zondag 24 september 2017

Op verhaal komen

Het einde van de zomer is altijd een beetje afscheid nemen.  Maar één ding is er heerlijk aan: de komst van lange, donkere avonden. En dus haalde ondergetekende haar aaibaarste dekentje boven, stak kaarsjes aan, zette een zacht muziekje op en nam een dikke pil ter hand: Lucca van Jens Christan Grondhal. Van deze Deen las ik eerder al mooie dingen, zoals Stilte in oktober en onlangs nog Vaak ben ik gelukkig. Vol voorpret  nestelde ik me in de duisternis, een kat kroop op schoot en het ware lezen kon beginnen!

Op precies zo'n donkere avond belandt Lucca op de intensive care. Ze heeft een auto-ongeluk gehad en verloor daarmee haar zicht. Deze jonge vrouw moet er dus mee in het reine komen dat ze de rest van haar leven blind zal zijn. En dat verwerkingsproces wil ze alleen doormaken, want ze weigert het bezoek van haar man en haar moeder.

Haar behandelend arts is Robert. Een melomaan die met moeite een nieuw leven aan het opbouwen is ver van huis. Hij is een tijdlang Lucca's enige contact met de buitenwereld. De twee eenzame mensen vinden bij elkaar een goede luisteraar . En zo vertellen ze elkaar hun levensverhaal.

Voor dat u nu denkt: wat een sippe boel daar! Wat een deprimerend boek, daar begin ik niet aan (de herfst is al donker genoeg)  toch éven nuanceren. De aanleiding voor de gesprekken is dan wel wat neerslachtig, het verhaal dat ze aan elkaar vertellen is dat zeker niet.Lucca was bijvoorbeeld een gevierde actrice die een wervelend leven leidde in de jetset. Robert heeft een gepassioneerd en heftig huwelijk achter de rug. En ook de levensverhalen van hun ouders staan bol van zonneschijn én dramatiek. Om je vingers bij af te likken dus!

Bovendien speelt op de achtergrond één grote vraag: waarom vertrok ze die avond zo halsoverkop? Was het wel echt een ongeluk? Of wilde ze zich te pletter rijden? 

In de ziekenhuiskamer, en later ook op wandelingen langs de zee, reflecteren Robert en Lucca met enige afstand over het leven dat hen zo heeft meegetrokken. Ze verwoorden hun twijfels en angsten, misschien wel voor het eerst. Want deze keer wordt er écht, oprecht geluisterd, zonder oordeel, zonder dat de ander met adviezen komt. Gewoon, luisteren, doorvragen, de ander alle ruimte geven op echt op verhaal te komen.

En dat blijkt helend voor hen allebei.

Jens Christian Grondhal, Lucca, Meulenhoff, 356 pagina's

zaterdag 16 september 2017

Met sneltreinvaart door de geschiedenis: wat een reis!

Historici zijn doorgaans vergrootglas-mensen. Zij hechten waarde aan detail. Want zij lezen tussen de regels, wikken hun woorden en graven diep. Vaak hebben ze dan ook dikke brillen en een ernstige blik. Ze gaan nooit over één nacht is. Er kan immers heel wat onvoorstelbaars schuilen achter een kleinigheid, ja, ja!

De meeste historische studies zijn dan ook doorwrochte staaltjes vakmanschap die een bepaalde periode uitvoerig onder de loep nemen. Laat ik meteen maar schuld bekennen: ook ik schreef ooit een boek van 600 pagina's over een voetnoot in de geschiedenis (en over voetnoten gesproken: die gebruikte ik bovenmatig graag).

Dit maar om te zeggen dat het gilde der historici de laatste honderd jaar wantrouwig staat tegenover de grote-lijn-trekkers. De panorama-schilders die over de eeuwen heen vliegen alsof het niets is, kwistig strooiend met grote wijsheden, worden vaak op hoongelach onthaald. Want als je wil aantonen hoe het echt was in het verleden, dan kan je er niet met de grove borstel doorgaan. En zevenmijlslaarzen zijn al helemaal not done.

Om al die redenen (en om veel meer) was het lezen van Sapiens een verademing! Eindelijk weer eens iemand die het aandurft om schaamteloos de wereldgeschiedenis te vertellen op zo'n 450 pagina's. Van de prehistorie tot heden. En dat op onderhoudende, spitsvondige en boeiende wijze, bravo!

Nu waren er boekenclubvriendinnen die het allemaal te veel van het goede vonden. Het was te belerend, vonden ze en ze leerden niets nieuws bij.

Dat laatste wil ik met klem tegenspreken! Want sinds ik dit boek gelezen heb, begrijp ik eindelijk de basis van het bankensysteem en heb de kern van het Bouddhisme beet. En ondertussen heb ik me verbaasd over het verschil in wetenschappelijke benadering tussen West en Oost, en het belang van verhalen. Ook kwam ik tot de conclusie dat het graan ons heeft gedomesticeerd en dat de mens al in de prehistorie een ecologische ramp betekende. (en zo kan ik nog wel even doorgaan)

Maar het einde van het boek heeft me nog het meest geraakt. Anno 2014 leek het immers zo goed te gaan met de wereld. Er gloorde hoop dat de mens alsnog zijn eigen aard zou kunnen overstijgen, dat wereldvrede binnen handbereik was en we allemaal één grote familie zouden worden...

Helaas, de tijden veranderen. En juist daarom is historisch perspectief broodnodig. Al zeggen we het zelf.

Yuval Noah Harari, Sapiens, Bezige bij

zondag 27 augustus 2017

Schuld (en boete)?

Er zijn mensen die zich werkelijk voor alles schuldig voelen. vliegtuigcrashes hebben ze op hun geweten, en alleen zij zijn aansprakelijk voor aardbevingen aan de andere kant van de wereld. Want met kleine flaters die ze begaan, hebben ze grote catastrofes in gang gezet. En daar gaan ze onder gebukt.(zucht)

Een tweede type mens schuift dan weer alle schuld van zich af. Volgens hen zijn het immers altijd de anderen die het leed veroorzaken. Ook hun eigen domme fouten zijn onherroepelijk het gevolg van andermans beslissingen. Want ja, zij doen nooit iets verkeerd. (Vooral pubers zijn op dit domein erg bedreven, maar dat terzijde)

Lang dacht ik dat dit het hele verhaal was, maar ik ontdekte dat er misschien nog een derde type bestaat: de mensen die zich niet eens de schuldvraag stellen. Zij hebben een rustig leven, zonder enige neiging tot piekeren of zelfverdediging.Vol zelfvertrouwen dartelen ze door het leven, en ze zien niet om.

Wil, de hoofdpersoon in het uitvoerig bejubelde boek van Jeroen Olyslaegers, is volgens mij zo iemand. Hij was in de oorlog niet echt fout, maar ook niet echt een held. Hij liep een beetje mee met deze of gene, zonder stil te staan bij wat hij veroorzaakte. Zonder ook eigenlijk ooit verantwoordelijkheid voor zijn gedrag op te nemen. Of er later nog over te kniezen.

Op het einde van zijn leven blikt hij toch terug. En dat gebeurt met enige verbazing. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen hebben immers wel vragen. Zij willen het gesprek met hem aangaan en houden hem een spiegel voor. Maar echt goed erin kijken weigert Wil. Liever wandelt hij verder. Dat hij beslist zijn leven op schrijft te stellen is dus op zich al een overwinning. Maar leidt dit ook tot ware introspectie?

Ik vond dit een erg boeiend boek. Deels omdat ik Antwerpen goed kent en dus de vleugen dialect met vreugde herkende. Maar vooral omdat de auteur heden en verleden zo mooi verweeft. Als de oude Wil door de stad loopt, ziet hij flashbacks, en schuiven de tijdvakken door elkaar heen. Wat voor hem vaak verwarrend is (en ook de lezer moet goed opletten)

We lazen dit boek met de boekenclub en waren het eens dat dit echt de moeite waard is. Veel stof voor discussie ook. Is het onvermogen dat Wil niet onder ogen ziet wat hij op zijn kerfstok heeft? Of is het onwil en verdringing? Kan een mens zich ooit echt losmaken van de schuldvraag? En moet iedereen, uiteindelijk, boete doen voor wat er gebeurde?

zondag 20 augustus 2017

De kracht van de suggestie

Vorige week vertoefde ik in het immer heerlijke Barboék. Na een uitstekende kop koffie was ik toe aan datgene waarvoor ik gekomen was: de zoektocht naar een straf boek. Ik had al besloten dat ik weer eens een verhaal wilde, een echte, goede vertelling, pure fictie. Maar, hoe herken je een goed boek? Enig zelfonderzoek leverde het volgende meetlatje op:
  • Ik wilde een verhaal dat van begin tot einde een hersenspinsels van de auteur is. Pure constructie dus (en geen reconstructie van het leven van oma/een beroemdheid/een kat, ....)
  • Ik zocht een psychologisch dilemma van serieuze aard (dus niet: welk van beide droomprinsen zal ik kiezen?)
  • Ik hou van een verhaal met voldoende rafelrandjes en losse draadjes, zodat de lezer zelf nog veel aan elkaar moet knopen. (dus niet: een verhaal dat op het einde helemaal klopt als een bus)
Was me dat even zoeken, zeg, want tot mijn verbazing bestond tachtig procent van de collectie uit non-fictie (in verschillende gradaties weliswaar). Uiteindelijk vond ik op de toog, net achter de espressomachine een klein pareltje dat moeiteloos aan alle criteria voldeed. Het had een hele mooie kaft, een intrigerende titel en een hartelijke aanbeveling van barista. Meer heeft ondergetekende niet nodig ! Dat boek werd het dus en ik las het met plezier.

Onder de perenboom speelt zich af in een klein Duits dorpje, aan het eind van de negentiende eeuw. Abel, een goklustige waard, lijkt dé oplossing bij uitstek te hebben gevonden voor zijn financiële problemen. Op een nacht verdwijnt één van zijn rijke gasten spoorloos. En niet veel later breidt de herberg uit met een nieuwe vleugel....Abel floreert, schudt flauwe grappen uit zijn mouw en schenkt brandewijn op gulle wijze. Hij merkt amper op hoe zeer zijn vrouw Ursel achteruit gaat.  Handenwringend loopt ze door het huis, licht hysterisch weigert zij de gastenkamer te betreden. Ze bidt meer dan ooit en kwijnt volledig weg.

De stamgasten doen het af als flauwekul, de dominee is in de wolken met de geloofdijver van de waardin, en de personeelsleden hebben elk zo hun eigen besognes. De enige die de optelsom maakt, is de buurvrouw, moeder Jeschke. Een toverkol volgens de meesten, die een beetje buiten de dorpsgemeenschap staat. Zij heeft wél vragen bij de gebeurtenissen en spreekt Abel erover aan.

Op slimme wijze ondermijnt ze het zelfvertrouwen van de rijke waard. Ze beschuldigt hem niet, maar weet op gepaste momenten een subtiele suggestie te plaatsen. Een vraag, een bedenking, een loze bewering...Stilaan begint de spijt aan Abel te knagen. Zijn perfect plannetje vertoont steeds meer barsten. Hoe meer hij de buurvrouw belachelijk maakt, hoe lastiger het voor hem zelf wordt. En als men een kuil graaft voor een ander....

Kortom: een fantastische vertelling, die uiterst spannend blijft. Vooral omdat de schrijver nooit de sluier helemaal oplicht, ook niet op het einde. Het blijft dus bij suggesties, bij mogelijk betekenisvolle details, bij bijzondere blikken en toevalligheden. Heel knap gedaan. De vertaling door Martin Michael Driesen is bovendien van topkwaliteit, waardoor dit boekje ook op taalkundig vlak een feestje is om te lezen!

Kortom: Trakteer u zelf binnenkort ook eens op dit fijne boekje. Het werkt als een espresso: een straf brouwsel dat je wakker schudt!

Theodor Fontane, Onder de perenboom, De wereldbibliotheek, 175 p.

zaterdag 12 augustus 2017

Red de wereld, begin in uw achtertuin!

Toen ik een jaar of tien was wilde ik dolgraag bioloog worden. Niet dat ik wist wat dat inhield, maar het vooruitzicht aaibare diertjes te kunnen redden, was voldoende. Het waren de jaren tachtig en babyzeehondjes kregen toen bijzonder veel media-aandacht.

Vele jaren zijn intussen verstreken en het biologieplan verdween op de achtergrond. Het enige wat daar nog van overbleef, is dat ik af en toe eens een documentaire bekijk. Bij voorkeur over aimabele diersoorten als ringstaartmaki's of stokstaartjes. Als het maar exotisch is, want buiten het gedrag van de eigen huiskatten, ben ik niet zo fan van inheemse diersoorten. Of misschien moet ik zeggen: wàs ik niet zo'n fan, want de afgelopen week las ik een fascinerend boek.

Dave Goulson, een Britse bioloog kan namelijk aanstekelijk enthousiast vertellen over geroezemoes in het gras. Niet verwonderlijk als u weet dat de man een zomerhuisje heeft in de prachtige Charante, daar zou een mens op zich al lyrisch van worden. Maar, onze Dave heeft besloten om zijn achtertuin om te vormen tot een insectrijke biotoop. Zo weinig mogelijk orde en structuur is het motto. En dat levert al snel heel wat nieuwe bewoners op.

En dus maken we kennis met hommels en honingbijen, vlinders, rupsen, libelles en muggen. Goulson vertelt over hun gewoontes en hun kleine kantjes alsof het goede vrienden zijn. Bovendien geeft hij een heel fijn inkijkje in het biologisch onderzoek, en dat is vaak erg spannend. Waarom ontstaat er plots een vliegenplaag? Hoe komt het dat generaties vlinders zoveel kunnen verschillen? En hoe vinden blinde doodskloppertjes elkaar? Het is allemaal uitgeplozen door ijverige biologen die opzienbarende ontdekkingen deden.

Via de insecten leer je ook de bloemen kennen. In een hilarisch hoofdstuk analyseert Goulson hun "marketingstrategie" om hun nectar aan te prijzen. Somberder wordt hij in de laatste hoofdstukken als hij wijst om de impact van de mens op deze wondere wereld. Een krachtig pleidooi om ons in te spannen voor insecten, want ze zijn onmisbaar voor ons allemaal.

Dit heerlijke zomerboek maakte de tienjarige weer in mij wakker: want er moet (en kan) nog heel wat gered worden. Insecten zijn niet zo fotogeniek als zeehondjes natuurlijk, maar hommels zijn ook best aaibaar, toch?

Dave Goulson, Geroezemoes in het gras, Atlas Contact, 303 pagina's.

zaterdag 5 augustus 2017

Kan je echt opnieuw beginnen?

Stel je voor: een hippe koffiebar in Kopenhagen. Buiten miezert het, binnen verwarmt de koffie de ziel. Voor het raam, aan een gammel tafeltje zitten twee vrouwen. Ellinor is net weduwe geworden; Mia is haar schoondochter. Wat voorzichtig begon als een gesprek over rouw en verlies, mondt verbijsterend snel uit in een felle ruzie. Er vallen harde worden, die striemen. Zozeer, dat beide vrouwen elkaar nadien nooit meer zullen ontmoeten.

Het eerste deel van dit boek werkt toe naar deze centrale scène. Je denkt te begrijpen hoe het zover is gekomen. Maar na daarna volgt een diepere verklaring voor deze radicale ommezwaai. Ellinor zoekt namelijk zelf ook naar antwoorden: wat heeft het leven haar gebracht? En waarom heeft ze zo sterk de drang om tabula rasa te maken met haar verleden?

Het is erg moeilijk om niet te verklappen waar dit boek over gaat. Laat ons stellen dat het een genuanceerd verhaal is. Met één centrale vraag: is het mogelijk om op de zeventigste helemaal opnieuw te beginnen? Of blijft je verleden onherroepelijk aan je kleven?

Ik las dit kleine boekje erg graag. De hoofdstukken lijken elk op zich mooi afgeronde verhalen. Daarom snoepte ik er met zuinige hapjes van. Er worden zinnige dingen gezegd over vriendschap, vertrouwen, liefde en geheimen.  De vragen en verhalen uit dit boek werkten bij mij in elk geval nog dagenlang na. En als dat geen goed teken is...

Ik las al eerder een boek van Grondhal en ook dat vond ik erg goed.

Jens Christian Grondhal, Vaak ben ik gelukkig, Meulenhof, 2017, 151 p.

zaterdag 29 juli 2017

Clemmie Churchill: heks of heilige?

Het was een beetje mijn Churchill jaar. Niet alleen smulde ik van de Netflix reeks The Crown, waar Winston een centrale rol speelt, ook genoot ik met volle teugen van de voorstelling "Mijn nachten met Churchill" van Diederik Van Vleuten. En dat maakte mij natuurlijk ook nieuwsgierig naar de vrouw achter deze geniale staatsman.

Dus toen er een  biografie over Clementine Churchill passeerde aarzelde ik geen moment: dat werd mijn vakantieboek! Want, wie was deze Clemmie? Een soort lady MacBeth? Eenwonderbaarlijk  wijze vrouw? Of eerder een soort frivole afleiding naast het serieuze werk?

Talentrijk

Clementine was in elk geval een vrouw met veel talenten. Ze blijkt immers intelligent en ambitieus. Een politieke carrière voor haarzelf zat er niet in, en zo wordt het ondersteunen van Chruchil haar levenswerk.  En daar was ze volgens dit boek meesterlijk in. Ze heeft meer sociaal inzicht dan haar echtgenoot en voelt ook een stuk beter aan wat er leeft in de maatschappij. In de twee wereldoorlogen zet ze zich actief in voor vrouwen, gezinnen en arbeiders, waarmee ze zich erg geliefd maakt.

Haar grootste talent is echter dat ze de context weet te scheppen waarin Churchill kan schitteren. Zo zorgt ze niet alleen voor whisky, sigaren en zijden ondergoed (voor Winston zelf, echt waar!). Ze richt ook zijn bureau in en houdt al te opdringerige ambtenaren op een afstand. Bovendien zorgt ze voor een hobby voor Churchill (schilderen) en nodigt ze steeds weer interessante mensen uit op dinertjes en feestjes.

Ook heel cruciaal: ze weet wanneer ze zichzelf uit de voeten moet maken. Want ze beseft maar al te goed dat haar sterke persoonlijkheid Winston ook  in de weg kan staan. En dus laat ze hem soms  weken alleen, zodat het weerzien des te interessanter wordt.

Keerzijde

Want ja, alles in functie stellen van Churchil had duidelijk een keerzijde. Clementine was dan wel wat we in Vlaanderen een "straffe madame" noemden, ze ging ook verschillende keren genadeloos onderuit. Overwerkt, overstressed en meermaals absoluut  panisch moest ze worden opgenomen, wekenlange kalmeersessies waren noodzakelijk om op de been te blijven.

Met al die aandacht voor Curchill en haar eigen mentale welbevinden, bleef er amper tijd over voor de vijf kinderen die ze met Churchill kreeg. Ze verwaarloosde hen dan ook verschrikkelijk en dat leverde onzekere en verknipte volwassenen op. Dat vond ik erg hard om te lezen.

Heks of Heilige?

Zeker geen heilige, en soms een heks, dat is wat ik onthou uit dit boek. Maar vooral ook een uitzonderlijke vrouw: hoe iemand ondanks alles toch overeind blijft in zware omstandigheden: daar neem ik mijn petje diep voor af.

Ook voor de schrijfster van deze biografie trouwens. Ze is erin geslaagd een genuanceerd portret van Clementine te schetsen. In het begin verliest ze zich misschien niet iets te veel in details (ik ben niet zo erg geïnteresseerd welke zomerhuisjes Clemmie precies allemaal huurde) maar nadien weet ze met kleine details een heel universum te schetsen. En dat maakt van deze biografie echt een heerlijk boek.