vrijdag 27 februari 2015

Leesclub dobbelt met Baltische zielen




Terwijl het buiten bliksemde en donderde, schaarde de leesclub zich gezellig rond een kaarsje. Glaasje cava in de hand, kat op schoot en een hele resem borrelnootjes in voorraad. En wederom met een methodiekje door ondergetekende uitgedacht. Ter lering en vermaak bracht ik een dobbelsteen mee, met verschillende invalshoeken om het boek te verkennen. Ieder mocht om beurt gooien en een eerste voorzet doen. Kom, we gaan van start!

+ de pluspunten

Baltische zielen gaat over de geschiedenis van Estland, Letland en Litouwen. Drie landen die we wel in één adem konden zeggen, maar waar we verder niets over wisten. Een hele ontdekkingstocht dus, en voor velen van ons meer dan een eye-opener. Bovendien koos Jan Brokken ervoor om deze geschiedenis te vertellen aan de hand van mensenlevens, concrete verhalen over muzikanten, schrijvers, oproerkraaiers en slachtoffers. Rothko bijvoorbeeld, Arvo Pärt en Hannah Arendt om de meest bekende te noemen. Zo kreeg het verleden letterlijk een gezicht. Een aanpak die we allemaal zeer konden waarderen.

! wat trof ons?

Estland, Letland en Litouwen hebben een woelig verleden achter de rug, waarin ze meermaals van staat en overheid veranderden. Het meest getroffen waren we door het lot van zovele joden die gedwongen het land verlieten of in de oorlogen werden opgepakt en sneuvelden. Hartverscheurend. Maar evengoed vielen ons de sterke vrouwen op, die ondanks alles bleven doorzetten. De koren bleven ons bij (zingen is heel belangrijk) net als het lot van de Duitstaligen in dat gebied, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een wel heel moeilijke positie kwamen te zitten.

- de minpunten

We waren het echter ook eens over de minpunten van dit boek: de verhaalopbouw. Brokken is geen Geert Mak en ook geen Philip Blom. Zijn verhalen gaan soms alle kanten op en hebben geen duidelijke opbouw. Af en toe lijken het omgevallen fichenbakken zonder logica. Om het met een flauwe woordspeling te zeggen, er waren nogal veel “brokken” in dit boek. Een aantal onder ons stoorden zich ook aan de buitensporige aandacht die muziek in dit boek krijgt. Jan Brokken is een groot muziekkenner, maar zijn teksten daarover zijn niet voor iedereen zomaar toegankelijk. Er zat ook heel wat herhaling en overlap tussen de verhalen, maar omdat de geschiedenis van die landen vrij complex was, kan dat ook een voordeel zijn.

, waar willen we op door?

De inhoud van dit boek smaakt in elk geval naar meer. Zo namen we ons voor om ons eens verder te verdiepen in Hannah Arendt. Om de werken van Rothko nu toch echt eens te gaan bekijken. Om de werken van Pärt te gaan beluisteren, of om gewoon eens een reis te maken naar de Baltische kust! Ook andere boeken komen op ons lijstje. Natasha’s dans bijvoorbeeld van Figes (over Rusland). Het boek geeft in elk geval veel zin om een aantal personages verder te ontmoeten.

? welke vragen blijven over

Omdat Jan Brokken zijn verhaal aan verschillende figuren ophangt, zijn er uiteindelijk hiaten in de geschiedenis. Zo wist niemand van ons eigenlijk helemaal goed welke van de Baltische talen Germaans was en welke eerder Slavisch. We vroegen ons ook af hoe het verder moet met de prille democratie aldaar, met de constante dreiging van Rusland. Het laatste verhaal in de bundel, over Simm (ik verklap verder best niets om de spanning erin te houden) was wat dat betreft een fikse voetnoot bij het hele boek!

= hoe vatten we het boek samen?

Het eerste woord dat bij ons opkwam was “onthutsend” en ook wel “verbazingwekkend”. Iemand opperde ook dat de muziek een hele sterke rode draad is. Koren spelen een belangrijke rol in die contreien, zelfs revoluties werden zingend ingezet. Maar uiteindelijk is de slotsom misschien wel dat dit boek een fascinerende eerste kennismaking is met een gebied dat we amper kennen. En eentje die wel naar meer smaakt!

(en o, ja, de dobbelsteen methode is bij deze goedgekeurd!)

zondag 8 februari 2015

Caesarion – Tommy Wieringa



Motto van de dag: een boek kan uw leven redden!

Natuurlijk droomt elke auteur ervan. Dat zijn of haar schrijfsels een diepe indruk nalaten. Dat ze aankomen als een mokerslag, of juist heel zachtjes nieuwe deuren openen naar onverwachte einders. Perspectieven worden verbreed, harten gelucht, begrip wordt gekweekt. En dat heeft zo zijn gevolgen.

Toch is de impact van een boek moeilijk te meten. Wat erg jammer is voor beleidsmakers en cententellers. Depressieverlagend? Burn-out vermijdend? Tolerantiebevorderend? Zoek er maar eens cijfers voor. Een schier onmogelijke opdracht, waar menig cultuurminnaar al eens diep om heeft moeten zuchten. 

Het boek dat ik deze week las is een uitzondering. Het heeft immers zijn levensreddende kwaliteit al ruimschoots bewezen. Onomstotelijk. Maar, ik hou de spanning er nog even in en ga u eerst even vertellen waar het boek over gaat. (gelieve niet te scrollen!)


Het  verhaal

We ontmoeten Ludwig in een ijskoud winters kustplaatsje. Heel stemmig en heel drukkend, want hij komt er voor een begrafenis. Als kind groeide hij op aan de kliffen, maar het ouderlijk huis is ondertussen door erosie van de aardbodem verdwenen. Letterlijk dan. Zijn verleden belandde zo ergens onder de zeespiegel, en dat mag u eveneens figuurlijk opvatten.

Ludwig is sinds kort moeder- en stuurloos. En dat is voor hem erg moeilijk. Want hij is het soort man dat nooit serieuze aandrang voelde om op eigen benen te gaan staan. Zo’n type dat tot zijn dertigste nog in hotel mama rondhangt. Moeders van dit soort zonen vinden dat eerst heel knus en gezellig, maar raken gaandeweg wanhopig. En ook Ludwigs moeder ondernam verwoede pogingen om haar kuiken uit het nest te stoten.

Het boek is geschreven als een flashback, en gaandeweg komen we heel wat verbijsterends te weten over het ouderpaar van onze Ludwig. We gaan het u zelf laten ontdekken, maar mensen, het is me wat! U kunt het heus niet zelf verzinnen.

In het reine komen met zo’n afkomst, het is niet iedereen gegeven. Leven met zulke torenhoge verwachtingen evenmin. Dan kan je bijna niet anders dan mensen teleurstellen. En dat is dan ook wat Ludwig doet, keer op keer.  Tenenkrommend bij wijlen, steeds hoofdschuddend te lezen. Maar o zo boeiend!

Levensreddend

Ik kwam dit boek op het spoor via de krant, waarin een journalist zich jubelend uitliet over een TV-programma. Daarin mijmerde de schrijver Tommy Wieringa over de band tussen moeders en zonen. En ook zijn moeder zelf komt uitgebreid aan het woord. De journalist schuwde geen superlatieven om deze documentaire aan te prijzen. Aangestoken door zoveel enthousiasme besloot ik via “uitzending gemist” te gaan kijken. En ik raad u aan hetzelfde te doen. Want het echte verhaal van Wieringa is heel bijzonder. De man kan bovendien fantastisch beeldend vertellen en is tevens erg succesvol in het laten vallen van betekenisvolle stiltes.

Ongeveer halverwege komt de aap uit de mouw: Caesarion is voor zijn moeder geschreven. Niet als een soort van verstikkende autobiografie, niet als een vorm van ultieme wraak, maar wel om haar ervan te overtuigen haar ziekte serieus te nemen. De moeder in het boek heeft immers kanker en wil zich enkel door pastelkleurige healers en andere kwakzalvers laten bijstaan. En sterft daardoor een pijnlijke dood.

Wieringa’s moeder liep ook de deuren der alternatieve geneeskunde plat om haar borstkanker te genezen. De schrijver probeerde alles om haar ervan te overtuigen een klassieke arts te raadplegen. Maar zijn weigerde pertinent. Dan bleef er nog maar één uitweg over: een aanval via de literatuur. En Wieringa trok zich terug aan de schrijftafel. Toen het boek afwas, gaf hij het aan zijn moeder met de woorden: lees zelf maar hoe je dood zult gaan. Zijn moeder weet het nog goed, hoe het boek haar de ogen opende. In de reportage zegt ze dan ook heel beslist dat ze door het te lezen heeft beseft dat ze naar haar zoon moest luisteren, en niet zo principieel alternatief moest doen. 

Levensreddend dus dit boek, of toch vooral levensverlengend, want helemaal goed kwam het niet. Alleen al daarom moet u het lezen. Maar ook omdat het een prachtig geschreven en stemmig verhaal is. En als u dan toch bezig bent, kijk dan ook eens naar de reportage. Wat mij betreft niet te missen. Want heel stiekem vind ik die moeder van Wieringa een heerlijk mens!  

zondag 1 februari 2015

Geoffrey Chaucher, De Canterbury tales



Er was eens een tijd waarin mensen niet aan smartphones waren verkleefd. Lage dagen waren het, waarin geen enkele selfie of statusupdate het leven zag. Momenten waarop de mensheid mijmerend rondslenterde, en zich daarbij soms dood verveelde. Ja, beste lezers, dat waren de tijden waarin men elkaar nog verhalen vertelde. ’s Avonds bij het knetterend haardvuur bijvoorbeeld, tussen de middag als men uitrustte van het harde werk op het veld. Of, tijdens een lange reis, die anders te weinig afwisseling zou bieden.

Veel van die vertelkunst is verdwenen, in de nevelen van de geschiedenis opgelost. Maar af en toe kunnen we er nog een glimp van opvangen, tussen twee mistslierten door. De Canterbury tales bijvoorbeeld, bieden zo’n boeiend inkijkje in een levendige vertelcultuur. Meer dan zes eeuwen geleden nam ene Geoffrey Chaucher immers de ganzenveer op om vertelsels op te tekenen. En zijn ironische blik overleefde moeiteloos de tand des tijds.

Waar gaat het over, hoor ik u vragen? Devote pelgrims op bedevaart? Dat kan toch nooit opwindend zijn? Wel, beste lezer, de pelgrimage is slechts een aanleiding, een raamvertelling. En de arme Thomas Becket komt er amper aan te pas. Hoe het dan wel gaat? Luister,…

In een ietwat aftandse Londonse herberg ontmoeten we een allegaartje aan pelgrims. Tussen pot en pint rapen ze moed bijeen om de lange voetreis aan te vangen. Er is een student bij, een moederoverste, een arts, een losbandige dame en een molenaar. De waard kent zijn gasten en daagt hen uit tot een verhalenwedstrijd. Onderweg moet iedere pelgrim vertellen en het verhaal dat het beste heeft gesmaakt, verdient een gratis maaltijd. Nou, daar hebben de stamgasten wel oren naar. En de herbergier wordt zo nieuwsgierig dat hij besluit om mee te reizen.

Wat volgt is een boeiende, bijzonder afwisselende reeks verhalen. Van zeer gortige schuine humor, over ontroerende liefdesgeschiedenissen tot heroïsche verslagen van ware riddermoed. Schitterende vertellingen, die nadien telkens van commentaar worden voorzien door de luisteraars. Want dat smaken konden verschillen, dat wist men in de middeleeuwen al.

Ed Franck maakte een sprankelende hertaling van dit oeroude meesterstuk. Daarvoor zette hij ook de snoeischaar in al te zeer uitwoekerende zinnen. Want, neem het van mij aan, die middeleeuwers keken niet op een bijzin meer of minder, en om hun eigen betoog mer gezag te verlenen, dikten ze het vaak aan met ellenlange referenties aan  grote geleerden. Ed Franck knipte de overbodige verteldraden weg en dikte de commentaren van de medereizigers nog wat aan.  Dat gebeurt echter met respect voor Chauchers oorspronkelijke karakterschetsen, en zo worden deze discussies wat mij betreft  een echte een meerwaarde in dit boek.

Carll Cneut voorzag de tekst van schitterende illustraties. Naast sobere portretten van de vertellers, voegt hij speelse referenties naar de verhalen toe. Rood is de hoofdkleur, en vaak zijn de personages als een silhouet weer gegeven. Zodat de lezer nog alle ruimte krijgt om de details aan te vullen en de personages verder in te kleuren.

Kortom: een droom van een boek! Eentje waarbij je je ogen uitkijkt, je lachspieren aan het werk zet en je oren af en toe gloeien van de spanning! Een fantastisch eerbetoon aan de wondere wereld van de Late Middeleeuwen. Dat tijdvak heeft al lang geleden mijn hart gestolen. En nu weet ik weer waarom!