zondag 25 januari 2015

Kom hier dat ik u kus



Moeder, waarom lezen wij? Ter ontspanning? Ter lering? Ter vermaak? Of omdat elk boek een beetje een spiegel is waarin we onszelf aanstaren. En ons al dan niet vertwijfeld afvragen: ben ik dat echt?

Er zijn lachspiegels die ons zo vervormen dat we spillebeentjes krijgen, een waterhoofd of een buitensporig bolle buik. Zo grotesk dat we ons het niet echt moeten aantrekken. Andere spiegels zijn dan weer behoorlijk flatterend. Ze tonen alleen de beste kant van onszelf en zorgen ervoor dat we bijna naast onze schoenen gaan lopen van plezier. En dan heb je nog ontluisterend eerlijke spiegels, beschenen met een fel licht. Die elk pukkeltje genadeloos tonen en elk gesprongen adertje laten opvlammen. Daarin kijken is bijna een zelfkwelling.

Het boek dat ik deze week las had veel van een dergelijke ontnuchterende weerkaatsing. Een tikje overbelicht ook, zoals de foto op de voorkant. Genadeloos als schuurpapier. Het wrong tegen, het schrijnde, het prikte. Maar we lazen wel door, ondanks alle vertwijfeling.

En die vertwijfeling had alles te maken met de manier waarop de personages in dit boek elkaar gek maken. Als afstotende magneten om elkaar heen draaien. Elkaar niet bereiken. En daar ook niet echt moeite voor doen.

Het verhaal

We ontmoeten Mona, de hoofdpersoon, op drie momenten in haar leven. In het eerste deel is ze nog een kind. Haar moeder sterft onverwacht en Mona moet leren omgaan met die leegte. Woorden worden er verder niet aan vuilgemaakt (te pijnlijk), een stiefmoeder, nieuw behang en nieuwe meubels moeten haar het verleden zo vlug mogelijk doen vergeten. 

In het tweede deel is ze 24 en ontmoet ze enkele behoorlijk zelfingenomen kerels. Er is Marcus, de grote regisseur, die haar aanneemt als dramaturge. En er is “de grote liefde”, eveneens een pijnlijk egoïstisch heerschap. En Mona? Die volgt en strijkt de plooien glad. En praat er verder niet over.
In het laatste deel zijn we negen jaar verder. Door omstandigheden die we niet verder zullen onthullen komen er voor de eerste keer barsten in het pantser van Mona. Is alles toedekken omwille van de goede vrede en de goede zaak eigenlijk wel zo’n slim idee geweest?

Wat ik ervan vond

Deze keer geen jubeltonen en loftrompetten. En dat in tegenstelling tot de geschreven pers (en in tegenstelling tot mijn collega die me dit boek uitleende). Dit boek lezen vond ik heel dubbel. Enerzijds was het beslist gegrepen door het verhaal en zeker door de personages. Hoe mensen zichzelf elkaar op subtiele wijze en eigenlijk ook ongewild ongelukkig kunnen maken. Scherpe observaties, knappe typeringen, en vooral ook raak getroffen situatieschetsen. 

Maar ik zal het maar toegeven, ik had veel moeite met de stijl waarin het boek is geschreven. Die is – ik wik en weeg mijn woorden, want het is lastig er precies de vinger op te leggen – zoals een ledlamp bij een onflatteuze spiegel. Fel, genadeloos en zonder schaduwen. Er wordt heel veel niet gezegd en niet uitgesproken in dit boek. En dat past ook bij het verhaal en de personages, maar zo blijven er wel heel wat losse eindjes open, die ik persoonlijk graag aan elkaar geknoopt had gezien. 

Goh, ik zal wel een ouderwetse lezer zijn, op zoek naar kaarslicht of milde zonnestralen. Die een heel gewone situatie (want dat zijn de familierelaties in dit boek uiteindelijk) met een gouden schijn verheffen tot iets uitzonderlijks. Zoals Claudel dat kan bijvoorbeeld.

Maar zoals de Romeinen het zeiden: over smaak valt niet te twisten. Dus dat doen we dan ook maar niet. Feit is dat dit wel een intrigerende spiegel was om in te kijken. Want, hoeveel blijft er in het leven niet onuitgesproken? En wat doen we onze kinderen, met de beste bedoelingen, allemaal aan. Wie ben ik eigenlijk? Ook zo’n wegmoffelende gladstrijker (af en toe?) of ook een individualist waar de anderen voor moeten wijken? 

Ik hoop ergens tussen in. En is het leven niet de balans zoeken tussen deze twee uitersten?

maandag 12 januari 2015

De stad, de kroeg en de man (Eva Hoeke)



Met drukke werkweken voor de boeg ontkomt ondergetekende er niet aan: de beproeving die supermarkt heet. De uitdaging is zonder kleurscheuren op korte termijn allerhande etenswaardigs in te slaan.  Geen sinecure in deze haastige tijden. Gewapend met pastelkleurige motto’s als “bemin uw naaste” en “alles heeft een goede kant” betraden we het pand. 

Met die ingesteldheid was er heel wat fijns te zien. Twee oude dametjes zaten even bij te praten op een bankje. Lekker knus naast de kartonnen dozen. Kindjes vroegen vol zelfvertrouwen aan hun moeder: “Wij zijn flink hè?”. Zelfs de brave huisvaders met ellenlange boodschappenlijsten hadden iets aandoenlijks. En aan de kassa straalde een dame met een iets te uitbundige kleur lippenstift een zekere tristesse uit.

Toegegeven, die milde blik heb ik niet altijd. Bijna nooit, nu ik er zo over nadenk. En zeker niet tijdens het spitsuur in de supermarkt. Dat het mij vandaag wel lukte, is te danken aan een boek, een bundel vol kleine momenten van grote klasse. Een hele ontdekking.

Aangezien wij in Vlaanderen niet meteen struikelen over het Parool, was de grootsheid van Eva Hoeke mij tot dusver ontgaan. Tot deze bundel vol heerlijk stukjes verscheen. Een ware verademing in tijden waarin negatief zijn en cynisme de boventoon voeren. 

Neem het van mij aan: Eva is bijzonder! Want: zij kijkt en luistert naar haar medemens met een welhaast antropologische interesse. En ze beschrijft de situaties waar ze in verzeilt nooit hard of scherp, maar met de nodige knipoogjes en heel wat raak geformuleerde ironie. 

Ze neemt ons mee naar gezellige Amsterdamse volkscafétjes, naar buurtwinkeltjes en naar de markt. Ze begrijpt de man die elke dag op een bankje naar het pianospel van de buurman luistert. Ze maakt even tijd voor een bruidsjurkenverkoopster met liefdesverdriet. Ze beschrijft de verkenningstochten van haar nieuwe kat. En ze luistert met een glimlach naar jonge moeders met facebookperikelen.

Ondertussen ontmoet ze zelf een nieuwe liefde, met alle gevolgen van dien. Want na je dertigste gaan samenwonen blijkt een hele klus. En een garantie voor heel wat hilarische momenten. Extra leuk is dat de man in kwestie ook een paar stukjes aan deze bundel toevoegde. Zo hoor je het ook eens van een ander.

Kortom: deze Carmiggelt-achtige verhaaltjes hebben me de voorbije week echt blij gemaakt. En zorgden ervoor dat ik met een glimlach om me heen heb gekeken. Verwacht van deze bundel geen grootst, meeslepend epos. Maar als u op zoek bent naar warme stukjes vol mensenkennis bent u hier aan het goede adres. Het ideale tegengif tegen chagrijnigheid en misantropie!

Ik mocht het graag lezen. Mmmm, misschien toch een abonnementje op het Parool overwegen?

zondag 4 januari 2015

Boekenclub leest: Augustus




Net voor het kerstgebeuren losbarstte, schaarde de boekenclub zich idyllisch onder de kerstboom. We waren met weinig, dat was jammer, maar zo was er wel meer taart voor iedereen (elk nadeel heb zijn voordeel)

Hoe dan ook: we zaten niet zonder conversatie. Want we hadden allemaal een goed boek gelezen. Augustus van John Williams (AKA de man van Stoner). En dat bleek zoals steeds een uitgangspunt voor heel wat boeiende gesprekken, over heel wat onderwerpen. Hieronder een selectie van wat zoal ter tafel kwam:

Historische waarheid in een roman?

Een van ons is lerares Latijn en overgiet haar lessen steevast met een flinke saus cultuurgeschiedenis. Niet de eerste de beste dus om dit boek door te nemen. Maar, ze was tevreden. Er is niet al te veel gemorreld aan de historische context, al zitten er een paar kleine foutjes in. Opmerkelijk is wel het eerder negatieve beeld van Cicero en de positievere rol van Livia.

Ondergetekende historica werd vervolgens de risee van de avond, toen ik opmerkte dat ik de historische passages (het eerste deel van het boek) maar saai vond. Ja, veldslagen en spierballengerol, dat is nu niet meteen my cup of tea. Nooit geweest ook. Daarom heb ik ook voor cultuurgeschiedenis gekozen en de histoire bataille terzijde geschoven. Het tweede deel van het boek kon mij daarom wel bekoren: zo boeiend!

Het huwelijk

In dat tweede deel neemt Julia, de dochter van Augustus, het woord. Zij toont ons de vrouwelijke visie op de zaak. Uit haar blijkt pijnlijk duidelijk hoe weinig emotionele waarde de Romeinen aan het huwelijk hechtten. Echtgenoten hadden vooral een zakelijke band met elkaar en huwelijk konden even gemakkelijk weer ontbonden worden als dat politiek beter uitkwam. Of de vrouw in kwestie dat wel een goed idee vond, was niet echt van tel. Octavia, de zus van Augustus, maakte indruk, omdat ze op een bepaald moment weigert dit spel nog mee te spelen. 

Ook verbazend vanuit hedendaags perspectief is de rol van zelfmoord. In Romeinse tijden werd dit gezien als een bijzonder eervolle manier om van het toneel te verdwijnen. Beter de eer aan jezelf houden dan te worden gelynched door een tegenstander. En dat lynchen, dat ging trouwens heel vlotjes daar in het oude Rome.

De vrouw

Waren de vrouwen bij de Romeinen enkel de speelbal van mannen met dadendrang? Sommigen wel, maar anderen ontpopten zich als ware strategen. Livia bijvoorbeeld, Augustus echtgenote, had flink wat competenties verworven op het domein van de manipulatie. Ook Julia zelf leert op den duur de werkelijkheid naar haar hand te zetten. Dat gebeurt vooral onder invloed van een mysterieuze cultus in Klein Azië, waar ze met verve de rol van godin op zich neemt. Een hoofdrol die ze bij haar terugkeer uit Rome graag wil blijven behouden.

Een ontroerend nevenverhaal is dat van de voedster van Augustus, die wellicht een nauwere band met hem opbouwde dan al zijn familieleden samen. Ze ontmoet hem na jaren opnieuw tijdens een cruciaal moment in zijn leven. We verklappen verder niets, maar het is klasse!

De vorm

Naast de boeiende inhoud, is dit boek vooral interessant omwille van zijn vorm. Het is net alsof je in een bibliotheek bent beland en daar op een grote ebbenhouten tafel allerlei documenten voor je hebt uitgespreid. Brieven, dagboekfragmenten, rekeningen, officiële verordeningen. Je leest ze na een naast elkaar en puzzelt zo het verhaal samen. Heel knap gedaan!

De conclusie

We vonden het gemiddeld genomen een goed boek. Een aantal onder ons was laaiend enthousiast. Anderen, waaronder ik zelf, hadden toch nog wat twijfels. Vooral dan bij het eerste deel. Dat waren dan degenen die de introverte Stoner in hun hart hadden gesloten en wat moeite hadden met de harde politiek van Augustus. 

Maar het boek leverde opnieuw een hele fijne avond op, en dat is natuurlijk het allerbelangrijkste. We wensen onszelf bij deze een leesrijk 2015 toe!