Sinds de theetante ergens heeft gelezen dat een mens alleen van neuriën al vrolijker wordt, zet ze op geregelde tijdstippen en vrolijk ge-nanananana in. Soms gevolgd door een pompompom en een tralalala. En als ze denkt dat er niemand in de buurt is, wil ze op de veloho nog wel eens een heus lied aanheffen. Ze weet het, ze staat daarin alleen, maar dat kan de pret niet drukken! Geen wonder dus dat theetante wel te vinden is voor een streepje muziek in de openbare ruimte. Al wie muziek maakt op straat en zo bijdraagt aan ’s lands vreugde, ontvangt prompt een milde schenking. Soms uit admiratie, vaak ronduit bij wijze van aanmoediging: alle begin is immers moeilijk. Uiterst menslievend hè, die theetante. Maar bij nadere introspectie moet de theetante constateren dat haar liefde voor stedelijke klanken wel een beetje snobistisch is. Elitair wellicht, of in elk geval: kieskeurig. Want, beste lezer, het moet wel “life” zijn. Een stemmig koortje? Prima. Een harmonie of fanfare? Duim omhoog...