zondag 28 oktober 2012

Olifantenvel



Tot voor kort had tante geen etiket. Ja, heel naar! Niets bleek op haar van toepassing. Geen ADHD, geen ADD, niet echt hoogbegaafd en, nee, toch niet hypersensitief, ocharme. Tja, daar sta je dan met lege handen: te normaal voor woorden. Hè!

Maar gelukkig heeft tante sinds vorige week ook iets. En dan nog wel een syndroom (jubelt en juicht). Het “nice person syndroom” treft lieden die erg graag sympathiek en vriendelijk om de hoek komen. En die het dan ook best wel belangrijk vinden om door anderen aardig gevonden te worden. Het zijn vast mensen die net als tante bij tijd en wijle inzitten over vluchtig wegvliegende twittervriendjes. En die haast hysterisch blij worden van blogreacties. Wat een opluchting: ook tante heeft nu keurig een handleiding! En een excuus om zich af en toe onmogelijk te gedragen (het is een syndroom hè, ik kan er niets aan doen…)

Uiteraard betreft het bovenstaande pure ironie. Want dat etikettendom, daar is tante in wezen tegen. Maar omdat in alles ook een kern van waarheid zit, trekt ze wel haar lessen uit het genoemde syndroom: het lijkt haar beslist aangewezen om zich reacties van anderen iets minder aan te trekken.

Een olifantenvel kweken dus, eelt op de ziel, en scherpe tanden om van zich af te bijten . Alle accessoires die tante tot dusver ontbeert. Dat kan echter niet worden gezegd van de dame die tante deze week ontmoette en die in onderstaand heerlijk boekwerkje rondhuppelt:




Nou huppelen, zeg maar gerust marcheren. De schoonmoeder in kwestie is immers van het bazige type en laat zich door niets of niemand van de wijs brengen! Of, hoe een ironische pennenvrucht uit 1937 nog zeer leesbaar is vandaag de dag.

Het boek begint in 1914. Willem, de zoon van het gezin, wordt opgeroepen om met de marine de zee op te gaan. Moeders is meteen hard in de weer om te zorgen voor een geschikte uitzet. Verhongeren zal er de komende weken duidelijk niet bij zijn, maar de kans is reëel dat het schip zinken zal met zoveel proviant.

Maar goed. Even later volgt het bericht dat Willem in Duitsland vertoeft als krijgsgevangene. Opnieuw beweegt zijn moeder hemel en aarde (en menig keurig ambtenaar) en neemt de leiding over een indrukwekkend postproject, wel 600 pakketten stuurt ze naar hem op. Vol zelfgebreide sokken, warme truien en menig betweterig briefje er bovenop.

Wat ze in al die ijver gemakshalve even vergeet, is dat Willem een vrouw en een zoon heeft. Nou ja, een echtgenote, hij zou gaan trouwen met Bertha, maar dat is door de oorlog even op de achtergrond geraakt. Waar Bertha de eerste weken nog op de koffie wordt gevraagd (met een lekker taartje erbij) wordt ze al snel resoluut naar de zijlijn geschoven, en de kleinzoon met haar. Moeder moet en zal de enige reddende engel zijn aan zoons firmament.

Schoonzoon Frans Laermans, neemt het op voor Bertha en probeert zo stokken tussen de wielen van zijn schoonmoeder te steken. Inzet is het pensioen: een vergoeding die normaliter naar de vrouwen van krijgsgevangenen gaat. Moeder heeft dat prompt opgeëist aangezien haar zoon niet getrouwd was. Wat anderen daarvan denken, laat haar koud. Met de centen koopt ze trouwens een chique winterjas waar ze trots mee paradeert in Antwerpse winkelstraten. Dus als Bertha ook aanspraak maakt op dat pensioen, gaan de poppen goed aan het dansen. Moeders springt zowat uit haar (olifanten)vel!

Misschien is dit niet het beste boek van Elsschot: Kaas en Lijmen zijn bekender en beter, maar het is wel een aanrader. Omdat de taal, ook na al die jaren, zo fris is. Omdat de ironie zo geweldig droog is en to the point. Omdat het type van de “Antwerpse chichimadam” blijkbaar verder teruggaat dan tante dacht, en omdat het boek tragiek en humor op een mooie manier verweeft.

Heeft u dus tijd voor een klein tussendoortje? En zin om wat te grinniken en de grimlachen? Dan is dit werkje over de nachtmerrie van elke schoonzoon vast uw ideale compagnon!

P.S. het olifantenportret maakte de zoon dit weekend tijdens een kunstproject: ere wie ere toekomt!

donderdag 25 oktober 2012

Opladen!


Herfstmoeheid? Najaarsdipje? Oktoberinzinking? Hoe dan ook: tante is moe! En moet dus dringend haar batterijen weer even opladen. Geen sinecure in de hectische wereld om haar heen. En dus holde tante de laatste dagen wanhopig rond, op zoek naar rust.

Toeval bestaat blijkbaar echt niet, want uitgerekend vandaag hoorde tante van de interessante theorie van “restoring places”, bedacht en ijverig uitgewerkt door het echtpaar Kaplan. Twee omgevingspsychologen, die zich de vraag stelden: in welke ruimte komen mensen nu echt op adem?

En wat bleek: er zijn vier eigenschappen waar dergelijke plaatsen aan voldoen:

• Ze moeten je het gevoel geven dat je er even helemaal tussen uit bent
• Ze moeiten uitgestrekt zijn, ruimte bieden en je zin geven om verder te wandelen of te kijken
• Ze moeten aan je verwachtingen voldoen
• En het moeten fascinerende plaatsen zijn, met veel fijne details die je interesse prikkelen

Mmm, dacht tante, boeiend. En inderdaad beslist toepasbaar op een mooi heidelandschap en een verlaten strand. Maar je kunt het ook verbinden met een museum of een stemmig plein met historische gevels (en klaterend fonteintje). Allemaal ruimtes om te “herbronnen” zoals dat heet.

Maar, wegens blijde kinderschaar en arbeidsactiviteit kan tante er net zomaar even tussen uitknijpen om zilte zeelucht in te ademen of vrolijk bospaden te verkennen. Mentaal reizen lukt echter best. Daarom dacht tante: zijn boeken en verhalen ook niet “helend”? En kan je de karakteristieken van “restoring places” ook op teksten toepassen?

Tante gaat het gewoon uitproberen en wel met dit – inderdaad ontspannende – boek van Zafon:




Voor wie het niet kent, even duiden. De gevangene van de hemel is het derde boek in een reeks van vier. Alle boeken spelen zich af in een dromerig Barcelona, vol boeken en lezers. Elk boek kan je apart lezen, er is geen vaste volgorde. Bon.

Gaf dit boek tante het gevoel dat ze er even tussenuit was? Jazeker. Een mentaal uitstapje naar een pittoreske boekenwinkel en een labyrint met vergeten geschriften is exotisch genoeg voor ondergetekende. Voeg daar nog Barcelona, tapas en kerstsfeer aan toe en tante is weg van de wereld! Zafon schrijft bovendien heel vlot: meeslepend en met humor, zodat je moeiteloos kunt doorlezen en helemaal opgaat in het verhaal. Centraal in het boek staan wel enkele gruwelijke gevangenisscènes en suggesties van bijzonder pijnlijke martelingen. Niet bepaald oogstrelend, maar gelukkig wel ver van tantes bed. Is ze dus even afgeleid van dagelijkse beslommeringen? Si!

Maar had het boek ook voldoende ruimte? Viel er genoeg in te ontdekken, zodat een mens doorbladert en het werk niet terzijde schuift? Zeker wel. Het boek heeft een spannend plot dat een aantal mysteries uit de vorige delen wat meer achtergronden geeft. De personages zijn kleurrijk: in en in slecht, soms narcistisch, komisch of juist weer ontroerend. Genoeg om met veel plezier te exploreren!

En, beantwoordde het boek aan tantes verwachtingen? Zafon kennende wist ze dat haar een vlot leesbaar boek te wachten stond. Maar na lezing van een aantal zeer lovende recensies moet tante toegeven dat ze toch iets meer had verwacht. Het is allemaal wel bijzonder vlotjes en soepel en eigenlijk kan je de plot in een paar zinnen samenvatten (wat we dus niet gaan doen om de pret niet te bederven, no worries)

En dan het vierde en laatste punt: was het fascinerend genoeg? Buitengewoon? Mwa, neen. Voor tante had het allemaal wel wat meer mogen zijn. Wat meer diepgang en wat meer emoties ook. De personages stappen nogal vlotjes over problemen heen en alles lijkt mooi opgelost op het einde. Toch zaten er in het boek heel wat kansen voor een meer beklijvend verhaal: wraakgevoelens alom, jaloezie en haat, en ook liefde en loyaliteit. Maar het verhaal kabbelt nogal rustig en oppervlakkig verder en de hoofdpersonen staan er allemaal niet zo erg bij stil.

Kortom: heeft dit boek tantes batterijen opgeladen? Voor een deel wel, omdat het gewoon eens fijn is om een makkelijk boek te lezen (zeker als je net een aartsmoeilijke tekst hebt doorworsteld). Maar echt vonken gaf het niet, nee, geen knetterende elektriciteit bij tante te bespeuren. Daarvoor moet een boek haar toch net iets meer aanzetten tot mijmering. Haar een duwtje geven om de wereld en haar leven anders te bekijken. En dat is niet gebeurd. Jammer, want zo verdwijnt dit verhaal waarschijnlijk snel in het labyrint van vergeten boeken, ….

zondag 21 oktober 2012

Doorbomen



Op tijd en stond zet tante even een stapje achteruit. Dan wil ze even ontsnappen aan de constante stroom van prikkels, snelheid en impulsen. Dan wil ze nadenken over de rode draad. En nagaan waar het nu eigenlijk om draait.

Derhalve is zij altijd wel te vinden voor “reflectiehulpjes”. Gezellige vragenlijstjes zoals bovenstaand voorbeeld uit de onvolprezen Flow. Met van die fijne vraagjes die je even een time-out gunnen en aan het denken zetten. Zodat je de grote lijnen weer scherp hebt en hoofd- en bijzaak van elkaar kan onderscheiden. Want, nee, zo dramatisch is het leven bij nader inzien nooit.

Kortom: af en toe een beetje hersengeknars, wat doorbomerij en introspectie is in deze razendsnelle wereld echt geen overbodige luxe. Ook als je geen Zen-monnik bent, kan het deugd doen, even uitzoomen.

Maar, je kan er ook in doorschieten. En dat overkwam nagenoeg alle personages (en de auteur) van het boek, dat tante deze week met veel moeite en gezucht doorworstelde.



Iris Murdoch stond al lang op het lijstje van te ontdekken auteurs. Dus toen dit boek langskwam dacht tante: hier gaan we eens lekker onze tanden inzetten. En het begin is al meteen behoorlijk meeslepend. Hoofdpersoon Edward serveert zijn vriend Mark een soort space-sandwich waardoor die laatste in een gelukzalige trip verzinkt. Als Edward hem even alleen laat, loopt het mis. Mark denkt dat hij kan vliegen en tuimelt pardoes het raam uit. De rest van het boek gaat vooral om de vraag hoe Edward dit ooit te boven kan komen. Spijt, berouw, schuld en zonde het passeert allemaal de revue.

Ook de andere personages in het boek doen dingen waar ze later spijt van krijgen. Overspel plegen bijvoorbeeld, vrienden aan de deur zetten, zieken niet goed verzorgen. Bijna alle personages staan op een keerpunt: ze moeten een klap verwerken of willen zelf hun leven een nieuwe wending geven. En dat gaat gepaard met het nodige gepieker. Berouw kan hard toeslaan, achteraf. Verdovende middelen, psychoses, vage buien en alternatieve logica’s krijgen op een zeer geloofwaardige manier gestalte in dit boek.

Murdoch toont glashelder aan hoe iemand kan vastlopen in gevoelens van spijt, in controledrang en hoogmoed. Alle personages zijn bij tijden sterk verward en, naar onze bescheiden mening, ook behoorlijk egocentrisch. Daardoor helpen ze elkaar niet echt geweldig vooruit. In tegendeel, ze duwen de ander soms veel dieper in de ellende dan nodig.

En dat leidt dus tot veel gemijmer en geanalyseer. Met ellenlange passages vol ???? en onafgemaakte gedachtesprongen ….. Fascinerend, dat wel, maar ook behoorlijk zwaar op de hand.

En hoewel theetante oprecht haar best heeft gedaan om het vol te houden en te luisteren naar die verwarde geesten, kreeg ze er op het einde echt genoeg van. “Ga nu eens gewoon verder met je leven!”, riep ze uit, “Sla dat blad een keer om! Staar niet de hele tijd naar je eigen navel!”

Irritatie, kortom, wrevel eveneens. Waardoor de lectuur van dit stevige boekwerk geen onverdeeld genoegen was. En er zelfs sprake is van heuse opluchting nu het boek eindelijk uit is. Misschien schreef Murdoch andere boeken die minder op de zenuwen werken? Heeft u nog een tip?

dinsdag 16 oktober 2012

Thuis



“Zo”, zei tante na een lange werkdag, “ik ben blij dat ik thuis ben!” En gelijk heeft ze, want als we marketeers moeten geloven, bevindt ze zich momenteel op een welhaast mythische locatie. Een walhalla zonder weerga.

Thuis, dat is immers de plek waar je niets hoeft, en waar je helemaal “jezelf” kan zijn. Zonder gekamde haren en in flanellen pijama. Een plaats om ettelijke potten thee te slurpen en alleen maar te genieten. Al dan niet aan een knetterend haardvuur. Thuis, dat is een spinnende kat op schoot, een warm bad, een veilige haven in een o zo vijandige wereld.

Gemakshalve wordt bij dit soort gepimpte thuispraat even vergeten dat er thuis ook een afwas staat te wachten. Of een berg strijk. En dat er af en toe vuile sokken rondslingeren of plots een dikke spin opduikt. Kortom: dat het pure genieten in de praktijk best wel meevalt, omdat er nu eenmaal ook heel wat werk moet worden verzet.

Maar goed, hét summum van het “oost-west-thuis-best-gevoel” is toch wel onderstaande scène uit the Wizzard of Oz: “There is no place like home!"





En toen tante enige tijd geleden een prachtige nieuwe editie van deze klassieker tegenkwam, dacht ze: “dat wordt het nieuwe voorleesboek!” Kwestie van de theekopjes af en toe ook iets substantieels voor te schotelen. Voor hun culturele bagage, nietwaar?



Elke avond nestelden broer en zus zich gezellig onder een dekentje en luisterden ademloos (echt waar) naar de lotgevallen van Dorothy in het land van Oz. De zoon stond in voor de geluidseffecten (specialiteit: gierende wind), de dochter loste ondertussen vragen op als: “Wat zou jij nu doen als je Dorothy was? Of “Hoe kunnen ze dit oplossen?”. Kortom: uiterst interactief en educatief zéér verantwoord!

Ondergetekende, de voorlezer van dienst, ontdekte wel al snel dat het boek sterk verschilt van de olijke musical met de snoezige Judy Garland. Het verhaal is veel enger, soms gewoonweg duister en er worden zonder pardon heel wat armen, benen en hoofden afgekapt. Scènes die menig weldenkend kinderboekenproducent vandaag zou mijden. Maar de theekopjes konden best tegen dergelijke stootjes.

Ook de moraal van het verhaal, die er in de film wel erg dik op ligt, kwam in het boek amper ter sprake. Wel zoeken de vogelverschrikker, de blikkenhouthakker en de leeuw respectievelijk een brein, een hart en wat moed maar nergens wordt er geopperd dat ze dit “uit zich zelf moeten halen”. Of “dat het er altijd al inzat”. Geen zeemzoete american dream in de originele versie dus. Enkel impliciet de boodschap dat “wie probeert, die leert”

Voeg daar aan toe: heel veel fantasierijken, compleet met volstrekte slechterikken. De ene al wat beter uitgewerkt dan de andere. Vooral naar het einde toe bevat elk hoofdstuk wel een nieuw rijk, met kopvoeters bijvoorbeeld , vechtende bomen of heel breekbare porseleinen poppetjes. Tante vond dat het allemaal wel wat beter kon worden uitgewerkt, maar de theekopjes hadden daar geen last van en vonden het prachtig.

En dan nog de clou: de bovenstaande scène zit er helemaal niet in. Dorothy wil wel naar huis (al is niet duidelijk waarom, want het lijkt erg saai en kleurloos in Kansas). En ja, ze klakt wat met zilveren schoenen (geen rode) maar daarmee is de kous ook meteen af. En reden te meer dus om de film nog eens extra kritisch te bekijken. Hier is toch enige propaganda aan het werk geweest, zo vlak voor de oorlog!

De slotsom: een uiterst leesbaar boekwerk (en dat komt natuurlijk ook door de uitstekende vertaling van Ernst van Altena). Met prachtige tekeningen die in niets aan de film doen denken (echt knap gedaan). En heel inspirerend voor de theekopjes, want zij maakten – speciaal voor u – beiden een impressie: met die culturele bagage komt het dus helemaal goed!

De zoon (9)



De dochter (7)





vrijdag 12 oktober 2012

U heeft 1 nieuw bericht!


Theetante heeft een nieuw telefoontje! Echt, het is bijna kinderachtig hoe blij ze daar mee is. Berichtjes ontvangen is nu eenmaal zeer plezierig, en boodschapjes sturen des te meer. Zolang het natuurlijk om vrolijke tijdingen gaat.

Slecht nieuws brengen daarentegen is een ander verhaal. Daar gaan mensen zelfs voor op cursus. Zoals tante. Van een soort managementgoeroe leerde ze dat je slecht nieuws gewoon direct moet brengen. Geen getalm en gedraai. Wel kan het helpen om berichten in laagjes op te bouwen: iets negatiefs, iets positiefs enzovoort (de sandwich-methode). Maar vooral: rechtuit, niet verbloemen of verzachten. En dan vooral begripvol luisteren naar de ontvanger en hem of haar de tijd geven om het bericht een beetje te verwerken.

Neen, boodschapper zijn van slechte tijdingen is geen pretje en dat is dan meteen ook de rode draad van het boek waar tante deze week bijzonder van heeft genoten:



We nemen u mee naar London anno 1914. De Eerste Wereld Oorlog breekt uit en heel wat jonge mannen staan gewoonweg te springen om in het leger te gaan. Zo ook Martin Bromley, 17 jaar en vol vechtlust. Eigenlijk is hij nog te jong voor het slagveld, maar opgehitst door de euforische stemming zet hij alles op alles om toch maar soldaat te kunnen worden.

John Patterson, zijn beste vriend, denkt er helemaal anders over. Hij wil studeren én dikke boeken lezen. Poëzie bestuderen, Keats doorgronden, Dickens verslinden. Vechten, de vijand een lesje leren, dat zegt hem allemaal weinig. En dus weigert hij voorlopig te vertrekken. Maar dat stuit op veel onbegrip van zijn omgeving. Lafaard, roepen ze, slapjanus!

Johns vader is de postbode van de wijk. Hij kent iedereen en als hij brieven meeheeft zwaaien alle deuren voor hem open. Hij is dan ook vaak als eerste op de hoogte van de oorlogsplannen van de zonen in de wijk. Aanvankelijk bezorgt hij nog vrolijke ansichtkaarten van het front. Maar na een tijdje raakt zijn postzak gevuld met onheilstijdingen en doodsberichten. Een zware last, die hem steeds moeilijker valt, …

We gaan natuurlijk echt zo weinig mogelijk verklappen over dit boek, maar het tweede deel speelt zich af in de loopgraven. Een hard bestaan, vol modder, bloed en ellende. Maar ook met ontroerende momenten, en haast hartverscheurende momenten van schoonheid.

En te midden van al die ellende was er één lichtpuntje: Talbot House in Poperinge. Een echte Engelse club, waar soldaten van alle rangen en standen even op adem konden komen. Waar ze in lekkere stoelen met een boek konden wegzinken, in de tuin konden genieten van een beetje rust of in de salon naar pianomuziek konden luisteren in plaats van kanonnengebulder. Een inspirerende plaats, vandaag een museum en zeker een bezoekje waard.

Voor de rest – uiteraard – heel veel slecht nieuws. En heel veel gedraai en getalm om dit nieuws te brengen. In een wereld zonder GSM en email ging een bericht nog niet als een lopend vuurtje rond. Maar het kostte soms veel moeite om de pen ter hand te nemen en het bericht daadwerkelijk te bezorgen…

Dit deed tante ook een beetje denken aan een boek van Grossman, namelijk waarin een vrouw juist op de vlucht gaat voor een bericht. Zolang ik maar niet thuis ben, denkt ze, gaat mijn zoon niet dood, want als ik het bericht niet ontvang, is het niet gebeurd. En toen tante beide boeken naast elkaar legde viel haar mond bijna open van verbazing. Dit soort parallellen kunnen toch bijna geen toeval zijn:





zondag 7 oktober 2012

Denkers en doeners



Het valt in deze al te positieve tijden nog nauwelijks op, maar af en toe maken mensen gewoon pure rottigheid mee. Tegenslagen, teleurstellingen, harde klappen. Het serieuze werk. Niet meteen iets om te delen met de facebookvrienden of de twittercompanen.

Er zijn natuurlijk heel wat strategieën om die klappen van het leven min of meer op te vangen. En tegenwoordig zijn we nogal van de peptalk. Een tegenslag is namelijk een uitdaging, een kans! Een zegen dus, want het dwingt je om je leven eens anders te bekijken, en daar word je alleen maar sterker van, denken we. Met andere woorden: het verlies of verdriet wordt geminimaliseerd. Wie eens een ijzersterk betoog tegen dit misplaatste positivisme wil horen, moet zeker eens luisteren naar de Sunday Sermon van Barbara Ehrenreich (wel even een half uur uittrekken)

Maar goed. Wat doet tante bij fundamenteel slecht nieuws? Ze gaat meteen van alles ondernemen! Thee zetten, dingen regelen, rondbellen en cakes bakken. Vooral niet stilvallen is de leuze. En tot voor kort vond ze dit vooral heel erg flink van zichzelf. Nee, zij laat haar schouders niet hangen! En evenmin zit ze bij de pakken neer. Maar na het lezen van dit boek, kijkt ze daar anders tegenaan. Want, is ze niet gewoon de pijn aan het verdoven met al dat heen en weer geloop?


De verdovers draait om Drik en een Suzan, broer en zus die beiden grote verliezen hebben geleden. Toen ze nog een kind waren stierf hun moeder onverwachts. En net voor het boek begint is de vrouw van Drik overleden na een slepende ziekte. Zij was ook de beste vriendin van Suzan, die tot het einde toe voor haar schoonzus heeft gezorgd. Maar het leven gaat door en dus pakken beiden de draad langzaam weer op.

Boeiend is dat ze een radicaal andere strategie hebben om met het verdriet om te gaan. Suzan is een anesthesiste, dus gespecialiseerd in verdoving. Zij vlucht weg uit het verdriet door vooral heel veel hooi op haar vork te nemen. Veel operaties, een stagiair, een nieuw onderzoek. Het kan niet op. Tijd voor een gesprek is er nauwelijks, want ze heeft altijd wel een dringend to do-tje.

Drik is het andere uiterste. Hij is een psychiater, en graaft dus diep in het verdriet. Hij denkt na, zoekt patronen en motieven. En neemt daardoor nauwelijks initiatief om uit de put te klimmen. Hij wil wel vooruit, maar hij vindt dat hij eerst in het reine moet komen met de overlijdens van de twee belangrijkste vrouwen uit zijn leven.

En dan is daar plots een personage dat twijfelt tussen de twee opties. Allard studeert eerst psychoanalyse maar tijdens sessies met Drik merkt hij dat graven in de ziel behoorlijk pijnlijk kan zijn. Misschien kiest hij beter voor de volledige verdoving en dus voor een stage anesthesie bij Suzan? Hij doet Drik zwaar twijfelen aan zijn vak, en brengt ook Suzan in grote gewetensproblemen. Ik ga niet verklappen hoe het afloopt, maar faliekant is een woord dat zeker gepast is.

De verdovers biedt een blik achter de schermen van de anesthesie (met heel veel operatiescènes) en de psychiatrie. Maar het is toch vooral een tot nadenken stemmend verhaal over omgaan met lijden en verlies. De personages zijn extreem in hun keuzen voor een bepaalde manier van handelen, maar toch geen karikaturen. En juist door die nuances is er niemand juist of fout in dit verhaal.

Geen opwekkend boek, niet meteen facebook-duimen opwekkend wellicht, maar wel heel erg intrigerend. En vooral een pleidooi om niet te licht over het verlies heen te stappen. Niet minimaliseren, maar ook niet tot op de bodem uitspitten. Zoals vaak ligt de waarheid in het midden.

woensdag 3 oktober 2012

Feest in de boekenclub



Een boek lezen is altijd fijn, maar samen met anderen geeft des te meer jolijt! En gisteren was het echt een bijzondere leesclub. Want we hadden een jarige, een bijna-jarige én twee nieuwe leden. Zulks moest op gepaste wijze worden gevierd! En dus was er taart, mierzoete dessertwijn en vele chocolaatjes. En een wel erg uitgebreide voorstellingsronde waarin we ons verbaasden over onverwachte hobby’s, intrigerende werkcontexten en olijke kroost.

Een aantal onder ons bejubelden tevens het boekenclub gebeuren. Zonder onze heerlijke avondjes zouden zij beduidend minder lezen. Sociale druk als stok achter de deur, ja, ja. En natuurlijk haastten zij daarbij aan te geven dat het clubje ook tot nieuwe ontdekkingen en literaire horizonten leidde, het is maar dat u het weet!

Na al die hartuitstortingen en ontroering, zouden we bijna het boek van de maand vergeten zijn. Dus, vulden we de glazen bij, namen een extra puntje taart en vroegen ons af: was het lezen hiervan ook zo’n feest?




Misschien eventjes duiden voor wie het boek niet kent. Headline zou kunnen zijn: “dichter verwondert zich over dagelijks bestaan”. Genieten van de kleine dingen, van de kinderen en hun onverstoorbare opgroeien. En dat dan in mooie zinnen trachten te vatten, in beknopte columns. De bundel biedt een rijke bron aan fijne korte stukjes, om ’s avonds voor het slapengaan met mondjesmaat te nuttigen.

Tante was deze keer minder enthousiast dan ze op voorhand had vermoed. Ze ging weer moeilijk doen en stellen dat het allemaal te mooi was. Te gekunsteld. Alsof de auteur na de eerste versie nog urenlang had zitten sleutelen en prutsen aan de tekst. Maar, tante leest geen poëzie en is dergelijke taalmeanders dus niet gewend.

Dat verklaart meteen waarom anderen tantes mening niet deelden en het boek juist bijzonder prachtig vonden. Als je maar niet te veel tekstjes achter elkaar leest, was wel de suggestie. Eén voor één en er de tijd voor nemen, was de volgende tip.

En daar wrong voor sommigen het schoentje, want het boek lag op onze nachtkastjes tijdens de drukste dagen van het jaar. Het moment immers waarop de helse ochtendspitsen aanbreken, kinderen weer naar school moeten en op het werk ook iedereen weer wakker wordt. Na een dag racen rustig zitten, is niet zo evident. En als je het dan toch probeert, en een tekstje leest over…hectische ochtendspitsen, tja dan kan de herkenbaarheidsfactor net iets te hoog zijn.

Misschien moeten we het boek gewoon nog een paar jaar laten liggen. Als de kinderen groter zijn en we er niet meer midden in zitten? En dan in het gezelschap van bokkige pubers nostalgisch terugblikken naar het enthousiasme van toen?

We vonden immers dat het boek best weemoedig was. Genieten van de kleine momenten, ja, maar dan toch vooral omdat ze onherroepelijk voorbij gaan. Altijd met een streepje zwart. En met een zeer mannelijke bril ook, vonden wij. Vreemd hoe hij in zijn dochtertje al een heuse vrouw ontwaart; wij hebben bij onze zonen niet meteen het gevoel een toekomstige adonis in huis te hebben (ook al zijn onze jongens echt bijzonder aaibaar)

Maar goed, verdeelde meningen dus. Toch leerden we ook nog iets: namelijk dat poëzie lezen een kunst is! Eén van de twee “nieuwe” dames las aan het einde van de avond nog een gedicht voor van onze Bernard en wist daar heel veel uit te halen. Tot navolging strekkend, wat tante betreft!