zondag 19 november 2017

La belle sauvage - een klassiek verhaal van grote klasse!

Al eeuwen vertellen mensen elkaar verhalen. En al die jaren vertellen leverde een aantal elementaire componenten op. Klassiekers die garant staan voor spanning en ontroering. Pullman kent zijn pappenheimers en verwerkt deze elementen op meeslepende wijze in een fantasierijk verhaal. Het lezen meer dan waard!

Waar gaat het over?

In een typisch Britse herberg strijkt een illuster gezelschap neer. Zij loeren door de ramen, fluisteren iets over een baby, en spreken over voorspellingen. Malcolm, de zoon van de waard, raakt nieuwsgierig en gaat op onderzoek uit. Zo leert hij Lyra kennen, een baby van enkele maanden die in het nabije klooster verborgen wordt gehouden. Als kort daarna een zondvloed de hele wereld weg lijkt te vagen, stellen Malcolm en zijn vriendin Alice alles in het werk om Lyra te redden. Op de hielen gezeten door het kwade volgen we hen op hun queeste door een verdronken land. We ontmoeten ware helden, snode schurken en feërieke personages. Slagen Malcoml en Alice erin om Lyra in veiligheid te brengen?

Een klassiek verhaal

Ik zei het al: dit is een queeste en dus barst het verhaal van herkenbare queeste elementen. Er is een held die een opdracht krijgt. Hij wordt voorbereid door een de mentor die de hem de nodige kennis bijbrengt. Tijdens de queeste overwint hij vele hindernissen. Uiteindelijk gaat hij de finale strijd aan met de schurk van het verhaal en groot onrecht wordt overwonnen. Heel episch allemaal, en een recept dat na al die eeuwen nog niets aan spanning heeft ingeboet. (al moet ik wel eerlijk toegeven dat ik tegen het einde mezelf betrapte op de volgende zucht: "nog een hindernis, wanneer houdt het eens op?")

Maar bon, vele invloeden dus vanuit de klassieke epische traditie. En dat is niet alles. The guardian analyseerde in een prachtige recensie haarfijn welke invloeden Pullman nog meer verwerkte in zijn verhaal. Zo is het vast niet toevallig dat de heldin Alice heet en is de held Malcolm net zo'n "golden boy" als Pip van Great expections. Bovendien is het verhaal schatplichtig aan oude sages over het elfenvolk en komen verwijzingen naar riviergeesten en heiligen voor. Voeg daarbij nog een vleugje horror, een lepeltje young adult thematiek en een snuifje James Bond en u begrijpt dat dit niet zomaar kan worden afgedaan als een kinderboek...
 
Een bijzondere setting
 
De Victoriaanse invloeden zijn niet alleen van verhaaltechnische aard, ze bepalen ook de setting. Dit is een wereld zonder telefoon en internet; waar babymelk nog wordt opgewarmd boven een knetterend haardvuurtje en waar het entertainment bestaat uit een bezoek aan de herberg. Het is een setting  waarin wetenschappers uren slijten in de bibliotheek en nog handgeschreven manuscripten produceren. En tenslotte is er in het boek veel aandacht waardering voor  handwerk en ambacht. (Pulmann is in zijn vrije tijd trouwens een hobby-timmerman en niemand kan zo lyrisch zijn over houtnerven en spijkers als hij)

Aan dit negentiende-eeuwse sausje voegde Pullman nog een flink aandeel magie toe. De wereld van Malcolm en Alice is namelijk een parallel universum dat heel sterk op het onze lijkt, maar waarin er toch enkele fundamentele verschillen zijn. Het knappe is dat Pullman die verschillen nooit expliciet duidt. Zo vraag je je aanvankelijk sterk af wat een daemon precies is. Gaandeweg geeft Pullman je enkele clues, nooit spelt hij het uit. Andere elementen, zoals anbarische lampen en "het stof" bijvoorbeeld, worden nooit toegelicht, maar haast terloops vermeld.  Dat prikkelt mijn fantasie enorm.(en dat was natuurlijk precies de bedoeling)

En dit is nog maar het eerste deel

La Belle suavage is het eerste deel van een prequel op de reeks "Het gouden compas en dat voel je als lezer. Tzum geeft terecht aan dat enkele verhaallijnen niet afgewerkt zijn, waarschijnlijk knoopt Pullman deze losse eindjes later weer vast? Ook het einde van het verhaal vond ik erg abrupt: en zodoende een ware cliffhanger naar deel twee! Blijkbaar is Pullman al klaar met schrijven, dus ik hoop dat hij niet té lang meer wacht!


zaterdag 11 november 2017

Bijbel: een sobere hervertelling van grote klasse

Oude verhalen verdienen het om opnieuw verteld te worden. Maar hoe steek je klassiekers in een nieuw jasje? Bijbel, een pas verschenen prentenboek met verhalen uit het Oude Testament, maakt daarbij een aantal interessante keuzes.

Een unieke samenwerking


Toen illustrator Sassafras De Bruyn van uitgeverij Lannoo de vraag kreeg om een Bijbel te illustreren aarzelde ze. Ze is namelijk niet echt gelovig en deze opdracht leek haar zo groots en zwaarbeladen dat ze aanvankelijk weigerde. Gelukkig drong de uitgeverij aan, en achteraf vertelde ze dat ze zeer blij is dat ze de Bijbelverhalen opnieuw kon leren kennen. Ze ontdekte een grote menselijkheid en sterke literaire kracht. De verhalen bleken minder gruwelijk dan ze dacht en tot haar verbazing spelen vrouwen vaak een belangrijke rol in de vertellingen. Een ware herontdekking dus.

Twee uitgelezen gidsen hielpen haar bij deze ontdekkingstocht. Auteur Sylvia Vanden Heede herschreef de Bijbelverhalen in een eenvoudige, frisse taal. Bénédicte Lemmelijn, professor theologie, gaf bij elk verhaal toelichting. Daarbij wees ze op de diepere betekenis én op de linken tussen deze verhalen en onze cultuur. In een interview zegt Sassafras De Bruyn daarover: "Ze heeft veel verduidelijkt over de geschiedenis àchter de verhalen, waarom ze werden geschreven. Haar feedback is heel belangrijk geweest."





Keuzes bij het hervertellen


Een paar jaar geleden schreef ik op deze blog al over een gelijkaardig project, de prachtige Bijbel van Rebecca Doutremer. Twee boeken met hetzelfde uitgangspunt: een hedendaagse literaire én visuele vertaling van Bijbelverhalen. Toch konden beide boeken niet meer van elkaar verschillen. De auteurs en tekenaars maakten namelijk radicaal andere keuzes. En wel op drie punten:

  • De manier van vertellen: Sylvia Vanden Heede herschreef de Bijbelverhalen kort en bondig, sober haast. De essentie is gevat, enkele betekenisvolle details zijn aangezet, maar daar blijft het bij. Dat levert korte, heldere teksten op, minder dan één pagina lang. Heel anders ging het eraan toe in het werk van Doutremer: daar vormden de Bijbelverhalen slechts een inspiratiebron voor heel barokke hervertellingen. Ook de vorm varieerde constant: naast een theaterstuk, en een gedicht, kwamen er ook heel zakelijke stukken in voor en andere heel vrije hervertellingen. Als lezer viel je van de ene verbazing in de andere..
  • De historiciteit: Doutremer maakte hedendaagse illustraties met verwijzingen naar allerlei mogelijke culturen. Oogstrelend, kleurrijk en barok. Sassafras De Bruyn koos voor sobere, heel klassiek aandoende prenten, die niet expliciet historisch zijn, maar wel een zekere tijdloosheid hebben. De kledij en de enscenering verwijzen naar het verleden en doen dat zelfs met een zekere melancholie. Volgens de krant De Standaard is dat trouwens ook de verklaring van het succes van haar werk.
  • De duiding: Bénédicte Lemmelijn schreef bij elk bijbelverhaal enkele kleine zinnetjes uitleg. Daarin vertelt ze welke boodschap dit verhaal bevat. Ook geeft ze uitleg bij de culturele impact van dit verhaal. Bijvoorbeeld bij Jona en de walvis: "De hevige storm op zee is hier een teken van chaos. het doet denken aan het eerste scheppingsverhaal". Korte zinnetjes die het verhaal dat je net las even in een ander licht zetten en die je de verbanden tussen teksten laten ontdekken.  

Sobere klasse

 Nu vraagt u me natuurlijk: wat heb je het liefste? En dan antwoord ik diplomatisch dat het lastig is een keuze te maken tussen twee hervertellingen die zo verschillend zijn. Bijna als appelen en peren vergelijken: onmogelijk dus! Wel kan ik zeggen dat ik gecharmeerd ben door de sobere klasse van dit boek. Het kleurenpalet bijvoorbeeld is vooral blauwgroen en grijs, met enkele veelzeggende oranje accenten: zeer mooi gedaan. De teksten zijn eenvoudig en dwingen daardoor respect af. De toelichting is helder, to the point en steeds verrassend.

Ik leef al dagen met dit boek. Elke avond lees ik een verhaal, geniet van de prent, mijmer over de duiding. Eén verhaal per dag biedt veel tof tot nadenken. Een soort mini-meditatie in boekformaat, en alleen daarom al een aanrader.

Een vervolg alstublieft!

Het Vlaamse Kerknet vroeg Sassafras De Bruyn of er een vervolg zou komen met verhalen uit het nieuwe testament. Haar antwoord? "Oei, dat is nog méér beladen. Dan komt ook de figuur van Jezus erbij en wordt het wel erg delicaat. En moeilijk"

Mag ik bij deze een pleidooi houden om het toch te proberen? Misschien niet met het leven van Jezus zelf, maar wel met zijn parabels? (Het mosterdzaadje! Het huis gebouwd op zand!) Die kunnen toch ook inspirerend zijn voor ongelovigen? Deze Bijbel  toont in elk geval aan dat je op een sobere manier diep menselijke verhalen kunt hervertellen, zonder al te religieus te worden. Dat is het resultaat van een uniek en goed samengesteld drievrouwschap. Drie perspectieven die gecombineerd tot een prachtig boek leiden. En dan kunnen we alleen maar uitroepen: méér van dat!

zaterdag 4 november 2017

Ken Follett - meesterverteller!

Sommige boeken lees je moeiteloos uit. Ademloos sla je bladzijde na bladzijde om.Tussendoor heb je heimwee naar het verhaal. Andere boeken, zelfs hele dunnetjes, vragen soms veel meer inspanning. Vragen diep ademhalen om toch verder te lezen. Hoe komt dat toch? Wat maakt iemand tot een goede verteller?

De voorbije anderhalve week raakte ik weer helemaal in de ban van de Kingsbridge saga van Ken Follett. Eerder berichtte ik hier al in jubeltonen over deel een en deel twee. Deel drie Het eeuwige vuur loste weer alle verwachtingen in: wat is het jammer dat dit boek uit is!

Het verhaal

Oké, even het verhaal! Deze keer bevinden we ons in de zestiende eeuw. De bloederige strijd tussen protestanten en katholieken staat centraal, en maakt ook slachtoffers in Kingsbridge. Ned, de hoofdpersoon, wil dat het ophoudt, en zet zich een leven lang in voor godsdienstvrede. Daarvoor moet hij wel het kleine Kingsbridge verlaten. Hij werkt zich op aan het hof van konigin Elisabeth en zet hier en geheime dienst op. Een netwerk van spionage en contraspionage brengt hem naar Frankrijk en de Nederlanden. Uiteraard is zijn grote liefde Margery katholiek, en dus onbereikbaar. Daarnaast kruisen ware slechteriken zijn pad. Voeg daarbij een stroom aan fascinerende historische details, en heel wat waargebeurde verhalen over kettervervolging en koninklijke intriges en u begrijpt dat mijn leven zich erg veel in de leeshoek heeft afgespeeld.

Wat maakt Follett tot zo'n goede verteller?

Die vraag blijft me wel achtervolgen. Zeker toen ik na het lezen van dit dikke boekwerk een dunner boekje opensloeg en meteen weerstand voelde: tegen het verhaal, de personages, de manier van schrijven (deze auteur krijgt over enkele maanden nog een tweede kans hoor, want het is ondankbaar om na Follett te moeten optreden)

Enige analyse levert de volgende succesfactoren op:
  • Herkenbare personages: ze leven dan wel in de zestiende eeuw, maar ze hebben dezelfde gedachten, overtuigingen en emoties als wij (en daar zit natuurlijk wel een anachronisme van jewelste, maar dat kan de pret niet drukken)
  • Zwart-witte personages: ze zijn namelijk of super goed en principieel of echt bar, bar slecht. Dat zoiets werkt weten de soaps ook.
  • Over soaps gesproken: de afwisseling tussen verschillende verhaallijnen werkt voor mij ook heel goed: o, ja , hoe zou het nog zijn met....
  • Heel veel visuele beschrijvingen: van decors, kledingstukken, ... ze maken dat je de scène voor je ziet (Follett is niet zo van de filosofische beschouwingen!) Helaas betekent dit ook: heel wat bloederige details bij folteringen en onthoofdingen (ik heb nogal vaak gegild vanuit de leeshoek)
  • Ware liefdes: zo van die koppels die voor elkaar bestemd zijn, maar door omstandigheden erg lang moeten wachten tot ze echt samen kunnen zijn (of waarbij het noodlot toeslaat na een gelukkige start)
Al het bovenstaande zou u kunnen doen besluiten om dit boek aan u te laten voorbij gaan. Dat zou ik in theorie snappen. Maar, proef toch even van de praktijk! Want de mix van deze verhaalelementen zorgen voor een betoverende leeservaring: een tijdsreis zonder weerga.

Ik duim nu voor een vierde deel van de Kingsbridge saga!En dat doen andere boekbloggers ook, zoals Hebban, en  Koen van quis leget haec.

zondag 22 oktober 2017

Een masterclass kleurenfilters door Penelope Fitzgerald

Verhalen kan je op verschillende manieren vertellen. Een belangrijk element daarbij is de belichting. Kies je voor een warme gloed, voor een felle spot, of voor kille tonen? En hoe verander je van register? Penelope Fitzgerald is een meester in het spelen met dit soort belichting. Dat deed ze al in De boekhandel. Ze verblufte me opnieuw met De Engelenpoort.

Een rooskleurig begin

In De Engelenpoort volgen we Fred, een jonge briljante docent in Cambridge anno 1912. Hij woont in een kleinschalig college, met alle idyllische associaties die ik daarbij maken kan: een gelambriseerde eetzaal, een binnentuin met appelbomen en beleefde, intelligente debatten. Voeg daar nog trouwe dienaren en enkele excentrieke onderzoekers aan toe en het plaatje lijkt compleet.

Dan volgt er een botsing, letterlijk. Fred krijgt een ongeval met de fiets en leert zo Daisy kennen, een jonge verpleegster uit London. Aanvankelijk ziet men hen voor een echtpaar aan, wat Fred uiteraard aan het denken zet. Een verwarrende mix tussen gene, onbeholpenheid en grote gevoelens in een feit.

Het lichtplan van Penelope

Nu denkt u misschien gapend: oh, weer zo'n boy meets girlverhaal, dat kennen we wel. Ze zullen elkaar wel krijgen op het eind. We zullen als lezers zuchten van verlichting slaken en met een glimlach het boek dichtslaan.

Maar dan ken je Penelope Fitzgerald niet. Want wat zij doet met zo'n romantische aanzet is namelijk van grote klasse. Zeer subtiel verandert Fitzgerald immers de belichting van deze scène. Aan de warme gloed, voegt ze steeds meer duistere tonen toe. Wat eerst grappig leek, wordt zo toch een beetje bitter. Sympathieke personages blijken het niet zo goed te menen. Onder beschaafde intellectuelen schuilen laaghartige schurken.



Ze verdonkert de scène tot een finale die ver afstaat van de rooskleurige idylle aan de start.
Bijna alle personages hebben een scherp kantje gekregen. Maar wel volgens het principe van de zwarte humor. Je sluit het boek niet met een romantische glimlach, maar wel met een grijns!

Mediëvistenhumor

Laat ik er toch even één personage uitpikken, omdat die mij zo nauw aan het hart licht: de medievist. De natuurwetenschappers weten niet zo goed wat ze met hem aanmoeten.  Ze vragen zich net niet hardop af of zo'n historicus wel een wetenschapper is. Wat doet zo iemand eigenlijk de hele dag? En wat heeft het voor zin? Toch ze nodigen hem wel bijna elke avond uit hem omdat hij zo'n geweldige spookverhalen kan vertellen. Na een dag vol wetenschap is men wel toe aan een verzetje.

Fitzgerald werkt één zo'n verhaal verder uit en het is werkelijk heel spannend! Maar meteen volgt de vraag of dat wel zo'n onschuldig vertier is? Zijn spookverhalen lijken dubbele bodems te hebben. Manipuleert hij zijn luisteraars doel bewust? Of zijn de grote effecten van dit verhaal uiteindelijk louter toeval?


Citaat van de week

 

Fred, de hoofdpersoon, moet op het einde van het boek zijn wereldbeeld grondig bijstellen. Hij wankelt en moet opnieuw balans vinden.
Dat doet hij in een briljante speech voor zijn studenten. Ik koos er dit citaat uit.

Het geeft misschien niet helemaal de teneur van het boek weer, maar geeft wel een beeld van de mooie zinnen en scherpe gedachten die Fitzgerald formuleert (want hou bij het lezen zeker een potlood bij de hand!)



Met dank aan uitgeverij Karmijn!

zondag 15 oktober 2017

Lampje

Waarom zouden volwassenen kinderboeken moeten lezen? Zelf lezen dan en niet voorlezen? Wat win je erbij? En wat mis je als je dat niet doet?
 


 Een kinderboek?

 De leesclub boog zich eerder deze week over Lampje. Het eerste boek van illustrator Annet Schaap. Aanvankelijk was er wat aarzeling: een kinderboek? Benieuwd of onze argwaan zou worden overwonnen. 9-plus waren we in elk geval, dus we vielen al binnen de doelgroep.

Tijdens de leesclubavond bleek meteen dat we erg gecharmeerd waren door de korte hoofdstukken, want die boden ons ademruimte. In grote, serieuze boekwerken is het soms te lang wachten op een witregeltje pauze. Hier hadden we meer het idee dat we zelf het ritme konden bepalen, en dat alleen was al heerlijk.

Bovendien was het boek spaarzaam geïllustreerd, en dat bedoelen we dan positief. Enkele mooie prenten om de fantasie een duwtje te geven. Ze lieten nog genoeg ruimte over om zelf de details in te kleuren. Een tweede plus dus.

Het verhaal

Het verhaal, want daar draait het natuurlijk allemaal om, is de grootste plus. Het sleepte ons mee. Hierbij een heel klein tipje van de sluier:

Het boek vertelt het verhaal van Lampje, de dochter van een vuurtorenwachter. Op een avond breekt er een uit los en blijken de lucifers op te zijn. Omdat haar vader te dronken is om in actie te schieten gaat Lampje op pad, met gevaar van eigen leven. Het noodweer blijkt sterker, zodat de vuurtoren donker blijft en een kostbaar schip op de klippen te pletter slaat. Dit heeft grote gevolgen voor Lampje. Ze wordt namelijk uit huis geplaatst en bij een admiraal onder gebracht. Zijn huis is donker, ontzettend smerig en eng. Op zolder woont een monster....

Eén van de dochters (toegegeven 9 min) vond het begin zo eng dat ze liever niet verder wilde. Er zit dus zeker genoeg spanning en donkerte in dit boek. Verwacht dus geen pastelkeurige rondedansjes, maar serieuze thema's. Verpakt in schitterende beelden.

Geput uit een rijke traditie


Het verhaal van Lampje borduurt verder op een oude stroom van verhalen. De wortels rijken zeer diep naar middeleeuwse gedachten over fabeldieren en wonderwezens en de manier waarop ze zich met onze wereld verbinden. Ook deed Schaap inspiratie op bij oude vertellingen over de kracht van de zee, bezwerende zangen en woeste golven. Er zitten beelden in die verwijzen naar de wereld van het circus en de freakshows. En tot slot ontdekten we ook een flinke scheut verhalen over onschuldige jonge dames die monsters weten te ontroeren.

Annet Schaap weeft die vele oude thema's samen tot een nieuw, fris verhaal. Ze gebruikt daarbij prachtige beelden. Met eenvoudige woorden zorgt ze ervoor dat je het enge huis, de vuurtoren en de ruige kust voor je ziet. Ze gebruikt bovendien hele mooie metaforen bijvoorbeeld over leren: "het was alsof ze zon in haar hoofd opkwam". Mooi!

Een visie op leren en groeien


Dit boek gaat volgens ons over de vraag hoe je kinderen (en bij uitbreiding volwassenen) ruimte kunt geven om te leren en te groeien. Een aantal personages zijn van de klassieke, strenge stempel: ze hebben een vaste mal waarin kinderzieltjes (en -lijfjes) moeten worden geperst. Leren kan volgens hen maar op één manier verlopen. En als je daar niet in past ben je niet normaal en val je eruit.

Dit boek neemt het op voor die "abnormalen" en laat zien hoe veel groei er mogelijk is als je mensen laat zijn wie ze zijn. Als je inzet op hun talenten en op hun enthousiasme. De norm laten varen en goed kijken wat er wél kan is daarbij de uitdaging waar welke opvoeder voor staat.

Waarom een kinderboek lezen?


Omdat het zo puur is?
Omdat het meer dan anders je fantasie prikkelt?
Omdat het jezelf als volwassene in een ander licht plaatst?

Omdat het je laat dromen over wat er allemaal nog mogelijk is!

zaterdag 7 oktober 2017

Een sterke start of een verpletterende finale?

Boekenliefhebbers opgelet! Vandaag serveren wij een ietwat akelig dilemma. Wat heeft u het liefste? Een goed begin of een goed einde? In een ideale wereld wil je natuurlijk niet kiezen. Maar, zo gemeen zijn we wel, kiezen moet! 

The end!

Intuïtief zou ik kiezen voor het goede einde. Niets heerlijker dan naar zo'n slot toeleven. Op het puntje van je stoel wachten op vuurwerk. Met voldoening zien hoe alle puzzelstukken in elkaar vallen. Zuchten van verlichting slaken. En met spijt een boek dichtslaan. Maarrrrrr. Als het begin nergens op slaat, kom je misschien niet eens aan dat einde toe. (En nu slaat meteen de schrik mij om het hart dat ik al vele meeslepende, ontroerende ontknopingen heb gemist wegens te ongeduldig)

Dan maar een vliegende start?

Een heerlijke start is natuurlijk evenmin te versmaden. Je meteen voelen wegzinken in een boek, direct nieuwsgierig of geboeid, dat is ook heerlijk. Want soms duurt het zo lang voor je een band met een boek hebt opgebouwd. Als het meteen klikt is dat erg gelukzalig. De vraag is alleen of je een slecht einde dan nog vergeeft?

Het antwoord, zo bleek deze week, kan zomaar een "ja" zijn. Ik ga er geen doekjes om winden: het einde van dit boek was een domper. De kunstgreep van de auteur, de deus ex machina, kon mij absoluut niet bekoren. Smaken verschillen, dat is duidelijk.

Dat gezegd zijnde, zou ik u alsnog heel graag willen aanbevelen om dit boek te lezen. Want onderweg naar dat einde gebeurt er zoveel! Het geluk is echt een heerlijk boek dat continu in mijn achterhoofd meedraaide en me aan het denken zette. Ja, het was werkelijk een hele fijne rit.

Het geluk

We stappen in de auto bij Wolf. Hij heeft onlangs zijn vrouw verloren en nu het appartement is uitgeruimd verhuist hij definitief naar hun flat in Nice. Een nieuwe start, denkt hij, terwijl hij tijdens de reis terugblikt op hun verleden. The Beatles, the Doors, the Rollingstones en Steppenwoolf reizen mee. Zij bieden de soundscape van zijn leven als hippie in de swinging sixties. Een tijd waarin Wolf wilde bouwen een een nieuwe wereld. Hij wilde de consumptiemaatschappij radicaal de rug toekeren. En in de roes van die dagen ontmoette hij ook zijn grote liefde.

Nu hij die muziek vele jaren later weer beluistert krijgt hij kippenvel. Niet zozeer omwille van de mooie herinneringen, wel omdat hij vaststelt hoever hij afgedreven is van de idealen van weleer. Als gladde reclameman heeft hij het spel maar al te goed meegespeeld. De nachtblauwe Porsche waarin hij naar het Zuiden snelt is daarvan meer dan een symbool. Hoe kwam het zover, vraagt hij zich af? En klopt het dat zijn vrouw hier al eerder mee worstelde? Was haar dood echt wel een ongeluk? Kon ze niet meer leven met de ander die hij geworden was?

De geschiedenis van Wolf raakt verweven met het verhaal van Magnolia. Ook zo'n bloemenkind die een lonkende toekomst opofferde voor een leven als bohemien. Terwijl Wolfs gedachten afdalen in de tijd, klimt haar verhaal op naar het heden. Ook zij deed water in de wijn. Dat beiden elkaar zullen ontmoeten lijkt onontkoombaar.

Waarom u dit boek moet lezen!

Ik heb genoten van dit mooie verhaal. De sfeer van de sixties, de maatschappijkritiek, het kritische verzet tegen consumptie: allemaal prachtige idealen die meer dan ooit van tel zijn.  Het doet je mijmeren over de idealen uit je jeugd: wat bleef daarvan over? Welke toegevingen heb je ondertussen gedaan? Welke compromissen heb je met het leven gesloten? En: kan je dat ongedaan maken na zoveel jaar?

Bovendien vind ik het verhaal goed opgebouwd. De auteur heeft goed nagedacht over de structuur en tussendoor geeft hij grappige terzijdes over hoe zijn personages soms niet helemaal doen wat hij wil. 

Het betere werk dus, absoluut. En het einde vergeef ik de auteur bij deze. Soms is een vliegende start al genoeg om een boek stevig in je geheugen te beitelen. En dit boek blijft zeker nog even nazinderen!

Angelo di Berardino, Het geluk, Lannoo, 308 P.



zaterdag 30 september 2017

Filosofie van een Fuzzie

De piekermodus staat bij ondergetekende regelmatig aan, helaas. Als we het positief zouden formuleren, dan komt het er op neer dat ik een associatief hoofd heb. Dat leidt tot veel ideeën en creativiteit, maar heeft dus ook een minder fijn kantje: doormalen is mij niet onbekend. Wat er dan precies gebeurt kan ik niet goed uitleggen.

Of kon, want  onlangs heeft iemand het me haarfijn uitgelegd! Het was een klein pluizig balletje, dat Fuzzie heet en een hoofdrol speelt in het nieuwste boek van Hanna Bervoets. Dit balletje zegt wijze dingen, hele wijze. Al op de eerste pagina's van het boek is het raak. Als je piekert, zegt het, dan is het alsof er van de honderd mannetjes in je hoofd zestig bezig zijn met boren, kappen en zagen. Non stop. De andere veertig mannetjes, die instaan voor leuke ideeën en gezelligheid, balen daar vreselijk van. Zij komen immers niet aan bod en raken ook oververmoeid. En dus nemen ze de benen.

Kijk, zo had ik het dus niet bekeken. En dat is heerlijk als een boek zoiets met je doet. En die gekke Fuzzie slaagt daar in dit boek verschillende keren in. Want het formuleert fantastische beschouwingen over volwassen zijn, over de liefde, over eenzaamheid en aandacht. Het lijkt of dit wezentje perfect aanvoelt wat ik ook wel eens denk.

En dat is precies wat er gebeurt in dit boek. Verschillende mensen vinden een Fuzzie. Ze zijn allemaal een tikje eenzaam, op zoek naar de liefde. En ook naar zichzelf. En dan is er opeens een zeer aaibaar wezentje dat wel luistert en dat hen heel veel fascinerende ideeën influistert. De mensen gaan met andere ogen kijken naar hun omgeving. Ze proberen nieuwe dingen uit, ontdekken onbetreden paden. Zo gaan ze zich hechten aan hun Fuzzie, ze doen soms rare dingen om het niet kwijt te raken. En naarmate het boek vordert raken de verschillende personages ook steeds meer met elkaar verbonden. Zo zeer zelfs dat ze Fuzzie uiteindelijk niet meer nodig hebben.

Fuzzie is een modern sprookje over affectie. Over de vraag of we ons niet automatisch hechten aan wie ons lijkt te begrijpen. Of, positiever geformuleerd, over de vraag wat voor verschil een beetje aandacht al kan maken?

Dit boek krijgt een plekje bij mijn favorieten. En dat terwijl ik bij een eerste kennismaking dacht: "Dit lijkt me nu echt wel vergezocht". Het is inderdaad een niet-alledaags boek, maar dan wel in de beste betekenis van het woord!


zondag 24 september 2017

Op verhaal komen

Het einde van de zomer is altijd een beetje afscheid nemen.  Maar één ding is er heerlijk aan: de komst van lange, donkere avonden. En dus haalde ondergetekende haar aaibaarste dekentje boven, stak kaarsjes aan, zette een zacht muziekje op en nam een dikke pil ter hand: Lucca van Jens Christan Grondhal. Van deze Deen las ik eerder al mooie dingen, zoals Stilte in oktober en onlangs nog Vaak ben ik gelukkig. Vol voorpret  nestelde ik me in de duisternis, een kat kroop op schoot en het ware lezen kon beginnen!

Op precies zo'n donkere avond belandt Lucca op de intensive care. Ze heeft een auto-ongeluk gehad en verloor daarmee haar zicht. Deze jonge vrouw moet er dus mee in het reine komen dat ze de rest van haar leven blind zal zijn. En dat verwerkingsproces wil ze alleen doormaken, want ze weigert het bezoek van haar man en haar moeder.

Haar behandelend arts is Robert. Een melomaan die met moeite een nieuw leven aan het opbouwen is ver van huis. Hij is een tijdlang Lucca's enige contact met de buitenwereld. De twee eenzame mensen vinden bij elkaar een goede luisteraar . En zo vertellen ze elkaar hun levensverhaal.

Voor dat u nu denkt: wat een sippe boel daar! Wat een deprimerend boek, daar begin ik niet aan (de herfst is al donker genoeg)  toch éven nuanceren. De aanleiding voor de gesprekken is dan wel wat neerslachtig, het verhaal dat ze aan elkaar vertellen is dat zeker niet.Lucca was bijvoorbeeld een gevierde actrice die een wervelend leven leidde in de jetset. Robert heeft een gepassioneerd en heftig huwelijk achter de rug. En ook de levensverhalen van hun ouders staan bol van zonneschijn én dramatiek. Om je vingers bij af te likken dus!

Bovendien speelt op de achtergrond één grote vraag: waarom vertrok ze die avond zo halsoverkop? Was het wel echt een ongeluk? Of wilde ze zich te pletter rijden? 

In de ziekenhuiskamer, en later ook op wandelingen langs de zee, reflecteren Robert en Lucca met enige afstand over het leven dat hen zo heeft meegetrokken. Ze verwoorden hun twijfels en angsten, misschien wel voor het eerst. Want deze keer wordt er écht, oprecht geluisterd, zonder oordeel, zonder dat de ander met adviezen komt. Gewoon, luisteren, doorvragen, de ander alle ruimte geven op echt op verhaal te komen.

En dat blijkt helend voor hen allebei.

Jens Christian Grondhal, Lucca, Meulenhoff, 356 pagina's

zaterdag 16 september 2017

Met sneltreinvaart door de geschiedenis: wat een reis!

Historici zijn doorgaans vergrootglas-mensen. Zij hechten waarde aan detail. Want zij lezen tussen de regels, wikken hun woorden en graven diep. Vaak hebben ze dan ook dikke brillen en een ernstige blik. Ze gaan nooit over één nacht is. Er kan immers heel wat onvoorstelbaars schuilen achter een kleinigheid, ja, ja!

De meeste historische studies zijn dan ook doorwrochte staaltjes vakmanschap die een bepaalde periode uitvoerig onder de loep nemen. Laat ik meteen maar schuld bekennen: ook ik schreef ooit een boek van 600 pagina's over een voetnoot in de geschiedenis (en over voetnoten gesproken: die gebruikte ik bovenmatig graag).

Dit maar om te zeggen dat het gilde der historici de laatste honderd jaar wantrouwig staat tegenover de grote-lijn-trekkers. De panorama-schilders die over de eeuwen heen vliegen alsof het niets is, kwistig strooiend met grote wijsheden, worden vaak op hoongelach onthaald. Want als je wil aantonen hoe het echt was in het verleden, dan kan je er niet met de grove borstel doorgaan. En zevenmijlslaarzen zijn al helemaal not done.

Om al die redenen (en om veel meer) was het lezen van Sapiens een verademing! Eindelijk weer eens iemand die het aandurft om schaamteloos de wereldgeschiedenis te vertellen op zo'n 450 pagina's. Van de prehistorie tot heden. En dat op onderhoudende, spitsvondige en boeiende wijze, bravo!

Nu waren er boekenclubvriendinnen die het allemaal te veel van het goede vonden. Het was te belerend, vonden ze en ze leerden niets nieuws bij.

Dat laatste wil ik met klem tegenspreken! Want sinds ik dit boek gelezen heb, begrijp ik eindelijk de basis van het bankensysteem en heb de kern van het Bouddhisme beet. En ondertussen heb ik me verbaasd over het verschil in wetenschappelijke benadering tussen West en Oost, en het belang van verhalen. Ook kwam ik tot de conclusie dat het graan ons heeft gedomesticeerd en dat de mens al in de prehistorie een ecologische ramp betekende. (en zo kan ik nog wel even doorgaan)

Maar het einde van het boek heeft me nog het meest geraakt. Anno 2014 leek het immers zo goed te gaan met de wereld. Er gloorde hoop dat de mens alsnog zijn eigen aard zou kunnen overstijgen, dat wereldvrede binnen handbereik was en we allemaal één grote familie zouden worden...

Helaas, de tijden veranderen. En juist daarom is historisch perspectief broodnodig. Al zeggen we het zelf.

Yuval Noah Harari, Sapiens, Bezige bij

zondag 27 augustus 2017

Schuld (en boete)?

Er zijn mensen die zich werkelijk voor alles schuldig voelen. vliegtuigcrashes hebben ze op hun geweten, en alleen zij zijn aansprakelijk voor aardbevingen aan de andere kant van de wereld. Want met kleine flaters die ze begaan, hebben ze grote catastrofes in gang gezet. En daar gaan ze onder gebukt.(zucht)

Een tweede type mens schuift dan weer alle schuld van zich af. Volgens hen zijn het immers altijd de anderen die het leed veroorzaken. Ook hun eigen domme fouten zijn onherroepelijk het gevolg van andermans beslissingen. Want ja, zij doen nooit iets verkeerd. (Vooral pubers zijn op dit domein erg bedreven, maar dat terzijde)

Lang dacht ik dat dit het hele verhaal was, maar ik ontdekte dat er misschien nog een derde type bestaat: de mensen die zich niet eens de schuldvraag stellen. Zij hebben een rustig leven, zonder enige neiging tot piekeren of zelfverdediging.Vol zelfvertrouwen dartelen ze door het leven, en ze zien niet om.

Wil, de hoofdpersoon in het uitvoerig bejubelde boek van Jeroen Olyslaegers, is volgens mij zo iemand. Hij was in de oorlog niet echt fout, maar ook niet echt een held. Hij liep een beetje mee met deze of gene, zonder stil te staan bij wat hij veroorzaakte. Zonder ook eigenlijk ooit verantwoordelijkheid voor zijn gedrag op te nemen. Of er later nog over te kniezen.

Op het einde van zijn leven blikt hij toch terug. En dat gebeurt met enige verbazing. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen hebben immers wel vragen. Zij willen het gesprek met hem aangaan en houden hem een spiegel voor. Maar echt goed erin kijken weigert Wil. Liever wandelt hij verder. Dat hij beslist zijn leven op schrijft te stellen is dus op zich al een overwinning. Maar leidt dit ook tot ware introspectie?

Ik vond dit een erg boeiend boek. Deels omdat ik Antwerpen goed kent en dus de vleugen dialect met vreugde herkende. Maar vooral omdat de auteur heden en verleden zo mooi verweeft. Als de oude Wil door de stad loopt, ziet hij flashbacks, en schuiven de tijdvakken door elkaar heen. Wat voor hem vaak verwarrend is (en ook de lezer moet goed opletten)

We lazen dit boek met de boekenclub en waren het eens dat dit echt de moeite waard is. Veel stof voor discussie ook. Is het onvermogen dat Wil niet onder ogen ziet wat hij op zijn kerfstok heeft? Of is het onwil en verdringing? Kan een mens zich ooit echt losmaken van de schuldvraag? En moet iedereen, uiteindelijk, boete doen voor wat er gebeurde?

zondag 20 augustus 2017

De kracht van de suggestie

Vorige week vertoefde ik in het immer heerlijke Barboék. Na een uitstekende kop koffie was ik toe aan datgene waarvoor ik gekomen was: de zoektocht naar een straf boek. Ik had al besloten dat ik weer eens een verhaal wilde, een echte, goede vertelling, pure fictie. Maar, hoe herken je een goed boek? Enig zelfonderzoek leverde het volgende meetlatje op:
  • Ik wilde een verhaal dat van begin tot einde een hersenspinsels van de auteur is. Pure constructie dus (en geen reconstructie van het leven van oma/een beroemdheid/een kat, ....)
  • Ik zocht een psychologisch dilemma van serieuze aard (dus niet: welk van beide droomprinsen zal ik kiezen?)
  • Ik hou van een verhaal met voldoende rafelrandjes en losse draadjes, zodat de lezer zelf nog veel aan elkaar moet knopen. (dus niet: een verhaal dat op het einde helemaal klopt als een bus)
Was me dat even zoeken, zeg, want tot mijn verbazing bestond tachtig procent van de collectie uit non-fictie (in verschillende gradaties weliswaar). Uiteindelijk vond ik op de toog, net achter de espressomachine een klein pareltje dat moeiteloos aan alle criteria voldeed. Het had een hele mooie kaft, een intrigerende titel en een hartelijke aanbeveling van barista. Meer heeft ondergetekende niet nodig ! Dat boek werd het dus en ik las het met plezier.

Onder de perenboom speelt zich af in een klein Duits dorpje, aan het eind van de negentiende eeuw. Abel, een goklustige waard, lijkt dé oplossing bij uitstek te hebben gevonden voor zijn financiële problemen. Op een nacht verdwijnt één van zijn rijke gasten spoorloos. En niet veel later breidt de herberg uit met een nieuwe vleugel....Abel floreert, schudt flauwe grappen uit zijn mouw en schenkt brandewijn op gulle wijze. Hij merkt amper op hoe zeer zijn vrouw Ursel achteruit gaat.  Handenwringend loopt ze door het huis, licht hysterisch weigert zij de gastenkamer te betreden. Ze bidt meer dan ooit en kwijnt volledig weg.

De stamgasten doen het af als flauwekul, de dominee is in de wolken met de geloofdijver van de waardin, en de personeelsleden hebben elk zo hun eigen besognes. De enige die de optelsom maakt, is de buurvrouw, moeder Jeschke. Een toverkol volgens de meesten, die een beetje buiten de dorpsgemeenschap staat. Zij heeft wél vragen bij de gebeurtenissen en spreekt Abel erover aan.

Op slimme wijze ondermijnt ze het zelfvertrouwen van de rijke waard. Ze beschuldigt hem niet, maar weet op gepaste momenten een subtiele suggestie te plaatsen. Een vraag, een bedenking, een loze bewering...Stilaan begint de spijt aan Abel te knagen. Zijn perfect plannetje vertoont steeds meer barsten. Hoe meer hij de buurvrouw belachelijk maakt, hoe lastiger het voor hem zelf wordt. En als men een kuil graaft voor een ander....

Kortom: een fantastische vertelling, die uiterst spannend blijft. Vooral omdat de schrijver nooit de sluier helemaal oplicht, ook niet op het einde. Het blijft dus bij suggesties, bij mogelijk betekenisvolle details, bij bijzondere blikken en toevalligheden. Heel knap gedaan. De vertaling door Martin Michael Driesen is bovendien van topkwaliteit, waardoor dit boekje ook op taalkundig vlak een feestje is om te lezen!

Kortom: Trakteer u zelf binnenkort ook eens op dit fijne boekje. Het werkt als een espresso: een straf brouwsel dat je wakker schudt!

Theodor Fontane, Onder de perenboom, De wereldbibliotheek, 175 p.

zaterdag 12 augustus 2017

Red de wereld, begin in uw achtertuin!

Toen ik een jaar of tien was wilde ik dolgraag bioloog worden. Niet dat ik wist wat dat inhield, maar het vooruitzicht aaibare diertjes te kunnen redden, was voldoende. Het waren de jaren tachtig en babyzeehondjes kregen toen bijzonder veel media-aandacht.

Vele jaren zijn intussen verstreken en het biologieplan verdween op de achtergrond. Het enige wat daar nog van overbleef, is dat ik af en toe eens een documentaire bekijk. Bij voorkeur over aimabele diersoorten als ringstaartmaki's of stokstaartjes. Als het maar exotisch is, want buiten het gedrag van de eigen huiskatten, ben ik niet zo fan van inheemse diersoorten. Of misschien moet ik zeggen: wàs ik niet zo'n fan, want de afgelopen week las ik een fascinerend boek.

Dave Goulson, een Britse bioloog kan namelijk aanstekelijk enthousiast vertellen over geroezemoes in het gras. Niet verwonderlijk als u weet dat de man een zomerhuisje heeft in de prachtige Charante, daar zou een mens op zich al lyrisch van worden. Maar, onze Dave heeft besloten om zijn achtertuin om te vormen tot een insectrijke biotoop. Zo weinig mogelijk orde en structuur is het motto. En dat levert al snel heel wat nieuwe bewoners op.

En dus maken we kennis met hommels en honingbijen, vlinders, rupsen, libelles en muggen. Goulson vertelt over hun gewoontes en hun kleine kantjes alsof het goede vrienden zijn. Bovendien geeft hij een heel fijn inkijkje in het biologisch onderzoek, en dat is vaak erg spannend. Waarom ontstaat er plots een vliegenplaag? Hoe komt het dat generaties vlinders zoveel kunnen verschillen? En hoe vinden blinde doodskloppertjes elkaar? Het is allemaal uitgeplozen door ijverige biologen die opzienbarende ontdekkingen deden.

Via de insecten leer je ook de bloemen kennen. In een hilarisch hoofdstuk analyseert Goulson hun "marketingstrategie" om hun nectar aan te prijzen. Somberder wordt hij in de laatste hoofdstukken als hij wijst om de impact van de mens op deze wondere wereld. Een krachtig pleidooi om ons in te spannen voor insecten, want ze zijn onmisbaar voor ons allemaal.

Dit heerlijke zomerboek maakte de tienjarige weer in mij wakker: want er moet (en kan) nog heel wat gered worden. Insecten zijn niet zo fotogeniek als zeehondjes natuurlijk, maar hommels zijn ook best aaibaar, toch?

Dave Goulson, Geroezemoes in het gras, Atlas Contact, 303 pagina's.

zaterdag 5 augustus 2017

Kan je echt opnieuw beginnen?

Stel je voor: een hippe koffiebar in Kopenhagen. Buiten miezert het, binnen verwarmt de koffie de ziel. Voor het raam, aan een gammel tafeltje zitten twee vrouwen. Ellinor is net weduwe geworden; Mia is haar schoondochter. Wat voorzichtig begon als een gesprek over rouw en verlies, mondt verbijsterend snel uit in een felle ruzie. Er vallen harde worden, die striemen. Zozeer, dat beide vrouwen elkaar nadien nooit meer zullen ontmoeten.

Het eerste deel van dit boek werkt toe naar deze centrale scène. Je denkt te begrijpen hoe het zover is gekomen. Maar na daarna volgt een diepere verklaring voor deze radicale ommezwaai. Ellinor zoekt namelijk zelf ook naar antwoorden: wat heeft het leven haar gebracht? En waarom heeft ze zo sterk de drang om tabula rasa te maken met haar verleden?

Het is erg moeilijk om niet te verklappen waar dit boek over gaat. Laat ons stellen dat het een genuanceerd verhaal is. Met één centrale vraag: is het mogelijk om op de zeventigste helemaal opnieuw te beginnen? Of blijft je verleden onherroepelijk aan je kleven?

Ik las dit kleine boekje erg graag. De hoofdstukken lijken elk op zich mooi afgeronde verhalen. Daarom snoepte ik er met zuinige hapjes van. Er worden zinnige dingen gezegd over vriendschap, vertrouwen, liefde en geheimen.  De vragen en verhalen uit dit boek werkten bij mij in elk geval nog dagenlang na. En als dat geen goed teken is...

Ik las al eerder een boek van Grondhal en ook dat vond ik erg goed.

Jens Christian Grondhal, Vaak ben ik gelukkig, Meulenhof, 2017, 151 p.

zaterdag 29 juli 2017

Clemmie Churchill: heks of heilige?

Het was een beetje mijn Churchill jaar. Niet alleen smulde ik van de Netflix reeks The Crown, waar Winston een centrale rol speelt, ook genoot ik met volle teugen van de voorstelling "Mijn nachten met Churchill" van Diederik Van Vleuten. En dat maakte mij natuurlijk ook nieuwsgierig naar de vrouw achter deze geniale staatsman.

Dus toen er een  biografie over Clementine Churchill passeerde aarzelde ik geen moment: dat werd mijn vakantieboek! Want, wie was deze Clemmie? Een soort lady MacBeth? Eenwonderbaarlijk  wijze vrouw? Of eerder een soort frivole afleiding naast het serieuze werk?

Talentrijk

Clementine was in elk geval een vrouw met veel talenten. Ze blijkt immers intelligent en ambitieus. Een politieke carrière voor haarzelf zat er niet in, en zo wordt het ondersteunen van Chruchil haar levenswerk.  En daar was ze volgens dit boek meesterlijk in. Ze heeft meer sociaal inzicht dan haar echtgenoot en voelt ook een stuk beter aan wat er leeft in de maatschappij. In de twee wereldoorlogen zet ze zich actief in voor vrouwen, gezinnen en arbeiders, waarmee ze zich erg geliefd maakt.

Haar grootste talent is echter dat ze de context weet te scheppen waarin Churchill kan schitteren. Zo zorgt ze niet alleen voor whisky, sigaren en zijden ondergoed (voor Winston zelf, echt waar!). Ze richt ook zijn bureau in en houdt al te opdringerige ambtenaren op een afstand. Bovendien zorgt ze voor een hobby voor Churchill (schilderen) en nodigt ze steeds weer interessante mensen uit op dinertjes en feestjes.

Ook heel cruciaal: ze weet wanneer ze zichzelf uit de voeten moet maken. Want ze beseft maar al te goed dat haar sterke persoonlijkheid Winston ook  in de weg kan staan. En dus laat ze hem soms  weken alleen, zodat het weerzien des te interessanter wordt.

Keerzijde

Want ja, alles in functie stellen van Churchil had duidelijk een keerzijde. Clementine was dan wel wat we in Vlaanderen een "straffe madame" noemden, ze ging ook verschillende keren genadeloos onderuit. Overwerkt, overstressed en meermaals absoluut  panisch moest ze worden opgenomen, wekenlange kalmeersessies waren noodzakelijk om op de been te blijven.

Met al die aandacht voor Curchill en haar eigen mentale welbevinden, bleef er amper tijd over voor de vijf kinderen die ze met Churchill kreeg. Ze verwaarloosde hen dan ook verschrikkelijk en dat leverde onzekere en verknipte volwassenen op. Dat vond ik erg hard om te lezen.

Heks of Heilige?

Zeker geen heilige, en soms een heks, dat is wat ik onthou uit dit boek. Maar vooral ook een uitzonderlijke vrouw: hoe iemand ondanks alles toch overeind blijft in zware omstandigheden: daar neem ik mijn petje diep voor af.

Ook voor de schrijfster van deze biografie trouwens. Ze is erin geslaagd een genuanceerd portret van Clementine te schetsen. In het begin verliest ze zich misschien niet iets te veel in details (ik ben niet zo erg geïnteresseerd welke zomerhuisjes Clemmie precies allemaal huurde) maar nadien weet ze met kleine details een heel universum te schetsen. En dat maakt van deze biografie echt een heerlijk boek.



dinsdag 25 juli 2017

We beginnen gewoon weer opnieuw!

Laat ik het gewoon even toegeven: het ging een beetje mis dit voorjaar. Veel te veel werk, veel te weinig tijd, en een lat die veel te hoog lag. En natuurlijk ondergetekende die dat allemaal veel te laat doorhad en dus tegen beter weten in maar doorstoomde...

Op zo'n moment heb je een goede vriendin nodig. Die een kop thee voor je zet, luistert naar het geweeklaag en ach en oo zegt tussen twee diepe zuchten door. Bovendien iemand die je nadien het perfecte boek serveert. Ik wist het zelf niet, maar dat was precies wat ik nodig had: een stevige thriller van Nele Neuhaus!

Languit liggend op de bank of leer luilakkend in de zon vlogen de uren voorbij: wat is dit een heerlijk leesvoer! Spannend van de eerste bladzijde tot de laatste. Met sterke personages, en boeiende verhaallijnen. Bovendien vol onverwachte wendingen zodat je af en toe een kreet van verbazing slaakt! Vlot geschreven uiteraard, maar wel zodanig dat je er je hoofd bij moet houden. Geen boeken die je makkelijk weglegt. Dus ja, ik ging wel eens heel laat slapen omdat er een hoofdstuk uit moest.

Met het lezen van deze knappe thrillers, veel uitrusten en hangen, ben ik er weer een beetje boven opgekomen. Ik heb weer zin in het zwaardere leeswerk, kijk uit naar biografieën en literaire pareltjes. Naar fijne leesclubavondjes en theatervoorstellingen. En naar het bloggen eveneens. Zo'n persoonlijk logboek van leeservaringen is toch wel fijn om te hebben. En heel wat vrienden gaven ook aan dat ze het misten, mijn leestips.

Dus dacht ik, weet je wat? Ik ga doen of er niets aan de hand is, en weer een nieuw hoofdstuk breien aan het theetante verhaal. Rustig aan deze keer, dat wel! Kalm aan en zonder al te veel poeha. Gewoon weer lekker lezen, daarover mijmeren en mijn bevindingen delen.

Ik heb er zin in!