The Diary of a nobody, George & Weedon Grossmith

Tantes groot blunderboek telt na ettelijke lentes een stevig aantal pagina's. Zo was er die keer dat ik bij een trouwerij heel luid het verkeerde lied inzette en halsstarrig bleef doorgaan, ondanks de duidelijke signalen van de andere aanwezigen. Ik heb ook eens een hele ochtend rondgelopen met een streep eyeliner op mijn wang, en daarbij met heel wat mensen vergaderd (dit keer zonder dat ik signalen kreeg, trouwens). En ik heb onlangs tijdens een videocall luidop een verwensing naar iemand uitgesproken terwijl ik niet gemuted was. Ai, ai, ai.

Blunders zijn van alle tijden en tegelijk vertellen ze ook iets over de tijd waarin ze worden begaan. Neem nu de flaters die de eenvoudige klerk Charles Pooter zo aandoenlijk in zijn dagboek beschrijft. Hij verliest bijvoorbeeld zijn strikje in de opera en is maar wat blij dat hij een baard heeft. De rest van de avond loopt hij dus angstvallig kinklemmend rond zodat niemand hem zou betrappen op deze faux pas. Als hij even later min of meer per toeval op een chique feestje terecht komt, merkt hij pas veel te laat op dat hij zijn overdadige consumptie aan champagne zelf moet betalen. Tel daar nog bij op: een valpartij op de dansvloer van de burgemeester en in aanwezigheid van hooggeplaatsten door de kolenboer "een vriend" worden genoemd. Men zou voor minder door de grond willen zakken.

Charles Cooper is een soort Hyacinth Bucket van het einde van de negentiende eeuw. Hij leeft boven zijn stand en doet zijn uiterste best om die schijn hoog te houden. Dat is niet gemakkelijk met betweterig dienstpersoneel, vrienden die ordinaire grappen uithalen en een nietsnut van een zoon die opnieuw het ouderlijk huis intrekt. Bovendien ontwikkelt zijn vrouw gaandeweg een voorliefde voor het occulte en nodigt allerlei vage types uit om seances mee te organiseren. Voeg daar dus de bovenstaande blunders aan toe en u begrijpt dat dit boekwerk behoorlijk op de lachspieren werkt.

***

De gebroeders Grossmith schreven dit dagboek oorspronkelijk als een serie columns voor de Punch. Ze bleken zo'n  succes dat de teksten ook als boek werden gebundeld. Grote schrijvers als Evelyn Waugh waren fan en ook mr. Bean en Monty Python vonden dit boekje duidelijk erg inspirerend.

Bent u in deze rare tijden toe aan een flinke streep satire? Aarzel dan niet en verdiep u dan in dit hilarische dagboek van een werkelijk innemend blunderende klerk! 

***

De afbeelding is publiek domein via Rijksstudio: John Quill, klerk van Robert Shark, zittend op een hoge kruk, anoniem, 1852 - 1863

Reacties

  1. Zo leuk! Ik heb het twee jaar geleden herlezen en heb er weer van genoten. De plaatjes van Weedon Grossmith zijn ook zo grappig, die maken het helemaal af.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, inderdaad. Ik vond het zeer smakelijk, en ondanks dat het soms heel erg "exotisch" lijkt, toch ook weer heerlijk herkenbaar!

      Verwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Zes basisvragen om boeken te analyseren

Geheel de uwe – Connie Palmen

De klok rond woorden temmen.