zaterdag 24 augustus 2013

Verzamelen



Elke zomer wordt ons huishouden geteisterd door een intense verzameldrift. Het betreft hier geen spontaan fenomeen, doch een slimme marketingzet van de supermarktketen om de hoek. Je kunt er de klok op gelijk zetten: met het aanbreken van de zomervakantie lanceren zij een rush zonder weerga. Moeders, oma’s en vriendelijke buurvrouwen raken in de stress om toch maar zoveel mogelijk kaarten ter beschikking te stellen. De kroost gaat vervolgens aan het werk, en telt, ordent en ruilt tot de collectie compleet is. Dat de verzamelbundel vervolgens in anonimiteit verzinkt en op een plank verstoft, doet nauwelijks iets af aan de feestvreugde.

Verzamelen, het is zo menselijk. Antropologisch bijna, als je bedenkt dat wij ooit  begonnen zijn als jagers-verzamelaars. Nog altijd zijn er mensen die - gebeten door een oprechte belangstelling in een detail (zoals deurklinken of puntenslijpers) - kosten noch moete sparen een hele collectie ter verwerven. Het gaat daarbij niet eens zozeer om de materie, om het hebben, het is een vorm van zijn.

Het resultaat van dergelijke inspanningen is soms te bewonderen in een heus museum. En ik zal het maar toegeven, ik heb daar wel een boontje voor. Zo bezochten we deze zomer een klokkenmuseum in het snoezige Charroux. Wat een wonderlijk huis was dat, vol getik en geratel. De komst van een nieuw kwartier of een nieuw uur werd er minutenlang uitbundig bejubeld. Een beetje jammer was wel dat de eigenaar net even een koffietje (of een pastis) was gaan drinken. Want enkele maanden terug hadden we in het gelijkaardige typmachinemuseum juist zoveel plezier gehad aan de enthousiaste toelichting van de eigenaar.

In het boek dat ik onlangs doorploegde staat zo’n verzamelaar centraal. Kemal leidt ons rond in zijn museum. Het onderwerp? Zijn grote liefde Füsun.  Aan de hand van voorwerpen documenteert hij hun bizarre liefdesverhaal, zodat hij nooit helemaal afscheid moet nemen.

Ach, hoe mooi, hoor ik u denken. Maar die Kemal werkte mij danig op de zenuwen! Hij zwelgt haast in liefdesverdriet en stalkt die arme Füsun zodanig dat het meisje amper ademhalen kan. Alles wat ze aanraakte, tot sigarettenpeuken toe, wordt in beslag genomen en gecatalogeerd. Want het zou troost kunnen bieden op de momenten dat Füsun buiten zijn blikveld is.

De achterflap vermeldt daarbij jubelend dat Pamuk erin geslaagd is op antropologische wijze het dagelijks leven in Istanbul vast te leggen. Het zal wel, maar het kon me niet verblijden. Terwijl ik toch een meer dan warme belangstelling heb voor etnologie en musea. En voor documenteren van het dagelijks leven. Maar dit boek wekte in mij een ongelofelijke irritatie op. En dat is interessant!

Want ik roep altijd dat boeken “iets met je moeten doen”, je “moeten raken”. En dat deed dit boek dus, al was het op een minder positieve manier. Ik vond namelijk niets ironisch of hilarisch in de verzameldrift van Kemal. Ik vond het beklemmend en benauwend. We horen een subjectief verhaal, enkel vanuit zijn geobsedeerde visie, en ik bleef me maar afvragen: kan het hem iets schelen wat Füsun wil? En ook: wat wil ze nu eigenlijk, wat doet, zegt en denkt ze nu écht los van Kemals interpretatie?

En dat vond ik dan toch weer intrigerend, geef ik toe. Moest ik ooit in Istanbul passeren, dan ga ik toch het “museum van de onschuld” bezoeken. Pamuk heeft dat namelijk onlangs nagebouwd. Vergezeld van een pamflet waarin hij een lans breekt voor kleinschalige, persoonlijke musea. Geen blockbuster-tentoonstellingen dus, maar juist met aandacht voor het diepmenselijke, tastbare verhaal, hoe miniaturistisch dat ook mag zijn. 

Tja, er ziet iets in, maar in Kemals verhaal kwam het woord “navelstaarderij” net iets te veel bij me op…

zondag 18 augustus 2013

Het dorp



In hectische tijden kan een mens al eens nostalgisch worden. Verlangen naar een tijd waarin het leven rustiger en eenvoudiger was. Toen iedereen in het dorp elkaar nog kende. Toen men leefde van het land, ellelange wandelingen maakte in de velden en genoot van woeste wolkenluchten en prille dauw. En het enige getwitter van de vogels kwam.

Een idylle, maar zo is het natuurlijk nooit geweest. Een beetje historicus is zich er nu eenmaal van bewust dat het dorpsleven zelden zo’n oase van stilte en tevredenheid is geweest. Dat het hard zwoegen was op het veld. Dat kille regels en woeste stormen het leven teisterden. En dat een kleine gemeenschap behoorlijk verstikkend kon zijn.

En toch, toch is het heerlijk om eens bij weg te dromen. Escapisme naar het boerendorp, inderdaad, want het hoeft niet altijd een exotisch eiland te zijn. En dus genoten we deze week van een hartverwarmende verhalenbundel over een Brits gehucht. Een boek vol klei, molshopen en sneeuwbuien. Met loden jassen, laarzen, katapulten en vishengels. Maar vooral voorzien van een stevige portie Britse humor en een vleugje mysterie. Zo lezen we het graag, héél graag!

Het dorp Notwithstanding wordt bevolkt door vele ernstige katten, door eekhoorns, konijnen, kwispelende labradors en ook door een opmerkelijk groot aantal excentriekelingen. Zo is er een dame die met geesten in contact treedt, een  majoor die met galmende stem elke kerkdienst net iets te luid meezingt, en een twijfelende pastoor. Ook aanwezig: een verschrompeld boertje met een onverstaanbaar accent, een jonge held die raven temt en niet te vergeten een hebzuchtige inwijkeling uit London die genadeloos te grazen wordt genomen. Voeg daar tenslotte een kasteel aan toe, een romance met een dienstmeisje en een dementerende generaal die zonder kleren de deur uitgaat, en u beseft dat deze bundel meermaals een glimlach bij de lezer uitlokt.

Eenvoudige verhalen, dat wel, maar vaak met een onverwachte twist. Een verrassend einde dat het voorgaande in een ander licht plaatst. Bovendien gebeurt het niet zelden dat een verhaal een personage uit een eerder hoofdstuk plots vanuit een ander perspectief bekijkt, en dus nog een laag aan het verhaal toevoegt. Hoe fijn!

Kortom, een ideale compagnon voor aangename, rustige leesuurtjes met Brits flegma. Want de Bernières zegt het zelf: “Britten hebben een heel flexibele opvatting van normaliteit. We kunnen heel formeel zijn, maar we geloven in het recht op excentriciteit, as long as the eccentricities are large enough”. En dat zijn ze in dit boek, zonder twijfel!

Vreemd dus, dat ik dit boek terugvond in de “neem maar mee” kast op mijn werk. Waar collega’s deze zomer boeken kunnen achterlaten die ze zelf niet meer willen hebben. Een goed idee, zo blijkt dus, want zo ontdekt een mens eens iets nieuws. Maar ik ben nu wel heel erg benieuwd wie dit boek daar heeft achtergelaten en waarom. Want ik vind het eentje om te koesteren en zeker nog eens te herlezen! Dank dus, lieve anonieme collega!

zondag 11 augustus 2013

Puurheid





Vlakbij ons huis ligt een abdij. We gaan er vaak en graag wandelen. Om te genieten van de natuur, van de rust en de stilte. En hoewel de laatste patertjes eeuwen geleden hun biezen pakten, hangt er nog altijd een serene sfeer. Even op adem komen!

Laat ik het gewoon maar toegeven, ik hou heel erg van abdijen. En ik ga er op vakanties dan ook steevast naar op zoek. Abdijen fascineren me. Misschien niet meteen voor het religieuze aspect, maar wel voor de radicale levenskeuze van hun bewoners. Je terugtrekken uit de wereld, een strak gereguleerd leven leiden, van gebed, rust en bezinning, je moet het maar kunnen. Zo’n bewuste keuze voor een leven in armoede en gehoorzaamheid was voor de middeleeuwse mens wellicht logisch, maar vandaag de dag vraagt het heel wat opoffering en moed om je leven zo drastisch te vereenvoudigen.

Het was dan ook me grote belangstelling dat ik enkele jaren geleden de warme documentaire van Annemie Struyf bekeek, over de zusters van het Trappistenklooster in Brecht. Een uitzending die me erg raakte. En ik was niet alleen, want Annemie bleef maar vragen krijgen over het leven van de zusters. Daarom keerde ze nog eens terug, met de fotografe Lieve Blanquaert, om menselijke portretten te maken van de 26 zusters en deze te bundelen in een mooi boek.

Een religieus pamflet is het niet geworden. Annemie Struyf is immers zelf niet gelovig en stond aanvankelijk erg kritisch tegenover de abdij. Maar al snel stelde ze vast dat ze geen extreme, wereldvreemde fundamentalistes voor zich had, maar vrouwen van vlees en bloed. Die eerlijk vertellen over hun leven, de stap naar de abdij, en de moeite die het soms kost om deze keuze vol te houden. Elke mens is een mengsel van goed en kwaad, menen ze. En dus bekritiseren zij de ongelovigen niet, en vertellen ook open over hun eigen kleine fouten en ergernissen (want die zijn er ook in een groep met enkel vrouwen!). 

Annemie laat hen allemaal aan het woord en schetst ook het verloop van hun dag. Die is gevuld met gebed, uiteraard, maar ook met eenvoudige klussen en lectuur. Dat evenwicht tussen actief de handen uit de mouwen steken en meditatief genieten van de stilte is de essentie van het kloosterleven. Een puur en eenvoudig leven, minder streng dan 50 jaar geleden, maar nog steeds behoorlijk strikt. Amper prikkels en drukte, maakt een mens erg gevoelig, stelt Annemie vast, en een uitstapje in de buitenwereld is dan ook altijd erg overweldigend voor de zusters. 

Harde kritiek op de Kerk mag je van dit boek natuurlijk niet verwachten, maar de scherpe kantjes van het Heilig Roomse leven van weleer worden evenmin onder de mat geveegd. Eerlijkheid, alweer.

Aan het einde van het boek vraagt Annemie zich af waarom de abdij haar en de vele TV-kijkers zo fascineerde. Voyeurisme gecombineerd met nostalgie? Dat speelt ongetwijfeld mee, maar ook ons verlangen naar rust, stilte en puurheid. De radicale keuze om niet gericht te zijn op roem en eer, om materieel bezit te relativeren en om niet van hot naar her te rennen is inspirerend. Vooral in een tijd waarin de prikkels ons overspoelen, we vooral assertief moeten zijn, en het zelf “moeten maken” om geen loser te zijn.

Wees gerust, tante treedt niet in. Daar ben ik toch te werelds voor. Maar net als Alain de Botton ben ik ervan overtuigd dat er veel zinnigs en menselijks zit in oude religies. En dat beslist ook inspirerend kan zijn voor de dag van vandaag.

Dus, telkens als ik vanuit mijn raam de abdij zie, denk ik even aan de eenvoud en de puurheid die zo warm uit de portretten van Annemie Struyf sprak. En dat helpt me toch een beetje om ook eens rust en stilte op te zoeken en niet alleen maar rond te rennen. En wat minder waarde te hechten aan bezit, geroddel en ander aards gedoe!

zondag 4 augustus 2013

Theetante drinkt koffie!



Laat ons vandaag een hardnekkig misverstand uit de wereld helpen: wij lusten koffie! Het is niet omdat men zich theetante noemt en ettelijke liters thee per dag consumeert, dat men daarom behoort tot de anti-koffie-liga. Integendeel!

Wij drinken bijzonder gaarne één keer per dag een kopje koffie. Al gebiedt de eerlijkheid ons daarbij aan te geven dat het hier “snobkoffie” betreft. U weet wel: gemaakt van versgemalen bonen en met een subtiel, pittig en uiterst romig schuimlaagje.

En omdat de bibliothecaris dezelfde mening is toegedaan, zijn wij onlangs overgegaan tot de aanschaf van een heus espresso-apparaat. Opdat een dergelijk geluksmoment ook binnen de eigen woonstede kan plaatsvinden. Een stukje hemel op aarde, alleen al omwille van de heerlijke aroma’s die in de keuken onze neusvleugels verblijden!





Die pittige geur speelt een hoofdrol in de novelle die we deze week lazen. O, het is maar een klein boekje hoor, twee kopjes koffie en het is uit. Maar zoals het spreekwoord zegt: klein maar fijn!

Alice is een dame op leeftijd, die elke morgen wordt gewekt door een pruttelende koffiepot, opgezet door haar man Jules. Zo ook deze morgen. Maar, als ze stram de keuken binnen schuifelt, stelt ze vast dat haar man ondertussen is overleden. Terwijl ze zijn laatste koffie opdrinkt, vertelt ze hem alles wat nog op haar hart ligt. En mijmert ze over lang opgekropte grieven en haast vergeten vreugdes.

Dan gaat plots de bel. David, de autistische buurjongen staat erop zijn dagelijks potje schaak te spelen. Ze krijgt hem niet uitgelegd waarom deze regelmaat niet past. En dus geeft Alice toe.

Een mooi, klein boekje, over afscheid nemen, en over de nood aan structuur. Alice moet immers niet alleen haar Jules vaarwel zeggen, maar ook de dagelijkse wekdienst van het koffiearoma achter zich laten. En net als voor David, valt het haar zwaar om vaste gewoontes los te laten.

Wondermooi!