maandag 23 september 2013

In de marge

Zaterdag was ik op een feestje. Nou, ja, feestje, noem het maar een "festiviteit". Wegens gesitueerd in een smaakvol herenhuis, met kristallen luchters en brokaten gordijnen. Waar het wemelde van de vriendelijke professoren, van dames met parelkettinkjes, heren met managementservaring en zowaar een minister van Staat.

Ondergetekende was ook aanwezig. Vooral lijflijk dan. Met barstende hoofdpijn en een geforceerd lachje. "Flets" placht men zoiets al eens te noemen. Geen bron van sprankelende conversatie, kortom. Maar wel met nog nèt voldoende empathie om instemmend mee te knikken of verbijsterd de ogen open te sperren, al naargelang de intonatie der gesprekspartner. En dat is al heel wat.

In een roman zou dit optreden op z'n best één zin waard zijn. (Tenzij de muurbloem in kwestie natuurlijk behept is met een rijk intern leven, en een scherpe geest bezit vol rake observaties of snode plannen. Doch dit kon van mij die avond niet gezegd worden. Observeren, toehoren en vooral niet flauwvallen was al een hele uitdaging. Dus waarschijnlijk niet eens een bijzin voor mijn aanwezigheid. Helaas.)

Nee, dan echte protagonisten. Die zijn spannend! Die zijn de ster op elk feest! En die maken nogal eens iets mee. Zo klimmen ze met durf en klasse steil omhoog op de sociale ladder (waardoor we hen lichtjes haten) of ze kukelen juist loeihard naar benee (wat hen dan weer sympathiek maakt). Hoe dan ook, op hetzelfde niveau blijven, is normaliter niet de bedoeling, wil men de lezers tot tranen, geweeklaag of glimlachjes beroeren. Laat staan dat deze hoofdrolspelers op een receptie aan de kant blijven staan en beteuterd in hun glas kijken. Helden hebben geen hoofdpijn.

Desalniettemin was de heldin van het boek dat deze week mijn nachtkastje sierde, een soort koningin van het status quo. Geen rare toeren of uit de bandspingerij voor Vera, nehee. Net als tante op het festijn, staat ze aan de zijlijn. Ze is vooral dochter van een harteloze moeder, vrouw van een succesvolle zakenman, moeder van een kind met eetproblemen en zus van een behoorlijk egocentrische arts.

Vera is zelf lerares Nederlands op een Haags gymnasium. Niet zozeer omdat zoiets nu echt haar ambitie was, maar wel omdat ze erin rolde. En dat is zo een beetje het hele verhaal. Op de voorgrond staan en haar leven zelf een nieuwe wending geven, daar komt het niet van. Er zijn wel momenten waarop nieuw kansen zich aandienen, maar Vera gaat er niet echt op in. En ze heeft daar niet eens spijt van.

Hè wat saai, denkt u? Nou, niets is minder waar. Siebelink schreef een warm boek over een gewone vrouw. Verademend onspectaculair eigenlijk, maar daardoor zeker niet minder boeiend. En hoewel de stijl aanvankelijk wat koel overkomt, afstandelijk ook, raak je toch steeds meer betrokken bij het doodgewone leven van Vera.

Beste lezer, wat is de moraal van dit verhaal? We hoeven niet allemaal een fuifbeest te zijn. Of een hoogvlieger, of een tragische held. En dus kunnen we voortaan zonder schuldgevoel het muurbloempje zijn op staande recepties. Is me dat even een opluchting!

zondag 15 september 2013

Een "echt" boek?!

Het schooljaar is nog knispervers, maar we komen op kruissnelheid. Het weekschema is uitgetekend, de boeken gekaft, de krijtlijnen getrokken. En toen kwam de dochter thuis met een heuse leeskaart.

Ze deelde me parmantig de instructies mede. Eke keer als onze freule 10 minuten uit vrije wil zou lezen mocht ze een vakje kleuren. Wat er daarna zou gebeuren, bleef in het ongewisse, maar dat het een buitengewone zaligheid betrof, stond buiten kijf. "Maar", vervolgde ze dramatisch, "de afspraak is wel dat het om "echte boeken" moet gaan, en geen strips. Want daar leer je zo weinig van, en lezen is een serieuze bezigheid". Ja, ja.

Uiteraard juichde ik dit instrument volmondig toe.... om me die hulde later weer te beklagen. Want toen ik mij diezelfde avond herfstig in de fauteuil drapeerde met een boek, kwam een klein dametje over mijn schouder meekijken. Meewarige blikken, gevolgd door diepe zuchten waren mijn deel. "Mama!", riep ze verbolgen, "dat is geen echt boek, dat is een strip". Ik voelde me bijna schuldig na zoveel onbegrip. "Maar", prevelde ik radeloos, "het is er wel één om U tegen te zeggen".

Deze graphic novel vertelt het levensverhaal van Rembrandt: en is zelf een waar kunstwerk. Vol prachtige tekeningen en warm coloriet. Historisch accuraat, maar ook met de nodige vaart en humor. Ontroerend en prachtig uitgegeven. Om even helemaal stil van te worden.

Ik las het ademloos uit op een winderige avond. Met enkel een kaarsje en een leeslamp, omringd door stilte. Het was bijna magisch en ik kon het boek niet wegleggen. Verbluffend hoe dicht Typex de tekeningen van Rembrandt nadert, hoe hij ze in een context plaatst en je een blik achter de schermen van de grote meester gunt.

Rembrandt leefde uitbundig, vol passie, maar ook vol professionele ernst. Zijn leven was getekend door verf, verdriet en verbeelding. Het boek troont je mee naar oude bruine kroegjes, naar ijskoude besneeuwde grachten en pronkzuchtige hoven van edellieden. Het penseelt nauwgezet en met warme tinten hoe een schilder in die dagen vooral als een ambachtsman werd gezien. En hoe Rembrandt, naast zijn creatief werk, ook een gehaaide ondernemer had moeten zijn. Maar dat laatste lukt niet zo best, helaas.

Kortom: dit boek was een genoegen voor oog, hart en hoofd. Het heeft mij in elk geval een onvergetelijke avond bezorgd. En al mag ik dan geen vakje op de leeskaart kleuren, dit had ik niet willen missen!

zondag 8 september 2013

En de boer, hij ploegde voort

"Wat je overkomt heb je niet in de hand, hoe je ermee omgaat wel". Ik hoorde deze spreuk jaren geleden, in moeilijke tijden. En het was even een lichtpuntje, want zo had ik het nog niet bekeken. Ondanks alles had ik toch een keuze. Het voelde als een vorm van vrijheid. En het heeft me toen door die zware dagen heen geholpen.

Vorige week moest ik plots weer denken aan deze spreuk. Gelukkig niet omdat ik zelf zware stormen doormaak (integendeel: het is momenteel heerlijk zonnig in de casa theetante), maar omdat ik een aangrijpend boek las. Eentje waarin de hoofdpersoon vol waardigheid en eenvoud onmogelijke medemensen trotseert. Het levert hem geen eer op, geen macht en evenmin een schitterende carrière.

Ik heb het natuurlijk over Bill Stoner. Boerenzoon, stevig geworteld in donkerbruine aarde. Eentje die plots een verrassende keuze maakt. In plaats van akkers te bewerken, doorploegt hij middeleeuwse literatuur (en dat is uiteraard een levensweg die mijn volle sympathie kan wegdragen). Zonder veel woorden graaft hij diep, en bouwt een bestaan op in dienst van de wetenschap en de studenten.

Hij trouwt echter met een vrouw die geen talent heeft voor geluk. Iemand voor wie het glas steeds halfvol is, of zelfs helemaal leeg. Een vrouw die geen liefde kan geven, en die de beweegruimte van Bill steeds verder verkleint en tegelijk haar eigen verdriet vergroot. Zwaarmoeidig hand en steeds ontevreden. Maar Bill zwijgt en doet wat hem gevraagd wordt.

En dan zijn er nog de machtspelletjes op de universiteit. Waar collega's elkaar een hak zetten en hun pupillen in de aandacht manoevreren. Stoner kijkt, registreert en doet vooral koppig zijn eigen zin. Ook als hem dat zijn carrière en een grote liefde kost. Klagen is niet echt zijn stijl.

Ik heb me tijdens het lezen van dit boek wel eens afgevraagd of Stoner niet eigenlijk erg laf is. Want hij schopt nooit herrie en lijkt nooit kwaad te worden.Volgens mij heeft hij een andere strategie. Hij steekt geen energie in verloren zaken. Doet zijn eigen zin in de marge en wacht tot de storm is overgewaaid. Hij trotseert het krachtenveld en komt er uiteindelijk als mens sterker uit. Ook al vertaalt zich dat niet in een hoge positie of veel aanzien.

Kortom: een prachtig boek. Dat meteen ook een flink stuk geschiedenis meegeeft. Je ziet hoe Amerika en het leven op de Campus evolueert tussen pakweg 1910 en 1950. Bijzonder boeiend, maar dat werd ook al overtuigend vastgesteld door Bettina, Joke en Anna .

maandag 2 september 2013

Nuffige dames en oude boeken

Neen, deze titel slaat niet op de leden van onze leesclub. Laat ons daar van meet af aan duidelijk over zijn. Nuffigheid, behaagzucht noch hooghartigheid kan men ons verwijten. Kwestie dat dat duidelijk is. Zo.

Die oude boeken, daarentegen, dat is echter wel to the point. Want na ons sessies lang te hebben verdiept in eigentijdse pennevruchten maakten we deze zomer eens tijd voor een klassieker. We kozen voor Flaubert, met Madame Bovary. (en dat is dan weer een dame die wél nuffig is).

Al toen de eerste leesclubladies donderdagavond aanschoven, werd het duidelijk. Deze klassieker was verre van oubollig. Verrassend vlot leesbaar, was het oordeel, vol vaart en met interessante psychologische schetsen. Velen waren verbaasd dat dit boek al in 1857 werd geschreven. Maar goed, het was ook toen al zijn tijd vooruit. Want Flaubert hield aan dit feuilleton een proces over. En de psychologie een symptoom.

Inderdaad, er bestaat zoiets als Bovarisme, een stoornis waarbij de patient (meestal een oudere vrouw) een overdreven zelfbeeld heeft en uit onvrede geen juist onderscheid meer kan maken tussen waarheid en fantasie. Zodoende wordt de dame in kwestie af en toe hysterisch, en is ze - voortgedreven op emotie - amper voor rede vatbaar.

Voila, ons Emma ten voeten uit. Geen sympathieke deerne, zo vonden wij. Eerder een onuitstaanbaar wicht, die mannen tot wanhoop drijft en nooit tevreden is. Die verliefd is op de liefde, minnaar na minnaar verslijt, haar echtgenoot financieel aan de grond brengt en uiteindelijk zwelgt in zelfmedelijden. Neen, dan kunnen we meer begrip opbrengen voor Anna Karenina, die haar onheil uiteindelijk niet zelf heeft gezocht. Zelfs Eline Vere (ook niet altijd een zonnetje in huis) zouden we liever te logeren krijgen dan Emma.

Velen van ons konden bijvoorbeeld niet begrijpen waarom ze haar dochter zo weinig aandacht gaf. En dat terwijl een kind toch levensvullend kan zijn (soms zelfs te). Maar, brachten de historici onder ons te berde, misschien moeten we dat euvel toeschrijven aan de zeden des tijds. Vooruit dan maar.

Wat diezelfde historici trouwens bijzonder fijn vonden was de gedetailleerde wijze waarop Flaubert het dagelijks leven beschrijft. Leuk om bijvoorbeeld te lezen hoe men vroeger in een dorp afhankelijk was van handelsreizigers en markten om nieuwe spullen aan te schaffen. Hoe men reikhalzend uitkeek naar de krant en de post. En hoe diligeances nog de enige verbinding vormden met de stad in de buurt. Een lang en hobbelig parcours dat men niet zomaar aanvatte, tenzij men snode plannen had.

Maar wat hadden we ondertussen een medelijden met die arme Charles Bovary. Eigenlijk een lieverd, die blijkbaar echt niet doorhad dat Emma hem zo bedroog. Een middelmatige arts die zich naast een lastig huwelijk ook vreselijk op de kop liet zitten door een gluiperig soort apotheker, die bij hem thuis gratis medisch advies verschaft (niet gehinderd door enige kennis van zake) 

Tja, ondergetekende was blijkbaar echt de enige die warme gevoelens koesterde voor deze Homais! Een blaaskaak, die haar echter zo vaak aan het lachen maakte met gezwollen taalgebruik en opzichtige plannen. Trouwens, ook Emma's gezwijmel wordt af en toe behoorlijk ironisch beschreven, met een vette knipoog naar de romannetjes van weleer. Frisse humor dus, die moeiteloos de tand des tijds heeft doorstaan.

Toegegeven: niet heel het boek kan undercover als een hedendaags schrijfsel. Er waren wel af en toe wat lange passages. Emma's doodsstrijd was wel erg langdradig en melodramatisch. En misschien was Flaubert ook beter gestopt na de begrafenis van zijn hoofdpersonage. Maar ja, het was nu eenmaal een krantenfeuilleton en de mens moest ook eten, dat snappen we dus.

Eveneens hebben we begrip voor de commotie van die dagen. Want Emma maakt het wel erg bont. Ze smijt geld over de balk, bedriegt haar echtgenoot schaamteloos en verwaarloost haar kind. Kortom: ze is ook naar huidige maatstaven behoorlijk immoreel. En Flaubert haalt inderdaad nergens een vermanend vingertje boven, maar beschrijft haar val bijna neutraal. Hij veroordeelt haar niet expliciet, maar stellen dat hij dit gedrag promoot, zou echt overdreven zijn.

Slotsom: we waren allemaal zeer tevreden dat we de zomer met deze klassieker konden afronden. En al was de setting misschien ouderwets, we zijn ervan overtuigd dat er ook vandaag nog Emma's bestaan. Nuffige dames, zonder schuldgevoel, bevolken niet alleen oude boeken, of krakerige diligeances. Ze lopen nog rond (waarschijnlijk met een chiwawa ), maar gelukkig maken ze geen deel uit van onze leesclub!