José Saramago, De stad der blinden

Het gebeurt op een doordeweekse dag. Je staat voor een stoplicht en plots wordt alles wit. Automobilisten toeteren verontwaardigd als je uitstapt, op de tast. Gaandeweg zijn er nog mensen die door zo'n vreemde blindheid worden overvallen. De oogarts, de man die je naar huis bracht, de buren...raken allemaal besmet. Het lijkt wel een epidemie.

De overheid komt in actie en brengt alle blinden naar een sanatorium. Iedereen gaat mee, ook één ziende vrouw die haar echtgenoot niet in de steek wil laten. Wat zij de daarop volgende weken te zien krijgt, tart alle verbeelding. Het kleine laagje beschaving is snel verdwenen. De blinden laten zich gaan, op alle vlakken. Machtspelletjes, misbruik, afpersing en geweld zijn aan de orde van de dag. En er vallen doden.

Aangrijpend, verontrustend en hallucinant vond ik dit boek. Het confronteerde me genadeloos met het slechte in de mens. Als je moet vechten voor je dagelijks brood is er weinig ruimte voor beleefdheid. Als men je vrijheid ontneemt, neem je ook anderen te grazen.

Het werd zo erg dat ik bij tijden niet verder lezen kon en ik heb het boek dan ook een dag of drie ontweken. Ik las het toch uit, omdat ik wilde weten of er nog hoop was.

Die hoop komt van de literatuur. Verschillende personages houden zich staande door te schrijven of door voor te lezen. Verhalen helpen hen een sprankeltje menselijkheid te bewaren of terug te vinden.

En dan op het einde, die zin: "Waren we niet allen ziende blind?".

Reacties

  1. Op mijn leeskring waren er ook een paar die met moeite verder lazen... en ik voelde me bijna schuldig dat ik dit had uitgezocht. Maar ik vond het toch een fascinerend boek.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten