zondag 15 oktober 2017

Lampje

Waarom zouden volwassenen kinderboeken moeten lezen? Zelf lezen dan en niet voorlezen? Wat win je erbij? En wat mis je als je dat niet doet?
 


 Een kinderboek?

 De leesclub boog zich eerder deze week over Lampje. Het eerste boek van illustrator Annet Schaap. Aanvankelijk was er wat aarzeling: een kinderboek? Benieuwd of onze argwaan zou worden overwonnen. 9-plus waren we in elk geval, dus we vielen al binnen de doelgroep.

Tijdens de leesclubavond bleek meteen dat we erg gecharmeerd waren door de korte hoofdstukken, want die boden ons ademruimte. In grote, serieuze boekwerken is het soms te lang wachten op een witregeltje pauze. Hier hadden we meer het idee dat we zelf het ritme konden bepalen, en dat alleen was al heerlijk.

Bovendien was het boek spaarzaam geïllustreerd, en dat bedoelen we dan positief. Enkele mooie prenten om de fantasie een duwtje te geven. Ze lieten nog genoeg ruimte over om zelf de details in te kleuren. Een tweede plus dus.

Het verhaal

Het verhaal, want daar draait het natuurlijk allemaal om, is de grootste plus. Het sleepte ons mee. Hierbij een heel klein tipje van de sluier:

Het boek vertelt het verhaal van Lampje, de dochter van een vuurtorenwachter. Op een avond breekt er een uit los en blijken de lucifers op te zijn. Omdat haar vader te dronken is om in actie te schieten gaat Lampje op pad, met gevaar van eigen leven. Het noodweer blijkt sterker, zodat de vuurtoren donker blijft en een kostbaar schip op de klippen te pletter slaat. Dit heeft grote gevolgen voor Lampje. Ze wordt namelijk uit huis geplaatst en bij een admiraal onder gebracht. Zijn huis is donker, ontzettend smerig en eng. Op zolder woont een monster....

Eén van de dochters (toegegeven 9 min) vond het begin zo eng dat ze liever niet verder wilde. Er zit dus zeker genoeg spanning en donkerte in dit boek. Verwacht dus geen pastelkeurige rondedansjes, maar serieuze thema's. Verpakt in schitterende beelden.

Geput uit een rijke traditie


Het verhaal van Lampje borduurt verder op een oude stroom van verhalen. De wortels rijken zeer diep naar middeleeuwse gedachten over fabeldieren en wonderwezens en de manier waarop ze zich met onze wereld verbinden. Ook deed Schaap inspiratie op bij oude vertellingen over de kracht van de zee, bezwerende zangen en woeste golven. Er zitten beelden in die verwijzen naar de wereld van het circus en de freakshows. En tot slot ontdekten we ook een flinke scheut verhalen over onschuldige jonge dames die monsters weten te ontroeren.

Annet Schaap weeft die vele oude thema's samen tot een nieuw, fris verhaal. Ze gebruikt daarbij prachtige beelden. Met eenvoudige woorden zorgt ze ervoor dat je het enge huis, de vuurtoren en de ruige kust voor je ziet. Ze gebruikt bovendien hele mooie metaforen bijvoorbeeld over leren: "het was alsof ze zon in haar hoofd opkwam". Mooi!

Een visie op leren en groeien


Dit boek gaat volgens ons over de vraag hoe je kinderen (en bij uitbreiding volwassenen) ruimte kunt geven om te leren en te groeien. Een aantal personages zijn van de klassieke, strenge stempel: ze hebben een vaste mal waarin kinderzieltjes (en -lijfjes) moeten worden geperst. Leren kan volgens hen maar op één manier verlopen. En als je daar niet in past ben je niet normaal en val je eruit.

Dit boek neemt het op voor die "abnormalen" en laat zien hoe veel groei er mogelijk is als je mensen laat zijn wie ze zijn. Als je inzet op hun talenten en op hun enthousiasme. De norm laten varen en goed kijken wat er wél kan is daarbij de uitdaging waar welke opvoeder voor staat.

Waarom een kinderboek lezen?


Omdat het zo puur is?
Omdat het meer dan anders je fantasie prikkelt?
Omdat het jezelf als volwassene in een ander licht plaatst?

Omdat het je laat dromen over wat er allemaal nog mogelijk is!

zaterdag 7 oktober 2017

Een sterke start of een verpletterende finale?

Boekenliefhebbers opgelet! Vandaag serveren wij een ietwat akelig dilemma. Wat heeft u het liefste? Een goed begin of een goed einde? In een ideale wereld wil je natuurlijk niet kiezen. Maar, zo gemeen zijn we wel, kiezen moet! 

The end!

Intuïtief zou ik kiezen voor het goede einde. Niets heerlijker dan naar zo'n slot toeleven. Op het puntje van je stoel wachten op vuurwerk. Met voldoening zien hoe alle puzzelstukken in elkaar vallen. Zuchten van verlichting slaken. En met spijt een boek dichtslaan. Maarrrrrr. Als het begin nergens op slaat, kom je misschien niet eens aan dat einde toe. (En nu slaat meteen de schrik mij om het hart dat ik al vele meeslepende, ontroerende ontknopingen heb gemist wegens te ongeduldig)

Dan maar een vliegende start?

Een heerlijke start is natuurlijk evenmin te versmaden. Je meteen voelen wegzinken in een boek, direct nieuwsgierig of geboeid, dat is ook heerlijk. Want soms duurt het zo lang voor je een band met een boek hebt opgebouwd. Als het meteen klikt is dat erg gelukzalig. De vraag is alleen of je een slecht einde dan nog vergeeft?

Het antwoord, zo bleek deze week, kan zomaar een "ja" zijn. Ik ga er geen doekjes om winden: het einde van dit boek was een domper. De kunstgreep van de auteur, de deus ex machina, kon mij absoluut niet bekoren. Smaken verschillen, dat is duidelijk.

Dat gezegd zijnde, zou ik u alsnog heel graag willen aanbevelen om dit boek te lezen. Want onderweg naar dat einde gebeurt er zoveel! Het geluk is echt een heerlijk boek dat continu in mijn achterhoofd meedraaide en me aan het denken zette. Ja, het was werkelijk een hele fijne rit.

Het geluk

We stappen in de auto bij Wolf. Hij heeft onlangs zijn vrouw verloren en nu het appartement is uitgeruimd verhuist hij definitief naar hun flat in Nice. Een nieuwe start, denkt hij, terwijl hij tijdens de reis terugblikt op hun verleden. The Beatles, the Doors, the Rollingstones en Steppenwoolf reizen mee. Zij bieden de soundscape van zijn leven als hippie in de swinging sixties. Een tijd waarin Wolf wilde bouwen een een nieuwe wereld. Hij wilde de consumptiemaatschappij radicaal de rug toekeren. En in de roes van die dagen ontmoette hij ook zijn grote liefde.

Nu hij die muziek vele jaren later weer beluistert krijgt hij kippenvel. Niet zozeer omwille van de mooie herinneringen, wel omdat hij vaststelt hoever hij afgedreven is van de idealen van weleer. Als gladde reclameman heeft hij het spel maar al te goed meegespeeld. De nachtblauwe Porsche waarin hij naar het Zuiden snelt is daarvan meer dan een symbool. Hoe kwam het zover, vraagt hij zich af? En klopt het dat zijn vrouw hier al eerder mee worstelde? Was haar dood echt wel een ongeluk? Kon ze niet meer leven met de ander die hij geworden was?

De geschiedenis van Wolf raakt verweven met het verhaal van Magnolia. Ook zo'n bloemenkind die een lonkende toekomst opofferde voor een leven als bohemien. Terwijl Wolfs gedachten afdalen in de tijd, klimt haar verhaal op naar het heden. Ook zij deed water in de wijn. Dat beiden elkaar zullen ontmoeten lijkt onontkoombaar.

Waarom u dit boek moet lezen!

Ik heb genoten van dit mooie verhaal. De sfeer van de sixties, de maatschappijkritiek, het kritische verzet tegen consumptie: allemaal prachtige idealen die meer dan ooit van tel zijn.  Het doet je mijmeren over de idealen uit je jeugd: wat bleef daarvan over? Welke toegevingen heb je ondertussen gedaan? Welke compromissen heb je met het leven gesloten? En: kan je dat ongedaan maken na zoveel jaar?

Bovendien vind ik het verhaal goed opgebouwd. De auteur heeft goed nagedacht over de structuur en tussendoor geeft hij grappige terzijdes over hoe zijn personages soms niet helemaal doen wat hij wil. 

Het betere werk dus, absoluut. En het einde vergeef ik de auteur bij deze. Soms is een vliegende start al genoeg om een boek stevig in je geheugen te beitelen. En dit boek blijft zeker nog even nazinderen!

Angelo di Berardino, Het geluk, Lannoo, 308 P.



zaterdag 30 september 2017

Filosofie van een Fuzzie

De piekermodus staat bij ondergetekende regelmatig aan, helaas. Als we het positief zouden formuleren, dan komt het er op neer dat ik een associatief hoofd heb. Dat leidt tot veel ideeën en creativiteit, maar heeft dus ook een minder fijn kantje: doormalen is mij niet onbekend. Wat er dan precies gebeurt kan ik niet goed uitleggen.

Of kon, want  onlangs heeft iemand het me haarfijn uitgelegd! Het was een klein pluizig balletje, dat Fuzzie heet en een hoofdrol speelt in het nieuwste boek van Hanna Bervoets. Dit balletje zegt wijze dingen, hele wijze. Al op de eerste pagina's van het boek is het raak. Als je piekert, zegt het, dan is het alsof er van de honderd mannetjes in je hoofd zestig bezig zijn met boren, kappen en zagen. Non stop. De andere veertig mannetjes, die instaan voor leuke ideeën en gezelligheid, balen daar vreselijk van. Zij komen immers niet aan bod en raken ook oververmoeid. En dus nemen ze de benen.

Kijk, zo had ik het dus niet bekeken. En dat is heerlijk als een boek zoiets met je doet. En die gekke Fuzzie slaagt daar in dit boek verschillende keren in. Want het formuleert fantastische beschouwingen over volwassen zijn, over de liefde, over eenzaamheid en aandacht. Het lijkt of dit wezentje perfect aanvoelt wat ik ook wel eens denk.

En dat is precies wat er gebeurt in dit boek. Verschillende mensen vinden een Fuzzie. Ze zijn allemaal een tikje eenzaam, op zoek naar de liefde. En ook naar zichzelf. En dan is er opeens een zeer aaibaar wezentje dat wel luistert en dat hen heel veel fascinerende ideeën influistert. De mensen gaan met andere ogen kijken naar hun omgeving. Ze proberen nieuwe dingen uit, ontdekken onbetreden paden. Zo gaan ze zich hechten aan hun Fuzzie, ze doen soms rare dingen om het niet kwijt te raken. En naarmate het boek vordert raken de verschillende personages ook steeds meer met elkaar verbonden. Zo zeer zelfs dat ze Fuzzie uiteindelijk niet meer nodig hebben.

Fuzzie is een modern sprookje over affectie. Over de vraag of we ons niet automatisch hechten aan wie ons lijkt te begrijpen. Of, positiever geformuleerd, over de vraag wat voor verschil een beetje aandacht al kan maken?

Dit boek krijgt een plekje bij mijn favorieten. En dat terwijl ik bij een eerste kennismaking dacht: "Dit lijkt me nu echt wel vergezocht". Het is inderdaad een niet-alledaags boek, maar dan wel in de beste betekenis van het woord!


zondag 24 september 2017

Op verhaal komen

Het einde van de zomer is altijd een beetje afscheid nemen.  Maar één ding is er heerlijk aan: de komst van lange, donkere avonden. En dus haalde ondergetekende haar aaibaarste dekentje boven, stak kaarsjes aan, zette een zacht muziekje op en nam een dikke pil ter hand: Lucca van Jens Christan Grondhal. Van deze Deen las ik eerder al mooie dingen, zoals Stilte in oktober en onlangs nog Vaak ben ik gelukkig. Vol voorpret  nestelde ik me in de duisternis, een kat kroop op schoot en het ware lezen kon beginnen!

Op precies zo'n donkere avond belandt Lucca op de intensive care. Ze heeft een auto-ongeluk gehad en verloor daarmee haar zicht. Deze jonge vrouw moet er dus mee in het reine komen dat ze de rest van haar leven blind zal zijn. En dat verwerkingsproces wil ze alleen doormaken, want ze weigert het bezoek van haar man en haar moeder.

Haar behandelend arts is Robert. Een melomaan die met moeite een nieuw leven aan het opbouwen is ver van huis. Hij is een tijdlang Lucca's enige contact met de buitenwereld. De twee eenzame mensen vinden bij elkaar een goede luisteraar . En zo vertellen ze elkaar hun levensverhaal.

Voor dat u nu denkt: wat een sippe boel daar! Wat een deprimerend boek, daar begin ik niet aan (de herfst is al donker genoeg)  toch éven nuanceren. De aanleiding voor de gesprekken is dan wel wat neerslachtig, het verhaal dat ze aan elkaar vertellen is dat zeker niet.Lucca was bijvoorbeeld een gevierde actrice die een wervelend leven leidde in de jetset. Robert heeft een gepassioneerd en heftig huwelijk achter de rug. En ook de levensverhalen van hun ouders staan bol van zonneschijn én dramatiek. Om je vingers bij af te likken dus!

Bovendien speelt op de achtergrond één grote vraag: waarom vertrok ze die avond zo halsoverkop? Was het wel echt een ongeluk? Of wilde ze zich te pletter rijden? 

In de ziekenhuiskamer, en later ook op wandelingen langs de zee, reflecteren Robert en Lucca met enige afstand over het leven dat hen zo heeft meegetrokken. Ze verwoorden hun twijfels en angsten, misschien wel voor het eerst. Want deze keer wordt er écht, oprecht geluisterd, zonder oordeel, zonder dat de ander met adviezen komt. Gewoon, luisteren, doorvragen, de ander alle ruimte geven op echt op verhaal te komen.

En dat blijkt helend voor hen allebei.

Jens Christian Grondhal, Lucca, Meulenhoff, 356 pagina's

zaterdag 16 september 2017

Met sneltreinvaart door de geschiedenis: wat een reis!

Historici zijn doorgaans vergrootglas-mensen. Zij hechten waarde aan detail. Want zij lezen tussen de regels, wikken hun woorden en graven diep. Vaak hebben ze dan ook dikke brillen en een ernstige blik. Ze gaan nooit over één nacht is. Er kan immers heel wat onvoorstelbaars schuilen achter een kleinigheid, ja, ja!

De meeste historische studies zijn dan ook doorwrochte staaltjes vakmanschap die een bepaalde periode uitvoerig onder de loep nemen. Laat ik meteen maar schuld bekennen: ook ik schreef ooit een boek van 600 pagina's over een voetnoot in de geschiedenis (en over voetnoten gesproken: die gebruikte ik bovenmatig graag).

Dit maar om te zeggen dat het gilde der historici de laatste honderd jaar wantrouwig staat tegenover de grote-lijn-trekkers. De panorama-schilders die over de eeuwen heen vliegen alsof het niets is, kwistig strooiend met grote wijsheden, worden vaak op hoongelach onthaald. Want als je wil aantonen hoe het echt was in het verleden, dan kan je er niet met de grove borstel doorgaan. En zevenmijlslaarzen zijn al helemaal not done.

Om al die redenen (en om veel meer) was het lezen van Sapiens een verademing! Eindelijk weer eens iemand die het aandurft om schaamteloos de wereldgeschiedenis te vertellen op zo'n 450 pagina's. Van de prehistorie tot heden. En dat op onderhoudende, spitsvondige en boeiende wijze, bravo!

Nu waren er boekenclubvriendinnen die het allemaal te veel van het goede vonden. Het was te belerend, vonden ze en ze leerden niets nieuws bij.

Dat laatste wil ik met klem tegenspreken! Want sinds ik dit boek gelezen heb, begrijp ik eindelijk de basis van het bankensysteem en heb de kern van het Bouddhisme beet. En ondertussen heb ik me verbaasd over het verschil in wetenschappelijke benadering tussen West en Oost, en het belang van verhalen. Ook kwam ik tot de conclusie dat het graan ons heeft gedomesticeerd en dat de mens al in de prehistorie een ecologische ramp betekende. (en zo kan ik nog wel even doorgaan)

Maar het einde van het boek heeft me nog het meest geraakt. Anno 2014 leek het immers zo goed te gaan met de wereld. Er gloorde hoop dat de mens alsnog zijn eigen aard zou kunnen overstijgen, dat wereldvrede binnen handbereik was en we allemaal één grote familie zouden worden...

Helaas, de tijden veranderen. En juist daarom is historisch perspectief broodnodig. Al zeggen we het zelf.

Yuval Noah Harari, Sapiens, Bezige bij

zondag 27 augustus 2017

Schuld (en boete)?

Er zijn mensen die zich werkelijk voor alles schuldig voelen. vliegtuigcrashes hebben ze op hun geweten, en alleen zij zijn aansprakelijk voor aardbevingen aan de andere kant van de wereld. Want met kleine flaters die ze begaan, hebben ze grote catastrofes in gang gezet. En daar gaan ze onder gebukt.(zucht)

Een tweede type mens schuift dan weer alle schuld van zich af. Volgens hen zijn het immers altijd de anderen die het leed veroorzaken. Ook hun eigen domme fouten zijn onherroepelijk het gevolg van andermans beslissingen. Want ja, zij doen nooit iets verkeerd. (Vooral pubers zijn op dit domein erg bedreven, maar dat terzijde)

Lang dacht ik dat dit het hele verhaal was, maar ik ontdekte dat er misschien nog een derde type bestaat: de mensen die zich niet eens de schuldvraag stellen. Zij hebben een rustig leven, zonder enige neiging tot piekeren of zelfverdediging.Vol zelfvertrouwen dartelen ze door het leven, en ze zien niet om.

Wil, de hoofdpersoon in het uitvoerig bejubelde boek van Jeroen Olyslaegers, is volgens mij zo iemand. Hij was in de oorlog niet echt fout, maar ook niet echt een held. Hij liep een beetje mee met deze of gene, zonder stil te staan bij wat hij veroorzaakte. Zonder ook eigenlijk ooit verantwoordelijkheid voor zijn gedrag op te nemen. Of er later nog over te kniezen.

Op het einde van zijn leven blikt hij toch terug. En dat gebeurt met enige verbazing. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen hebben immers wel vragen. Zij willen het gesprek met hem aangaan en houden hem een spiegel voor. Maar echt goed erin kijken weigert Wil. Liever wandelt hij verder. Dat hij beslist zijn leven op schrijft te stellen is dus op zich al een overwinning. Maar leidt dit ook tot ware introspectie?

Ik vond dit een erg boeiend boek. Deels omdat ik Antwerpen goed kent en dus de vleugen dialect met vreugde herkende. Maar vooral omdat de auteur heden en verleden zo mooi verweeft. Als de oude Wil door de stad loopt, ziet hij flashbacks, en schuiven de tijdvakken door elkaar heen. Wat voor hem vaak verwarrend is (en ook de lezer moet goed opletten)

We lazen dit boek met de boekenclub en waren het eens dat dit echt de moeite waard is. Veel stof voor discussie ook. Is het onvermogen dat Wil niet onder ogen ziet wat hij op zijn kerfstok heeft? Of is het onwil en verdringing? Kan een mens zich ooit echt losmaken van de schuldvraag? En moet iedereen, uiteindelijk, boete doen voor wat er gebeurde?

zondag 20 augustus 2017

De kracht van de suggestie

Vorige week vertoefde ik in het immer heerlijke Barboék. Na een uitstekende kop koffie was ik toe aan datgene waarvoor ik gekomen was: de zoektocht naar een straf boek. Ik had al besloten dat ik weer eens een verhaal wilde, een echte, goede vertelling, pure fictie. Maar, hoe herken je een goed boek? Enig zelfonderzoek leverde het volgende meetlatje op:
  • Ik wilde een verhaal dat van begin tot einde een hersenspinsels van de auteur is. Pure constructie dus (en geen reconstructie van het leven van oma/een beroemdheid/een kat, ....)
  • Ik zocht een psychologisch dilemma van serieuze aard (dus niet: welk van beide droomprinsen zal ik kiezen?)
  • Ik hou van een verhaal met voldoende rafelrandjes en losse draadjes, zodat de lezer zelf nog veel aan elkaar moet knopen. (dus niet: een verhaal dat op het einde helemaal klopt als een bus)
Was me dat even zoeken, zeg, want tot mijn verbazing bestond tachtig procent van de collectie uit non-fictie (in verschillende gradaties weliswaar). Uiteindelijk vond ik op de toog, net achter de espressomachine een klein pareltje dat moeiteloos aan alle criteria voldeed. Het had een hele mooie kaft, een intrigerende titel en een hartelijke aanbeveling van barista. Meer heeft ondergetekende niet nodig ! Dat boek werd het dus en ik las het met plezier.

Onder de perenboom speelt zich af in een klein Duits dorpje, aan het eind van de negentiende eeuw. Abel, een goklustige waard, lijkt dé oplossing bij uitstek te hebben gevonden voor zijn financiële problemen. Op een nacht verdwijnt één van zijn rijke gasten spoorloos. En niet veel later breidt de herberg uit met een nieuwe vleugel....Abel floreert, schudt flauwe grappen uit zijn mouw en schenkt brandewijn op gulle wijze. Hij merkt amper op hoe zeer zijn vrouw Ursel achteruit gaat.  Handenwringend loopt ze door het huis, licht hysterisch weigert zij de gastenkamer te betreden. Ze bidt meer dan ooit en kwijnt volledig weg.

De stamgasten doen het af als flauwekul, de dominee is in de wolken met de geloofdijver van de waardin, en de personeelsleden hebben elk zo hun eigen besognes. De enige die de optelsom maakt, is de buurvrouw, moeder Jeschke. Een toverkol volgens de meesten, die een beetje buiten de dorpsgemeenschap staat. Zij heeft wél vragen bij de gebeurtenissen en spreekt Abel erover aan.

Op slimme wijze ondermijnt ze het zelfvertrouwen van de rijke waard. Ze beschuldigt hem niet, maar weet op gepaste momenten een subtiele suggestie te plaatsen. Een vraag, een bedenking, een loze bewering...Stilaan begint de spijt aan Abel te knagen. Zijn perfect plannetje vertoont steeds meer barsten. Hoe meer hij de buurvrouw belachelijk maakt, hoe lastiger het voor hem zelf wordt. En als men een kuil graaft voor een ander....

Kortom: een fantastische vertelling, die uiterst spannend blijft. Vooral omdat de schrijver nooit de sluier helemaal oplicht, ook niet op het einde. Het blijft dus bij suggesties, bij mogelijk betekenisvolle details, bij bijzondere blikken en toevalligheden. Heel knap gedaan. De vertaling door Martin Michael Driesen is bovendien van topkwaliteit, waardoor dit boekje ook op taalkundig vlak een feestje is om te lezen!

Kortom: Trakteer u zelf binnenkort ook eens op dit fijne boekje. Het werkt als een espresso: een straf brouwsel dat je wakker schudt!

Theodor Fontane, Onder de perenboom, De wereldbibliotheek, 175 p.