vrijdag 28 september 2012

Een boek is een werkwoord!



Psst! Zal ik eens een geheimpje vertellen? Tante kan niets weggooien. Dat werd weer pijnlijk duidelijk bij de grote verhuizing, twee jaar geleden. Maar laat ons die doos van Pandora vooral dichthouden.

Tante stockeert en verzamelt. Omdat spullen zo heerlijk hetzelfde blijven. Terwijl haar leven verandert, razendsnel. Maar, klopt die veronderstelling eigenlijk wel? Zijn dingen echt zo stabiel? Zijn het met recht en reden tijdscapsules?

Dat je het ook helemaal anders kunt bekijken, ontdekte tante vandaag tijdens een zeer boeiende lezing over de wereldvisie van de indianen. Om een lang en ingewikkeld verhaal héél kort te maken, kwam het er op neer dat zij de dingen niet zien als vaste, onveranderlijke eenheden. Alles is volop in beweging, volgens hen. Zo is de zon geen bal aan de lucht, maar een dynamische klomp vuur. Ook een boom is nooit hetzelfde, maar steeds groeiend, veranderend en nieuw.

Bij de indianen zijn de spullen zelf, de dingen, dus minder belangrijk. Van tel is wat je ermee doet. Dingen blijven dus niet stabiel, maar veranderen en leven. Het zijn in die zin werkwoorden, die zaken teweeg brengen. En als ze dat niet meer doen, dan kan je hen dus ook gewoon weggooien. Bovendien kan je heel vaak zonder, want het proces is het belangrijkste.

We kunnen hier nog wel even over doorbomen, maar dat dreigt saai te worden. Gelukkig wordt heel deze theorie heel mooi verbeeld in een boek dat tante deze week las (toevalligheden bestaan blijkbaar echt niet!)



Meneer Pip neemt ons mee naar een eiland in Oceanië waar een oorlog heerst. De inwoners zijn bijna alles kwijtgeraakt. Mannen zijn gevlucht of vermoord, een economische blokkade legt de handel lam en de kinderen gaan al weken niet meer naar school. Dan besluit meneer Watts, de enige blanke van het dorp, om de school te heropenen.

Lesmateriaal heeft hij niet, maar hij heeft wel één boek: Great expectations van Dickens. En dus leest hij elke dag een hoofdstuk voor. De kinderen luisteren ademloos naar de lotgevallen van de hoofdpersoon Pip . In de volgende dagen gaan zij hun eigen leven steeds weer vergelijken met het boek en mijmeren over gelijkenissen en verschillen. Mathilda, een elfjarig meisje, raakt helemaal in de ban van Pip: hij laat haar immers voor de eerste keer kennis maken met een wereld die helemaal anders is dan de hare.

Maar dan verliezen ze het boek. Laatste restje beschaving gaat verloren. Onder impuls van meneer Watts beslissen de kinderen om het hele boek na te vertellen. Fragment per fragment diepen ze het verhaal op in hun geheugen. Geven er een eigen draai aan en een eigen invulling. De ene herinnering roept de andere op en stukje bij beetje komt het hele boek weer tevoorschijn. Mathilda merkt dat ruzies en plekken uit haar dagelijks leven helpen om fragmentjes op te wekken. Allerlei situaties doen haar namelijk terugdenken aan wat Pip in het verhaal meemaakte.

Ondertussen gaat de oorlog genadeloos door. Alle huizen in het dorp worden platgebrand en woest uitziende rebellen bedreigen de inwoners. Meneer Watts kan hen echter zeven nachten lang boeien met zijn “levensverhaal”. Mathilda wordt aangesteld als vertaler en merkt zo dat er opvallend veel gelijkenissen bestaan tussen het verhaal van meneer Watts en Great expectations. Opnieuw een hervertelling dus, ditmaal met verwijzingen naar het wel en wee van alle dorpelingen. Als een spiegel én om hen moed in te spreken.

Jaren later, als alles achter de rug is en Mathilda in Londen woont, blijft ze Great expectations jaarlijks herlezen. Het is namelijk hét boek van haar leven geworden. Het enige wat ze nog over heeft van het eiland. Elk fragment ervan raakte verknoopt met haar eigen leven; het hielp haar moeilijke momenten door te komen en helpt om warme herinneringen op te halen.

Kortom: het boek Great expectations is dus meer dan een ding. En een verhaal is geen vaststaand gegeven. Dat altijd hetzelfde betekent en dat mensen steeds op dezelfde manier lezen. In Meneer Pip ontstaat er met elke lezing en met elke hervertelling telkens weer iets nieuws.

En kijk, we zijn weer waar we zijn begonnen: een goed boek is een werkwoord: nooit echt af, want het slaagt er steeds weer in om veranderingen te weeg te brengen. Bij de mensen die het lezen, die erover nadenken en erover vertellen!

Dus, eh, misschien toch best stockeren dat boek, oppert tante?

zondag 23 september 2012

De rode draad


Afgelopen vrijdag bij de lunch merkte tantes collega plots op: “Jij ziet toch ook OVERAL patronen hé?”. Het klonk alsof enkel jarenlange internering en straffe therapie redding konden bieden. Met een beetje chance.

Aanvankelijk kwam de klap hard aan. Maar na een weekend piekeren, draaien en woelen is tante eruit. Het is waar! En het is misschien zelfs een gave.

Tante zoekt inderdaad met graagte naar de rode draad. Ze duikt met vreugde een beetje dieper. En vindt verbanden tussen losstaande gebeurtenissen. Ja, de grote lijnen zien, het brede plaatje. Betekenissen ontdekken die ons aan de oppervlakte ontgaan. En zo - met een beetje afstand - inzicht krijgen in de soms al te duizelingwekkende wereld om haar heen.

Nu loert daarbij steevast het gevaar om de hoek dat je patronen ziet die er helemaal niet zijn. Dat je toevalligheden die écht losstaan van elkaar toch gaat verknopen. En dan pardoes in een soort parallelle logica duikelt. Met alle alarmbellen en bezorgde collega’s van dien.

Freek Groenevelt, de hoofdpersoon in het boek van dit weekend, wordt met dezelfde vraag geconfronteerd: wat is nog toeval en wanneer is er een patroon?


We gaan terug naar het Antwerpen van eind jaren ’50. Een stad vol tingelende trammetjes, dames in wijde rokken en heren met hoeden. Waar journalisten nog tijd hebben om rond te dwalen en waar bibliothecarissen nog kruikjes jenever tussen de boeken bewaren.

Plots gebeuren er vreemde dingen. Straten worden opgebroken en zonder verpinken weer toegedekt, torens zingen beiaardmuziek om twee uur ’s nachts en bizarre lieden met bolhoeden waarschuwen voor het einde van de wereld.

En Freek ziet plots overal Stiller. Het begint met een vreemde brief die dertig jaar geleden gepost blijkt te zijn. Dan duikt een oud manuscript op, eveneens van ene Stiller. Een stervende man prevelt zijn laatste woorden: “Stiller”, en “Circus Stiller” doet de havenstad aan.

“Ben ik gek aan het woorden?”, denkt Freek. “Is dit een opeenstapeling van toevalligheden, of is er meer aan de hand? Zijn de onverklaarbare verschijnselen daadwerkelijk te verklaren? Of moet ik tegen beter weten in maar geloven in wat ik zie en hoor?” Samen met zijn nieuwe geliefde (die eveneens telefoontjes van Stiller ontvangt) probeert hij weer grip op de werkelijkheid te krijgen.

Tante las dit boek exact twintig jaar geleden toen ze een nog frissere blom was als vandaag. Jarenlang koketteerde ze ermee dat dit haar lievelingsboek was (en dat ze haar zoon Joachim zou noemen, wat ze nooit heeft gedaan). Zou de onuitwisbare indruk van weleer na zoveel jaren levenswijsheid nog overeind blijven, vroeg ze zich vrijdagavond plotsklaps af.

Ja dus! Tante was opnieuw helemaal in de ban van dit boek. Dat bijzonder sfeervol is, vlot geschreven en ook leuk erudiet. Vol met fijne cafétjes, rommelige antiquariaten, stemmige bibliotheken en statige musea. Lampo vertelt op een rustige, verfijnde manier terwijl hij af en toe aan zijn pijp lurkt of even een jazzplaatje opzet. Geen spannende achtervolgingen, wel veel gemijmer en hersenknetterend gepalaver. Zonder dat het arrogant wordt, trouwens.

En wie is nu die Joachim Stiller? Kan hij door te tijd reizen? Wat is zijn boodschap, en komt hij terug? Ontdek het deze herfst zeker zelf, want dit boek kunnen we alleen maar warm aanbevelen!


P.S. Voor wie al wat in de sfeer wil komen en wat van de mooie zinnen van Lampo wil proeven, moet zeker eens kijken naar dit sfeervolle project van Amsterdamse Academiestudenten (al is het boek in werkelijkheid echt minder duister en gloomy dan de foto’s en vooral de muziek u willen doen geloven, … toch mooi gedaan!)


woensdag 19 september 2012

Luxepaardje


Tot voor kort dacht tante bij het woord “feminisme” vooral aan boze vrouwen. Met wijde zwarte tunieken aan en slierterig haar. Vrouwen die met vuisten zwaaiden en op de grond stampten. Enkel in meer olijke momenten, dwaalden haar gedachten af naar potsierlijke suffragettes zoals deze:



Buitengewoon amusant, maar zo passé. Voor de rest vroeg tante zich vooral af: dat feminisme, waar is dat voor nodig?

Maar, tante is natuurlijk een luxepaardje. Want opgevoed in een tijd waarin de strijd grotendeels gestreden was. Tante kon namelijk gewoon studeren, avondenlang rondhangen op café en daarna de carrière uitbouwen die ze wilde. En toen ze een paar jaar geleden besloot om 4/5 te gaan werken, was dat vooral een positieve keuze. Niet het gevolg van één of andere mannelijke onderdrukking (zelfs niet onbewust, zo maakt ze zich sterk).

Een roze bubbel dus. Want je hoeft maar even te reizen in de ruimte of de tijd en je hebt onmiddellijk in de gaten dat de strijd van feministen zinvol was en blijft. Dat bedacht tante zich althans deze week toen ze zich verdiepte in een Couperusje uit 1900:



Hoofdpersoon Cornélie is ook zo’n typisch luxepaardje. Opgegroeid in de Haagse Bourgeoisie waar ze, zoals ze zelf zegt, vooral heeft leren schitteren. Echt voorbereid om het leven was ze niet. En dat bleek pijnlijk snel. Haar huwelijk duurde nog geen jaartje en toen sloeg Cornélie zelf de deur dicht (stekkers kon men er toen nog niet uittrekken, maar dat is wel wat ze deed).

Razend van woede vlucht ze naar Rome waar ze haar intrek neemt in een pensionnetje. Hier schrijft ze heftige feministische pamfletten. En ze knoopt een affaire aan met een schilder. Samen schuimen ze archeologische sites af, bezoeken musea en mengen zich “heerlijk bohemien” tussen ander artistiek volk. Ze geniet van de vrijheid om te gaan en staan waar ze wil. Zonder chaperonne en zonder verantwoording af te moeten leggen.

Maar, het leven is helaas geen sprookje en al snel haalt de bittere werkelijkheid hen in. Met haar gedrag heeft Cornélie zich namelijk volledig onmogelijk gemaakt. Vader draait de geldkraan dicht en voormalige vrienden keren haar de rug toe. Naar Den Haag hoeft ze niet terug te keren en ook de Italiaanse burgerij kijkt neer op zoveel excentriciteit.

Cornélie en haar schilder nemen dan maar hun intrek op een armoedige zolder. Nog lang houden ze de moed erin: ze verkopen hun bezit en leven van de liefde. Cornélie verstelt kledingstuk na kledingstuk, lapt schoenen op en pimpt hoofddeksels. Maar na een paar maanden is de rek er echt helemaal uit.

En dus keert Cornélie terug in de wereld van soiréetjes en thés dansants, maar dit keer als gezelschapsdame. Couperus is een meester in het doorprikken van alle bluf en opgeklopte gewichtigdoenerij. Neen, Cornélie wordt er niet gelukkiger van: dan toch maar liever in armoede leven met haar schilder? Of was haar huwelijk misschien toch niet zo’n ramp, bij nader inzien?

Tante heeft lang in spanning gezeten hoe het verhaal zou aflopen. Zou Couperus Cornélie in ellende storten en zo haar wilde gedrag afkeuren? Of zou ze het redden als onafhankelijke, vrijgevochten vrouw? Zonder alles te verklappen kunnen we stellen dat het noch het een, noch het ander is.

Tante was alvast zeer onder de indruk van de psychologie in het boek. Couperus zet een zeer geloofwaardige vrouw neer, die worstelt met zichzelf en de sociale conventies. En die zich uiteindelijk moet realiseren dat je niet alles kunt hebben.

Ondertussen doet tante niet meer schamper over feminisme. Want ze ziet nog eens heel duidelijk waar we van komen. Wat voor luxepaardje ze zelf is. En hoe het elders (niet eens zo ver weg) nog altijd kan zijn. Kortom, beste mensen: een klassieker lezen kan zo zijn voordelen hebben!

zondag 16 september 2012

Een meesterwerk?


De laatste jaren is er sprake van inflatie in het boekenvak. Er zijn weinig boeken die er nog voor uit willen komen dat ze niet literair zijn. Het is gewoon een kwestie van tijd voor de eerste literaire kookboeken verschijnen (misschien zijn ze er al)

Ook de term “meesterwerk” neemt hand over hand toe. Toen Anna Enquist twee decennia geleden met een boek op de proppen kwam dat ze “Het meesterstuk” noemde, waren er genoeg mensen die dat beslist wat arrogant vonden. Nu vliegen de meesterwerken ons langs de oren en is het voor een auteur wel even slikken als zijn boek niet als “het boek van het jaar/decennium/eeuw” in de markt wordt gezet. Marketingmensen toom u in, denkt tante dan.

Maar goed, het boek dat tante deze week las is dus een meesterwerk; beweert ons aller Matthijs. Maar wat is dat dan precies, een meester-werk? Even een middeleeuws brilletje opzetten en u meenemen naar de wondere wereld der gilden en ambachten van weleer. Een jongeling die jarenlang als gezel had meegedraaid in een arbeidsplaats, moest aan het einde van de rit bewijzen dat hij de knepen van het vak in de vingers had. Dat gebeurde met een meesterstuk: illustratie van de top van zijn kunnen én het toegangskaartje naar een eigen zelfstandig bestaan als meester.

Sindsdien is het “meesterstuk” geëvolueerd naar een “meesterwerk”. We zijn het gaan invullen als een voortreffelijk werk. Een tijdloos toonbeeld voor de mensheid. Zoals de Mona Lisa hoog verheven boven het gewoel der dagen. Een onbetwiste mijlpaal die bewijst waar de mensheid toe in staat is. Zoiets.

En na deze lange inleiding komt tante dan (eindelijk) tot de hamvraag van dit blogje: is Bonita Avenue echt een meesterwerk?


Zelden is een boek zo gehypt als deze. In een notendop: het relaas van een minister van onderwijs in verval. Omdat de kinders vuile zaken hebben uitgespookt. Een boek van nu, ongetwijfeld. In tantes ondertussen Vlaamse ogen ook heel Nederlands. Hip Hollands hip!

Buwalda beheerst de knepen van het vak en weet precies wat zijn volk wil lezen. Een geleerde met klasse die volledig op zijn bek gaat (hoera), veel geweld (met botsplinters erbij), veel seks (tot en met gortige pornoscènes) en heel veel vlotte praat aan de snelheid van “de wereld draait door” (dat Matthijs het goed vindt, verbaast mij niets). Dit alles helaas wel zonder de ironie en de vette knipoogjes van “Het diner”, een werk dat verder in dezelfde vijver vist.

Nu heeft tante vlotjes doorgelezen. En werd ze bij tijd en wijle beslist meegesleept. De taal is rijk en de thema’s divers. Maar het woord dat na lectuur van dit werk blijft hangen is “ranzig”. Een vuil woord, waar tante totaal niet van houdt. Alles tot in de meest smerigste details beschrijven is misschien tegenwoordig in, maar tante is er niet voor te vinden. Zij is meer op zoek naar schoonheid, reflectie en afstand, en dat biedt dit werk hoegenaamd niet. Uiteindelijk kon tante de kots, de diaree en de andere viezigheid gewoon niet meer aan.

Maar laten wij het vooral smakelijk houden en naar een conclusie toewerken. Dit boek is een meesterstuk. In die zin dat Buwalda het ambacht volledig onder de knie heeft. Hij serveert wat mensen willen lezen, alle ingrediënten zitten er in. Knap aan elkaar geknoopt, met slimme taalvondsten en veel vaart. Maar een meesterwerk? Nee, niet voor tante. Echt verheffend kunnen we het niet noemen. Boven het gewoel der dagen staat het evenmin.

Maar dat was wellicht ook Buwalda’s bedoeling niet. Hij heeft de toegangskaart in handen naar een zelfstandig bestaan als schrijver. En dat is in deze tijden van informatie-overload een hele prestatie!

woensdag 12 september 2012

Complotten & co



Een dik decennium geleden verdiepte tante zich dagelijks met veel jolijt in de historische wetenschap. Daar heeft ze veel zinnige kennis en kunde aan overgehouden. Maar eveneens een beetje onzinnige tic, die ze (met risico op groot gezichtsverlies) vandaag wereldkundig maakt (tromgeroffel)

Al enige jaren heeft tante immers een boontje voor alternatieve lezingen der wereldgeschiedenis. Voor licht ontwrichtende complottheorieën en mysterieus gemijmer over de ware aard der dingen. Waren de goden buitenaardse wezens? Bestaat de heilige graal? Kende koning Arthur de sleutel tot alle wijsheid? Dat soort boeken dus, heel fout, maar ook heel leuk!

Het begon allemaal best middeleeuws met een sensationeel verhaal over de graal, de tempeliers, de orde van Sion en een vreemde pastoor in Rennes-le-Chateau. Maar daarna was het hek van de dam en verslond tante boeken over de ware achtergronden van de Bermuda-driehoek en het (onvermoede) bestaan van dinausaurussen diep in de Afrikaanse rimboe. Eveneens kan tante ondertussen een aardig woordje meepraten over mysterieuze boodschappen in de piramidebouw en de sensationele krachten van magnetische lijnen in de Britse hooglanden (smullen). Top of de bill zijn natuurlijk boeken over Atlantis. Zeg nu zelf, dit wil je toch gewoon wéten:




Wat tante zo fijn vindt aan dit soort literatuur is dat het in zekere zin haar geest scherp houdt. Want het betoog van deze lieden zit vaak heel snugger in elkaar. Ze beginnen het eerste hoofdstuk met een vaag vermoeden, in het volgende hoofdstuk is dat al bijna zeker en vanaf hoofdstuk drie vormt het een vaststaand feit waarop de rest van de theorie stoelt. Onderweg verdwijnen er archiefstukken en worden kroongetuigen vermoord. En voor wie echt nog twijfelt, haalt men de theorie van de paradygmashift van Kuhn aan: vooruitstrevende wetenschap verlegt grenzen van wat mensen tot dan toe geloofden. (en hun schrijfsels gaan daarmee dus door voor baanbrekend onderzoek, ah ja)

Dergelijke boeken helpen dus om kritisch te blijven. Om te zien hoe slim mensen vreemde betogen kunnen opzetten en er nog mee wegkomen ook. Welke argumentatietechnieken ze gebruiken, hoe ze redeneringen opbouwen waar geen speld lijkt tussen te kunnen. Regelmatig moet tante dan ook grinniken om de slinkse truken van de pseudowetenschappelijke foor. En ze is lang niet de enige die dit soort mysteries aantrekkelijk vindt. Er zijn ook heel wat hedendaagse schrijvers die er met graagte een graantje van meepikken:





Om met de absolute wereldtop te beginnen: Umberto Eco himself verdiepte zich al eens in het genre en nam een dergelijke complottheorie als uitgangspunt in zijn Slinger van Foucault. Een dikke pil, met een afschrikwekkend moeilijk begin, maar verder zeer leesbaar. Voor tante een feest van herkenning want vol tempeliers, vrijmetselaars en rozenkruizers. Maar meteen ook een waarschuwing, omdat de hoofdpersonen erg worden meegesleept en uiteindelijk gaan geloven in wat ooit als een grap begon.

Waar Eco dus op een ironische wijze kritisch is ten opzichte van het genre, gaan andere auteurs er gewoon in mee (of stellen er in elk geval geen vragen bij). Dan Brown is daar natuurlijk het meest bekende voorbeeld van. In zijn Da Vinci code verwerkte hij immers de coplottheorieën rond de heilige graal. Beter en minder bekend zijn de boeken van Kate Mosse. (Nee niet het topmodel). In haar romans verweeft ze de mystieke trekjes van Rennes-le-Chateau en de geheimdoenerij over de katharen met spannende hedendaagse thrillerelementen. Geen wereldliteratuur, zoals Eco, maar wel heel aangenaam en ontspannend om de lezen tijdens een stemmige winteravond. Je moet er wel een beetje overdreven Amerikaanse zweverigheid bij nemen, …

Ook Steve Berry nam al eens de tempeliers als uitgangspunt voor een spannende thriller over verraad aan de top. Vol schimmige kloosters, lepe monniken en bruut geweld. Er zit vaart in dit boek, er ontploft regelmatig een bommetje en elk hoofdstuk eindigt met een ijzingwekkende cliffhanger! Voeg daar nog een flinke scheut romantiek aan toe en Berry’s broodje is gebakken. Kan zo verfilmd worden, al dan niet met Tom Hanks. Geen topwerk, maar goed gemaakt. Als u eens ziek bent: neem dan eens deze pil!

Kortom, wie de komende winter de historische waarheid met een korreltje zout wil nemen, en zich wil verdiepen in de tempeliers en ander gespuis, bij bovenstaande werken kunt u terecht. Ook als u gewoon op zoek bent naar een boeiend en spannend verhaal is deze stapel beslist een aanrader!

Maar toch nog één waarschuwing van een bezorgde theetante: schakel ondertussen uw kritische zin niet uit!

vrijdag 7 september 2012

Een dame met durf



Tante heeft haar hart verloren. Ze is het kwijtgeraakt in het centrum van Frankrijk, ter hoogte van Nohant. Aan een mooie tuin, een gezellig landhuis, maar vooral aan de rijke geschiedenis die met deze plek verbonden is. Bovendien, waren er hortensia’s en een boekenwinkel om duimen en vingers bij af te likken. En ja, voor zulke combinaties gaat tante nu eenmaal snel overstag!

Maar, goed, waar gaat het over? In het onooglijke dorpje Nohant bezocht tante het huis van de 19de eeuwse schrijfster Georges Sand. Bijgenaamd “La dame qui ose”. En, ja, ze had lef. Wars van conventies trok ze mannenkleren aan en rookte pijp. Ze scheidde van haar echtgenoot en had menig kunstzinnige minnaar. De bekendste van allemaal was ongetwijfeld Chopin. Hij verbleef zeven zomers in dit huis en schreef er vele preludes. En ’s avonds schoven ook andere kunstenaars, dichters en componisten aan tafel in de gezellige eetkamer. Een vrolijke bende!

Omdat tante buiten bovenstaande wapenfeiten amper op de hoogte was van het leven van Georges Sand, besloot ze bij thuiskomst de mémoires van deze grande dame ter hand te nemen. Tante is immers altijd wel in voor een beetje 19de eeuws proza en bovendien was ze benieuwd of ze ergens linken zag tussen haar leven en dat van de schrijfster.(wat een pretentie, maar soit!)





Tante kwam Georges Sand, of Aurore Dupin, zoals ze eigenlijk heette, voor het eerst tegen in de cursus “Geschiedenis van de Romantiek”. Niet zo verwonderlijk, want ook in de mémoires is er heel wat drakerigheid te bespeuren. Zo heeft de jonge Aurore vele hysterische momenten, wordt ze verscheurd door spleen en sehnsucht, en gaat ze een tijdje helemaal op in religieuze extase. Er gebeuren ook nog eens onsmakelijke dingen ’s nachts op het kerkhof en er wordt gedweept met de dood. Echt, qua clichés over de romantiek kan dat tellen.

Terzijde schuiven dan maar? Toch niet doen, want los van al die tijdsgebonden dramatiek komt af en toe een heel moderne vrouw piepen. Zo heeft ze het uitgebreid over de lastige balans tussen werk, gezin en sociaal leven. Het huishouden, de kinderen, de vriendschap kwamen eerst en Georges Sand stelde het schrijven meestal uit tot ’s nachts. Dan werkte ze hard door en sliep maar een uur of vier. In haar mémoires bekent ze dat ze dit uitputtend vond en bovendien vaak erge last had van migraine. Regelmatig verkeerde haar woonstede dan ook in grote wanorde en zuchtten de bedienden diep bij het aanschouwen van zoveel onkunde!

Georges pleit er dan ook voor dat man en vrouw de taken eerlijk verdelen, zodat niet alle lasten bij de moeder terecht komen. En dat kan volgens haar alleen als beiden gelijk zijn en kunnen kiezen. Met haar eigen man had ze op dat punt heel wat te stellen en zoals gezegd, ze gooide hem er gewoon uit. Haar minnaars moesten hun steentje bijdragen aan het huishouden en als dat niet gebeurde: ajuus!

Girlpower te over, maar Georges/Aurore was nu ook weer geen kenau. We leren haar kennen als iemand die ’s nachts haar boeken schrijft, gezellig aan een piepklein bureautje. Ondertussen luistert ze vertederd naar de ademhaling van haar zoontje, vlakbij. Met veel vrolijkheid vertelt ze hoe ze op haar werktafel het gezelschap krijgt van een krekeltje dat ze kruimeltjes voert. Ze kan genieten van haar tuin en houdt zich met veel verve bezig met beplantingsschema’s.

Heel verwonderlijk zijn ook haar passages over handwerken! Zelf vindt ze dat niet in tegenspraak met haar feminisme. Helemaal niet afstompend, dat breien en borduren, integendeel! Het werkt kalmerend voor rusteloze geesten, inspireert en verkwikt. (Voila, Sand was ook al een voorloopster van de handwerkhype én de mindfulness)

Haar keuze voor mannenkleding? Heel pragmatisch zo blijkt. Toen ze op een Parijse zolderkamer moest rondkomen met een klein budget besloot ze op kleding te besparen. Mannenkleding was goedkoper en werd minder snel vuil (met lange rokken door de modder lopen was gegarandeerd miserie). Minder was en plas dus, en meer tijd om te schrijven en leuke dingen te doen zoals op café gaan en de opera bezoeken. Best slim bekeken van die Aurore.

Enne de grote Chopin? Soms echt wel een zeurpiet! Nogal kleinzerig en snel last van lawaai. Aurore legt hem nogal lang in de watten en maakt zijn werkkamer met heel veel zorg geluiddicht. Maar kreeg gegrommel terug. Neen, die Chopin was niet bepaald het zonnetje in huis!

Toch is onze vriendin Georges ook niet helemaal oprecht. Want als je haar memoires even vergelijkt met pakweg een wikipedia-overzichtje van haar leven, dan zie je al snel dat ze heel wat heeft weggelaten. Ze verzwijgt de meeste minnaars en ook de ware reden van de breuk met Chopin laat ze in het midden (hij was verliefd op haar dochter, las ik ergens). Dus met een korreltje zout moeten we het allemaal wel nemen, lijkt me.

Op internet is er heel wat te vinden over Sand en Chopin. Het meest stroperige filmpje wilde ik u bij wijze van afsluiter niet onthouden. Kitsch van de bovenste plank (ook na het extatisch bladerballet)! Wedden dat Georges Sand dit zelf vreselijk had gevonden?




P.S. Na deze Titanic versie vindt tante het plots helemaal niet meer zo vreemd dat Celine Dion blijkbaar liederen van Sand heeft opgenomen, ….

dinsdag 4 september 2012

Stresskip zoekt eenvoud




We zullen er maar niet omheen draaien, tante kan echt een enorme stresskip zijn. En dat zijn dan meteen momenten waarop ze radeloos rondscharrelt en absoluut haar ei niet kwijt kan. Te mijden dus.

Toch kan tante er ook niet helemaal aan doen. Een korte blik op krant, nieuwsbulletin en internet en je merkt het meteen: de mensheid blaast graag dingen op. Van muggen maken we tegenwoordig geen olifanten meer, maar brontosaurussen. En omdat een vertrappeling door een dergelijke diersoort niet meteen een pretje is, zijn we al snel in de hoogste staat van alarm.

Op heldere momenten denkt tante dan: luchtballonnen! Even een speld erbij en prikken maar. Back to basics: waar gaat het nu eigenlijk om? En is het nu allemaal echt zo erg?

Tante staat daarin vaak alleen, want de dingen moeilijk maken wordt beschouwd als een teken van intelligentie. Hoe complexer hoe beter. En tante vroeg zich dan ook meermaals af, of ze niet gewoon een simplistisch zieltje heeft. En of dat snakken naar eenvoud niet gewoon kinderachtig is.

Gelukkig heeft één van haar favoriete schrijvers, Eric-Emmanuel Schmitt, haar deze week weer gesterkt in haar zucht naar de essentie. En dat in een dun, vlot weg leesbaar boekje over Mozart (er zat oorspronkelijk trouwens ook een CD bij, maar die was blijkbaar zo goed dat een vorige bibliotheekbezoeker deze heeft ontfutseld, foei!)




Maar goed, waar gaat het om? In dit boek laat Schmitt zien hoe de ogenschijnlijk oppervlakkige deuntjes van Mozart zijn leven hebben veranderd. Nou ja, veranderd, hoe ze hem leerden anders naar de wereld te kijken. Mozart dook op toen Schmitt zwaar in de put zat, toen hij zich liet meeslepen in een grote koopmanie, toen hij een goede vriend verloor en toen hij grootheidswaanzin dreigde te ontwikkelen (ja, heel eerlijk allemaal van E-E).

Mozart staat voor optimisme, zegt Schmitt, en dat is iets wat we vandaag nauwelijks waarderen. Neen, kritisch zijn, scherp, negatief dat is pas een teken van intelligentie. Het lijkt wel of je alleen sterk bent, als je nee zegt (en daarbij boos en zelfverzekerd rondblikt). Maar is de optimist niet juist te prijzen, omdat hij alle krachten inzet om een uitweg te vinden?

Ja, maar, zeggen velen, Mozart is te eenvoudig. Het neuriet allemaal te makkelijk weg. Je moet er niet zwaar bij fronsen en je kunt er geen zwarte koltruien bij aantrekken. Maar, antwoordt Schmitt daarop, is het niet juist een teken van groot vakmanschap als je zo eenvoudig en helder kunt schrijven? Dat vraagt toch juist een grote beheersing, synthesekracht en inspanning? Oeverloos tateren en dikke rapporten schrijven is veel makkelijker dan tot de essentie komen.

En, zegt Schmitt, je kunt pas echt eenvoudig zijn als je anderen niet wil overdonderen. Grote kunst bekoort en inspireert en maakt emoties los, maar niet door zichzelf op te blazen (of door anderen omver te blazen).

En zo kan tante nog wel een tijdje doorgaan met citaten. Maar dan lijkt het of dit een soort goeroe in drukwerk is. Een schoolmeesterachtig belerend werkje. Niets is minder waar. Het is een charmant, persoonlijk en ontwapenend eerlijk geschreven boek, dat je moeilijk weg kunt leggen en waar je nog lang over kunt doormijmeren!

Wat tante vooral uit dit boek meeneemt is de opdracht om het eenvoudig te houden. Het allemaal niet moeilijker te maken dan het is. En je zelf dus regelmatig de vraag te stellen: wat is nu eigenlijk de kern van dit probleem?

Tante gaat het proberen en hoopt dat dit haar stresskip momenten minimaliseert. En anders? Dan zet ze gewoon een Mozartje op!

zondag 2 september 2012

Leon en de leesclub




Na een lange, warme vakantie, vol wijdse horizonten, culturele ontdekkingen, kinderpret en waterplezier, was het weer tijd voor een leesclubavond. En wat voor één! De zon ging misschien iets te snel onder, maar we konden nog urenlang in de tuin zitten. En genieten van alle lekkere hapjes van de gastvrouw van deze avond. Zo heerlijk, dat we bijna een kookclub leken.

Maar het ging wel degelijk over boeken. En het heuglijke nieuws was dat alle leden het betrokken boek ook daadwerkelijk hadden gelezen. En uitgelezen bovendien. Waar twee maanden vakantie al niet goed voor zijn. De vlotte, meeslepende stijl van Leon de Winter bleek ideaal combineerbaar met zwambadgeluier en ander gelanterfant.

Gelukkig liepen de meningen weer heerlijk uiteen. Er waren er namelijk die vonden dat ze welleswaar fijn geëntertaind waren, maar dat ze er niet zoveel van meedroegen. Geen diepgravende filosofische inspiratie voor hen.

Anderen waren daarentegen erg onder de indruk van de actuele opzet van VSV. Terroristische aanslagen in Amsterdam hebben een impact op het leven van een groot aantal verschillende personages. Genuanceerd stelling nemen in het maatschappelijk debat, is dat niet typisch voor Nederlandse schrijvers, vroegen we ons af. Zijn dat namelijk niet vooral academici, terwijl in Vlaanderen eerder schoolmeesters naar de pen grijpen? Het lijkt wel of de rol van de schrijver in de Nederlandse maatschappij helemaal anders is dan die van de Vlaamse auteur. Er zijn altijd uitzonderingen om de regel te bevestigen, maar het idee werd gelanceerd dat Vlamingen het toch eerder hebben over het kleine, hun eigen leven, hun eigen gezin en amper grootste maatschappelijke problemen aankaarten (hier is nog ruimte voor verdere discussie, dacht theetante).

Vele hoofdrolspelers uit VSV lopen ook in het echte leven rond, zoals Wilders, Donner en Job Cohen. Leon de Winter schetst bovendien een niet erg flatteus portret van zichzelf. Sommigen vonden dat gedurfd, grappig en eerlijk, anderen ergerden zich daar dan weer blauw aan. We vroegen ons wel af hoe ver je kan gaan in het opnemen van echte personages in een fictief verhaal, vooral als er toch dingen aan bod komen als minnaressen, vreemde escapades, drugsdealerij enzo. Hoever gaat de vrijheid van de auteur dan (of zouden het allemaal vriendjes van de Leon zijn?)

We googelden nog even naar het overladen, aanstootgevend proza van de heer Theo Van Gogh. Hij speelt als beschermengel een bijzondere rol in dit verhaal. Dat De Winter diens scheldproza zich af moest schrijven, begrepen we ten volle. Want die persoonlijke aanvallen op onze Leon waren toch wel erg over de schreef. Opnieuw stelt zich dus de vraag naar de vrijheid van de auteur: kan je echt alles zeggen, moet alles maar kunnen?

En dan het einde van het boek, met een glansrol voor den Theo. Volgens sommigen niet erg geslaagd, anderen vonden het dan weer knap. Zoveel verhaallijnen samenbrengen in een natuurlijk slot, verdiende hoe dan ook respect. Eén van ons kreeg er zwaar een romatantisch beeld van. Stel u voor: de auteur aan zijn schrijftafel met een reuzengroot en uitgewerkt schema vastgeprikt aan de muur, en dan maar invullen. Een “ambachtelijk boek”, besloot ze (en dat was zeker positief bedoeld).

Kortom: naast veel leesplezier bezorgde VSV ons ook veel bespreekplezier! En dit zonder een vast bespreekschema te volgen. Bijkomende boeken en TV tips borrelden eveneens spontaan op. Na zo’n avond voelt een mens zich gewoon herboren en vol nieuwe plannen!

Voor de volgende leesclubs kozen we alvast de volgende boeken uit:
  • Bernard Dewulf, Kleine dagen (oktober)<\li>
  • Geert Mak, reizen zonder John (november)<\li>

  • Hopelijk levert dit evenveel vuurwerk op, we kijken er al naar uit!