zaterdag 28 december 2013

Revolutionary Road: berusten of doorgaan?



Diep in onszelf zijn we allemaal geniaal. Een vat vol talenten. Een rijke bron aan competenties en kwaliteiten. Begiftigd met een scherp inzicht en onvolprezen wijsheid. Jawel.

Het probleem is alleen dat anderen dat niet zien. Of in elk geval niet waarderen. En ons dus in de weg zitten om ons volledig te ontplooien. Is dat even jammer. Daarom wachten we op het moment dat we worden ontdekt. Ooit komt de dag dat de wereld zich vertwijfeld zal afvragen hoe het komt dat zoveel talent zo lang over het hoofd werd gezien.

Positieve psychologen roepen ons immers euforisch op te gààn voor ons talent. In een maakbaar universum hebben we maar een klein zetje nodig. Een talentenjacht bijvoorbeeld, één geniale tweet of een gehypete blog. Roem en glorie liggen binnen handbereik, enkel een vingerknip is er nodig en hop! we stijgen hoog uit boven de grijze massa!

En als je genialiteit niet wordt opgemerkt, dan is dat dus vooral de schuld van de anderen. Van de buitenwereld. Van onvoorziene omstandigheden. Want, nee, het ligt niet aan jezelf, aan gebrek aan talent, wel aan gebrek aan kansen. 

Dat talent niet alleen een aangeboren gave is, maar enkel tot bloei komt door inspanning en doorzettingsvermogen vergeten we zo al wel eens. Tegenslagen overwinnen is namelijk niet zo gemakkelijk. Nee, dan blijven we uiteindelijk toch maar liever onder een TV-dekentje liggen met een kop thee. En dan een beetje afgunstig mopperen over de anderen.

Zie hier het drama van Frank en April Wheeler, de hoofdpersonen van Revolutionary Road. Een schijnbaar gelukkig echtpaar uit de fifties, die alles hebben waar men toen van droomde. Een moderne villa met tuin, een duo gezonde kinderen en voldoende geld om te doen waar ze zin in hebben. En toch zijn ze niet gelukkig.

April en Frank zijn er immers van overtuigd dat dit leven in de suburb maar een doorgangsfase is. En dat het ware leven hen nog wacht. April was immers goed op weg om een bejubelde actrice te worden, maar ze werd onverwacht zwanger en trouwde.  Frank had een geniale academische carrière voor de boeg, maar neemt voorlopig genoegen met een nietszeggende kantoorbaan in de stad. Maar ondertussen dromen ze van een glansrijk bestaan dat nog moet komen.

Het tragische in dit verhaal is niet dat het koppel geen talent heeft. We komen in elk geval niet te weten of ze echt kansen hebben gemist. Wel blijkt al snel dat kiezen voor je talent ook betekent dat je heel wat comfort moet verliezen, en dat je inspanningen moet leveren. Je dromen waarmaken vraagt offers en doorzettingskracht.

Uiteindelijk schittert dit tweetal vooral in onvermogen om boven hun eigen banaliteit uit te stijgen. Om eens echt moeite te doen. Om de moed te hebben te veranderen. Het loopt uit op een drama. Het is een boek waar ik al dagen over loop na te denken. Ik kan het moeilijk loslaten, omdat het me blijkbaar erg raakt.

Want, dit boek is een spiegel. Want wie kent dat niet: mokken om gebrek aan waardering, en ondertussen vooral erg bang zijn wat de anderen van ons zullen denken? In zijn boek Statusangst wil Alain de Botton ons daarvan bevrijden. Banaliteit is niet erg, stelt hij, niet iedereen is geniaal en je hebt niet noodzakelijk kansen gemist. Wie verzoend is met zichzelf kan nooit een loser zijn! En bovendien is de wereld niet zo maakbaar als we denken. Niet meer over piekeren dus, maar tevreden zijn met wat je wel hebt.

Al deze wijsheid in acht genomen, wat is dan ons voornemen voor het komende jaar? Tevreden zijn met wie we zijn en waar we staan? Ons erbij neerleggen dat niet iedereen een genie is, en geen overdreven moeite doen om boven onszelf uit te stijgen (want dat maakt ons enkel angstig en ongelukkig)? Of toch maar eens een extra inspanning leveren om bijvoorbeeld stevig door te denken en een boek te schrijven? We denken er de laatste dagen van 2013 nog eens diep over na. Onder ons dekentje en bij een kop thee!

donderdag 19 december 2013

Kort en klein


Abdij van Mozac (Auvergne)

Ondergetekende is kort, al zeggen we doorgaans: klein. Met moeite 1 meter 60. En al probeer ik met hakken nog enige centimeters te winnen, het blijft een feit: ik aanschouw de wereld vanuit een soort kikvorsperspectief (en word door lange mensen al eens letterlijk over het hoofd gezien)

Misschien komt het daarom dat ik het kleine, fijne nogal waarderen kan. Het echte kleine dan, niet de pietepeuterigheid van tierelantijnen en details. Wel het uitgepuurde, het matige, de eenvoud. Om het concreet te maken: liever een Romaans kapelletje dan een barokke dom. Liever stoofpot dan haute cuisine. Bij voorkeur Schubert en geen Wagner; een pittige espresso boven een opgeklopte cappuccino! 

Bij boeken is het natuurlijk net zo. Dit jaar liep ik vast op grote kanonnen, meeslepende grootse epossen, propvol drama en weergaloosheid. Ik berichtte al over les Misérables. De afgelopen week beet ik mijn tanden stuk op Schuld en Boete. Vast heel prachtig en zo, heel diepgravend en doordacht, maar o zo zwart en somber. De Russische boekenclub ten spijt, het is me niet gelukt hiervan te genieten. En het boek is ondertussen kordaat aan de kant geschoven.

Maar gelukkig was er tegengif! Namelijk een bundel verhalen van Alice Munro. Korte verhalen over vrouwenlevens op zoek naar geluk. Groots, in hun kleinheid en beknoptheid. En dat niet alleen wat de omvang betreft, maar ook qua taal. Bedrieglijk eenvoudig.

De verrassing zit vaak in de staart. Munro neemt je mee in een leven, je leest moeiteloos verder en dan ineens: een draai, een abrupt einde, een onverwacht perspectief. Het verhaal is dan wel ten einde, de zinnen zijn gestopt, maar de kous is nog niet af. Want dan volgt het denken, het mijmeren, het herlezen en dieper graven. Zoals men van een warme, straffe espresso nog lang kan nagenieten.

Verbazingwekkend hoe Munro zich zo kan inleven in heel verschillende levens. En hoe zij met een paar details een hele wereld kan oproepen.  Ellende en hoop gaan in haar verhalen vaak hand in hand. Want “te veel geluk”, zit er niet in dit boek. Maar evenmin groots en verzwelgend drama. Wel kleine pittige portretten met dat beetje meer. Over hoe kleine momenten grote gevolgen kunnen hebben, of uiteindelijk juist niet. 

Kort en krachtig: Mooi!

maandag 9 december 2013

Quality moments

Ten huize theetante wordt momenteel volop afgeteld naar Kerstmis. De laatste maand van het jaar vullen we namelijk met quality-moments, creatief verpakt in een adventskalender. Elke dag een doosje vol zoetigheid en een opdrachtje. Dansen in de living bijvoorbeeld, een gek rijmpje bedenken of een kerstknutsel fabriceren. En dit alles met absolute toewijding en liefdevolle aandacht van ondergetekende. Driewerf hoezee!

Doelbewust tijd maken om samen iets gezelligs te doen. Want daar komt het doorgaans zo weinig van. Maar nu stempelen we gekke kikkers met groene inkt en vingertoppen! We knippen sneeuwvlokken voor het raam en we plakken kerststerren. Maar we staan vooral versteld van elkaar! Wat een creativiteit en vooral: wat een verhalen komen er los. En eigenlijk kost dat uiteindelijk weinig moeite.

Je moet er alleen maar even tijd voor willen maken. Even loskomen van je eigen doelen en besognes. Even zitten, luisteren, kijken. En dat doen we dus elk jaar in december met volle inzet en met veel plezier!

Terwijl ik de kalender in elkaar knutselde en grappige opdrachtjes verzon, las ik een boek over een gezin waar samen dingen doen tot een minimum beperkt wordt. Een verzameling  eenzame individuen is het, die allen hun eigen gang gaan. Voortgedreven door ambitie en gekweld door een verleden. Maar dat mogen geen excuses zijn.

Want het kind in dit gezin, Bela, komt heel wat aandacht en liefde tekort. Haar moeder stort zich liever op een academische carrière, dan dat ze een kleuter entertaint of een tiener van ontbijt voorziet. De vader doet zijn best, doch lummelt vooral onhandig in de marge rond , niet goed wetend hoe hij het beter aan kan pakken.

Een gezin bovendien dat balanceert. Tussen een toekomst vol kansen en een verleden vol drama. Tussen afscheid en een nieuw begin. Maar vooral tussen twee culturen: het koude Noorden van Amerika en het zinderende India.

Net als in haar vorige boeken en kortverhalen, weet Jhumpa Lahiri me weer te bekoren met een fijnzinnige, liefdevolle schets van een ingewikkeld gezin. Mensen die de wereld rondreizen om opnieuw te beginnen. Maar die hun verleden niet helemaal kunnen achterlaten. Zoals steeds bij Lahiri is die migratie maar een achtergrond, de achterwand waartegen zich algemeen menselijke problemen afspelen. Die van een liefdeloos huwelijk zonder ware aandacht voor elkaar bijvoorbeeld. Van de spanning tussen werk en gezin. Van mensen ook die oprecht hun best doen, het maatschappelijk ver schoppen, maar op persoonlijk vlak steken laten vallen, omdat ze te weinig aandacht besteden aan wat echt belangrijk is. En tenslotte: een ode aan de veerkracht van een kind, dat toch haar draai vindt in het leven.

Er valt in dit boek veel aan te merken op de keuzes van de hoofdrolspelers. Toch zijn het geen onmensen. Het zijn vooral rusteloze zielen, die geen tijd nemen om te genieten van wat ze wel (nog) hebben. Pas aan het einde van hun leven ontdekken ze dat het leven meer is dan je losmaken van je verleden.

Kortom: uiteindelijk toch een heerlijk boek. Geen kommer en kwel, maar vol hoop.  Een boek dat met veel liefde geschreven is. Dat personages heeft aan wie je je ergert; maar van wie je ondanks alles hoopt dat het goed met hen afloopt. Van boeiende contrasten en fijne momenten. Liefhebbers van Lahiri zullen niet ontgoocheld zijn!

dinsdag 26 november 2013

Sttttt studie

Het was de voorbije weken weer alle hens aan dek. We spoorden door het hele land, vergaderden, woonden studiedagen bij (ontdekten een nieuwe theesoort) en verstrekten advies. En tussen de bedrijven door trachtten we ook nog eens de stroom werkmailtjes in te dammen.Voeg daar aan toe:
  •  Een wel erg blijde kinderschaar, wiens hartjes deze Sinterklaasdagen vol verwachting klopten (en wiens schoenen moesten worden gevuld). 
  • Een duo katachtigen dat deze week ontdekte dat
    • 1) het erg fijn is om na een regenbui uitvoerig te worden afgedroogd 
    • 2) appelcake (vers gebakken voor het bezoek) heerlijk smaakt 
    • 3) een wasmand met pasgestreken linnengoed een ideale kattenmand is.

Oooh makkers, staakt uw wild geraas! Want ja, op dergelijke ogenblikken wil een mens wel eens weemoedig terugblikken op verloren dagen. Toen we nog studeerden bijvoorbeeld en we amper verantwoordelijkheden hadden. Toen we alle dagen nieuwe dingen ontdekten en onze hersentjes knetterden van de pret. Toen we ons nog volop konden verdiepen in één bepaalde kwestie en daar 's avonds met vrienden ellenlang over door konden bomen, bij pot en pint. Hevig discussiërend en wereldverbeterend. Ach, die mooie studententijd!

Het boek dat ik deze week (op de trein van hot naar her) las bracht die periode weer even helemaal tot leven. Het leven aan de universiteit. Met alle vrijheid en het continue plezier om nieuwe dingen te ontdekken. Maar ook met alle onzekerheden van dien. Want na de studie start het echte leven en dat was inderdaad best wel even een uitdaging.

Eugenides weet dit helder te schetsen in een prachtig boek over hoe moeilijk het leven kan zijn als je net bent afgestudeerd en je alles zelf aan de lijve moet ontdekken. Een baan zoeken en houden, een relatie verder uitbouwen, een huishouden runnen, en de eerste compromissen sluiten met de werkelijkheid.

Eugenides' werk wordt wel eens vergeleken met De correcties van Franzen. Disfunctioneel Amerika, weet u wel, de duistere zijde van de nette burgerij. En daar zit wel wat in, want ook in dit boek hebben mensen vreemde trekjes. Een hoofdrol is bijvoorbeeld weggelegd voor iemand met een zware bipolaire stoornis, wat soms grappig, maar vaker nog diep treurig is.

Franzen blinkt uit in de ironische aanpak en in echt immorele personages die enkel aan zichzelf denken. Bij zijn correcties en  de vrijheid heb ik veel gegrinnikt, maar ook vele keren meewarig het hoofd geschud bij zo'n flagrant gebrek aan medeleven. Eugenides daarentegen trekt volop de kaart van de empathie. Hij houdt van zijn personages en dat voel je. Zo brengt hij hun zoektocht naar de ware liefde of het ware geloof op een begripvolle, haast tedere wijze in beeld. Zonder hen ook maar één keer belachelijk te maken. Maar wel met oog voor grappige momenten. Waar de figuren van Franzen bijna karikaturen zijn, maakt Eugenides er mensen van vlees en bloed van.

Zo is er Mitchell, die een wereldreis maakt in de hoop het ware geluk te vinden in een religieuze secte. Hij trekt van de ene kerkgemeenschap naar de andere, wanhopig op zoek naar zingeving en rust. Madeleine dreigt een wetenschappelijke loopbaan in de Engelse letterkunde op te offeren voor haar zieke vriend Leonard. Terwijl die Leonard zelf zijn briljante onderzoekscarrière als chemicus lijkt te verprutsen uit pure onmacht. De driehoeksrelatie tussen deze personen maakt het allemaal nog veel ingewikkelder en verwarrender, ook voor henzelf.

We volgen dit drietal tijdens hun laatste maanden aan de universiteit en het eerste jaar in de echte wereld. De vertelperspectieven wisselen elkaar af, waardoor je soms drie versies krijgt van een zelfde gebeurtenis. Wat bijzonder is en het verhaal op een mooie manier verdiept.

Maar vooral is dit een boek over lezen. Over de victoriaanse romans die Madeleine bestudeert. En die steevast eindigen met een gelukkig huwelijk. Terwijl juist dat voor haar onhaalbaar blijkt, in de onromantische realiteit van de jaren '80. Eugenides legt het zelf helder en erudiet uit in dit interview.

Echt een boek om van te houden dus, vol warmte en eruditie. Maar ook heel herkenbaar. Het voerde me feilloos terug naar die fijne, maar ook soms best lastige studententijd en de eerste tijd daarna. En dan denk je onwillekeurig toch: blij dat ik nu al wat verder sta. En al die drukte? Die nemen we er dan maar bij!

zondag 17 november 2013

Les filles (oh, la, la!)

Ja, ja, de dochter is acht geworden! Een fantastische leeftijd waarop je al best zelfstandig bent, maar ook nog heerlijk dromen kunt. Over prinsessen en zeemeerminnen bijvoorbeeld. En over baljurken, modeshows en lipgloss.

Deze verjaardag moest natuurlijk feestelijk worden gevierd met de vriendinnen. Het plan was om er een elfenfeest van te maken, met "meisjesijsjes" en een "meisjesfilm". En eigenlijk ook met make-up.

Maar daar trokken we de lijn. Want de wereld van kleine dametjes is best leuk, maar ook erg zoet en erg roze. En we moedigen het dus niet te veel aan. Taart geserveerd op een gewoon bordje smaakt even lekker als op een Disney-prinsessenbord volgens ons.

Al dat glitterroze en poederzachte gedoe zorgde voor een interessant contrast met het boek dat ik deze week las. Van de Franse feministe Benoite Groult. Die de hele "meisjesindustrie" op fijnzinnige, komische wijze bekritiseert. En tussendoor nog heel wat meer levenswijsheid meegeeft.

Dit boek is een verzameling fragmenten uit de levens van een moeder en een dochter. De moeder, een feministe van het eerste uur, is ondertussen tachtig geworden. Haar strijdlust blijft nog overeind, maar ouder worden is moeilijk. Ze beschrijft op treffende wijze hoe het is om bejaard te zijn, en dus "onzichtbaar" voor de rest van de maatschappij die jeugdigheid als norm stelt.

Radicaal kiest deze Alice voor Liberté: zelf beslissen over je eigen leven, zonder afhankelijk te zijn van anderen. Het motto dat haar huwelijk kleurde en ook haar dochter Marion heeft beïnvloed. Die koos ervoor om naast haar echtgenoot ook een tweede liefde toe te laten (een thema dat we nog kennen uit Groults "zout op mijn huid"). Hun sporadische momenten samen op verlaten Ierse eilanden, zijn van een grote intensiteit en warmte.

Geen zwartgallig boek van zeurderige oude vrouwen en verbitterde feministen dus. Groult heeft humor en heel veel levenslust. Ze kijkt geamuseerd naar de maatschappij van vandaag en geeft een genuanceerde mening, vaak met een warme knipoog. Daarnaast schrijft ze heel veel mooie dingen over familierelaties en waar de liefde een mens brengen kan.

Groult verwoordt een intelligent feministisch standpunt, naar de beste Franse intellectuele traditie. Met oog voor detail en de aangename dingen des levens, zoals ook Claudel dat bijvoorbeeld kan. Haar bespiegelingen over wat de zee met een mens doet bijvoorbeeld, of hoe heilzaam een tuin kan zijn, zijn zeer mooi en breekbaar omschreven. Maar tegelijkertijd schuwt ze de grote thema's als abortus en euthanasie niet. Veel stof tot nadenken dus.

Het was sowieso een beetje een Franse week voor ons. Want we keken ook naar de wondermooie film Toutes les soleils. En we bedachten ons hoe jammer het is dat we die Franse cultuur wat uit het oog zijn verloren. En dat we toch wel heel erg op Engeland en Amerika gericht zijn. Terwijl er qua joie de vivre en cultuur ook bij onze zuiderburen zoveel moois te ontdekken valt.

Ik ben dus zeker van plan nog meer van Groult te lezen. Maar naast haar en Claudel ken ik eigenlijk geen hedendaagse Franse schrijvers. Dus, beste lezer, als u tips heeft, geef die dan even door? Want ik begin te vermoeden dat er nog vele mooie schatten zijn te vinden in de Franse bibliotheek!

dinsdag 5 november 2013

De grote meesters (Les Misérables van Hugo)

Vorige week trakteerden we ons onszelf op een cultureel midweekje Amsterdam. Kinderloos! Hetgeen zowel bevrijdend als verbijsterend is, maar dat terzijde.

Een bezoekje aan het Rijksmuseum kon natuurlijk niet ontbreken. En dus trokken we ruim de tijd uit om deze tempel van Schone Kunsten gepast ere te brengen. Omdat we zo onze prioriteiten hebben begonnen we bij de Middeleeuwen en klommen zo langzaam op naar de pièce de résistance: de ere gallerij.

Daar binnentreden is toch wel even schrikken: wat een drukte! Wat een geflits van camera's en gedrang om toch maar een glimp te kunnen opvangen van hét meesterwerk: de Nachtwacht.

Laat me eens even héél eerlijk zijn: de nachtwacht is not my cup of tea. Want, waar gaat het nu eigenlijk over?  Mannen met dikke buiken, imposante hoeden en onpraktische sjerpen die interessant in de verte staren. En een uiteindelijk érg lelijk meisje in een gele jurk, die wat in de weg lijkt te lopen. Hè nee, het is me te groots, te bombastisch, te dramatisch.

Dan de Vermeers! Even verderop in alle rust te bekijken. Kleine kijkvenstertjes op een verstilde, intieme wereld. Waar een vrouw een brief leest, een meisje melk uitschenkt of iemand een straatje veegt. Eenvoudig, rustig en o zo mooi.

Grootse dramatiek, beste lezer, boeit me maar matig. Niet in de schilderkunst en ook niet in de literatuur. Dat bleek van de week weer tijdens het lezen van de grootse klassieker Les Misérables.

Voor wie het verhaal nog niet kent (en de liedjes uit de musical niet mee kan zingen) even een opfrissertje. Les misérables vertelt het verhaal van voormalig dwangarbeider Jean Valjean, die in Parijs het kleine meisje Cosette onder zijn hoede neemt. Zij groeit op tot een mooie jongedame en wordt verliefd op ene Marius. En dat terwijl Jean op de hielen wordt gezeten door de politieinspecteur Javert. Tegen de achtergrond van de opstand van 1832 voert Hugo ons naar een dramatisch hoogtepunt om u tegen te zeggen.

Dit boek maakt op bitere wijze duidelijk hoe weinig rechten armen hadden in de 19de eeuw. Jean, ooit veroordeeld omdat hij uit honger een brood stal, krijgt eigenlijk levenslang. Want hij wordt ook na zijn ontslag uit de gevangenis niet met rust gelaten. Je zou voor minder radicaliseren en transformeren tot een anarchist. Maar al helemaal in het begin van het boek ontmoet hij een fantastische bisschop: eenvoudig en met een groot hart. Wat mij betreft het mooiste personage en het sterkste deel van het boek.

Want ja,  Hugo kan wel prachtig vertellen.  Hij voert het verhaal naar enkele onvergetelijke scènes, vaak bij kaarslicht, die stuk voor stuk een romantisch schilderij waard zijn. Ook zijn karakters zijn met veel mededogen geschreven. Maar naast heldere, goed leesbare stukken, struikelde ik toch erg over uitgesponnen, redelijk drakerige passages over de revolutie, de slag bij Waterloo en de strijd voor het vaderland. Bloed gutst rijkelijk, mannen gedragen zich heldhaftig en zo, maar ik word er niet warm of koud van. Snel omdraaien dus die pagina's.

Het zal dus wel aan mij liggen: grootse dramatiek, diepgaande passie en doorwrochte emoties wekken bij mij enige weerzin op. Of toch enige tegenzin bij het lezen. En ik besef eens te meer dat ik liever een "kleinschalig" boek heb, met veel rust en veel stiltes.

Een Vermeer van papier en drukinkt dus graag, en geen Nachtwacht in boekformaat!

maandag 28 oktober 2013

Kieskeurig

Mijn oma was dol op zoetigheid. En pralines waren favoriet. Als je bij haar op de thee kwam, brak dra het moment aan waarop ze met enige plechtigheid de chocolade presenteerde. "Kiezen mag'" was daarbij steevast de leuze. En ze keek daar dan bijzonder ondeugend bij.

Het was dan ook nogal wat! Een heuse vrijbrief om in de zoete weelde te rommelen totdat het chocoladewonder van je dromen binnen bereik kwam. Ook als die onderaan had postgevat. En ook als het de enige van zjn soort was, en anderen er eveneens reikhalzend naar uitkeken.

Doch deze keuzevrijheid schiep ook verplichtingen. Want, als het tegenviel dan moest een mens wel even doorbijten. Half opgesmikkeld suikergoed was immers uit den boze! Als er onverwacht marsepein of likeur opdook, moest je doorzetten. Dan opgeven was een schande!

Met boeken is het ook een beetje zo. Kiezen mag, maar eens een boek gekozen, dan vond ondergetekende dat ze het ook helemaal moest uitlezen. Zelfs als het tegenviel. Opgeven daar deden we niet aan.

Recentelijk heb ik echter gebroken met dit dogma. Overtuigt een boek niet, dan klappen we het dicht. En helaas heeft dit de afgelopen weken tot bijzonder veel geklap geleid. Want iemand die veel leest, weet hoe een goed boek kan zijn. En dan wordt een lezer kieskeurig, ja, ja!

Maar dit boek heeft de theetante-test doorstaan. En heeft haar tijdens regenachtige herfstavonden meegevoerd naar een wonderlijk Brussel. Een stad waar men zoetgeurende wafels bakt, uitbundig carnaval viert en koning Leopold I nog moet wennen aan zijn nieuwe land.

Jolien Janzing neemt ons immers mee naar 1842. Brussel is nog maar net de hoofdstad van een nieuw koninkrijk. De mensen zijn er goed gekleed en wel doorvoed. Op een avond arriveren er twee Britse zusjes: Charlotte en Emily Brontë. Zij nemen hun intrek in pension Heger, waar ze Frans zullen leren en - wat Charlotte betreft - de liefde zullen leren kennen.

Aanvankelijk is het nogal een cultuurclash. De protestante domineesdochters verbazen zich over het weelderige Roomse leven. Over de verfijnde kledingstijl en de heerlijke gebakjes in de stad. Maar naarmate ze meer Frans leren en de gewoontes in de stad beter leren kennen, brengen ze steeds meer waardering op voor de levenskunst van de Belgen.

Charlotte wordt echter verliefd, op niemand minder dan haar leraar monsieur Heger. Een verboden liefde, die tijdens een wervelend carnavalsfeest in hartje Brussel even een kans lijkt te krijgen. Maar Heger is getrouwd en zijn vrouw is niet dom. Subtiel maar beslist maakt ze een einde aan de affaire.  Charlotte trekt weer huiswaarts, met een gebroken hart, maar ook met een schat aan inspiratie voor haar latere werk.

Jolien Janzing schrijft met verve en schildert een exotisch Brussel. Want de stad van 1842 is niet het Brussel van vandaag, dat ik goed ken en waar ik dagelijks vertoef. En dus was het prettig om na de lectuur van dit boek met een andere blik door Brussel te flaneren.

Een aangenaam boek dus, maar dat wil niet zeggen dat ik er helemaal door overdonderd was. Een paar parallelle verhaallijnen konden me niet overtuigen en ook het gedweep van Charlotte had bij wijlen iets al te puberaals. Door de liefdesgeschiedenis zo centraal te stellen, bleef er ook te weinig ruimte over om Charlotte en Emily als schrijvers echt te leren kennen.

Maar kom, ik moet niet te kieskeurig zijn. Ik heb toch een paar aangename avonden met dit boek doorgebracht. En het pas dichtgeklapt toen het helemaal uit was. Mét een tevreden zucht!