zondag 29 juni 2014

Italiaanse buren



Werkstress, schoolstress, voetbalstress en regenstress: het was een beetje veel de voorbije weken. En dus drong de nood aan ontspanningslectuur zich op. Aangezien de meeste boeken die men spontaan associeert met hangmatten en zwembad-randen mij slechts matig boeit, was het even zoeken. Vind maar eens iets luchtigs en toch intelligents. Iets waar je bij wegdroomt en toch iets van opsteekt. Bestaat niet?

Het bestaat wel! In de vorm van Tim Parks "Italiaanse buren". een geweldig amusant en spitsvondig boekwerk waarin de Engelsman vertelt over zijn verhuizing naar het landelijke Italië. En dan eens niet naar een Toskaanse villa met rustieke olijfboomgaard en onrealistische idyllische toestanden, maar naar een ietwat krap appartement in een heel gewoon Italiaans dorp. Met heel veel gewone Italiaanse buren.

En die buren geven  ons een inkijkje in het Italiaanse leven van alledag. Sympathie en verbazing gaan hand in hand. Want, laat ons eerlijk zijn: de Noordelijke en de Zuidelijke aanpak verschillen nog al eens. En dat levert hilarische verhalen op over Britten die oprecht proberen in orde te zijn met de BTW-wetgeving en Italianen die zo hun eigen ideeën hebben over de manier waarop je zoiets regelt (Tim, laat gewoon een envelopje vallen, dan ben je overal vanaf).

Nu zou het gemakkelijk zijn geweest om "die gekke Italiaantjes" uit te lachen, maar dat doet Parks niet. (Hij grinnikt vooral om zijn eigen verbazing). Wat ik leuk vond aan dit boek is dat hij zijn  dorpsgenoten benadert als een soort antropoloog die hun gewoontes registreert en probeert te begrijpen. Heel veel tegenstrijdigheden doen hem duizelen. Zo onderstrepen zijn buren het (theoretische) belang van wetten, maar vinden ze de persoonlijke naleving ervan verwerpelijk. De paus heeft bovendien altijd gelijk, en men gaat uitgebreid naar de kerk...maar vloekt ook als een ketter!

Het boek zit vol knipoogjes en gezelligs, waardoor ik me al helemaal in zonnig Italië waande. Met luidruchtige burenruzies en heel veel gekakel over de gezondheid. Een heerlijk boek dus om even wat frisse lucht door een overbezette hersenpan te doen waaien.

Parks schreef nog meer boeken over zijn leven in Italië, ik ga ze allemaal lezen!

zondag 22 juni 2014

Lezen: de verliefden


Terwijl de stad rood-geel-zwart kleurde, voetbalgejuich opsteeg uit alle huizen en klaroengeschal onze trommelvliezen teisterde, trok de leesclub zich terug in een fris appartement. Hoog verheven boven het gejoel bogen wij ons over een ernstiger zaak: het bespreken van "de verliefden".

We hadden het allemaal uitgelezen, een primeur, en we hadden er ook allemaal van genoten . Bij de een waren de lotgevallen van de verliefden wel beter blijven plakken dan bij de ander. Voor sommigen was het niet meer dan een mooi verhaal, terwijl er ook waren die beweerden diep geraakt te zijn, en maar moeilijk loskwamen van het boek.

Misschien even een klein, niet verklapperig tipje van de sluier oplichten. In dit boek neemt Maria het woord. Elke dag voor haar werk strijkt ze neer in hetzelfde gezellige café om zich daar met een straffe koffie voor te bereiden op haar niet meteen erg boeiende dagtaak. Elke ochtend ziet ze daar hetzelfde echtpaar zitten, voor het raam en omgeven door een stralend zonlicht. Ook als het regent: want het moge duidelijk zijn, dit is het Ideale Paar. (met hoofdletters)

Enkele weken later verneemt ze dat de echtgenoot in kwestie op straat is vermoord. En dat het gouden koppel dus niet meer bestaat. Ze gaat op bezoek bij de weduwe en ontmoet daar Javier, een huisvriend en tevens mega-aantrekkelijk. (vooral zijn lippen zijn blijkbaar onweerstaanbaar). En hoe gaat dat dan in een roman: de twee krijgen een soort van relatie. Soort van, want al snel merkt Maria dat er meer aan de hand is. Zoveel meer zelfs, dat ze zich begint af te vragen of de dood van de voorbeeldige echtgenoot wel een ongeluk was...

Het is jammer dat ik niet te veel mag verklappen aan u beste lezer. Neem dus even van mij aan dat de clou van dit verhaal bijzonder veel stof voor leesclubdiscussies oplevert. Dat het gaat over de kern van het leven, over essentiële keuzes en over de vraag hoever de verantwoordelijkheid strekt. Denk aan het soort discussies dat "het diner" opwekte, al waren ze deze keer niet verpakt in pittige ironie.

Heb ik al teveel gezegd, ondertussen? In elk geval verklap ik weinig als ik stel dat dit boek laat zien hoe egoïstisch de liefde eigenlijk wel is. En hoever mensen daarvoor willen gaan. Beslist ontluisterend vonden wij. En zo bleek het boek dus veel minder romantisch dan de titel en de kaft doen vermoeden.

Het was ook best een erudiet boek. In die zin dat de auteur regelmatig verwijst naar Balsac, Dumas en Shakespeare. Volgens sommigen zelfs een beetje te veel. En bovendien altijd naar dezelfde passages uit de klassieken. Dit in tegenstelling tot een Mulisch of een Eco, die hun eruditie op bredere schaal tenoonspreiden. En dat maakte Marias een tikje een opschepper. Alsof hij te veel rekende op ijverige literatuurstudenten op zoek naar rode draden. Marias legt die draden er net iets te dik op, ook door ze nog eens extra te herhalen. (voor ons als toch wat gevorderde lezers te veel van het goede, wellicht)

Trouwens, de naam van de auteur intrigeerde ons wel: Javier Marias, en dat terwijl de twee hoofdpersonen Javier en Maria heten. Daar zit vast heel wat dieps en interessants onder, maar daar hebben we verder niet over doorgeboomd. Wel hadden we het over piekerende vrouwen (ik beken mij te hebben herkend in het gemijmer van Maria), over de evolutie van relaties en de rol van musea natuurwetenschappen.

De gedeelde slotsom: een goed boek voor een leesclub. En wat mij betreft: een boeiend boek tout court. Ik heb het graag gelezen. En heb daarna toch drie dagen leesstilte moeten inlassen omdat ik het boek niet uit mijn hoofd kreeg. Omdat ik het verhaal graag vanuit een ander perspectief wilde bekijken. En er nog een extra draai aan wilde geven.

Drie dagen boekenstilte.... dat wil in mijn bestaan toch echt wel iets zeggen!

donderdag 12 juni 2014

Lezen: de grote Gatsby


Toen ik dit boek opensloeg, dacht ik te weten waar ik aan begon. Trompetgeschal en opzwepende jazzorkesten zouden mijn deel zijn. Champagnekurken zouden me om de oren vliegen, luid geschater zou opklinken, en menig kortgebobtedame in Charlestonjurk zou in snelle vaart voorbij huppelen. Ja, dit zou een decadent boek worden, een ontstuimig verhaal, en vooral: een heel druk boek. Vol feestgedruis en vertier.

Toen ik het boek deze ochtend dichtsloeg, bleef echter een heel ander gevoel over. De feesten waren er inderdaad, en, ja, er werd heel wat geld over de balk gesmeten. Maar ondanks de drukte, was dit vooral een boek over eenzaamheid. Over vijf mensen die elkaar amper kunnen bereiken. Die dromen op elkaar projecteren en elkaar vervolgens laten vallen als bakstenen. Terwijl de feestgangers in de marge verder dansen.

Het verhaal wordt trouwens verteld door iemand uit die marge: Nick. Toevallig buurman van de grote Gatsby. Hij raakt tegen zijn wil in de draaiklok betrokken, als blijkt dat hij Gatsby's grote liefde Daisy kent. Een rijkeluisdochter die voor Gatsby onbereikbaar was toen hij nog arm was. Nu zijn fortuin is vergaard, hoopt hij dat ze alsnog voor hem kiest. Daarom geeft hij turbulente party's voor de New Yorkse jetset. Zelf neemt hij echter niet deel, maar wacht tot Daisy komt.

En inderdaad, ze komt. Met in haar kielzog een jaloerse echtgenoot, die er bovendien nog een protserige minnares op na houdt. Samen met Nick zijn we er getuige van hoe deze cocktail van rijkdom, verveling en verlangens tot een tragisch einde leidt. Dat we natuurlijk niet gaan verklappen.

Wel kunnen we zonder problemen één van de laatste - zeer pakkende - zinnen uit dit boek citeren: "Deze mensen waren onachtzaam: ze maakten dingen en mensen kapot en trokken zich dan weer terug in hun geld...en lieten andere mensen de troep opruimen die ze hadden gemaakt". Decadent en verdorven dus, maar op een heel andere manier dan ik van te voren dacht.

Hoewel het boek over de grote Gatsby gaat, is het toch vooral een kleinschalig boek. Dat de relaties tussen vijf mensen genadeloos analyseert. Een boek waar je sprakeloos achterblijft. De stilte na een overdadig feest kan oorverdovend zijn....

En nu, beste lezers, vraag ik me een beetje af welke filmversie de beste is. Die met Robert Redford uit de seventies, of toch de recentere met Leonardo di Caprio. Of moet ik ze misschien maar allebei bekijken? Wat denken jullie?

woensdag 4 juni 2014

Lezen: De naam van de roos


 Af en toe moet een mens een back to basics gaan. Terug naar de bron, of de wieg. In dit geval naar de oorsprong van een genre dat mij de afgelopen jaren heel veel leesplezier bezorgde: de historische/literaire thriller.

Want ja, ooit begon het allemaal met Eco en de Naam van de roos. Een boek als een burcht: imposant, weerbarstig en een tikje hermetisch. Spitsvondig bovendien, erudiet en vol intrigerende personages. Meeslepend bij tijden, maar ook af en toe een beetje een opgave. Want onze Umberto maakt het zijn lezers niet gemakkelijk en vraagt veel van ons.  (en ja, af en toe slaat hij ook wel een beetje door in het spuien van weetjes en citaten, maar ja, zo is 'm nu eenmaal)

Ik vond het opnieuw een heerlijk boek. Natuurlijk omdat het over abdijen en over de Middeleeuwen gaat (dan heb je mij al mee), en omdat er een heerlijke labyrintische bibliotheek in zit. Tien dagen heb ik met dit boek geleefd, en heb ik deze klepper werkelijk overal meegesleept (het is ook letterlijk een zwaarwichtig boek, dat kan ik u wel vertellen)

Ik vond het ook als leeservaring weer fijn. Vooral omdat de lectuur ervan een langdurige inzet en concentratie vergt. Niet voor de hand liggend in een tijd waarin alles snel en flitsend moet zijn. Dit vergt doorzettingskracht! En dus kon ik niet anders dan vaststellen dat  de nazaten van dit werk,echt niet kunnen tippen aan dit origineel. (alleen Monaldi en Sorti komen enigszins in de buurt)

Naast het boek zelf, heb ik ook genoten van het nawoord van Eco. Waarin hij uitlegt hoe hij het boek geschreven heeft. Heel boeiend vond ik dat hij eerst een vol jaar heeft besteed aan het verkennen van de middeleeuwse wereld. Alle details van het gebouw, elk personage (ook wie nauwelijks in beeld kwam), elk boek in de imposante bibliotheek heeft hij eerst haarfijn uitgedacht. Pas toen heel deze wereld hem glashelder voor ogen stond, is hij begonnen met het spinnen van de intrige. Grandioos!

Hij vertelt ook dat hij de eerste honderd pagina's bewust erg moeilijk maakt. Enkel de beste lezers blijven dan over (glim, glim). Eco vindt dat je eerst in het ritme van een boek moet komen, er is dus een lange opmaat nodig voordat het echte verhaal kan starten. We volgen hem graag.

Maar, goh, ergens zijn we toch opgelucht dat het uit is. En we leggen voor de volgende week een hééééél dun boekje klaar. Want we moeten nu wel even op adem komen!