zondag 25 oktober 2015

Spaar de Spotvogel – Harper Lee



Er zijn zo van die echte klassiekers die een mens blijkbaar gelezen moet hebben, en die mij om één of andere redenen volledig ontgaan. Noem het blinde vlekken, gaten in mijn cultuur of gewoon totaal wereldvreemd, maar to kill a mockingbird stond niet op mijn radar. Er was enige massahysterie bij het verschijnen van de opvolger voor nodig om mij wakker te schudden: dit moest op mijn leeslijstje.

En inderdaad, Spaar de spotvogel is een boek dat me bijzonder heeft aangegrepen en dat ik niet snel zal vergeten. Maar het etiket “meesterwerk” was wel nodig, want anders had ik het waarschijnlijk na een pagina of honderd opzij geschoven. Want in het eerste deel van dit boek gebeurt er niet zo gek veel. Drie kinderen spelen buiten, plagen een kluizenaar en vallen uit bomen. Ze lezen voor aan een lastige ouwe tante en vervelen zich te pletter op school. Geweldige schets van het leven in een klein Amerikaans stadje anno 1935, maar niet meteen Pullizer-materiaal. Dacht ik.

Maar dan blijkt dat deze lome, kabbelende aanloop noodzakelijk was om het boek nadien in een ware stroomversnelling te laten belanden. Atticus, de vader van twee van de hoofdrolspelers, gaat een zwarte verdedigen die verdacht wordt van moord. Van meet af aan is duidelijk dat de man onschuldig is. Maar eveneens staat vooraf al vast dat de blanke goegemeente hem zal veroordelen. 

Het is dus een kroniek van een aangekondigde dood, vechten tegen de bierkaai. “Eén zaak die je één keer in je leven krijgt en die je omwille van je principes moet strijden tot de laatste snik”, zegt Atticus daarover. Omdat het niet anders kan. Omdat het onethisch zou zijn om het niet te doen. Ook al weet je dat de hele gemeenschap je voortaan met de nek zal aankijken.

En dat gebeurt natuurlijk. De kinderen vertellen het verhaal vanuit hun standpunt en tonen een ijzersterke vader, die blijft vechten voor het recht en niet buigt voor bedreigingen. Hij is een moreel hoogstaand mens, die het goede wil doen, onafhankelijk van de mening van de meerderheid. Slechts een minderheid aan buren waardeert hem daarom.

De kinderen blijven niet buiten schot in dit verhaal. Zij volgen de rechtszaak (die trouwens uiterst spannend is) en zijn ziek van het resultaat. Daar zit dan ook volgens Atticus de hoop: dat een nieuwe generatie wel over de grenzen van een ras heen kan kijken en eerlijk zou kunnen oordelen.

Een prachtboek, over een schitterende vader, die zijn kinderen wil opvoeden tot rechtschapen mensen die hun plicht voor de samenleving willen doen. Die niet kiezen voor eigenbelang en die hun vooroordelen aan de kant schuiven. Een wijze les, die ze niet alleen leren uit de rechtszaak, maar ook uit de gevolgen van hun kattenkwaad uit het eerste deel. 

En zo blijkt die lome aanloop uiteindelijk de kern van het verhaal: vooroordelen en racisme uiten zich niet alleen tijdens grote showprocessen, maar zitten diep verweven in de kleine dagelijkse dingen. Daar onbevangen naar kijken en mensen kansen geven is misschien nog een veel groetere uitdaging.

Terecht bejubeld dus, die Harper Lee!

Leesclubvragen:

·        Welk kattenkwaad heb jij vroeger uitgehaald?
·        De volksjury een goed zaak, of niet (en waarom)?
·        Welke waarden wil jij meegeven aan een volgende generatie?
·        Welke vooroordelen heb jij al eens opzij moeten zetten?
·        Hoeveel vrijheid kan je kinderen geven vandaag de dag?

zaterdag 17 oktober 2015

De aanslag – Harry Mulisch



Dit is een boek dat de meesten van ons ooit gelezen hebben, als verplichte kost op school. Ondergetekende in elk geval. Ik sleepte het verhuizing na verhuizing mee, zonder het ooit te herlezen. Maar vorige week, na een aantal lamentabele leeservaringen, nam ik het weer eens ter hand. En ik was er helemaal ondersteboven van. Hierbij dus vijf redenen waarom ook u het boek ook nog eens zou moeten herlezen.


De taal! Wat een schitterend Nederlands sprankelt er van de bladzijden af. Zorgvuldig gekozen bewoordingen, soepele zinnen, rake beschrijvingen. Zonder populaire vuilbekkerij of gortigheid, maar evenmin gortdroog. Als ik zoiets lees denk ik: ja, het Nederlands is toch een mooie taal!

Het trauma: want daar gaat dit boek uiteindelijk over. Hoe komt een mens een drama te boven? Door het te negeren, denkt de hoofdpersoon en daar komt hij een heel eind mee. Maar op verschillende momenten in zijn leven gebeurt er – overwachts – weer iets waardoor hij het drama toch onder ogen moet zien. Willens – nillens.

Het universele dilemma van de schuld. Hoever gaat dat? Wie is er precies schuldig en wie niet? De verschillende betrokkenen hebben er een eigen idee over. En die schuldvraag blijkt ook iets heel persoonlijks te zijn: hoezeer laat je je raken door een ramp? En tot hoeverre erken je je verantwoordelijkheid? 

Het tijdsbeeld. Al leef ik nog niet lang genoeg om een uitspraak te doen over de jaren vijftig en zestig, de jaren tachtig zijn heel herkenbaar voor mij. Ik was toen een kind, maar heb die ban de bom beweging heus wel meegekregen. Die grote betoging was wel een heel bijzonder moment. En Mulisch maakt daar dankbaar gebruik van om op het einde van het boek een cruciaal stukje aan de puzzel toe te voegen.

De tweede wereldoorlog, zoals beleefd door gewone mensen. Er is natuurlijk heel wat literatuur over die periode, maar de meeste verhalen gaan over de afschuwelijke ervaringen van de joden. Dit verhaal vertelt hoe een doorsnee gezin verzeild raakt in een drama. Bovendien is het een genuanceerd verhaal: met goede Duitsers en slechte Nederlanders. Zodat – opnieuw- de schuldvraag minder makkelijk is dan hij oorspronkelijk lijkt.

In een tijd waarin mensen moeite hebben om zich in te leven in oorlogsslachtoffers, is dit een bijzonder relevant boek. Want nog niet eens zo heel lang geleden waren we zelf het voorwerp van terreur. En liepen velen levenslange trauma’s op, die je heus niet alleen wegveegt met een warm dak boven het hoofd.


Kortom: bij deze ijver ik ervoor op die boek opnieuw op alle leeslijsten te plaatsen!

Leesclubvragen:
  1. Wat vond je vroeger van de leeslijsten op school?
  2. Welk boek dat je in je pubertijd las is je bijgebleven (en waarom)?
  3. Heb je je ooit schuldig gevoeld over iets waar je eigenlijk geen schuld droeg?
  4. Waarom is het soms makkelijker om pijn weg te stoppen dan om alles erover te willen weten?
  5. Wie is volgens jou de meest tragische figuur uit dit boek?

zaterdag 10 oktober 2015

Stellingenspel #leesclubleuks



Ik schreef het al eerder: op de voorbije leesclubavond verraste ik vriend en vijand met een stellingenspel. Eenvoudig en doeltreffend, al zeggen we het zelf! 




Basis waren natuurlijk vijf stellingen over het boek, een zelfgetekend “speelbord” met de keuzes “eens”, “oneens” en “weet niet”, en een aantal pionnetjes. Na elke stelling werd er gestemd en dat levert dan resultaten op als deze:



Mét een slimmerik die zich op de drempel begeeft. Maar goed, daar gaat het natuurlijk niet om, want daarna volgt de discussie: waarom hebben we voor die positie gekozen? En, omdat we ruimdenkend zijn mag je van mening veranderen. Tijdens de discussie mag je het pionnetje nog verplaatsen naar een ander vakje. Op het einde maken we dan de balans op.

Onze leesclubladies waren in elk geval enthousiast over deze aanpak. We hebben een hele avond gediscussieerd, misschien wel meer dan als we met gewone vragen zouden hebben gewerkt. Stellingen polariseren immers en roepen daardoor argumenten op. En dit boek leende zich daar ook uitstekend voor.

Ik zou zeggen – zoals steeds – probeer het eens uit! En laat me weten of het ook voor u werkt!

maandag 5 oktober 2015

Begging to be black -Antjie Krog




Eén van onze leesclubleden verblijft een jaartje in Zuid-Afrika. Wij leven natuurlijk geweldig mee, en besloten dan ook collectief om een boek over dat verre land te lezen. 
Het werd “Begging to be black” van Antjie Krog. Geen eenvoudige kost, want het relaas van een heuse existentiële crisis van een blanke vrouw na de apartheid. Filosofische bespiegelingen, antropologische observaties en flink wat vragen en twijfels zorgen ervoor dat je dit boek met volle aandacht lezen moet.

 Leesclubvragen bedenken was dan ook geen sinecure. Daarom besloot ik geen vragen in de groep te gooien, maar wel stellingen. (over de methode vertel ik in een volgend bericht!)

Stelling 1: Antjie is gebruikt door haar ANC- kameraden

Het boek begint met een misdrijf. Zonder één moment te twijfelen helpt Antjie Krog haar kameraden ontsnappen. Later blijkt dat zij een moord hebben gepleegd. En het wapen op de stoep bij Antjie hebben verstopt. Omdat zij toch minder snel in de problemen zou komen? Of om haar een loer te draaien?

De leesclub was het hierover redelijk eens: Antjie was bedrogen en we konden ons haar existentiële crisis goed voorstellen. Was dit nu haar beloning om jarenlang voor het ANC te strijden? Of, zat het anders? Was dit – uiteindelijk – toch ook geen politieke moord? Zijn alle moorden in Zuid-Afrika dat niet tot op zekere hoogte? En is het dus eerder een teken van vertrouwen dat men haar hierin betrok? Hoe dan ook, Antjie ontliep een straf, terwijl enkele jaren later een zwarte collega van haar, voor ongeveer hetzelfde, jarenlang de cel in vloog. Iets waar de schrijfster het duidelijk heel moeilijk mee heeft. 

Stelling 2: Wij zijn tegen moord omdat we ons dat kunnen veroorloven

Dit is een letterlijke zin uit het boek. De schrijfster komt immers tot de conclusie dat het voor haar als blanke, relatief welgestelde vrouw nogal gemakkelijk is om tegen moord te zijn. Zij is immers niet in het nauw gedrongen om zich te verdedigen. En bovendien kan ze makkelijk een beroep doen op de politie om haar bij een conflict te helpen. Dat is voor heel wat Zuid-Afrikanen helemaal anders.
Tegelijk geeft ze ook aan dat politieke moorden soms wel verdedigbaar waren, doden kan een goede zaak dienen. De grens tussen goed en kwaad kan dus verschoven worden. Maar tot welke hoogte? 

Hierop ontspon zich een zware discussie in de leesclub: is “niet doden” uiteindelijk geen universeel gebod? Dat kan toch nooit gerechtvaardigd zijn? Een mensenleven is daarvoor toch veel te kostbaar?
Het is juist dat universele dat Krog in dit boek in vraag stelt. Door glashelder aan te geven dat het Westerse denken aanzienlijk verschilt van het Afrikaanse denken. Daar is een daad niet in se goed of slecht, maar hangt het af van de relatie tot de gemeenschap. Iets wat de gemeenschap dient, is goed. En dat is dus een fundamenteel andere manier van denken dan de Christelijke individuele ethiek. En wat bleek, de volgende stelling sloot daar naadloos bij aan…

Stelling drie: goede bedoelingen leiden tot goed handelen

Ja, zei bijna iedereen, dat kan niet anders. Ondergetekende was tegendraads en stemde tegen. Antjie verweeft de geschiedenis van Lesotho met haar eigen verhaal, en vertelt hoe daar de eerste blanke missionarissen arriveerden. Vol goede bedoelingen, maar ook met onvoldoende oog voor de schoonheid van de Afrikaanse filosofie. Ik zeg niet dat ze echt kwaad hebben gedaan, maar na het lezen van dit boek kan ik me toch niet van de indruk ontdoen dat het opdringen van Westerse denkkaders niet zo’n goede zaak was. Het liet vele zwarten uiteindelijk vertwijfeld achter, want de nieuwe leer was moeilijk te verzoenen met hun eigen holistische visie over band tussen mens en natuur. 

En ook de hele ANC-geschiedenis van verzet en oproer toont aan dat in naam van het goede toch ook excessen hebben plaats gevonden. Alleen al omdat goed en kwaad naar Afrikaanse normen iets anders liggen (zie hoger). Dus helaas, helaas, goede bedoelingen leiden niet altijd tot een goed resultaat.

Stelling 4: Wij blanken kunnen nooit weten wat het is om zwart te zijn

Dat is eigenlijk het belangrijkste punt in dit boek. Krog smeekt om zwart te mogen zijn, maar beseft tegelijkertijd dat dat nooit helemaal zou kunnen. De illustratie op de voorkant is wat dat betreft zeer treffend. De verbondenheid van Afrikanen met hun gemeenschap is bijzonder groot en overstijgt individuele belangen. Westerlingen denken radicaal anders en het is onmogelijk om je hersenen zo te herprogrammeren. Antjie doet wel heel veel moeite, en komt tot een beter begrip. Maar echt voelen hoe je organisch verbonden bent met alles wat je omgeeft, kan ze niet. Tot haar grote spijt.

Wij vonden dat interessant omdat het ons confronteert met de grenzen van ons eigen denken. Er zijn nu eenmaal alternatieve logica’s waar we moeilijk kunnen inkomen. Dat moeten we respecteren, vonden we, maar er is ook een grens, vonden wij. De mensenrechten zouden bijvoorbeeld zo’n grens kunnen zijn, opperde iemand. Maar juist die mensenrechten zijn een Westers concept, meende iemand anders. Een filosofisch dilemma om u tegen te zeggen, en waar we op een knus leesavondje niet zijn uitgekomen. Dan maar door naar de laatste stelling.

Stelling 5: De waarheidscommissie was de enig mogelijke oplossing voor Zuid-Afrika

Verdeelde stemming. Misschien ook omdat de achtergronden van deze commissie niet heel erg goed worden uitgelegd in dit boek. Wat Antjie Krog daarentegen wel grondig aanpakt is de vergelijking tussen Zuid-Afrika en Duitsland, waar ze een jaar verblijft. Beide landen staan immers voor dezelfde uitdaging: verder leven na een raciaal conflict. Hoe kan mens als land dit trauma verwerken? Duitsland koos voor de juridische weg, de processen van Neurenberg. Daarnaast schakelde men kunst in als een sterk symbolisch middel om de wandaden uit het verleden aanwezig te houden en mensen op een zachte manier te blijven confronteren met de holocaust.

In Zuid-Afrika kozen Mandela en Tutu radicaal voor verzoening. Een relationele oplossing die dader en slachtoffer opnieuw met elkaar wilde verbinden. In ruil voor een volledige schuldbekentenis werd vergeving geschonken. Zo vermeed men de misdaden uit het verleden onder de mat te vegen, en anderzijds kon men ook voorkomen dat er een nieuwe genocide zou uitbarsten. Bisschop Tutu legt het op onnavolgbare wijze uit in dit filmpje dat we met de leesclub hebben bekeken. Bekijk het ook eens en let dan niet alleen op de inhoud, maar ook op de wijze waarop: wat een geweldig charismatische redenaar is hij: we waren helemaal weg van hem. En uiteindelijk zijn we het ook met hem eens: de waarheidscommissie was de enig mogelijke weg.

Slotsom: 

We vonden dit een moeilijk maar heel interessant boek. De zinnetjes Afrikaans die hier en daar opdoken waren welkom om ons te laten doorlezen. Van de zwaar filosofische gesprekken die er ook in staan hebben we niet alles begrepen. Het is een boek met veel nuance, veel twijfels en veel vragen dat je echt aan het denken zet. Een boekbespreking als deze is te kort om recht te doen aan alle boeiende gedachten die in de tekst verweven zijn: zelf lezen dus!

Tot slot maken we ons toch ook een beetje zorgen over onze vriendin zover weg, want bijzonder veilig leek ons de situatie nu ook weer niet. We hopen dan ook dat ze het goed maakt en ons, bij gelegenheid, eens vertelt hoe zij dit boek heeft ervaren. Want het is makkelijk praten vanuit je luie leesstoel, dagelijks geconfronteerd worden met dilemma’s uit onze stellingen, dat is andere koek!