donderdag 27 februari 2014

Schuld: fantoomliefde van Aminatta Forna

Schuld, wroeging, een knagend geweten: ondergetekende is er zowat in gespecialiseerd. Niet dat ik zoveel zonden op mijn kerfstok heb, snode plannen smeed of mijn medemens stevige hakken zet. Neen, ik drink thee, lees boeken, aai katachtigen: behoorlijk vredig al bij al. 

Des te vreemder dus, dat het telkens mijn schuld is als er iets in mijn omgeving misgaat. Want, het idee leeft dat ik dat had kunnen voorkomen, door ander woordgebruik bijvoorbeeld of wat meer reflectie. En omdat ik dat dus niet deed, is het mijn fout, altijd. Héél vermoeiend! En, zoals een collega ooit zonder scrupules opmerkte: ook behoorlijk egocentrisch, want de wereld draait nu eenmaal niet rond theetantes.

Maar daarom heb ik een soort vreemde bewondering voor mensen die er gladweg in slagen de schuld steevast in andermans schoenen te schuiven. Mensen die nooit zelf iets mispeuteren, maar continu het slachtoffer zijn van de onwil van anderen. Dat moet ergens beslist rustig zijn! Maar net als het overdreven schuldgevoel, niet meteen eerlijk voor jezelf. De waarheid ligt immers steeds in het midden, ook in dit geval.

Het is omdat mensen spijt kunnen hebben dat ze ook menselijk kunnen zijn. Niemand is immers perfect. En soms moet je ergens zand over kunnen strooien. Vergeten en vergeven, kortom. Al klinkt dat in de harde wereld van vandaag waarschijnlijk belachelijk soft.

In het lijvige boek dat ik de voorbije weken ademloos heb uitgelezen staat schuld ook centraal, naast een prachtig liefdesverhaal. Aminatta Forna Neemt ons mee naar Siera Leone, een land in Afrika waar ik nauwelijks van gehoord had. Dat daar in de jaren negentig een genocide heeft plaatsgevonden wist ik evenmin.

We volgen in dit boek Adrian, een Britse psychiater die even een half jaar een sabbatical neemt om ontwikkelingswerk te gaan doen. Hij komt in een klein ziekenhuis terecht waar een oudere man, Elias Cole op sterven ligt. Deze wil voor hij het leven laat graag zijn verhaal vertellen, over zijn noodlottige liefde voor de mooie Saffia. En daarnaast is er nog Kai, collega arts, die droomt van een nieuw bestaan in Amerika en worstelt met al het leed dat hij de voorbije leden heeft ontmoet.

Maar vooral gaat dit boek over hoe mensen verder moeten leven na een genocide. De slachtoffers moeten in het reine komen met de soms gruwelijke moord op hun gezinsleden. De voormalige daders beseffen dat ze zich hebben laten meeslepen en hebben wroeging. En dan zijn er nog de mensen die niets hebben gedaan, die de andere kant hebben opgekeken en hun eigen hachje hebben gered. En wiens geweten begint te knagen, of juist niet.

Forna vertelt dit dramatische verhaal op een rustige, bijna Latijns Amerikaanse manier. Ze geeft personages diepgang en de tijd om langzaam te evolueren. Er zit veel verdriet en ellende in dit boek, en toch is het mooi en louterend om te lezen. Het doet je nadenken over hoe ingewikkeld menselijke relaties kunnen zijn en hoe groot de rol van het toeval is. De vraag of vergeving mogelijk is hangt als een schaduw boven de pagina's, en blijft uiteindelijk open.

Dit boek was genomineerd voor de Orange Prize en won in 2011 de Commonwealth Prize. Meer dan verdiend. Het is een aanrader dus voor liefhebbers van dikke, trage boeken, vol Afrikaanse hitte, ontroerende verhalen en een vleugje hoop. Zet het op uw leeslijst, het zal u niet berouwen....

maandag 17 februari 2014

De avonden (Reve, natuurlijk!)

Ik heb het altijd enorm heroisch gevonden. Van die  kunstenaars die 's avonds pas openbloeiden. En na een dagtaak vol noeste arbeid en ander gezwoeg, de onweerstaanbare drang voelden om ondanks alles het penseel of de pen ter hand te nemen.

Georges Sand bijvoorbeeld, die pas begon te schrijven als haar kinderen sliepen. Of Felix de Boeck, de schilder-boer die na een dag lang hooien, kalveren en ander dergelijks nog schilderijen penseelde. En weer anderen smeedden tijdens doordeweekse jobs als kantoorklerk of postbode dromerig plannen voor avondlijke expressie.

(deels is dat ook de charme van blogs natuurlijk: wetende dat daar heel bescheiden lieden achter schuilgaan, de dagelijks naar kantoor pendelen, maar bij het intreden van de duisternis hun verre lezers magische leestips influisteren...)

Ja, de avonden, hoogtepunten in het menselijk bestaan! Als men bij het vallen van de schemering de vuren ontsteekt, laait de creatieve passie op! En komt de ware ziel van de kunstenaar boven...zo romantisch.

Met dit soort verwachtingen in mijn (erg verkouden) achterhoofd, sloeg ik begin vorige week het onbetwiste meesterwerk van Reve open. Een boekwerk dat eertijds aan de aandacht van mijn lerares Nederlands ontsnapte en niet op de leeslijst stond (Multatuli evenmin, maar dat heb ik van mijn vader verplicht moeten lezen) "De Avonden", nou dat riep wat op!

Frits van Egters, hoofdpersoon en alterego van Reve, koestert eveneens snode plannen voor de besteding van de winteravonden tussen kerst en oud en nieuw. Helaas blijken zijn verwachtingen voor grootse avonturen enkel te worden ingelost tijdens behoorlijk surrealistische dromen. De werkelijkheid daarentegen is een stuk prozaïscher. Frits brengt zijn avonden immers door bij pa en ma thuis, met als enige afleiding de radio. Om te ontsnappen gaat hij dan maar op wandel en belt aan bij zijn blijkbaar grote vriendinkring. De vraag is alleen of zij de pesterige, en breedsprakerige Frits wel zo graag zien komen. Want, laten we eerlijk zijn: hij is niet bepaald het zonnetje in huis. En een goede, tactvolle luisteraar is hij evenmin.

Net als het recent zo bejubelde epos van Knausgard registreert dit boek op magistrale wijze de kleine, dagelijkse sleur. De routine en vooral: de verveling. En voorziet dit bij tijd en wijle van bijzonder smakelijk ironisch commentaar. De scenes waarin Frits uit pure ellende zijn eigen spiegelbeeld nauwlettend inspecteert, of zich druk maakt over de eetgewoontes van zijn vader zijn werkelijk subliem! (hoe erg kan een mens zich storen aan het geslurp van een ander, bijvoorbeeld)

Werd het boek eertijds geprezen om het realisme en de herkenbaarheid, dan is het nu vooral een heerlijke tijdreis naar een ander, eenvoudiger leven. Waar men kolenkitten vult, enkel de radio als afleiding heeft en de electriciteit met jetons werkt. Moest Frits vandaag leven, dan zou hij zich te pletter surfen op internet, onzin uitkramen op twitter en facebook en wie weet een gruwelijk soort blog bijhouden. Maar al die mogelijkheden heeft hij niet en dus gaat de tijd voor hem zo tergend traag. Die lome lamlendigheid uit de avonden werkte haast hypnotiserend: ik vond het een zalig boek!

Allen de zwarte humor, dat vond ik af en toe wat minder. In een boeiend interview met Gerard en Karel van het Reve geven beide broers echter aan dat die humor anno 1946 echt heel erg in was. Net als het smoren van pijpen en het bekommerd zijn om kaalhoofdigheid (het favoriete pesterige thema van Frits).

Wie het boek nog niet heeft gelezen: onmiddellijk doen (want beter dan Knausgard)! En wie het ooit las: is het niet tijd voor een nieuwe lezing van deze klassieker? Er zijn nog heel wat donkere avonden voor de boeg voor het echt lente wordt, of heeft u andere creatieve ambities tijdens de avonduren?

zaterdag 8 februari 2014

Het lichtschip van Colm Toibin: kommer & kwel

Eerder deze week nam ik deel aan de jaarlijkse "Dag van de cultuureducatie". Doorgaans een verfrissend, opvrolijkend moment vol sprankelende workshops en prettig geknutsel. Dit jaar was het thema: "verdriet". En als ik geweten had hoeveel leed en ellende ik die dag zou moeten verwerken, dan had ik een stapel zakdoeken meegebracht. Of ik was thuis gebleven.

Want, tja, de donkere kant van het leven is niet graag gezien tegenwoordig. We willen het namelijk vooral "leuk" houden. Ons niet laten meeslepen en snel het blad omslaan. Dankbaar toch vooral de mooie kanten zien. Temidden van alle ellende kan men immers toch nog genieten van een kop koffie, zoiets.

Als we dan toch willen rouwen en treuren dan doen we dat best theatraal en vooral kort. Een week de ellende uitschreeuwen en dan weer vrolijk verder gan. Of tenminste: de anderen niet meer lastig vallen met "gezeur". Tijd en ruimte zoeken om dat verdriet écht een plaats te geven, dat doen we doorgaans niet, want we willen er vooral vanaf in plaats van er sterker op in te zoomen.

Vroeger dwong de religie ons daar nog toe: vaste rituelen, en regels zorgden ervoor dat de tijd even stil stond. Symbolen maakten het verlies tastbaar en zorgden ervoor dat we het ook letterlijk los konden laten. Je kreeg zelfs een jaar lang de tijd om te rouwen. Vandaag zijn die vaste structuren echter weggevallen. En moeten we het zelf maar uitzoeken. Niet zo makkelijk in een facebookvrolijke wereld, waar de duim vooral om hoog moet.

Misschien dat cultuur, kunst, muziek,poëzie...die louterende rol kunnen overnemen. Kunnen zorgen voor stilte in een drukke wereld. Je tijd geven voor bezinning. En je kunnen laten accepteren dat verdriet er nu eenmaal bijhoort en dat het zelfs vreemd zou zijn als je geen verdriet zou kennen. Onvolmaaktheid, onvoorspelbaarheid en zelfs onheil horen erbij en geven het leven uiteindelijk kleur. Niet te snel weglopen is dan de boodschap, maar het bewust beleven en loslaten.

Toevallig of niet las ik deze week ook een mooi, rauw boek over verdriet. In Het Lichtschip van Blackwater is de dertigjarige Declan ongeneeslijk ziek. Hij gaat dood, dat is duidelijk. En voor het zover is wil hij de drie vrouwen in zijn leven: zijn zus, zijn moeder en zijn oma graag met elkaar verzoenen. Ze brengen samen een laatste week door in een huis aan de Ierse kust.

Dit had natuurlijk een ongelofelijke melig boek kunnen worden. Met de zonsondergang aan zee als metafoor, zouden de personages louterende gesprekken voeren en elkaar uiteindelijk snikkend in de armen vallen. En Declan zou op de laatste pagina rustig en verzoend met de dood zijn laatste adem uitblazen, terwijl zijn familie zijn hand vast hield.

Niets van dit alles: dit is een ontluisterend boek, ruw, rauw en vol blauwe plekken. Waar mensen niet naar elkaar luisteren, en elkaar niet (willen) begrijpen. Een boek waarin ziekte een lichaam verwoest,verwringt en onteert. Waar iemand echt crepeert, krijst en angst heeft voor de dood.

Niet meteen een vrolijke boel dus, en ook niet direct louterend of zinvol. Maar tegelijkertijd ook mooi. Omdat het aantoont dat we tijd moeten maken om dit verdriet een plaats te geven. Om het ten volle te vatten, hoeveel pijn het ook doet. Dat weglopen geen zin heeft en dat we het recht in de ogen moeten kijken, hoe moeilijk ook. Het leven is niet alleen maar mooi en leuk.

Een confronterend en shockerend boek dus, dat je wereld even op zijn kop zet. Maar juist daardoor erg de moeite waard is om te lezen. Omdat het uiteindelijk wel aantoont hoeveel ware vriendschap verdragen kan. En dat vragen belangrijker zijn dan antwoorden. Maar vooral: dat we er moeten zijn en dat we moeten luisteren!