maandag 29 juni 2015

Leesclub klapt over haviken




Ja, u had het al door hè, vorige week stond H is for Hawk op het menu van onze leesclub. Taaie kost, dat wel, maar wat een nasmaak! Want we waren het er min of meer over eens: dit is een delicatesse, een boek dat met niets anders te vergelijken is. 

Velen van ons hadden er wel een vette kluif aan en moesten echt even flink doorbijten. Want dit boek gaat over haviken, en dat brengt enig vakjargon met zich mee. Een terminologie die we in onze moedertaal niet dagelijks bezigen, laat staan dat we die in het Engels zouden beheersen. Maar gelukkig is er in dit boek meer te beleven dan enkel het trainen van roofvogels. Eigenlijk beschrijft het een rouwproces, met alle bekende fases: van ontkennen over aanvaarden, loslaten en opnieuw beginnen. 

De hoofdpersoon Helen tracht haar verdriet na de dood van haar vader aanvankelijk te verdoven door weg te vluchten in de wereld van de roofvogels. Het lijkt haar heerlijk om net als zij het leven van op een afstand gade te slaan en vrij te zijn om weg te vliegen. Maar gaandeweg komt ze erachter dat die parallel niet helemaal opgaat. En dat een mens uiteindelijk andere mensen nodig heeft om over zo’n verlies heen te komen.

Dit persoonlijke verhaal verweeft Helen Macdonald met de pogingen die T.H. White ondernam om een havik te trainen. Bij hem was dat een hele strijd, waaraan hij uiteindelijk ten onder zou gaan. Een resem goede vrienden en een flinke portie zelfbesef zorgen ervoor dat het bij Helen zover niet komt. Zij heeft de moed om op een bepaald moment toe te geven dat haar rouwproces is uitgemond in een flinke depressie. Ze zoekt hulp en krabbelt daarna heel langzaam weer overeind.

Maar het boek is zoveel meer! Een intrigerende mix van cultuurgeschiedenis, natuurbeschrijvingen en persoonlijke reflecties, om het met drie woorden samen te vatten. Een boek waarvan we heel wat op hebben gestoken en dat ons deed nadenken over heel veel andere kwesties.

Zo dook het nature-nurture debat plotseling op tijdens onze bespreking. Is de wildheid in dieren eigenlijk wel te temmen, vroegen we ons af. Zou onze huiskat ook geen ongetemde feeks zijn geworden als ze niet van meet af aan geknuffeld en vertroeteld werd? En, zo gingen we vrolijk verder, geldt dat dan ook niet voor mensen? Zijn wij van nature niet wild en ongeremd en is het de opvoeding (en de cultuur) die van ons zo’n makke schapen heeft gemaakt. (Gaandeweg groeide het plan om als volgende boek “De getemde vrouw” te gaan lezen, maar dat is helaas weer afgevoerd). 

Dat opvoeding een enorm effect heeft, bewees het tragische verhaal van White. De harde hand van zijn vader maakte van deze gevoelige ziel in elk geval een verknipte persoonlijkheid. Helen daarentegen kende een warm nest, wat het verlies van haar vader alleen maar zwaarder maakte. Deze vader had alle begrip voor de vreemde passie die zijn dochter als klein kind al opvatte voor roofvogels. Hij had immers zelf ook zijn hart gevolgd en was fotograaf geworden. Eveneens een positie die een mens toelaat de anderen vanop een afstand te aanschouwen en bijna onzichtbaar te worden. Net zoals haviken dat kunnen.

Wat we vooral zo geweldig vonden aan dit boek is dat de parallel tussen een rouwproces en het trainen van een havik nooit flauw wordt. Macdonald voegt er telkens weer een diepere dimensie aan toe, geeft er weer een nieuwe draai aan. Boeiend om te lezen hoe ze zich eerst vereenzelvigt met de havik om dan uiteindelijk in te zien dat ze niet de vogel is die vrij wil zijn, maar de temmer die moeite heeft om los te laten. Een gevoel dat we allemaal wel eens kennen.

Kortom: dit boek is geen gemakkelijke lectuur. Maar wie een inspanning levert, krijgt er heel veel voor terug. Ik weet dan ook wel zeker dat dit boek me nog lang zal heugen (en dat roofvogels nooit meer hetzelfde zullen zijn)

DE WERKVORM EN DE VRAGEN

Bovenstaande mijmeringen en discussies waren mede het gevolg van de acht stevige vragen die ondergetekende voor de leesclub ontwierp (en die we gewoon even gaan delen):


  • Zijn er parallellen tussen het trainen van haviken en het opvoeden van kinderen?
  • Welk boek zou je aan Helen aanraden tijdens haar depressie?
  • Wat zou er aan dit boek moeten veranderen om het nog iets beter te maken?
  •  Hoe moeilijk is het om los te laten? Wat wil jij nog loslaten?
  • Omschrijf het boek in drie woorden
  • Welke wildheid in jezelf moet je nog temmen?
  •  Wat heb je geleerd uit dit boek?
  •  Welke muziek vind je bij dit boek passen?


Nu kan je natuurlijk vragen aflezen van een blaadje papier. Maar om de feestvreugde te vergroten verpakte ik ze  in een … in iets… van papier. U kent het allemaal, mijn dochter vouwt er twee per dag met vreemde opdrachten voor ouders, maar we konden niet op de naam komen. Na heel diep nadenken sprak de dochter aarzelend het woord “klappertje” uit, en dat leek me voor een leesclub nog wel een geschikte term. Ik koos een mooi papiertje, haalde stempeltjes boven en maakte zo een hedendaagse versie van een vast oeroud tijdverdrijf:



Moest u vergeten zijn hoe men dit vouwt en u heeft geen klein meisje in de buurt om het voor te doen, dan kan u hier een omschrijving van zo’n “happertje” (zo heet dat dus) vinden. Veel succes ermee!


zaterdag 27 juni 2015

Tussendoor: labyrintrennen met een ganzenbord

Vorige week was het weer zover: de juniorleesclub! Zes twaalfjarigen kwamen samen om de Labyrintrenner te bespreken, een boek dat ik zelf niet had gelezen, maar waar de jeugd erg enthousiast over was. Het was blijkbaar een soort variatie op de Hunger Games. Erg spannend en heldhaftig, en dus een ideale leesgezel tijdens spannende examenweken.

Maar, hoe laat je twaalfjarigen een uur over dit boek praten? Een werkvorm drong zich op!

Ik hielp de zoon bij het bedenken van de vragen (zie onderaan). Hij verstopte de vragen op bijzonder creatieve wijze in een soort ganzenbordspel dat hij van het labyrint maakte, compleet met hilarische doe opdrachten (prop zoveel mogelijk spekken in je mond), kennisvragen (over de inhoud van het boek) en dus onze bredere vragen. We zochten een dobbelsteen en pionnen, en we waren klaar voor de start!

Het was een groot succes, en de jeugd was vooral erg te spreken over de "meningsvragen" die hen aan het denken hadden gezet. Daar hadden ze soms langer over doorgepraat dan over het boek zelf, glunderde de zoon achteraf. En die vragen hadden bovendien heel veel leestips opgeleverd. Het was vooral heel fijn geweest om te ontdekken waar ze het boek anders hadden gelezen en geïnterpreteerd. Maar over één ding waren ze het wel eens: dit was een fijn boek en de twee volgende delen staan nu op alle verlanglijstjes.

Verder nog even meegeven dat ondergetekende met een pot thee en drie andere moeders in de zon heeft gezeten, terwijl de jonge lezers binnen een uur lang ongestoord aan het praten waren: dat noemen ze nog eens een win-win situatie!



Ik bedacht me dat ik voor de "grote" leesclub ook wel eens fijne vragen zou kunnen verstoppen in een ganzenbordspel. Zeker nu ik op zolder zo'n mooi oud exemplaar heb gevonden.  Want zelf eentje maken, dat zie ik niet zo zitten, maar vragen koppelen aan een bestaand ganzenbord, dat is al een stuk makkelijker. Misschien een ideetje voor de volgende keer?

****

DE VRAGEN OVER DE LABIRINTRENNER (THE MAZERUNNER)

  • Wat vond je het tofste personage in het boek?
  • Wat was het spannendst?
  • Op welke andere boeken lijkt dit boek?
  • Wat zou er moeten gebeuren om dit boek nog beter te maken?
  • Welke dingen zou jij opschrijven om in de box te steken?
  • Vond je het makkelijk geschreven/makkelijk om te lezen?
  • Wat heb je geleerd uit het boek?
  • Welk personnage zou je liever niet in het echte leven tegenkomen?
  • Hoe zou jij heten als je uit de box kwam?
  • Hoe zou jij een nacht in het labyrint overleven?
  • Wie zou jou het meeste missen als je in het labyrint was?

donderdag 18 juni 2015

Vuil vel - Marita De Sterck

Als je gebeten wordt door het boekenwormenvirus, dan ben je doorgaans levenslang de klos. Letters, woorden en zinnen zijn het enige medicijn dat de symptomen enigszins kan verzachten. Tijdelijk dan. Een uiterst gevaarlijk beestje dus, dat boekenvirus, het hapt onverwachts toe  en het laat je niet meer los.

Toch zijn er mensen die resistent blijken te zijn. Of die een wel heel sterk afweermechanisme hebben tegen dit virus, en dus immuun blijven voor de zucht tot lezen. Ongelofelijk maar waar.

Zo iemand is mijn dochter van bijna tien. Een lieve meid, creatief en vrolijk, maar absoluut geen lezer. Hoopvol is dat ze wel van voorlezen en verhalen houdt. En van Disney-series, vol pastelkleuren en met een flinke dosis glitter. Waarin prinsessen met parelende lachjes uiteindelijk altijd de prins van hun dromen krijgen. Waarin de slechterik gestraft wordt. En alles zo goed eindigt dat de helden lang en gelukkig zullen leven.

Groot, zéér groot was  mijn verbazing, toen vorige week de dochter met een boek betrapte. Een sprookjesboek, dat wel, maar eentje zonder rozengeur en maneschijn. Neen, de veertig Vlaamse sprookjes die Marita De Sterck uitkoos kennen geen pastelkleuren, ze zijn dikwijls bikkelhard. Vol vreselijke moeders die zonder verpinken zuigelingen om zeep helpen, bloeddorstige lieden die jongedames onthoofden en intens gemene broertjes die hun zusjes onder de zoden helpen. Het komt vaak helemaal niet goed, en van lang en gelukkig leven is amper sprake.

Dit zijn de sprookjes zoals ze werkelijk bedoeld zijn. Zonder de roze bril van Disney dus, en vol gevaar en griezeligheid. Sommige sprookjes klinken bekend in de oren, omdat ze sporen bevatten van Assepoester, Repelsteeltje of andere bekende verhalen. Er zitten ook een paar héél schuine moppen tussen. En heel veel mysterieuze sagen over onverklaarbare verschijnsele, parallelle werelden en spookkastelen.

De dochter vond het heerlijk,  niet alleen omdat het zo'n duistere, spannende en ongekende wereld was, maar ook - zo vertelde ze glunderend- omdat de taal zo mooi Vlaams was. Ze kon genieten van woorden als "seffens" en constructies als "gij waart", er kwamen dorpen langs die ze kende en uitdrukkingen die ze zelf ook wel eens gebruikt. En zo leek het of ze zomaar even bij een grootmoeder aan de Leuvense stoof had aangeschoven. Om daar dan urenlang te luisteren en te griezelen. Neen, ze liet Vuil vel niet meer los!


Het is dan ook een heel knap boek, waarin Marita de Sterck laat zien hoe geweldig sprookjes eigenlijk zijn. Jonas Thys maakte bij elk verhaal een sobere illustratie in de traditie van de houtsnedes. Deze combinatie van beeld en verhaal maken van dit boek een pareltje. Een echte aanrader dus voor wie houdt van oude verhalen, zonder glitter, maar met heel veel levenswijsheid.

En voor mijn dochter blijft dit het boek dat haar voor de allereerste keer liet proeven hoe geweldig lezen kan zijn. Hopelijk is haar leesresistentie nu voorgoed aangetast, ik zou het haar zo gunnen!

zondag 7 juni 2015

De krant, het nieuws en Alain de Botton

 
In deze tijden vol apps en sites, blijft ongetekende fan van de papieren krant. Heel ouderwets, maar hij knispert zo heerlijk. Bovendien kan je er op tekenen, in mijn bestaan een belangrijk pluspunt. En je kunt er ook nog eens boekenleggertjes uitscheuren!

Maar bovenal waardeer ik de krant omdat deze na de waan van de dag bekijkt wat het bezinksel is van vierentwintig uur activiteit. Wat vraagt nu eens echt de aandacht van de lezer? Naast de feiten geeft de krant immers ook de samenhang, en kruidt deze met een stevige opinie, die soms de hele dag nazindert: zo hebben we het graag.

Dames en heren, laten we eerlijk zijn: de krant schuift op. Waar dit medium ooit begon als een versnelling en ervoor zorgde dat nieuws zich vlugger kon verspreiden, brengt de krant vandaag nieuws dat iets langer houdbaar is. En in dit razend tijdvak is een etmaal al een eeuwigheid.

Andere media hebben de taak om kort op de bal te spelen overgenomen, ze injecteren ons op alle mogelijke en onmogelijke ogenblikken met fragmentjes nieuws. Nog niet geclusterd in een samenhang, nog niet verteerd maar heet van de naald. Horendol word je ervan, althans ondergetekende, die al lang geleden besliste slechts één medium te hanteren: de gedrukte krant. Hopeloos gedateerd, maar als historica kom je er nog mee weg.

Toch is er misschien ook hoop. Want waar de krant eertijds een zenuwwekkend nieuw verschijnsel was, is het vandaag de dag een teken van traagte als de mens een krant leest. En zo aangeeft dat hij of zij genoegen neemt met één fikse nieuwsscheut per dag. Krantenlezers op de trein kunnen op mijn warme sympathie rekenen. Less is more, zo is het maar net.

Het boek (waar deze blog uiteindelijk over zou moeten gaan)

Om alle bovenstaande redenen was ik erg benieuwd naar De Bottons nieuwe boek over het nieuws. (en natuurlijk ook omdat ik "den Alain" bijzonder hoog in het vaandel draag). Het boek doet in elk geval wat de titel belooft: het geeft ons een handleiding bij het consumeren van nieuws. Het confronteert ons met de misvatting dat wat nieuw is ook belangrijk is. Het wijst ons op de onderliggende angsten die we met nieuwsberichten trachten te sussen. En het doet ons mijmeren over de heilzame werking die nieuwsberichten zouden kunnen hebben, als ze beter zouden worden gemaakt.

Wat onze Alain in dit boek eigenlijk wil doen, is aangeven hoe we al die fragmenten die ons dagelijks overspoelen zin en betekenis kunnen geven. Hoe we kunnen uitzoomen en zo een ongeluk kunnen verbinden met een filosofische mijmering over de plaats van leed in onze maatschappij. Geniaal zijn ook zijn bladzijden over het celebrity nieuws en hoe we omgaan met helden: we willen naar hen opkijken, maar we willen ook graag horen dat ze uiteindelijk geen ideale mensen zijn. Een heel boeiend hoofdstuk, waarin zijn eerdere boek over statusangst weerklinkt.

En laat daar nu eens echt het schoentje wringen! Ik vond dit boek een prettige samenvatting van Alains eerdere gedachten, nu toegepast op het domein van het nieuws. Een leuke synthese van hoe het nieuws een nieuwe religie wordt en hoe het, net als kunst, zou moeten helpen bij introspectie. En dit alles vlotjes en helder gebracht. Maar als ik eerlijk ben, smaakt dit afkooksel toch een beetje flets.

Bericht aan den Alain:

Mijn allerliefste Alain, ik had toch meer van je verwacht! Dit moet een gezellig knip- en plakmiddagje geweest zijn aan een zonnige keukentafel. Heerlijk licht en luchtig. Maar, waarom heb je er nergens een filosoof bijgesleept? Of een kunstwerk? Daar ben je zo goed in, en dat geeft je werk altijd zoveel diepte. Was je er zelf deze keer ook op uit om snel iets nieuws te brengen?

Maar, Alain, ik vergeef het je. Omdat je al zoveel fijne boeken hebt geschreven. En ik ook deze keer weer vlotjes heb meegelezen en me geïnspireerd wist. Maar voor de volgende keer, graag weer wat meer diepgang, wat meer oude knarren uit filosofenland en wat meer bezieling. Dan blijf ik fan.