zondag 27 augustus 2017

Schuld (en boete)?

Er zijn mensen die zich werkelijk voor alles schuldig voelen. vliegtuigcrashes hebben ze op hun geweten, en alleen zij zijn aansprakelijk voor aardbevingen aan de andere kant van de wereld. Want met kleine flaters die ze begaan, hebben ze grote catastrofes in gang gezet. En daar gaan ze onder gebukt.(zucht)

Een tweede type mens schuift dan weer alle schuld van zich af. Volgens hen zijn het immers altijd de anderen die het leed veroorzaken. Ook hun eigen domme fouten zijn onherroepelijk het gevolg van andermans beslissingen. Want ja, zij doen nooit iets verkeerd. (Vooral pubers zijn op dit domein erg bedreven, maar dat terzijde)

Lang dacht ik dat dit het hele verhaal was, maar ik ontdekte dat er misschien nog een derde type bestaat: de mensen die zich niet eens de schuldvraag stellen. Zij hebben een rustig leven, zonder enige neiging tot piekeren of zelfverdediging.Vol zelfvertrouwen dartelen ze door het leven, en ze zien niet om.

Wil, de hoofdpersoon in het uitvoerig bejubelde boek van Jeroen Olyslaegers, is volgens mij zo iemand. Hij was in de oorlog niet echt fout, maar ook niet echt een held. Hij liep een beetje mee met deze of gene, zonder stil te staan bij wat hij veroorzaakte. Zonder ook eigenlijk ooit verantwoordelijkheid voor zijn gedrag op te nemen. Of er later nog over te kniezen.

Op het einde van zijn leven blikt hij toch terug. En dat gebeurt met enige verbazing. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen hebben immers wel vragen. Zij willen het gesprek met hem aangaan en houden hem een spiegel voor. Maar echt goed erin kijken weigert Wil. Liever wandelt hij verder. Dat hij beslist zijn leven op schrijft te stellen is dus op zich al een overwinning. Maar leidt dit ook tot ware introspectie?

Ik vond dit een erg boeiend boek. Deels omdat ik Antwerpen goed kent en dus de vleugen dialect met vreugde herkende. Maar vooral omdat de auteur heden en verleden zo mooi verweeft. Als de oude Wil door de stad loopt, ziet hij flashbacks, en schuiven de tijdvakken door elkaar heen. Wat voor hem vaak verwarrend is (en ook de lezer moet goed opletten)

We lazen dit boek met de boekenclub en waren het eens dat dit echt de moeite waard is. Veel stof voor discussie ook. Is het onvermogen dat Wil niet onder ogen ziet wat hij op zijn kerfstok heeft? Of is het onwil en verdringing? Kan een mens zich ooit echt losmaken van de schuldvraag? En moet iedereen, uiteindelijk, boete doen voor wat er gebeurde?

zondag 20 augustus 2017

De kracht van de suggestie

Vorige week vertoefde ik in het immer heerlijke Barboék. Na een uitstekende kop koffie was ik toe aan datgene waarvoor ik gekomen was: de zoektocht naar een straf boek. Ik had al besloten dat ik weer eens een verhaal wilde, een echte, goede vertelling, pure fictie. Maar, hoe herken je een goed boek? Enig zelfonderzoek leverde het volgende meetlatje op:
  • Ik wilde een verhaal dat van begin tot einde een hersenspinsels van de auteur is. Pure constructie dus (en geen reconstructie van het leven van oma/een beroemdheid/een kat, ....)
  • Ik zocht een psychologisch dilemma van serieuze aard (dus niet: welk van beide droomprinsen zal ik kiezen?)
  • Ik hou van een verhaal met voldoende rafelrandjes en losse draadjes, zodat de lezer zelf nog veel aan elkaar moet knopen. (dus niet: een verhaal dat op het einde helemaal klopt als een bus)
Was me dat even zoeken, zeg, want tot mijn verbazing bestond tachtig procent van de collectie uit non-fictie (in verschillende gradaties weliswaar). Uiteindelijk vond ik op de toog, net achter de espressomachine een klein pareltje dat moeiteloos aan alle criteria voldeed. Het had een hele mooie kaft, een intrigerende titel en een hartelijke aanbeveling van barista. Meer heeft ondergetekende niet nodig ! Dat boek werd het dus en ik las het met plezier.

Onder de perenboom speelt zich af in een klein Duits dorpje, aan het eind van de negentiende eeuw. Abel, een goklustige waard, lijkt dé oplossing bij uitstek te hebben gevonden voor zijn financiële problemen. Op een nacht verdwijnt één van zijn rijke gasten spoorloos. En niet veel later breidt de herberg uit met een nieuwe vleugel....Abel floreert, schudt flauwe grappen uit zijn mouw en schenkt brandewijn op gulle wijze. Hij merkt amper op hoe zeer zijn vrouw Ursel achteruit gaat.  Handenwringend loopt ze door het huis, licht hysterisch weigert zij de gastenkamer te betreden. Ze bidt meer dan ooit en kwijnt volledig weg.

De stamgasten doen het af als flauwekul, de dominee is in de wolken met de geloofdijver van de waardin, en de personeelsleden hebben elk zo hun eigen besognes. De enige die de optelsom maakt, is de buurvrouw, moeder Jeschke. Een toverkol volgens de meesten, die een beetje buiten de dorpsgemeenschap staat. Zij heeft wél vragen bij de gebeurtenissen en spreekt Abel erover aan.

Op slimme wijze ondermijnt ze het zelfvertrouwen van de rijke waard. Ze beschuldigt hem niet, maar weet op gepaste momenten een subtiele suggestie te plaatsen. Een vraag, een bedenking, een loze bewering...Stilaan begint de spijt aan Abel te knagen. Zijn perfect plannetje vertoont steeds meer barsten. Hoe meer hij de buurvrouw belachelijk maakt, hoe lastiger het voor hem zelf wordt. En als men een kuil graaft voor een ander....

Kortom: een fantastische vertelling, die uiterst spannend blijft. Vooral omdat de schrijver nooit de sluier helemaal oplicht, ook niet op het einde. Het blijft dus bij suggesties, bij mogelijk betekenisvolle details, bij bijzondere blikken en toevalligheden. Heel knap gedaan. De vertaling door Martin Michael Driesen is bovendien van topkwaliteit, waardoor dit boekje ook op taalkundig vlak een feestje is om te lezen!

Kortom: Trakteer u zelf binnenkort ook eens op dit fijne boekje. Het werkt als een espresso: een straf brouwsel dat je wakker schudt!

Theodor Fontane, Onder de perenboom, De wereldbibliotheek, 175 p.

zaterdag 12 augustus 2017

Red de wereld, begin in uw achtertuin!

Toen ik een jaar of tien was wilde ik dolgraag bioloog worden. Niet dat ik wist wat dat inhield, maar het vooruitzicht aaibare diertjes te kunnen redden, was voldoende. Het waren de jaren tachtig en babyzeehondjes kregen toen bijzonder veel media-aandacht.

Vele jaren zijn intussen verstreken en het biologieplan verdween op de achtergrond. Het enige wat daar nog van overbleef, is dat ik af en toe eens een documentaire bekijk. Bij voorkeur over aimabele diersoorten als ringstaartmaki's of stokstaartjes. Als het maar exotisch is, want buiten het gedrag van de eigen huiskatten, ben ik niet zo fan van inheemse diersoorten. Of misschien moet ik zeggen: wàs ik niet zo'n fan, want de afgelopen week las ik een fascinerend boek.

Dave Goulson, een Britse bioloog kan namelijk aanstekelijk enthousiast vertellen over geroezemoes in het gras. Niet verwonderlijk als u weet dat de man een zomerhuisje heeft in de prachtige Charante, daar zou een mens op zich al lyrisch van worden. Maar, onze Dave heeft besloten om zijn achtertuin om te vormen tot een insectrijke biotoop. Zo weinig mogelijk orde en structuur is het motto. En dat levert al snel heel wat nieuwe bewoners op.

En dus maken we kennis met hommels en honingbijen, vlinders, rupsen, libelles en muggen. Goulson vertelt over hun gewoontes en hun kleine kantjes alsof het goede vrienden zijn. Bovendien geeft hij een heel fijn inkijkje in het biologisch onderzoek, en dat is vaak erg spannend. Waarom ontstaat er plots een vliegenplaag? Hoe komt het dat generaties vlinders zoveel kunnen verschillen? En hoe vinden blinde doodskloppertjes elkaar? Het is allemaal uitgeplozen door ijverige biologen die opzienbarende ontdekkingen deden.

Via de insecten leer je ook de bloemen kennen. In een hilarisch hoofdstuk analyseert Goulson hun "marketingstrategie" om hun nectar aan te prijzen. Somberder wordt hij in de laatste hoofdstukken als hij wijst om de impact van de mens op deze wondere wereld. Een krachtig pleidooi om ons in te spannen voor insecten, want ze zijn onmisbaar voor ons allemaal.

Dit heerlijke zomerboek maakte de tienjarige weer in mij wakker: want er moet (en kan) nog heel wat gered worden. Insecten zijn niet zo fotogeniek als zeehondjes natuurlijk, maar hommels zijn ook best aaibaar, toch?

Dave Goulson, Geroezemoes in het gras, Atlas Contact, 303 pagina's.

zaterdag 5 augustus 2017

Kan je echt opnieuw beginnen?

Stel je voor: een hippe koffiebar in Kopenhagen. Buiten miezert het, binnen verwarmt de koffie de ziel. Voor het raam, aan een gammel tafeltje zitten twee vrouwen. Ellinor is net weduwe geworden; Mia is haar schoondochter. Wat voorzichtig begon als een gesprek over rouw en verlies, mondt verbijsterend snel uit in een felle ruzie. Er vallen harde worden, die striemen. Zozeer, dat beide vrouwen elkaar nadien nooit meer zullen ontmoeten.

Het eerste deel van dit boek werkt toe naar deze centrale scène. Je denkt te begrijpen hoe het zover is gekomen. Maar na daarna volgt een diepere verklaring voor deze radicale ommezwaai. Ellinor zoekt namelijk zelf ook naar antwoorden: wat heeft het leven haar gebracht? En waarom heeft ze zo sterk de drang om tabula rasa te maken met haar verleden?

Het is erg moeilijk om niet te verklappen waar dit boek over gaat. Laat ons stellen dat het een genuanceerd verhaal is. Met één centrale vraag: is het mogelijk om op de zeventigste helemaal opnieuw te beginnen? Of blijft je verleden onherroepelijk aan je kleven?

Ik las dit kleine boekje erg graag. De hoofdstukken lijken elk op zich mooi afgeronde verhalen. Daarom snoepte ik er met zuinige hapjes van. Er worden zinnige dingen gezegd over vriendschap, vertrouwen, liefde en geheimen.  De vragen en verhalen uit dit boek werkten bij mij in elk geval nog dagenlang na. En als dat geen goed teken is...

Ik las al eerder een boek van Grondhal en ook dat vond ik erg goed.

Jens Christian Grondhal, Vaak ben ik gelukkig, Meulenhof, 2017, 151 p.