricht! Ja, ja.

Tante begon Thea gaandeweg steeds meer te zien als een soort Paris Hilton avant la lettre. Een verwend krengetje dat de wereld naar haar hand wil zetten en daar nog mee weg komt ook. Die fraai gekleed en gekapt arrogant met de minderen omgaat en geld niet naar waarde schat. En hoewel dit alles heel ironisch wordt omschreven, kreeg tante daar op het einde van het boek toch de kriebels van.

Misschien is tante misvormd door foute Amerikaanse films, maar ze had toch graag een soort turn gezien, een moment van inkeer, van nederigheid. Maar de parade marcheert onverstoorbaar verder, zonder op of om te kijken naar de schade die ze bij anderen aanricht. Noblesse oblige, blijft de boodschap, ons soort mensen werkt niet, maar zet vooral de bloemetjes buiten ten koste van anderen.

En zo bleef tante uiteindelijk met een wrang gevoel achter. En werd haar glimlach grimmig. Mmm, toch maar even een streepje Jazz opzetten?

zondag 16 december 2012

Prangende problemen ….opgelost!




Nee, nee, het leven van een moeder loopt niet altijd over rozen. Vooral de donkere dagen tussen Sint en Kerst geven nogal eens aanleiding tot gezucht en getrek. Dat zorgt voor chaotische ochtendspitsen, en zenuwslopende avondmalen: “we zijn moehoe!”

Maar kom, natuurlijk gaan we lezers met kinderwensen of moederinstincten niet ontmoedigen. Dat zou niet alleen onterecht, maar ook bijzonder gemeen zijn, zoniet doortrapt. Opdat u een toekomst met kroost alsnog zou overwegen gaat tante u tips verschaffen aangaande drie prangende kwesties in het leven van een hedendaags ouder. Bovendien geeft ze de oplossing in één klap! Als dat geen service is, dan weten we het niet meer.

Goed, beginnen met het schetsen van de volgende problematische contexten:

1. De kidsdisco: goede voornemens ten spijt, vroeg of laat beland je als moeder aan de zijlijn van een kinderparty. Waar de kinderen vreugdevol rondhossen op foute beats en erbarmelijke teksten nabrullen, vaak begeleid door ernstig simplistische dansjes. Ten behoeve van de mensheid, de wereldvrede en de voortgang der cultuur vraag je je dan terdege af op welke manier je je kids ooit nog kunt interesseren voor meer oorstrelende muzikale expressievormen.

2. De schermen: een wat verstrooide en niet zo oplettende ouder heeft het misschien niet meteen in de gaten, maar wie de kroost nauwlettend observeert merkt dra dat de spruiten gaarne de hele dag voor een scherm zouden doorbrengen. Zij zijn echter wel zo slim om flexibel te zijn wat de vorm van het scherm betreft: een TV, een computer, een tablet of de Wii: het is eindeloos laveren tussen deze instrumenten. Wanhopig zucht tante dan wel eens dat er niet bij alles beelden hoeven te zijn, en dat het soms gewoon veel fijner is om de beelden zelf te bedenken. Ogengedraai van de theekopjes als gevolg!

3. De autoritten: de nachtmerrie van iedere ouder. Een lange afstand afleggen met gejengel op de achterbank. En dan vooral van die fijne, diepgravende discussies à la “Hij begon”, “Nee zij”, “Nietes”, “welles”. Uiteraard valt er met zakken snoep nog wel het een en ander te bewerkstelligen, maar om parelende glimlachen in de toekomst niet helemaal uit te sluiten, dienen er andere oplossingen ten worden gezocht.

En dan nu tadadadadadada de oplossing voor al deze miserie:


De heerlijke hoorspelen van het geluidshuis zijn absolute topklasse! Het taalplezier spat ervan af, net als de liefde en de inzet waarmee deze Cd’s zijn gemaakt. Een sprookje van Andersen vormt telkens het uitgangspunt, maar krijgt een fantastisch nieuw jasje aan. Vol met leuke liedjes, spitse dialogen, hilarische vondsten. En telkens met een hele resem toptalent van Vlaamse bodem (enig minpuntje: als er Nederlanders meedoen zijn dat doorgaans de schurken of, eh, strontvliegen…)

1. In “De Vlo en de professor” duiken we in de wereld van de variété, ontmoeten we stewardess Sabina (sic) met een hilarisch Kempens accent en belanden we op een feministisch eiland waar iedereen Awoe! roept. Bijna verdwijnt de professor in een vulkaan, maar gelukkig overleven alle 50 vlooien deze dreigende catastrofe en worden ze uiteindelijk “Big in de Showbizz!”.

2. In “De mestkever” zoeken we de ware liefde onder de insecten. We maken er kennis met de Antwerpse modegoeroe Paris (“schoonheid zit van binnen….in je kast”) en steken er deze geweldige levensles op: “ge zijt wie ge zijt wie ge zijt!”

3. In “De Bremer stadsmuzikanten” (momenteel door tante op onsubtiele wijze opgedrongen aan een collega) brengt Helmut Lotti een ode aan de Bratwurst en beseffen we plots dat zowel wakkere als moeie koeien “moe” zeggen: je kunt er dus niet van op aan!

Kortom: menig lange autorit is ondertussen al opgevrolijkt met een hoorspel. De theekopjes hielden hun snavel of zongen harmonieus mee op de achterbank. En passant hoorden zij ook eens andere instrumenten dan elektronische beats en kregen ze sprankelende teksten mee. Bovendien verzinnen ze zelf de beelden bij het verhaal (en de choreografie bij de liedjes). En elke keer ontdekken we weer een nieuw taalpretje, een nieuwe kwinkslag of een verborgen hint, zodat groot en klein ook na de tiende keer nog blijven grinniken (een prestatie: tot dusver kon alleen Friends dat teweegbrengen bij tante!)

Lange ritten (of saaie avonden) voor de boeg deze kerstvakantie? Kies dus gerust voor een heerlijk hoorspel. En daarvoor hoeft u trouwens heus geen kinderen te hebben.

{Huishoudelijke mededeling: kunnen Bettina en Pepper hun adres nog even mailen naar tante? Merci! }

woensdag 12 december 2012

Tante voelt zich freule!



Ja, het zijn weer drukke dagen ten huize theetante. Zo zijn er op het werk nog ettelijke losse draadjes die nog even moeten worden vastgeknoopt. De theekopjes hebben toetsen. En ook zijn er optredens van zangkoren en andere muzikale uitspattingen. De poezen willen buiten, nee binnen, toch weer buiten, goh nee, graag binnen, en theetante zelf wil nog een paar klusjes klaren voordat ze achterover kan leunen tijdens de feestdagen.

Hoe noemen ze dat? Spitsuur? Maar gelukkig heeft tante wel een bijzonder rustpunt deze dagen, namelijk: het Grote Kerst Kaarten Project (mét hoofdletters). Zelf getekend, zelf gestempeld, en met heel veel liefde ingekleurd en beschreven, met vulpen natuurlijk.

Ja, wat post betreft is tante echt een beetje ouderwets. Een brief schrijven vraagt meer tijd en inspiratie dan even snel een tweetje placeren of een mailtje tikken. Bedachtzaam zoeken is het naar mooie woorden, rake zinnen, persoonlijke knipoogjes. Papieren brieven maken vriendschap toch letterlijk even heel tastbaar. En met een beetje geluk gaan ze veel langer mee dan een virtueel kerstmailtje.

Ja, zo schrijvend bij kaarslicht en met een extra lekker kopje thee binnen handbereik, voelt tante zich bijna een freule uit de jaren ’20. (Zelfs al heeft ze geen parelketting om en zijn dienstmeisjes en ander personeel ver te zoeken). Even rust, even wat langer mijmeren, het kan zo heerlijk zijn, zeker in drukke dagen.

En dus voelde tante zich beslist thuis in het zeer vlot leesbare boek dat de voorbije dagen haar leven deelde:




Hoe was het om anno 1900 op stand te leven? Welke geschreven en ongeschreven regels speelden er mee? Wat droeg men in die dagen? Wat stond er op tafel? En, hoe zat dat nu eigenlijk met de was en de plas? Op al deze vragen geeft dit boek een boeiend en goed gestoffeerd antwoord.

De auteur baseert zich op een rijke waaier aan bronnen. Romans uit de periode 1900 en 1940 vormen de hoofdmoot. Aangevuld met brieven, interviews en etiquetteboeken. De historica in theetante heeft af en toe wat vragen bij bronnenkritiek en –selectie, maar de lezeres in haar zat gewoon te smullen (en is dat niet het voornaamste?)

Je krijgt vooral een beeld van een tijd waarin rijke dames op stand zich zonder moeite te pletter konden vervelen. Veel gebeurde er niet, en zelf hadden ze ook niet zo erg veel om handen. Zo konden ze makkelijk de hele morgen in negligé op de sofa blijven hangen, om zich dan in de namiddag in strakke corsetten te laten insnoeren. Met opgestoken haar, grote hoeden en parasols legden zij beleefdheidsbezoekjes af bij collega-freules (nooit langer dan 20 minuten). Op andere dagen ontvingen ze zelf en schonken dan persoonlijk thee uit zilveren kannen. Allemaal beschaafd en beheerst, uiteraard, want: “Men moet zichzelf beheersen opdat men anderen beheersen kan”.

Nee, men haast zich niet als men op stand leeft. In tegendeel: “wie zich haast heeft iets verkeerds gedaan, of is personeel”. Dames van stand schrijden plechtig verder en blikken uit de hoogte neer op het ongewassen volk. Zij bewaarden voorraden thee achter slot en grendel en zetten al hun creativiteit en energie in voor verjaardagsfeesten en kerstdagen. Momenten om even uit de sleur te ontsnappen.

En hoewel tante zat te glimlachen en instemmend zat te knikken van plezier, zou ze niet willen ruilen. Dan liever een druk leven, waarin er veel gecombineerd moet worden, maar je als vrouw toch je mannetje kan staan. En zonder corsetten, goddank!

Maar één ding is toch wel jaloersmakend: de dames kregen vijf keer per dag post! Handgeschreven en verzorgd. Hoe fijn!

Wil u zelf ook graag eens post van tante freule ontvangen? Grijp uw kans, want dit eindejaar stuurt ze twee kerstbrieven naar lezers van de blog. Geef tot zaterdag 15-12 een seintje en een onschuldig theekopje zal bepalen op wie de keuze valt!

vrijdag 7 december 2012

Wortels


Ah! Denkt u nu, en u wrijft zich in de handen. Een blogje over schoentjes zetten, en voedsel voor het paard van Sint. Over hoe men in Vlaanderen ook pintjes aan de goedheilig man serveert (en zo menig zatte piet op zijn geweten heeft).

Toch heeft u maar gedeeltelijk gelijk, want dit blogje gaat over andere wortels. Over de roots van theetante, ja, ja. Die komen in Sinterklaastijd namelijk weer behoorlijk opzetten. We verklaren ons nader.

Tante is namelijk Nederlands (stilte, ik begrijp het). Normaal gezien heeft ze daar niet zo’n last van. Ze doet een beetje raar op 30 april, en met kerstmis wil ze altijd tulbanden bakken. En een paar keer per jaar MOET ze een voorraad drop inslaan en ook haar tekort aan vrolijke hagelslag bijwerken.

Maar verder houdt ze zich in hoor: geen oranje voetbalfeesten bij tante, en ook haar woordenschat is ondertussen al voldoende vervlaamst om niet al te zeer in de kijker te lopen. Ze roept geen “Doei!” , zegt “microgolf” tegen de “magnetron” en serveert zelden pindasaus. (alleen blijft ze het halsstarrig hebben over “theedoeken”, maar dat begrijpt u vast). Nee, dat valt allemaal goed mee (om een Vlaamse uitdrukking te bezigen).

Alleen als de Sinterklaastijd aanbreekt, dan spelen de roots in alle hevigheid weer op. Dan wil ze gedichten schrijven, pepernoten eten, borstplaat verorberen. Dan wil ze luidop zingen en lotjes trekken. En als het even kan een surprise in elkaar knutselen. De bibliothecaris is ondertussen al mee in dit verhaal en kan na al die jaren ook heel goed dichten. En sinds een jaar of twee heeft tante ook haar kookclub bekeerd. Zo kan ze weer genieten van pakjesavonden vol letterpret, snoeperij en gluhwein: hik.

En zo is tante dus een Hollandse Vlaming, of een Vlaamse kaaskop. Want, ja, die wortels, je denkt dat je zonder kunt, maar ondertussen. Op bepaalde momenten zijn ze best wel dominant. En laat dat nu net het thema zijn in het boek dat tante deze week las.




David, de hoofdpersoon, is ervan overtuigd dat afkomst er helemaal niet toe doet. Je moet niet vragen waar iemand vandaan komt, maar waar hij naartoe wil, is zijn motto. Van een boom zijn de takken toch ook veel interessanter dan de wortels? Zij reiken tenminste naar de zon.

En dus heeft David zijn Joodse afkomst afgezworen. En ook zijn Engelse vrouw, Emma, heeft met haar roots (vooral dan haar moeder) gebroken. Zij kijken alleen vooruit en nooit achterom.

Maar dan komt hun dochter Zoë met een Pakistaanse vriend thuis. David en Emma willen hier politiek correct op reageren, maar werken zich zo vol goede bedoelingen helemaal in de nesten. Plots merken ze dat het niet zo makkelijk is om helemaal aan je roots te ontkomen. Want moeten ze nu wel of niet zeggen dat David Joods is? En hoe zat het weer met de relaties tussen de Britten en de Pakistanen? Juist door erom heen te draaien maken ze het zichzelf en hun dochter onmogelijk moeilijk

Een boek dus met een boeiende thematiek. Maar was ik er weg van? Neen. Ik denk dat er betere boeken zijn geschreven over identiteit, gespletenheid en multiculturalisme. Vooral naar het einde toe raakte tante wat vermoeid door het gefilosofeer.

En zo heeft tante alweer een week achter de rug vol matige boeken. Het lijkt een soort vloek! Of is ze zelf gewoon een beetje te moe? Duimen maar dat er volgende week beter leesvoer op haar pad komt. Anders moet ze toch haar hoop stellen op de kerstman (en dat is toch eigenlijk not done!)

zaterdag 1 december 2012

Vlekkeloos?




We gaan er geen doekjes om winden: theetante leidt geen vlekkeloos bestaan. Ze doet haar best, dat wel, maar slaagt er zelden in kraaknet te blijven. Is het enthousiasme? Is het verstrooidheid? Menig vlek is haar deel. Ze huldigt dan ook de leuze: “als we maar proper binnen komen”. En ze is bijzonder creatief in het camoufleren van ongelukjes: gekke broches en grote sjaals zijn haar beste kameraden!

Nu moet u ook weer niet denken dat tante er als een smeerpoets bijloopt. Dat de theekopjes met ongewassen snoetjes van huis vertrekken of dat zij rondschrijdt in morsige gewaden en met ongekamd piekhaar. Het valt best nog wel mee met tante. Maar het is wel opletten geblazen met sausjes! Met verf! En met inktkussens.

Nu huldigt tante daarbij het standpunt: we doen tenminste iets. We maken een tekening, we koken soep, we knoeien met waterverf. En dat is beter dan nietsnutterij. Dat er dan enige “collateral damage” optreedt is jammer, maar niet onoverkomelijk.

Dat zou inderdaad kloppen, ware het niet dat tante niet bepaald een kampioen is in het vlekken oplossen. Wijze raad van moeder en schoonmoeder ten spijt, de strijd tegen de vlekken blijft hard. En bitter. Misschien moet tante toch maar eens een vlekken-app installeren op de smartphone?

Vroeger had je daarvoor vlekkenboekjes, vlekkentips in de krant, en vlekkenlijstjes. En die handige poets-spiratie speelt een sympathieke bijrol in dit boek:




De auteur moet in een moeilijk opdracht aanpakken: namelijk het leegruimen van het ouderlijk huis na de dood van zijn moeder. Geen sinecure, want je kunt niet alles bewaren. Wikken en wegen dus: wat nemen we mee en wat verdwijnt voorgoed?

Eén van de zaken die de actie overleven is een oud schriftje met vlekkentips. Blijkbaar in de jaren dertig door vader opgestart en ijverig bijgehouden. De lectuur ervan voert ons naadloos terug naar een tijd waarin kosten nog moeiten werden gespaard om zaken te repareren, te herstellen en weer zo goed als nieuw te maken. Gebroken oortjes van theekopjes werden gelijmd (ach!), barsten verdoezeld en vlekken werden bestreden. Wij doen doorgaans minder moeite, maar vervangen een beschadigd voorwerp gewoon. Sokken stoppen? Dat heeft tante bijvoorbeeld nooit gedaan (het verwende nest).

Aan de hand van dergelijke voorbeelden weet Matsier de sfeer van de jaren ´50 goed op te roepen. Het nostalgie-alarm van theetante dreigde wel even af te gaan, maar gelukkig werd op tijd ook gerelativeerd: de fifties waren niet die oase van rust en gezelligheid die we er soms van maken.

Het boek is niet zozeer één verhaal, maar eerder een collage. Met sterke punten maar ook passages die tante minder konden bekoren. Naar het einde toe raakt de auteur in een depressie en tante bijna ook, de zin om te lezen was een beetje over.

Geen vlekkeloos parcours dus, maar zeker goed genoeg om nieuwsgierig te zijn naar de andere boeken van Matsier. Want hij is wel bijzonder onderlegd in het verknopen van herinneringen aan gewone voorwerpen. En dat vindt tante bijzonder boeiend!

PS. Tante heeft deze week weinig gelezen, dat wil zeggen weinig inspirerends. Een soort leesdip wellicht, maar ze heeft maar liefst drie boeken na elkaar zuchtend van zich afgeschoven. Radeloos werd ze ervan. Gelukkig had ze wel een leuk projectje om zichzelf even af te leiden: ze maakte een adventskalender voor de theekopjes, vol met quality moments en voorleesstondes. Dat wordt dus heel gezellig aftellen naar kerstmis!


Enne, ook deze stempelpret is niet vlekkeloos verlopen, helaas!

vrijdag 23 november 2012

Check!


Nu we toch onszelf al maandenlang aan het blootgeven zijn op deze blog, zullen we er maar voor uitkomen: tante is een controlefreak! Deze karaktereigenschap komt vooral in de ochtendstond goed tot uiting. Met name bij het verlaten van de woonstede.

Op dat moment heeft tante het druk! Ze moet immers heel wat zaken even nagaan. Heeft de kroost alle lampen wel gedoofd? Hebben de katachtigen het naar hun zin (binnen of buiten). En is tante zelf voorzien van alle levensnoodzakelijke accessoires (zoals daar zijn: een telefoontje, een sleutel en een lippenstift?).

Maar nu komt het: we kijken ook of het fornuis uit is, terwijl er doorgaans geen spek met eieren voorzien worden in de vroege morgen. Ook wordt nagegaan of de oven niet roodgloeiend staat, al gebruikt tante dat instrument zelden, net als de strijkbout die zij ook nog even argwanend opneemt.

Een waar ritueel! Onheil afkloppen. Maar, zoals steeds, heeft tante dit ook onder controle. En zo duurt de checkfase slechts enkele seconden, waarna tante vrolijk zingend de straat uitrijdt naar het station.

Maar ondertussen!!! Daarom moest tante zo gniffelen toen ze een lotgenote tegenkwam in een van de drie boeken die ze deze week las. (de andere twee waren niet om door te komen, daar zal u dus verder niet van horen):




We keren terug naar de jaren tachtig. Tijd van foute permanentjes, blauwe oogschaduw, Wham! en ander heerlijks. Een ideale setting voor een eveneens bijzonder foute trip naar Duitsland, met een bus vol meebrallende bierfans en Freddy Becknummers. Klasse! Wunderbar!

Tenenkrullend, inderdaad, maar Dimitri Verhulst weet dit soort marginale toestanden geweldig te beschrijven. De humor zit ‘m vooral in de spanning tussen de inhoud (treurig banaal) en de verwoording (eloquent en barok). Zo wordt een bezoek aan een koekoeksklokmuseum ware camp en een uitje naar Mac Donald een literair festijn.

Tante had natuurlijk vooral een zwak voor de moeder in dit verhaal. Ook iemand die niet zomaar een deur achter zich dichttrekt. Maar dan nog vele graden erger dan tante. Zo neemt zij tevens kuisgerief mee naar de hotelkamer en om daar alles nog even zelf goed te poetsen. (Neen, dat zou tante nooit doen). Daarnaast verorbert ze met smaak (en snelheid) menig chocoladereep (dat herkent tante dan weer wel).

Echt wel schrijnend, dat leven van Martine. Nadat haar eerste man haar uit zattigheid met de regelmaat van de klok bont en blauw sloeg, droomt ze nu van een idylle. Haar nieuwe vriend Wannes moet daarvoor zorgen. En hij werpt zich dan ook met enige gretigheid op als de nieuwe papa van Jimmy.

Maar Jimmy heeft daar hoegenaamd geen zin in. Op reis in het Zwarte Woud speelt hij dat spelletje niet mee. Zijn strategie? Bokkig zwijgen. Erg gezellig, inderdaad. En zo valt Martine’s pastelkleurig visioen langzamerhand helemaal in duigen.

We winden er verder geen doekjes om: ook in dit boek zitten mensen vaak op de WC met ..eh…buikoop en dergelijke. Maar waar tante dat frequente toiletbezoek in de “Helaasheid der dingen” op den duur niet meer aankon, was het hier niet storend. Omdat het legen van de darmen in dit geval zo zwierig werd beschreven (ja, dat kan, had u vast niet gedacht).

Ons lievelingsboek van Verhulst blijft “Mevrouw Verona daalt de heuvel af” en waarschijnlijk zal het boven beschreven werkstuk niet echt lang in de herinnering van tante blijven plakken. Maar ze heeft er wel een paar prettige uren mee doorgebracht. En dat is natuurlijk bijzonder plezierig!

zondag 18 november 2012

De leesclub ... in Amerika!



Herfstbladeren dwarrelden rond het huis, de wind gierde. Maar de leesclubleden zaten warmpjes binnen en waren blij om elkaar te zien. Dat was immers al weer een hele tijd geleden. De tussentijd was echter zinvol en leerrijk doorgebracht! Want we verruimden onze blik op Amerika en onze eigen wereld enorm. En dat dankzij het dikke boek van Geert Mak.

Dik, inderdaad, want we moeten bekennen dat bijna niemand het boek uithad. Zelfs theetante niet. Zeer tegen haar gewoonte, maar het boek was nu eenmaal te interessant om even snel-snel af te raffelen. Langzaam genieten was de boodschap, met potlood in de aanslag en veel mijmeringen tussendoor. Andere leesclubleden hadden trouwens een beter excuus. Net als Mak zelf lazen zij eerst het boek van Steinbeck. En dat smaakte volgens velen naar meer.

Maar goed, wat vonden we van Mak, want dat was immers de centrale vraag. En terwijl we de eerste pompoenkoekjes knabbelden, kwamen de meningen los. “Mak springt van de hak op de tak”, was er zo eentje. En dat is wel een beetje waar, hij zapt van de ene historische periode naar de andere en dan met gemak weer terug. Niet voor iedereen evident. Toch moet u nu niet de indruk krijgen dat we met een geschiedkundige studie van doen hebben. De historici onder ons zagen immers met lede ogen dat niet alle regels der historische kritiek gerespecteerd werden. Ze noemden het pedant “een journalistiek werk” en lazen vervolgens met veel plezier verder! We genoten van Maks scherpe pen en van de mooie beelden die hij oproept. Hij is een goede verteller, daar waren we het over eens.

Mak reist met Steinbeck als gids Amerika door. Dat is toch het principe. Maar het reisverhaal zelf overtuigde niet iedereen. En ook vonden we wat hij veel te nauw vasthield aan Steinbeck. Misschien was die rode draad zelfs eigenlijk overbodig. Hoe Steinbeck zelf aan zijn verhaal knutselde, de werkelijkheid oppoetste en de waarheid af en toe een draai gaf, vond niet iedereen relevant. Tante is altijd wel in voor een beetje tekstkritiek, maar moest ook toegeven dat er boeiender passages in het boek te vinden zijn.


Wat veel discussie opwekte was de vraag welk systeem het beste is.Het Amerikaanse, waar iedereen zelf kan bepalen waar zijn of haar centen naartoe gaan. Of Europa waar er een hoge belastingsdruk is om een vangnet aan sociale zekerheid te spannen. Gammele bruggen die door niemand worden onderhouden versus bepamperde werklozen die geen zin hebben om aan de slag te gaan. Ja, laten we het even lekker scherp stellen. Volgens één van ons was het Amerikaanse systeem helemaal niet zo onmenselijk als Mak voorspiegelt. Mensen zonder ziekteverzekering komen ook aan bod. En er is een sterk vangnet van particuliere- vooral kerkelijke initiatieven. Precies die solidariteit ontbreekt bij ons, omdat we er te veel op rekenen dat de overheid het wel zal regelen. En zo hoeven we ons alleen maar met onszelf bezig te houden, ook niet zo ideaal. Mmm, we waren het niet allemaal eens met deze stelling, maar dat kon de pret zeker niet drukken.

Het globale beeld van Amerika dat uit het boek tevoorschijn komt, is dat van een natie in verval. Van leeggelopen steden, verroeste bruggen en werkelozen zonder dromen. En dat alles is het resultaat van een doorgeschoten consumptiemaatschappij. Van de oorspronkelijke overlevingssamenleving, vol soberheid en spaarzaamheid, bleef weinig over. Het kon de voorbije decennia niet op: werkelijk alles kon op krediet worden aangeschaft. Wel treurig, vonden wij, dat de commercie eerst de mensen opzweepte tot bovenmaatse uitgaven, en daarna koudweg beweert dat het hun eigen schuld is.

Zelden hebben we zo lang doorgeboomd over één boek. Maar er zaten dan ook heel wat raakvlakken met ons eigen bestaan in. En zo filosofeerden we over de wel erg centrale positie die kinderen in onze maatschappij hebben. Over de rol van de vrouw in de jaren vijftig, en over het feit dat we ook zelf door het leven zijn verwend en zullen moeten leren met minder genoegen te nemen.

Zolang dat minder maar geen reductie van het aantal leesclubavondjes inhoudt! Want de uren vlogen weer veel te snel voorbij. Plots was het weer tijd voor de keuze van een nieuw boek (Het hermetisch zwart van Marguerite Yourcenar) en voor een afsluitend gedicht. Met een hoofd vol nieuwe gedachten en goede leesvoornemens fietsten we naar huis. Het was weer een mooie avond!

P.s. Wil u meer weten over dit boek? Of eens mooie beelden zien bij de zaken die Mak beschrijft? Maak dan even tijd voor deze excellente reportage van VPRO’s tegenlicht. Veel kijkplezier!

maandag 12 november 2012

Spullen!



Eén blik op tantes boekenkast spreekt al voor zich: ze is nu niet bepaald het minimalistische type. Of het nu gaat om boeken, gezellige theespullen of kaarsjes: tante wordt erg blij van de dingen. En doorgaans heeft ze daar dan ook weinig vragen bij.

Enkel als tante op vakantie wil vertrekken dringt de waarheid plots in alle hevigheid tot haar door: materialisme is niet altijd een zegen. Wat een volksverhuizing zet ze telkens weer op poten: wat een massa spullen zijn blijkbaar onmisbaar!

Ter verontschuldiging verwijst ze meestal naar de arme theekopjes. Bloedjes van kinderen die zich volgens tante echt niet gaan amuseren zonder een lading gezelschapsspellen en viltstiften (zou dat echt zo zijn?)

Zelf sleept tante steevast een karrevracht boeken mee (op de groei, je weet nooit hoeveel tijd je hebt). Ook pakt ze voor de zekerheid haar eigen theezakjes in (wegens afkeer van bepaalde gangbare merken). En natuurlijk de nodige digitale toestellen (onbereikbaar zijn is blijkbaar absoluut te vermijden). Tja, keuzes maken is hartverscheurend, en dus gaat ze voor de maximumoptie!

Toch realiseert ze zich ook dat die overdaad aan spullen nog maar een recent gegeven is. En dat het misschien ook wel weer zal overwaaien. Spullen en dingen leiden namelijk nogal af van de essentie. Van waar het echt om draait. En misschien is less inderdaad heel vaak more.

Kortom, een beetje historische duiding bij onze omgang met spullen is broodnodig, en daarom verdiepte tante zich met veel genoegen in dit uiterst onderhoudende boekwerk:


Een heerlijk boek vol kleine weetjes, gerangschikt per kamer. Zo leert u in het hoofdstuk over de keuken alles over voedingsgeschiedenis en de wonderbaarlijke lotgevallen van keukenkruiden. Het verleden van de badkamer vertelt ons iets over de hygiëne van onze voorouders (of het gebrek eraan: tandenborstels gaan nog niet zo heel lang mee als dagelijks gebruiksvoorwerp).

Elektriciteit en verlichting worden uitgebreid… eh…toegelicht en als u altijd al hebt willen weten hoe het behangpapier zich in de loop ter tijden heeft ontwikkeld, dan geeft dit boek een uitgebreid antwoord.(heel ongezond dat oude behangsel: want rijkelijk voorzien van arsenicum!)U komt ook te weten hoe de grasmaaier werd uitgevonden, en wat daarvan de gevolgen waren voor de tuincultuur.

Maar, er staan ook dingen in die u vast niet wil weten: welke micro-organismen er in uw huis rondwoelen bijvoorbeeld. En hoe klein de geografische afstand is tussen de doorsnee mens en de doorsnee rat (echt bijna beangstigend klein…).

Toegegeven, het is een beetje een omgevallen fichebak. Vol anekdotes en van de hak op de tak. Maar daardoor ook heel boeiend en verrassend. Misschien niet iets om in één adem uit te lezen, maar wel om met enige regelmaat eens in te snuffelen. En u te verbazen over de wonderlijke geschiedenis die schuil kan gaan achter heel gewone, dagelijkse spullen.

woensdag 7 november 2012

Is dit nu later?


Ja beste mensen, de dochter was jarig! Zeven jaar alweer en de wereld ligt aan haar voeten. Later wordt ze politieagent (“dan doet iedereen wat ik zeg”) of zeemeermin. De ene optie is al wat haalbaarder dan de andere, maar dat houdt haar niet tegen om ideale scenario's voor de twee carrières uit te werken.

En gelijk heeft ze. Compromissen sluiten, dat is pas voor later. Nu alle mogelijkheden nog open zijn moet ze vooral dromen. Grenzeloos.

Tante is ondertussen zo’n dertig jaar verder op het levenspad. Bij haar zijn al heel wat bakens verzet. En wegen afgesloten. (want, laten we eerlijk zijn, een zwoele actrice worden zit er echt niet meer in). Een paar jaar geleden gebeurde dan ook het onvermijdelijke: het “is-dit-nu-later-gevoel” stak de kop op: is dit het nu? Groot zijn? Waar je altijd zo naar hebt uitgekeken? U kent het wel, dat gevoel dat Stef Bos zo grandioos heeft bezongen.

Want het leven is nu eenmaal niet voorspelbaar. En je kan niet alles hebben. Werk en gezin in balans houden bijvoorbeeld was jarenlang een hele klus voor tante. Maar zo’n vier jaar geleden gooide ze het over een andere boeg. Ze vond een job die echt bij haar past, en ging ook minder werken. Zo hebben de theekopjes er ook nog wat aan.

Compromissen dus, dat wel, maar tante botst niet meer op grenzen. Wikken en wegen moet ze nog altijd doen, maar ze geniet er tegenwoordig wel van. De uren vol verveling doorkomen, dromend van een ander leven? Dat komt bij theetante niet meer voor. Maar dat soort uren spelen wel de hoofdrol in het schitterende boek dat ze deze week las:


Eerder dit jaar beet de boekenclub zich al vast in mrs Dalloway van Virginia Woolf. Een fascinerend boek dat naar meer smaakte. De Uren lezen was dan ook een logisch vervolg. Dit boek belicht het verhaal van mrs Dalloway via drie invalshoeken.

Eerst is er Virginia Woolf zelf die het boek aan het schrijven is, wikt en weegt en strijd tegen hevige migraine-aanvallen. Dan is er het verhaal van Mrs. Brown, een Amerikaanse die het boek in 1949 leest. Zij verveelt zich werkelijk dood in de naoorlogse suburb. De derde dame leeft in New York in de jaren ’80. Deze Clarissa wordt door haar beste vriend (en ex-minnaar) Mrs. Dalloway genoemd, omdat ze hem doet denken aan het hoofdpersonage uit dat boek.

Alle drie stoten deze vrouwen op grenzen. Die zorgen ervoor dat ze niet kunnen realiseren wat ze eigenlijk willen. Virginia zou het liefste in bruisend Londen wonen en dagen achtereen schrijven aan een meesterwerk, maar haar zwakke gezondheid dwingt haar om het rustig aan te doen. En dus is ze neergestreken in een doodkalm (maar ook doodsaai) dorp. Mrs Brown was het liefste ongehuwd gebleven om zich te wijden aan kunst en cultuur. Het moederschap zegt haar weinig en het huwelijk benauwt haar zeer. Maar ze heeft nu eenmaal voor een gezapig leven gekozen en ontsnappen lijkt onmogelijk. Clarissa lijkt alles te hebben wat haar hart begeert: een carrière, een liefdevolle relatie met Sally, en een dochter. Maar toch vindt ze haar leven leeg en twijfelt ze of ze jaren geleden toch niet voor een man had moeten kiezen.

Het boek serveert ons tranches de vie uit het leven van de drie vrouwen, waarbij er veel parallellen zijn. Alle drie bereiden ze een feest voor: ze kopen bloemen, bakken een taart of zetten thee (hoera!) Ze krijgen alle drie met zelfmoord te maken en hebben vragen bij hun geaardheid. Bovendien mijmeren ze over de rol die mannen en kinderen in hun leven spelen. Even ontsnappen is ook iets waar ze alledrie wel aan toe zijn.

Maar ze beleven ook allemaal hun beste uren, namelijk die zeldzame momenten waarop het leven plots in alle kracht logisch lijkt, zinvol en gelukkig.

Zo’n intens tevreden moment had tante ook tijdens het lezen van het boek. Boeiend, goed geschreven en vooral knap hoe het verhaal van mrs Dalloway verweven wordt met het leven van die zo verschillende vrouwen. Dames die allemaal plots vaststellen dat hun leven al een heel eind is opgeschoten en zich afvragen: “is dit nu later?”

vrijdag 2 november 2012

Allerzielen



“Theetante groeide op in een huis vol boeken”, dat is zo ongeveer de eerste zin van mijn leven als boekblogger. En het klopt als een bus: bij tante thuis hadden ze vroeger een heuse bibliotheek: een kamer helemaal alleen gereserveerd voor boeken. Met lekkere stoelen, fijne leeslampen en – top of the bill – een heuse ladder om bij de hoogste exemplaren te kunnen.

Mijn beide ouders waren fervente lezers, papa een echte bibliofiel. Zelden iemand ontmoet die zo kritisch een boekband kon keuren. Die met zoveel plezier een goede bladspiegel bekeek, of een lettertype prees. Die kon genieten van goed papier “voel eens hoe dik” en die minutieus met vulpotlood inspirerende zinsneden markeerde. Door al dat lezen danig erudiet, zodat elk gesprek steevast eindigde met een flinke stapel leesvoer op tafel.

Helaas moet ik hem al vijf jaar missen. Iets dat een beetje went, maar toch nooit slijt. Gelukkig kom ik hem nog vaak tegen. Als ik Dvoraks “Nieuwe wereldsymphonie” hoor, bijvoorbeeld. Als ik potloodstreepjes aantref in een boek, of als ik zijn opdrachten lees in de literatuur die hij me cadeau heeft gegeven. Nu pas lees ik de auteurs die hij zo bejubelde: Charles Dickens en Virginia Woolf. Thomas Mann staat nog op mijn lijstje…

Een warm gezin, vol boekenliefde, iets om met weemoed en dankbaarheid aan terug te denken. Die sfeer proefde ik ook in het boek dat ik deze week las. Een Requiem. Deze keer niet voor een oude vader, maar voor een (veel te jonge) zoon.



Tonio vander Heijden was net geen 22 toen hij in de schaduw van het Rijksmuseum van de weg werd gemaaid. Al snel bleek het lot onverbiddelijk: de enige zoon in het schrijversgezin stierf op pinksterdag. Hij laat zijn ouders radeloos achter: hoe overleef je een dergelijke klap?

Met moeite zo blijkt. Maar schrijven en terugdenken aan mooie tijden bleek een houvast. In een warm proza haalt “mijn Adri” zoals Tonio hem noemde, herinneringen op. Bitterzoet. Aangrijpend mooi. Nooit melodramatisch. Tante las het met een brok in de keel, maar huilde nooit tranen met tuiten. Geen goedkoop sentiment dus, zeker niet.

Wel een eerlijk relaas van een bittere pil die amper te slikken valt. Ontroostbaar zijn ze, zelfs voor elkaar. Goed bedoelde raad als “het zal wel slijten” helpt niet: liever de zenuw open laten dan Tonio een tweede keer verliezen omdat je hem vergeten bent.

Naast alle ellende vooral een warm boek over een fijn gezin, een ware drie-eenheid. Tussen door gunt vander Heijden ons ook een kijkje in zijn schrijfproces. Hij is een ambachtelijk schrijver, zo blijkt, die zijn plot in grote lijnen uittekent en grondig onderzoek doet. En als hij gaat schrijven, dan gebruikt hij nog een oude typmachine: hij knipt en plakt zinnen met schaar en lijm, totdat het klopt. Schrijven op een computerscherm voelt blijkbaar te clean: het echte handwerk geeft rust, bezinning en inspiratie.

Alle lof en eer die dit boek te beurt is gevallen is dus terecht. Je zou alleen kunnen opmerken dat het allemaal te lang duurt. Maar is dat niet juist de clou? Dat zo’n rouwproces niet af te ronden is? Het verdriet te groot? Toch merk je wel dat de ouders aan het einde van het boek in een nieuwe fase zijn aanbeland, hopelijk één die hen de moed geeft om verder te gaan.

Geen opbeurend blogje dus, vandaag, maar op Allerzielen mogen we al eens stil staan bij de droeviger kanten van ons bestaan, toch? We razen er anders veel te snel aan voorbij…

zondag 28 oktober 2012

Olifantenvel



Tot voor kort had tante geen etiket. Ja, heel naar! Niets bleek op haar van toepassing. Geen ADHD, geen ADD, niet echt hoogbegaafd en, nee, toch niet hypersensitief, ocharme. Tja, daar sta je dan met lege handen: te normaal voor woorden. Hè!

Maar gelukkig heeft tante sinds vorige week ook iets. En dan nog wel een syndroom (jubelt en juicht). Het “nice person syndroom” treft lieden die erg graag sympathiek en vriendelijk om de hoek komen. En die het dan ook best wel belangrijk vinden om door anderen aardig gevonden te worden. Het zijn vast mensen die net als tante bij tijd en wijle inzitten over vluchtig wegvliegende twittervriendjes. En die haast hysterisch blij worden van blogreacties. Wat een opluchting: ook tante heeft nu keurig een handleiding! En een excuus om zich af en toe onmogelijk te gedragen (het is een syndroom hè, ik kan er niets aan doen…)

Uiteraard betreft het bovenstaande pure ironie. Want dat etikettendom, daar is tante in wezen tegen. Maar omdat in alles ook een kern van waarheid zit, trekt ze wel haar lessen uit het genoemde syndroom: het lijkt haar beslist aangewezen om zich reacties van anderen iets minder aan te trekken.

Een olifantenvel kweken dus, eelt op de ziel, en scherpe tanden om van zich af te bijten . Alle accessoires die tante tot dusver ontbeert. Dat kan echter niet worden gezegd van de dame die tante deze week ontmoette en die in onderstaand heerlijk boekwerkje rondhuppelt:




Nou huppelen, zeg maar gerust marcheren. De schoonmoeder in kwestie is immers van het bazige type en laat zich door niets of niemand van de wijs brengen! Of, hoe een ironische pennenvrucht uit 1937 nog zeer leesbaar is vandaag de dag.

Het boek begint in 1914. Willem, de zoon van het gezin, wordt opgeroepen om met de marine de zee op te gaan. Moeders is meteen hard in de weer om te zorgen voor een geschikte uitzet. Verhongeren zal er de komende weken duidelijk niet bij zijn, maar de kans is reëel dat het schip zinken zal met zoveel proviant.

Maar goed. Even later volgt het bericht dat Willem in Duitsland vertoeft als krijgsgevangene. Opnieuw beweegt zijn moeder hemel en aarde (en menig keurig ambtenaar) en neemt de leiding over een indrukwekkend postproject, wel 600 pakketten stuurt ze naar hem op. Vol zelfgebreide sokken, warme truien en menig betweterig briefje er bovenop.

Wat ze in al die ijver gemakshalve even vergeet, is dat Willem een vrouw en een zoon heeft. Nou ja, een echtgenote, hij zou gaan trouwen met Bertha, maar dat is door de oorlog even op de achtergrond geraakt. Waar Bertha de eerste weken nog op de koffie wordt gevraagd (met een lekker taartje erbij) wordt ze al snel resoluut naar de zijlijn geschoven, en de kleinzoon met haar. Moeder moet en zal de enige reddende engel zijn aan zoons firmament.

Schoonzoon Frans Laermans, neemt het op voor Bertha en probeert zo stokken tussen de wielen van zijn schoonmoeder te steken. Inzet is het pensioen: een vergoeding die normaliter naar de vrouwen van krijgsgevangenen gaat. Moeder heeft dat prompt opgeëist aangezien haar zoon niet getrouwd was. Wat anderen daarvan denken, laat haar koud. Met de centen koopt ze trouwens een chique winterjas waar ze trots mee paradeert in Antwerpse winkelstraten. Dus als Bertha ook aanspraak maakt op dat pensioen, gaan de poppen goed aan het dansen. Moeders springt zowat uit haar (olifanten)vel!

Misschien is dit niet het beste boek van Elsschot: Kaas en Lijmen zijn bekender en beter, maar het is wel een aanrader. Omdat de taal, ook na al die jaren, zo fris is. Omdat de ironie zo geweldig droog is en to the point. Omdat het type van de “Antwerpse chichimadam” blijkbaar verder teruggaat dan tante dacht, en omdat het boek tragiek en humor op een mooie manier verweeft.

Heeft u dus tijd voor een klein tussendoortje? En zin om wat te grinniken en de grimlachen? Dan is dit werkje over de nachtmerrie van elke schoonzoon vast uw ideale compagnon!

P.S. het olifantenportret maakte de zoon dit weekend tijdens een kunstproject: ere wie ere toekomt!

donderdag 25 oktober 2012

Opladen!


Herfstmoeheid? Najaarsdipje? Oktoberinzinking? Hoe dan ook: tante is moe! En moet dus dringend haar batterijen weer even opladen. Geen sinecure in de hectische wereld om haar heen. En dus holde tante de laatste dagen wanhopig rond, op zoek naar rust.

Toeval bestaat blijkbaar echt niet, want uitgerekend vandaag hoorde tante van de interessante theorie van “restoring places”, bedacht en ijverig uitgewerkt door het echtpaar Kaplan. Twee omgevingspsychologen, die zich de vraag stelden: in welke ruimte komen mensen nu echt op adem?

En wat bleek: er zijn vier eigenschappen waar dergelijke plaatsen aan voldoen:

• Ze moeten je het gevoel geven dat je er even helemaal tussen uit bent
• Ze moeiten uitgestrekt zijn, ruimte bieden en je zin geven om verder te wandelen of te kijken
• Ze moeten aan je verwachtingen voldoen
• En het moeten fascinerende plaatsen zijn, met veel fijne details die je interesse prikkelen

Mmm, dacht tante, boeiend. En inderdaad beslist toepasbaar op een mooi heidelandschap en een verlaten strand. Maar je kunt het ook verbinden met een museum of een stemmig plein met historische gevels (en klaterend fonteintje). Allemaal ruimtes om te “herbronnen” zoals dat heet.

Maar, wegens blijde kinderschaar en arbeidsactiviteit kan tante er net zomaar even tussen uitknijpen om zilte zeelucht in te ademen of vrolijk bospaden te verkennen. Mentaal reizen lukt echter best. Daarom dacht tante: zijn boeken en verhalen ook niet “helend”? En kan je de karakteristieken van “restoring places” ook op teksten toepassen?

Tante gaat het gewoon uitproberen en wel met dit – inderdaad ontspannende – boek van Zafon:




Voor wie het niet kent, even duiden. De gevangene van de hemel is het derde boek in een reeks van vier. Alle boeken spelen zich af in een dromerig Barcelona, vol boeken en lezers. Elk boek kan je apart lezen, er is geen vaste volgorde. Bon.

Gaf dit boek tante het gevoel dat ze er even tussenuit was? Jazeker. Een mentaal uitstapje naar een pittoreske boekenwinkel en een labyrint met vergeten geschriften is exotisch genoeg voor ondergetekende. Voeg daar nog Barcelona, tapas en kerstsfeer aan toe en tante is weg van de wereld! Zafon schrijft bovendien heel vlot: meeslepend en met humor, zodat je moeiteloos kunt doorlezen en helemaal opgaat in het verhaal. Centraal in het boek staan wel enkele gruwelijke gevangenisscènes en suggesties van bijzonder pijnlijke martelingen. Niet bepaald oogstrelend, maar gelukkig wel ver van tantes bed. Is ze dus even afgeleid van dagelijkse beslommeringen? Si!

Maar had het boek ook voldoende ruimte? Viel er genoeg in te ontdekken, zodat een mens doorbladert en het werk niet terzijde schuift? Zeker wel. Het boek heeft een spannend plot dat een aantal mysteries uit de vorige delen wat meer achtergronden geeft. De personages zijn kleurrijk: in en in slecht, soms narcistisch, komisch of juist weer ontroerend. Genoeg om met veel plezier te exploreren!

En, beantwoordde het boek aan tantes verwachtingen? Zafon kennende wist ze dat haar een vlot leesbaar boek te wachten stond. Maar na lezing van een aantal zeer lovende recensies moet tante toegeven dat ze toch iets meer had verwacht. Het is allemaal wel bijzonder vlotjes en soepel en eigenlijk kan je de plot in een paar zinnen samenvatten (wat we dus niet gaan doen om de pret niet te bederven, no worries)

En dan het vierde en laatste punt: was het fascinerend genoeg? Buitengewoon? Mwa, neen. Voor tante had het allemaal wel wat meer mogen zijn. Wat meer diepgang en wat meer emoties ook. De personages stappen nogal vlotjes over problemen heen en alles lijkt mooi opgelost op het einde. Toch zaten er in het boek heel wat kansen voor een meer beklijvend verhaal: wraakgevoelens alom, jaloezie en haat, en ook liefde en loyaliteit. Maar het verhaal kabbelt nogal rustig en oppervlakkig verder en de hoofdpersonen staan er allemaal niet zo erg bij stil.

Kortom: heeft dit boek tantes batterijen opgeladen? Voor een deel wel, omdat het gewoon eens fijn is om een makkelijk boek te lezen (zeker als je net een aartsmoeilijke tekst hebt doorworsteld). Maar echt vonken gaf het niet, nee, geen knetterende elektriciteit bij tante te bespeuren. Daarvoor moet een boek haar toch net iets meer aanzetten tot mijmering. Haar een duwtje geven om de wereld en haar leven anders te bekijken. En dat is niet gebeurd. Jammer, want zo verdwijnt dit verhaal waarschijnlijk snel in het labyrint van vergeten boeken, ….

zondag 21 oktober 2012

Doorbomen



Op tijd en stond zet tante even een stapje achteruit. Dan wil ze even ontsnappen aan de constante stroom van prikkels, snelheid en impulsen. Dan wil ze nadenken over de rode draad. En nagaan waar het nu eigenlijk om draait.

Derhalve is zij altijd wel te vinden voor “reflectiehulpjes”. Gezellige vragenlijstjes zoals bovenstaand voorbeeld uit de onvolprezen Flow. Met van die fijne vraagjes die je even een time-out gunnen en aan het denken zetten. Zodat je de grote lijnen weer scherp hebt en hoofd- en bijzaak van elkaar kan onderscheiden. Want, nee, zo dramatisch is het leven bij nader inzien nooit.

Kortom: af en toe een beetje hersengeknars, wat doorbomerij en introspectie is in deze razendsnelle wereld echt geen overbodige luxe. Ook als je geen Zen-monnik bent, kan het deugd doen, even uitzoomen.

Maar, je kan er ook in doorschieten. En dat overkwam nagenoeg alle personages (en de auteur) van het boek, dat tante deze week met veel moeite en gezucht doorworstelde.



Iris Murdoch stond al lang op het lijstje van te ontdekken auteurs. Dus toen dit boek langskwam dacht tante: hier gaan we eens lekker onze tanden inzetten. En het begin is al meteen behoorlijk meeslepend. Hoofdpersoon Edward serveert zijn vriend Mark een soort space-sandwich waardoor die laatste in een gelukzalige trip verzinkt. Als Edward hem even alleen laat, loopt het mis. Mark denkt dat hij kan vliegen en tuimelt pardoes het raam uit. De rest van het boek gaat vooral om de vraag hoe Edward dit ooit te boven kan komen. Spijt, berouw, schuld en zonde het passeert allemaal de revue.

Ook de andere personages in het boek doen dingen waar ze later spijt van krijgen. Overspel plegen bijvoorbeeld, vrienden aan de deur zetten, zieken niet goed verzorgen. Bijna alle personages staan op een keerpunt: ze moeten een klap verwerken of willen zelf hun leven een nieuwe wending geven. En dat gaat gepaard met het nodige gepieker. Berouw kan hard toeslaan, achteraf. Verdovende middelen, psychoses, vage buien en alternatieve logica’s krijgen op een zeer geloofwaardige manier gestalte in dit boek.

Murdoch toont glashelder aan hoe iemand kan vastlopen in gevoelens van spijt, in controledrang en hoogmoed. Alle personages zijn bij tijden sterk verward en, naar onze bescheiden mening, ook behoorlijk egocentrisch. Daardoor helpen ze elkaar niet echt geweldig vooruit. In tegendeel, ze duwen de ander soms veel dieper in de ellende dan nodig.

En dat leidt dus tot veel gemijmer en geanalyseer. Met ellenlange passages vol ???? en onafgemaakte gedachtesprongen ….. Fascinerend, dat wel, maar ook behoorlijk zwaar op de hand.

En hoewel theetante oprecht haar best heeft gedaan om het vol te houden en te luisteren naar die verwarde geesten, kreeg ze er op het einde echt genoeg van. “Ga nu eens gewoon verder met je leven!”, riep ze uit, “Sla dat blad een keer om! Staar niet de hele tijd naar je eigen navel!”

Irritatie, kortom, wrevel eveneens. Waardoor de lectuur van dit stevige boekwerk geen onverdeeld genoegen was. En er zelfs sprake is van heuse opluchting nu het boek eindelijk uit is. Misschien schreef Murdoch andere boeken die minder op de zenuwen werken? Heeft u nog een tip?

dinsdag 16 oktober 2012

Thuis



“Zo”, zei tante na een lange werkdag, “ik ben blij dat ik thuis ben!” En gelijk heeft ze, want als we marketeers moeten geloven, bevindt ze zich momenteel op een welhaast mythische locatie. Een walhalla zonder weerga.

Thuis, dat is immers de plek waar je niets hoeft, en waar je helemaal “jezelf” kan zijn. Zonder gekamde haren en in flanellen pijama. Een plaats om ettelijke potten thee te slurpen en alleen maar te genieten. Al dan niet aan een knetterend haardvuur. Thuis, dat is een spinnende kat op schoot, een warm bad, een veilige haven in een o zo vijandige wereld.

Gemakshalve wordt bij dit soort gepimpte thuispraat even vergeten dat er thuis ook een afwas staat te wachten. Of een berg strijk. En dat er af en toe vuile sokken rondslingeren of plots een dikke spin opduikt. Kortom: dat het pure genieten in de praktijk best wel meevalt, omdat er nu eenmaal ook heel wat werk moet worden verzet.

Maar goed, hét summum van het “oost-west-thuis-best-gevoel” is toch wel onderstaande scène uit the Wizzard of Oz: “There is no place like home!"





En toen tante enige tijd geleden een prachtige nieuwe editie van deze klassieker tegenkwam, dacht ze: “dat wordt het nieuwe voorleesboek!” Kwestie van de theekopjes af en toe ook iets substantieels voor te schotelen. Voor hun culturele bagage, nietwaar?



Elke avond nestelden broer en zus zich gezellig onder een dekentje en luisterden ademloos (echt waar) naar de lotgevallen van Dorothy in het land van Oz. De zoon stond in voor de geluidseffecten (specialiteit: gierende wind), de dochter loste ondertussen vragen op als: “Wat zou jij nu doen als je Dorothy was? Of “Hoe kunnen ze dit oplossen?”. Kortom: uiterst interactief en educatief zéér verantwoord!

Ondergetekende, de voorlezer van dienst, ontdekte wel al snel dat het boek sterk verschilt van de olijke musical met de snoezige Judy Garland. Het verhaal is veel enger, soms gewoonweg duister en er worden zonder pardon heel wat armen, benen en hoofden afgekapt. Scènes die menig weldenkend kinderboekenproducent vandaag zou mijden. Maar de theekopjes konden best tegen dergelijke stootjes.

Ook de moraal van het verhaal, die er in de film wel erg dik op ligt, kwam in het boek amper ter sprake. Wel zoeken de vogelverschrikker, de blikkenhouthakker en de leeuw respectievelijk een brein, een hart en wat moed maar nergens wordt er geopperd dat ze dit “uit zich zelf moeten halen”. Of “dat het er altijd al inzat”. Geen zeemzoete american dream in de originele versie dus. Enkel impliciet de boodschap dat “wie probeert, die leert”

Voeg daar aan toe: heel veel fantasierijken, compleet met volstrekte slechterikken. De ene al wat beter uitgewerkt dan de andere. Vooral naar het einde toe bevat elk hoofdstuk wel een nieuw rijk, met kopvoeters bijvoorbeeld , vechtende bomen of heel breekbare porseleinen poppetjes. Tante vond dat het allemaal wel wat beter kon worden uitgewerkt, maar de theekopjes hadden daar geen last van en vonden het prachtig.

En dan nog de clou: de bovenstaande scène zit er helemaal niet in. Dorothy wil wel naar huis (al is niet duidelijk waarom, want het lijkt erg saai en kleurloos in Kansas). En ja, ze klakt wat met zilveren schoenen (geen rode) maar daarmee is de kous ook meteen af. En reden te meer dus om de film nog eens extra kritisch te bekijken. Hier is toch enige propaganda aan het werk geweest, zo vlak voor de oorlog!

De slotsom: een uiterst leesbaar boekwerk (en dat komt natuurlijk ook door de uitstekende vertaling van Ernst van Altena). Met prachtige tekeningen die in niets aan de film doen denken (echt knap gedaan). En heel inspirerend voor de theekopjes, want zij maakten – speciaal voor u – beiden een impressie: met die culturele bagage komt het dus helemaal goed!

De zoon (9)



De dochter (7)





vrijdag 12 oktober 2012

U heeft 1 nieuw bericht!


Theetante heeft een nieuw telefoontje! Echt, het is bijna kinderachtig hoe blij ze daar mee is. Berichtjes ontvangen is nu eenmaal zeer plezierig, en boodschapjes sturen des te meer. Zolang het natuurlijk om vrolijke tijdingen gaat.

Slecht nieuws brengen daarentegen is een ander verhaal. Daar gaan mensen zelfs voor op cursus. Zoals tante. Van een soort managementgoeroe leerde ze dat je slecht nieuws gewoon direct moet brengen. Geen getalm en gedraai. Wel kan het helpen om berichten in laagjes op te bouwen: iets negatiefs, iets positiefs enzovoort (de sandwich-methode). Maar vooral: rechtuit, niet verbloemen of verzachten. En dan vooral begripvol luisteren naar de ontvanger en hem of haar de tijd geven om het bericht een beetje te verwerken.

Neen, boodschapper zijn van slechte tijdingen is geen pretje en dat is dan meteen ook de rode draad van het boek waar tante deze week bijzonder van heeft genoten:



We nemen u mee naar London anno 1914. De Eerste Wereld Oorlog breekt uit en heel wat jonge mannen staan gewoonweg te springen om in het leger te gaan. Zo ook Martin Bromley, 17 jaar en vol vechtlust. Eigenlijk is hij nog te jong voor het slagveld, maar opgehitst door de euforische stemming zet hij alles op alles om toch maar soldaat te kunnen worden.

John Patterson, zijn beste vriend, denkt er helemaal anders over. Hij wil studeren én dikke boeken lezen. Poëzie bestuderen, Keats doorgronden, Dickens verslinden. Vechten, de vijand een lesje leren, dat zegt hem allemaal weinig. En dus weigert hij voorlopig te vertrekken. Maar dat stuit op veel onbegrip van zijn omgeving. Lafaard, roepen ze, slapjanus!

Johns vader is de postbode van de wijk. Hij kent iedereen en als hij brieven meeheeft zwaaien alle deuren voor hem open. Hij is dan ook vaak als eerste op de hoogte van de oorlogsplannen van de zonen in de wijk. Aanvankelijk bezorgt hij nog vrolijke ansichtkaarten van het front. Maar na een tijdje raakt zijn postzak gevuld met onheilstijdingen en doodsberichten. Een zware last, die hem steeds moeilijker valt, …

We gaan natuurlijk echt zo weinig mogelijk verklappen over dit boek, maar het tweede deel speelt zich af in de loopgraven. Een hard bestaan, vol modder, bloed en ellende. Maar ook met ontroerende momenten, en haast hartverscheurende momenten van schoonheid.

En te midden van al die ellende was er één lichtpuntje: Talbot House in Poperinge. Een echte Engelse club, waar soldaten van alle rangen en standen even op adem konden komen. Waar ze in lekkere stoelen met een boek konden wegzinken, in de tuin konden genieten van een beetje rust of in de salon naar pianomuziek konden luisteren in plaats van kanonnengebulder. Een inspirerende plaats, vandaag een museum en zeker een bezoekje waard.

Voor de rest – uiteraard – heel veel slecht nieuws. En heel veel gedraai en getalm om dit nieuws te brengen. In een wereld zonder GSM en email ging een bericht nog niet als een lopend vuurtje rond. Maar het kostte soms veel moeite om de pen ter hand te nemen en het bericht daadwerkelijk te bezorgen…

Dit deed tante ook een beetje denken aan een boek van Grossman, namelijk waarin een vrouw juist op de vlucht gaat voor een bericht. Zolang ik maar niet thuis ben, denkt ze, gaat mijn zoon niet dood, want als ik het bericht niet ontvang, is het niet gebeurd. En toen tante beide boeken naast elkaar legde viel haar mond bijna open van verbazing. Dit soort parallellen kunnen toch bijna geen toeval zijn:





zondag 7 oktober 2012

Denkers en doeners



Het valt in deze al te positieve tijden nog nauwelijks op, maar af en toe maken mensen gewoon pure rottigheid mee. Tegenslagen, teleurstellingen, harde klappen. Het serieuze werk. Niet meteen iets om te delen met de facebookvrienden of de twittercompanen.

Er zijn natuurlijk heel wat strategieën om die klappen van het leven min of meer op te vangen. En tegenwoordig zijn we nogal van de peptalk. Een tegenslag is namelijk een uitdaging, een kans! Een zegen dus, want het dwingt je om je leven eens anders te bekijken, en daar word je alleen maar sterker van, denken we. Met andere woorden: het verlies of verdriet wordt geminimaliseerd. Wie eens een ijzersterk betoog tegen dit misplaatste positivisme wil horen, moet zeker eens luisteren naar de Sunday Sermon van Barbara Ehrenreich (wel even een half uur uittrekken)

Maar goed. Wat doet tante bij fundamenteel slecht nieuws? Ze gaat meteen van alles ondernemen! Thee zetten, dingen regelen, rondbellen en cakes bakken. Vooral niet stilvallen is de leuze. En tot voor kort vond ze dit vooral heel erg flink van zichzelf. Nee, zij laat haar schouders niet hangen! En evenmin zit ze bij de pakken neer. Maar na het lezen van dit boek, kijkt ze daar anders tegenaan. Want, is ze niet gewoon de pijn aan het verdoven met al dat heen en weer geloop?


De verdovers draait om Drik en een Suzan, broer en zus die beiden grote verliezen hebben geleden. Toen ze nog een kind waren stierf hun moeder onverwachts. En net voor het boek begint is de vrouw van Drik overleden na een slepende ziekte. Zij was ook de beste vriendin van Suzan, die tot het einde toe voor haar schoonzus heeft gezorgd. Maar het leven gaat door en dus pakken beiden de draad langzaam weer op.

Boeiend is dat ze een radicaal andere strategie hebben om met het verdriet om te gaan. Suzan is een anesthesiste, dus gespecialiseerd in verdoving. Zij vlucht weg uit het verdriet door vooral heel veel hooi op haar vork te nemen. Veel operaties, een stagiair, een nieuw onderzoek. Het kan niet op. Tijd voor een gesprek is er nauwelijks, want ze heeft altijd wel een dringend to do-tje.

Drik is het andere uiterste. Hij is een psychiater, en graaft dus diep in het verdriet. Hij denkt na, zoekt patronen en motieven. En neemt daardoor nauwelijks initiatief om uit de put te klimmen. Hij wil wel vooruit, maar hij vindt dat hij eerst in het reine moet komen met de overlijdens van de twee belangrijkste vrouwen uit zijn leven.

En dan is daar plots een personage dat twijfelt tussen de twee opties. Allard studeert eerst psychoanalyse maar tijdens sessies met Drik merkt hij dat graven in de ziel behoorlijk pijnlijk kan zijn. Misschien kiest hij beter voor de volledige verdoving en dus voor een stage anesthesie bij Suzan? Hij doet Drik zwaar twijfelen aan zijn vak, en brengt ook Suzan in grote gewetensproblemen. Ik ga niet verklappen hoe het afloopt, maar faliekant is een woord dat zeker gepast is.

De verdovers biedt een blik achter de schermen van de anesthesie (met heel veel operatiescènes) en de psychiatrie. Maar het is toch vooral een tot nadenken stemmend verhaal over omgaan met lijden en verlies. De personages zijn extreem in hun keuzen voor een bepaalde manier van handelen, maar toch geen karikaturen. En juist door die nuances is er niemand juist of fout in dit verhaal.

Geen opwekkend boek, niet meteen facebook-duimen opwekkend wellicht, maar wel heel erg intrigerend. En vooral een pleidooi om niet te licht over het verlies heen te stappen. Niet minimaliseren, maar ook niet tot op de bodem uitspitten. Zoals vaak ligt de waarheid in het midden.

woensdag 3 oktober 2012

Feest in de boekenclub



Een boek lezen is altijd fijn, maar samen met anderen geeft des te meer jolijt! En gisteren was het echt een bijzondere leesclub. Want we hadden een jarige, een bijna-jarige én twee nieuwe leden. Zulks moest op gepaste wijze worden gevierd! En dus was er taart, mierzoete dessertwijn en vele chocolaatjes. En een wel erg uitgebreide voorstellingsronde waarin we ons verbaasden over onverwachte hobby’s, intrigerende werkcontexten en olijke kroost.

Een aantal onder ons bejubelden tevens het boekenclub gebeuren. Zonder onze heerlijke avondjes zouden zij beduidend minder lezen. Sociale druk als stok achter de deur, ja, ja. En natuurlijk haastten zij daarbij aan te geven dat het clubje ook tot nieuwe ontdekkingen en literaire horizonten leidde, het is maar dat u het weet!

Na al die hartuitstortingen en ontroering, zouden we bijna het boek van de maand vergeten zijn. Dus, vulden we de glazen bij, namen een extra puntje taart en vroegen ons af: was het lezen hiervan ook zo’n feest?




Misschien eventjes duiden voor wie het boek niet kent. Headline zou kunnen zijn: “dichter verwondert zich over dagelijks bestaan”. Genieten van de kleine dingen, van de kinderen en hun onverstoorbare opgroeien. En dat dan in mooie zinnen trachten te vatten, in beknopte columns. De bundel biedt een rijke bron aan fijne korte stukjes, om ’s avonds voor het slapengaan met mondjesmaat te nuttigen.

Tante was deze keer minder enthousiast dan ze op voorhand had vermoed. Ze ging weer moeilijk doen en stellen dat het allemaal te mooi was. Te gekunsteld. Alsof de auteur na de eerste versie nog urenlang had zitten sleutelen en prutsen aan de tekst. Maar, tante leest geen poëzie en is dergelijke taalmeanders dus niet gewend.

Dat verklaart meteen waarom anderen tantes mening niet deelden en het boek juist bijzonder prachtig vonden. Als je maar niet te veel tekstjes achter elkaar leest, was wel de suggestie. Eén voor één en er de tijd voor nemen, was de volgende tip.

En daar wrong voor sommigen het schoentje, want het boek lag op onze nachtkastjes tijdens de drukste dagen van het jaar. Het moment immers waarop de helse ochtendspitsen aanbreken, kinderen weer naar school moeten en op het werk ook iedereen weer wakker wordt. Na een dag racen rustig zitten, is niet zo evident. En als je het dan toch probeert, en een tekstje leest over…hectische ochtendspitsen, tja dan kan de herkenbaarheidsfactor net iets te hoog zijn.

Misschien moeten we het boek gewoon nog een paar jaar laten liggen. Als de kinderen groter zijn en we er niet meer midden in zitten? En dan in het gezelschap van bokkige pubers nostalgisch terugblikken naar het enthousiasme van toen?

We vonden immers dat het boek best weemoedig was. Genieten van de kleine momenten, ja, maar dan toch vooral omdat ze onherroepelijk voorbij gaan. Altijd met een streepje zwart. En met een zeer mannelijke bril ook, vonden wij. Vreemd hoe hij in zijn dochtertje al een heuse vrouw ontwaart; wij hebben bij onze zonen niet meteen het gevoel een toekomstige adonis in huis te hebben (ook al zijn onze jongens echt bijzonder aaibaar)

Maar goed, verdeelde meningen dus. Toch leerden we ook nog iets: namelijk dat poëzie lezen een kunst is! Eén van de twee “nieuwe” dames las aan het einde van de avond nog een gedicht voor van onze Bernard en wist daar heel veel uit te halen. Tot navolging strekkend, wat tante betreft!

vrijdag 28 september 2012

Een boek is een werkwoord!



Psst! Zal ik eens een geheimpje vertellen? Tante kan niets weggooien. Dat werd weer pijnlijk duidelijk bij de grote verhuizing, twee jaar geleden. Maar laat ons die doos van Pandora vooral dichthouden.

Tante stockeert en verzamelt. Omdat spullen zo heerlijk hetzelfde blijven. Terwijl haar leven verandert, razendsnel. Maar, klopt die veronderstelling eigenlijk wel? Zijn dingen echt zo stabiel? Zijn het met recht en reden tijdscapsules?

Dat je het ook helemaal anders kunt bekijken, ontdekte tante vandaag tijdens een zeer boeiende lezing over de wereldvisie van de indianen. Om een lang en ingewikkeld verhaal héél kort te maken, kwam het er op neer dat zij de dingen niet zien als vaste, onveranderlijke eenheden. Alles is volop in beweging, volgens hen. Zo is de zon geen bal aan de lucht, maar een dynamische klomp vuur. Ook een boom is nooit hetzelfde, maar steeds groeiend, veranderend en nieuw.

Bij de indianen zijn de spullen zelf, de dingen, dus minder belangrijk. Van tel is wat je ermee doet. Dingen blijven dus niet stabiel, maar veranderen en leven. Het zijn in die zin werkwoorden, die zaken teweeg brengen. En als ze dat niet meer doen, dan kan je hen dus ook gewoon weggooien. Bovendien kan je heel vaak zonder, want het proces is het belangrijkste.

We kunnen hier nog wel even over doorbomen, maar dat dreigt saai te worden. Gelukkig wordt heel deze theorie heel mooi verbeeld in een boek dat tante deze week las (toevalligheden bestaan blijkbaar echt niet!)



Meneer Pip neemt ons mee naar een eiland in Oceanië waar een oorlog heerst. De inwoners zijn bijna alles kwijtgeraakt. Mannen zijn gevlucht of vermoord, een economische blokkade legt de handel lam en de kinderen gaan al weken niet meer naar school. Dan besluit meneer Watts, de enige blanke van het dorp, om de school te heropenen.

Lesmateriaal heeft hij niet, maar hij heeft wel één boek: Great expectations van Dickens. En dus leest hij elke dag een hoofdstuk voor. De kinderen luisteren ademloos naar de lotgevallen van de hoofdpersoon Pip . In de volgende dagen gaan zij hun eigen leven steeds weer vergelijken met het boek en mijmeren over gelijkenissen en verschillen. Mathilda, een elfjarig meisje, raakt helemaal in de ban van Pip: hij laat haar immers voor de eerste keer kennis maken met een wereld die helemaal anders is dan de hare.

Maar dan verliezen ze het boek. Laatste restje beschaving gaat verloren. Onder impuls van meneer Watts beslissen de kinderen om het hele boek na te vertellen. Fragment per fragment diepen ze het verhaal op in hun geheugen. Geven er een eigen draai aan en een eigen invulling. De ene herinnering roept de andere op en stukje bij beetje komt het hele boek weer tevoorschijn. Mathilda merkt dat ruzies en plekken uit haar dagelijks leven helpen om fragmentjes op te wekken. Allerlei situaties doen haar namelijk terugdenken aan wat Pip in het verhaal meemaakte.

Ondertussen gaat de oorlog genadeloos door. Alle huizen in het dorp worden platgebrand en woest uitziende rebellen bedreigen de inwoners. Meneer Watts kan hen echter zeven nachten lang boeien met zijn “levensverhaal”. Mathilda wordt aangesteld als vertaler en merkt zo dat er opvallend veel gelijkenissen bestaan tussen het verhaal van meneer Watts en Great expectations. Opnieuw een hervertelling dus, ditmaal met verwijzingen naar het wel en wee van alle dorpelingen. Als een spiegel én om hen moed in te spreken.

Jaren later, als alles achter de rug is en Mathilda in Londen woont, blijft ze Great expectations jaarlijks herlezen. Het is namelijk hét boek van haar leven geworden. Het enige wat ze nog over heeft van het eiland. Elk fragment ervan raakte verknoopt met haar eigen leven; het hielp haar moeilijke momenten door te komen en helpt om warme herinneringen op te halen.

Kortom: het boek Great expectations is dus meer dan een ding. En een verhaal is geen vaststaand gegeven. Dat altijd hetzelfde betekent en dat mensen steeds op dezelfde manier lezen. In Meneer Pip ontstaat er met elke lezing en met elke hervertelling telkens weer iets nieuws.

En kijk, we zijn weer waar we zijn begonnen: een goed boek is een werkwoord: nooit echt af, want het slaagt er steeds weer in om veranderingen te weeg te brengen. Bij de mensen die het lezen, die erover nadenken en erover vertellen!

Dus, eh, misschien toch best stockeren dat boek, oppert tante?

zondag 23 september 2012

De rode draad


Afgelopen vrijdag bij de lunch merkte tantes collega plots op: “Jij ziet toch ook OVERAL patronen hé?”. Het klonk alsof enkel jarenlange internering en straffe therapie redding konden bieden. Met een beetje chance.

Aanvankelijk kwam de klap hard aan. Maar na een weekend piekeren, draaien en woelen is tante eruit. Het is waar! En het is misschien zelfs een gave.

Tante zoekt inderdaad met graagte naar de rode draad. Ze duikt met vreugde een beetje dieper. En vindt verbanden tussen losstaande gebeurtenissen. Ja, de grote lijnen zien, het brede plaatje. Betekenissen ontdekken die ons aan de oppervlakte ontgaan. En zo - met een beetje afstand - inzicht krijgen in de soms al te duizelingwekkende wereld om haar heen.

Nu loert daarbij steevast het gevaar om de hoek dat je patronen ziet die er helemaal niet zijn. Dat je toevalligheden die écht losstaan van elkaar toch gaat verknopen. En dan pardoes in een soort parallelle logica duikelt. Met alle alarmbellen en bezorgde collega’s van dien.

Freek Groenevelt, de hoofdpersoon in het boek van dit weekend, wordt met dezelfde vraag geconfronteerd: wat is nog toeval en wanneer is er een patroon?


We gaan terug naar het Antwerpen van eind jaren ’50. Een stad vol tingelende trammetjes, dames in wijde rokken en heren met hoeden. Waar journalisten nog tijd hebben om rond te dwalen en waar bibliothecarissen nog kruikjes jenever tussen de boeken bewaren.

Plots gebeuren er vreemde dingen. Straten worden opgebroken en zonder verpinken weer toegedekt, torens zingen beiaardmuziek om twee uur ’s nachts en bizarre lieden met bolhoeden waarschuwen voor het einde van de wereld.

En Freek ziet plots overal Stiller. Het begint met een vreemde brief die dertig jaar geleden gepost blijkt te zijn. Dan duikt een oud manuscript op, eveneens van ene Stiller. Een stervende man prevelt zijn laatste woorden: “Stiller”, en “Circus Stiller” doet de havenstad aan.

“Ben ik gek aan het woorden?”, denkt Freek. “Is dit een opeenstapeling van toevalligheden, of is er meer aan de hand? Zijn de onverklaarbare verschijnselen daadwerkelijk te verklaren? Of moet ik tegen beter weten in maar geloven in wat ik zie en hoor?” Samen met zijn nieuwe geliefde (die eveneens telefoontjes van Stiller ontvangt) probeert hij weer grip op de werkelijkheid te krijgen.

Tante las dit boek exact twintig jaar geleden toen ze een nog frissere blom was als vandaag. Jarenlang koketteerde ze ermee dat dit haar lievelingsboek was (en dat ze haar zoon Joachim zou noemen, wat ze nooit heeft gedaan). Zou de onuitwisbare indruk van weleer na zoveel jaren levenswijsheid nog overeind blijven, vroeg ze zich vrijdagavond plotsklaps af.

Ja dus! Tante was opnieuw helemaal in de ban van dit boek. Dat bijzonder sfeervol is, vlot geschreven en ook leuk erudiet. Vol met fijne cafétjes, rommelige antiquariaten, stemmige bibliotheken en statige musea. Lampo vertelt op een rustige, verfijnde manier terwijl hij af en toe aan zijn pijp lurkt of even een jazzplaatje opzet. Geen spannende achtervolgingen, wel veel gemijmer en hersenknetterend gepalaver. Zonder dat het arrogant wordt, trouwens.

En wie is nu die Joachim Stiller? Kan hij door te tijd reizen? Wat is zijn boodschap, en komt hij terug? Ontdek het deze herfst zeker zelf, want dit boek kunnen we alleen maar warm aanbevelen!


P.S. Voor wie al wat in de sfeer wil komen en wat van de mooie zinnen van Lampo wil proeven, moet zeker eens kijken naar dit sfeervolle project van Amsterdamse Academiestudenten (al is het boek in werkelijkheid echt minder duister en gloomy dan de foto’s en vooral de muziek u willen doen geloven, … toch mooi gedaan!)


woensdag 19 september 2012

Luxepaardje


Tot voor kort dacht tante bij het woord “feminisme” vooral aan boze vrouwen. Met wijde zwarte tunieken aan en slierterig haar. Vrouwen die met vuisten zwaaiden en op de grond stampten. Enkel in meer olijke momenten, dwaalden haar gedachten af naar potsierlijke suffragettes zoals deze:



Buitengewoon amusant, maar zo passé. Voor de rest vroeg tante zich vooral af: dat feminisme, waar is dat voor nodig?

Maar, tante is natuurlijk een luxepaardje. Want opgevoed in een tijd waarin de strijd grotendeels gestreden was. Tante kon namelijk gewoon studeren, avondenlang rondhangen op café en daarna de carrière uitbouwen die ze wilde. En toen ze een paar jaar geleden besloot om 4/5 te gaan werken, was dat vooral een positieve keuze. Niet het gevolg van één of andere mannelijke onderdrukking (zelfs niet onbewust, zo maakt ze zich sterk).

Een roze bubbel dus. Want je hoeft maar even te reizen in de ruimte of de tijd en je hebt onmiddellijk in de gaten dat de strijd van feministen zinvol was en blijft. Dat bedacht tante zich althans deze week toen ze zich verdiepte in een Couperusje uit 1900:



Hoofdpersoon Cornélie is ook zo’n typisch luxepaardje. Opgegroeid in de Haagse Bourgeoisie waar ze, zoals ze zelf zegt, vooral heeft leren schitteren. Echt voorbereid om het leven was ze niet. En dat bleek pijnlijk snel. Haar huwelijk duurde nog geen jaartje en toen sloeg Cornélie zelf de deur dicht (stekkers kon men er toen nog niet uittrekken, maar dat is wel wat ze deed).

Razend van woede vlucht ze naar Rome waar ze haar intrek neemt in een pensionnetje. Hier schrijft ze heftige feministische pamfletten. En ze knoopt een affaire aan met een schilder. Samen schuimen ze archeologische sites af, bezoeken musea en mengen zich “heerlijk bohemien” tussen ander artistiek volk. Ze geniet van de vrijheid om te gaan en staan waar ze wil. Zonder chaperonne en zonder verantwoording af te moeten leggen.

Maar, het leven is helaas geen sprookje en al snel haalt de bittere werkelijkheid hen in. Met haar gedrag heeft Cornélie zich namelijk volledig onmogelijk gemaakt. Vader draait de geldkraan dicht en voormalige vrienden keren haar de rug toe. Naar Den Haag hoeft ze niet terug te keren en ook de Italiaanse burgerij kijkt neer op zoveel excentriciteit.

Cornélie en haar schilder nemen dan maar hun intrek op een armoedige zolder. Nog lang houden ze de moed erin: ze verkopen hun bezit en leven van de liefde. Cornélie verstelt kledingstuk na kledingstuk, lapt schoenen op en pimpt hoofddeksels. Maar na een paar maanden is de rek er echt helemaal uit.

En dus keert Cornélie terug in de wereld van soiréetjes en thés dansants, maar dit keer als gezelschapsdame. Couperus is een meester in het doorprikken van alle bluf en opgeklopte gewichtigdoenerij. Neen, Cornélie wordt er niet gelukkiger van: dan toch maar liever in armoede leven met haar schilder? Of was haar huwelijk misschien toch niet zo’n ramp, bij nader inzien?

Tante heeft lang in spanning gezeten hoe het verhaal zou aflopen. Zou Couperus Cornélie in ellende storten en zo haar wilde gedrag afkeuren? Of zou ze het redden als onafhankelijke, vrijgevochten vrouw? Zonder alles te verklappen kunnen we stellen dat het noch het een, noch het ander is.

Tante was alvast zeer onder de indruk van de psychologie in het boek. Couperus zet een zeer geloofwaardige vrouw neer, die worstelt met zichzelf en de sociale conventies. En die zich uiteindelijk moet realiseren dat je niet alles kunt hebben.

Ondertussen doet tante niet meer schamper over feminisme. Want ze ziet nog eens heel duidelijk waar we van komen. Wat voor luxepaardje ze zelf is. En hoe het elders (niet eens zo ver weg) nog altijd kan zijn. Kortom, beste mensen: een klassieker lezen kan zo zijn voordelen hebben!