zaterdag 12 augustus 2017

Red de wereld, begin in uw achtertuin!

Toen ik een jaar of tien was wilde ik dolgraag bioloog worden. Niet dat ik wist wat dat inhield, maar het vooruitzicht aaibare diertjes te kunnen redden, was voldoende. Het waren de jaren tachtig en babyzeehondjes kregen toen bijzonder veel media-aandacht.

Vele jaren zijn intussen verstreken en het biologieplan verdween op de achtergrond. Het enige wat daar nog van overbleef, is dat ik af en toe eens een documentaire bekijk. Bij voorkeur over aimabele diersoorten als ringstaartmaki's of stokstaartjes. Als het maar exotisch is, want buiten het gedrag van de eigen huiskatten, ben ik niet zo fan van inheemse diersoorten. Of misschien moet ik zeggen: wàs ik niet zo'n fan, want de afgelopen week las ik een fascinerend boek.

Dave Goulson, een Britse bioloog kan namelijk aanstekelijk enthousiast vertellen over geroezemoes in het gras. Niet verwonderlijk als u weet dat de man een zomerhuisje heeft in de prachtige Charante, daar zou een mens op zich al lyrisch van worden. Maar, onze Dave heeft besloten om zijn achtertuin om te vormen tot een insectrijke biotoop. Zo weinig mogelijk orde en structuur is het motto. En dat levert al snel heel wat nieuwe bewoners op.

En dus maken we kennis met hommels en honingbijen, vlinders, rupsen, libelles en muggen. Goulson vertelt over hun gewoontes en hun kleine kantjes alsof het goede vrienden zijn. Bovendien geeft hij een heel fijn inkijkje in het biologisch onderzoek, en dat is vaak erg spannend. Waarom ontstaat er plots een vliegenplaag? Hoe komt het dat generaties vlinders zoveel kunnen verschillen? En hoe vinden blinde doodskloppertjes elkaar? Het is allemaal uitgeplozen door ijverige biologen die opzienbarende ontdekkingen deden.

Via de insecten leer je ook de bloemen kennen. In een hilarisch hoofdstuk analyseert Goulson hun "marketingstrategie" om hun nectar aan te prijzen. Somberder wordt hij in de laatste hoofdstukken als hij wijst om de impact van de mens op deze wondere wereld. Een krachtig pleidooi om ons in te spannen voor insecten, want ze zijn onmisbaar voor ons allemaal.

Dit heerlijke zomerboek maakte de tienjarige weer in mij wakker: want er moet (en kan) nog heel wat gered worden. Insecten zijn niet zo fotogeniek als zeehondjes natuurlijk, maar hommels zijn ook best aaibaar, toch?

Dave Goulson, Geroezemoes in het gras, Atlas Contact, 303 pagina's.

zaterdag 5 augustus 2017

Kan je echt opnieuw beginnen?

Stel je voor: een hippe koffiebar in Kopenhagen. Buiten miezert het, binnen verwarmt de koffie de ziel. Voor het raam, aan een gammel tafeltje zitten twee vrouwen. Ellinor is net weduwe geworden; Mia is haar schoondochter. Wat voorzichtig begon als een gesprek over rouw en verlies, mondt verbijsterend snel uit in een felle ruzie. Er vallen harde worden, die striemen. Zozeer, dat beide vrouwen elkaar nadien nooit meer zullen ontmoeten.

Het eerste deel van dit boek werkt toe naar deze centrale scène. Je denkt te begrijpen hoe het zover is gekomen. Maar na daarna volgt een diepere verklaring voor deze radicale ommezwaai. Ellinor zoekt namelijk zelf ook naar antwoorden: wat heeft het leven haar gebracht? En waarom heeft ze zo sterk de drang om tabula rasa te maken met haar verleden?

Het is erg moeilijk om niet te verklappen waar dit boek over gaat. Laat ons stellen dat het een genuanceerd verhaal is. Met één centrale vraag: is het mogelijk om op de zeventigste helemaal opnieuw te beginnen? Of blijft je verleden onherroepelijk aan je kleven?

Ik las dit kleine boekje erg graag. De hoofdstukken lijken elk op zich mooi afgeronde verhalen. Daarom snoepte ik er met zuinige hapjes van. Er worden zinnige dingen gezegd over vriendschap, vertrouwen, liefde en geheimen.  De vragen en verhalen uit dit boek werkten bij mij in elk geval nog dagenlang na. En als dat geen goed teken is...

Ik las al eerder een boek van Grondhal en ook dat vond ik erg goed.

Jens Christian Grondhal, Vaak ben ik gelukkig, Meulenhof, 2017, 151 p.