zondag 27 april 2014

Lezen: op de kaart



We gaan het gewoon toegeven: ik ben zo'n tiepje die een kaart altijd "in de juiste richting draait", en die routes vooral onthoudt aan de hand van café's, supermarktketens en standbeelden. Bij een afrit roep ik altijd net te laat: "ja, hier afslaan!" en ik moet opvallend vaak op mijn schreden terugkeren. Kortom, u mij inschakelen als  co-piloot tijdens uw reizen is géén goed idee, want verwarring is mijn deel. De uitvinding der tomtom en GPS waren voor mij op sociaal vlak een ware zegen, en hebben sindsdien menig echtelijke ruzie verijdeld. Al blijft het spannend bij het verkennen van een nieuwe stad, of een idyllische wandelroute.....

Dat neemt echter niet weg dat ik in wezen dol ben op kaarten. En dat ik graag een kaart ter hand neem. Om steden te localiseren, waterstromen te volgen, kusten af te speuren en hoogtes te verkennen. Historische kaarten kunnen helemaal op gejubel rekenen: oude grenzen, onbestaande eilanden en vooral witte vlekken, de onverkende gebieden, spreken gigantisch tot mijn verbeelding. Er was dan ook maar één reactie mogelijk toen ik het boek "Op de kaart" van Garfield ontdekte: "HEBBEN". Mede omdat ik  al eerder zijn voortreffelijke werk over typografie las. Geen twijfel mogelijk: dit zou smullen worden.

Wetenschapsjournalistiek

Werd het smullen? Mwa... Laten we stellen dat Garfield vooral uitblinkt als wetenschapsjournalist, en dat zijn blik daardoor radicaal verschilt van de mijne, klassiek gevormd als historica. Garfield gaat immers steevast op zoek naar weetjes en leuke anecdotes. Hij vertrekt daarbij het liefste van recente gebeurtenissen. Bespreekt hij bijvoorbeeld de middeleeuwse Mappa Mundi van Hereford, dan gaat hij uitgebreid in op de mogelijke verkoop ervan enkele decennia geleden. Maar over de makers van de kaart, hun oorspronkelijke doel en het gebruik ervan in vroeger tijden, vernemen we weinig. (en dat wil ik natuurlijk juist weten)

Om eerlijk te zijn: ik heb me blauw geërgerd aan de hoofdstukken over de middeleeuwen en vond het verbazend dat de zestiende eeuw, toch het walhalla der cartografie, zo mogelijks nog sneller werd afgehandeld. Omdat er waarschijnlijk weinig spectaculaire anecdotes over waren te vertellen. Of gewoon omdat Garfield niet echt thuis is in deze periode.

De wonderlijke ontdekkingen in de negentiende eeuw

Maar we bleven doorlezen en dat was meer dan terecht. Want zijn hoofdstukken over de negentiende en twintigste eeuw zijn echt heel boeiend. Vol meeslepende verhalen over ontdekkingsreizen op Antartica, over de eerste kaarten van Mars en de maan, en over de ontwikkeling van de eerste reisgidsen. Garfield vertelt vlot, met nuance en een fijne dosis ironie. Zo voert hij ons mee naar een andere wereld, waarin artsen pas ontdekken hoe een ziekte ontstaat, als ze de sterfgevallen op een kaart uittekenen (een waterpomp bleek de schuldige) en waar occulte genezers dan weer op ietwat knullige wijze probeerden de hersenen van de mens in kaart te brengen. Ook snoodaards die valse eilanden in de zee dropten en oenen die dachten dat Californië een eiland was, komen uitgebreid aan bod. De vrouw die Londen van A tot Z in kaart bracht, verdient hulde, net als de ambachtslieden die globes in elkaar puzzelden (verre van evident, zo blijkt).

Een overbodige uitloper naar vandaag

Die meeslepende verteltrant raakt Garfield echter weer kwijt als hij in de 21ste eeuw belandt. De laatste hoofdstukken over kaarten in fantasyboeken en games, de ontwikkeling van de GPS en de torenhoge ambities van google maps waren potentieel heel boeiend, maar bevatten te veel details en flauwe anecdotes naar mijn zin. Jammer is ook dat het gebruik van kaarten in de kunst helemaal ontbreekt, en dat er ook weinig aandacht is voor cartografie aan de politieke onderhandelingstafel.



Kortom:

Wat mij betreft een heel wisselend boek. Met een sterk en lezenswaardig middendeel. Garfield had zich beter tot die 19de eeuw beperkt en niet moeten proberen om er per se een voor en nastuk aan te breien. Schoenmakers blijven immers ook beter bij hun leest en volledigheid nastreven in zo'n boek is sowieso een verloren strijd...

Maar kom, we gaan niet te veel zeuren: want de wereld der cartografie is nu eenmaal heel erg boeiend. En dus gaan we later deze week op zoek naar sporen van ontdekkingsreizen en tekenen we naar middeleeuws voorbeeld op vrijdag onze eigen levensroute uit op een kaart.

En wenst u ter afsluiting van deze blog een hymne aan te heffen over het nut van cartografie, dan doe ik bij deze een voorstel van song: "Op de kaart" van de olijke kinderserie Dora ! De dochter zingt dit steevast als ze het boek ergens ziet liggen, en het blijkt niet uit mijn hoofd weg te bannen. U bent bij deze gewaarschuwd!



2 opmerkingen:

  1. Ik ben stapelgek op kaarten atlassen en had dit boek ook gemakkelijk kunnen aanschaffen, maar dankzij deze bespreking weet ik nu gelukkig dat dit toch niet helemaal het boek is dat ik over dit onderwerp graag zou willen lezen. Nuttige bespreking dus!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, Anna, het kan niet altijd feest zijn op de blog! Hoewel ik beslist van een aantal hoofdstukken in dit boek erg gesmuld heb ook. Maar in zijn geheel, toch niet helemaal de aanrader die ik had gehoopt te lezen!

    BeantwoordenVerwijderen