Lezen: The luminaries

Lid zijn van een boekenclub is vaak een zegen. Maar soms ook een vloek. Vooral als het boek lijvig is, het Engels behoorlijk pittig en je door allerlei gezelligs plots heel weinig leestijd hebt. Vorig weekend luidde dan ook de alarmbel. En dus ging ondergetekende over tot een strak en asociaal regime. Lezen en theedrinken werden elk uur afgewisseld met een stukje haakwerk ter ontspanning der grijze cellen. Dit marsritme wierp vruchten af, want het boek is uit! En zo kon ik woensdag dus met opgeheven hoofd naar de leesclub, wel zo prettig.

Daar bleek al snel dat niet iedereen het boek had uitgekregen. Maar dat iedereen het wel een fijne leeservaring vond, met ups en downs. Voor ik verder ga, misschien even proberen het complexe verhaal te schetsen, zonder iets te verklappen natuurlijk.

Dit verhaal speelt in Nieuw Zeeland, op het einde van de negentiende eeuw. Er is goud gevonden in de rivier en al snel stromen Europeanen toe, op zoek naar een nieuwe start, en naar "de kleur" oftewel: het goud. Het is een ruwe maatschappij, vol mannen met goudkoorts. Waar men elkaar soms het licht in de ogen niet gunt, en iedereen droomt van een gouden vondst.

Dan gebeuren er op één nacht een aantal raadselachtige zaken. Een kluizenaar wordt vermoord, een miljonair verdwijnt en een hoer wordt zwaar bedwelmd door opium op straat teruggevonden. Wat verbindt deze drie personen met elkaar? En welk web van intriges gaat er schuil achter hun lotgevallen? Twaalf mannen zoeken het uit, elk met hun eigen agenda....

Het wordt een lang verhaal, dat krioelt van de bonte personages, van onverwachte plotwendingen en spannende gebeurtenissen. Als een draaikolk word je meegesleept in steeds diepere lagen van het verhaal. Uiteindelijk blijkt alles met alles verbonden te zijn, en zo hebben we het graag!

Toch hebben we tijdens het lezen van dit boek een aantal dieptepunten gekend. Het eerste deel is immers erg taai: met op elke pagina wel een ander personage en heel veel  nieuwe begrippen. Handigheidshalve vat de hoofdpersoon alles even samen op het einde van deel één: geen overbodige luxe.

Daarna volgde een euforische fase: eens het verhaal vaart krijgt, kan je het boek moeilijk wegleggen en sleept het je mee in de kleurrijke wereld van de kolonisten. Je duikt onder in een Chinese wijk, rommelt tussen de flesjes van een betweterige apotheker en onderzoekt de luxe kledingkast van een prostituee. Ook schuif je aan tafel in een stemmige herberg, maakt je handen vuil in de modder op zoek naar goud en glijdt weg in een alles vervagende opiumroes.

Alles werkt toe naar een gigantisch spannende finale,...maar die kwam er wat ons betreft niet. Op het einde lijkt de auteur de draad helemaal kwijt te zijn. Het is net of ze nog wat losse blaadjes met probeersels op haar bureau had liggen en dacht: "kom, die bind ik ook maar even in". Heel jammer. Het prachtige verhaal wordt zo afgeraffeld en dat was voor alle leesclubleden toch een ontgoocheling. We speculeerden waarom dit zo was gegaan: is het omdat de schrijfster nog jong is (1985), omdat het boek anders té dik zou worden en niet meer verkoopbaar zou zijn? Omdat een deadline lonkte?

Ondanks de sisser op het einde, vonden we het wel een heerlijk boek. Dat de vergelijking met The Quincunx van Palliser kan doorstaan (al weet die wel de draad tot het einde toe in handen te houden). En het riep ook herinneringen op aan het prachtige De Kleur van Rose Tremain, over dezelfde thematiek.

Toch geen boek om weg te gooien dus. Want na lezing kunnen er zeker nog anderen plezier van hebben, zoals u ziet....


Reacties

  1. Wat was ik graag bij jullie leesclub geweest! Ik denk nl. dat Catton heel goed wist wat ze deed met het einde en dat het niet afgeraffeld is, maar precies zoals ze het bedoelde. Hier is een zeer uitgebreide en interessante bespreking die mijn opvatting deelt en (volgens mij tenminste) veel verheldert.
    Mooie kattenfoto trouwens.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dag Anna. Hartelijk dank voor deze interessante link en aanvulling. Het bevestigt onze vermoedens dat er achter het boek een hele, astronomische constructie schuil ging. De blog waar je naar verwijst legt dit glashelder uit. Het werk van Catton is vakwerk en dus terecht bekroond met de Booker Prize. Wat dat betreft groeit mijn waardering voor de auteur alleen maar na het lezen van deze analyse.

    Toch moet ik ook meteen weer vaststellen dat die hele ingenieuze, zelfs experimentele structuur voor de gewone, niet professionele lezers in onze boekenclub niet heeft gewerkt. Want, rationeel snap ik het nu wel, maar emotioneel heeft dat einde me in elk geval niet geraakt. Ik vind dat een moeilijk evenwicht (ook bij hedendaagse kunst) heb je een hele lange intellectuele toelichting nodig voor je een werk kunt appreciëren?

    Waarschijnlijk heeft dit alles te maken met mijn literaire smaak. Zoals je weet ben ik nogal sterk voorstander van het kleine, het eenvoudige. Niet simplistisch of gemakkelijk, maar ontroerend in puurheid. Philippe Claudel bijvoorbeeld of Eric-Emmanuel Schmit kunnen dat zeer goed en raken bij mij daarmee steevast een gevoelige snaar. Het boek van Catton situeert zich aan het andere einde van dit spectrum: het is groots, vol personages en details, bijna barok. Toch een genre dat me minder ligt.

    Kortom: hulde voor het gedurfde experiment van Catton, maar voor mij had het zo complex niet gehoeven. Over smaak valt echter niet te twisten, natuurlijk! (en voor onze kat Loesje was het boek precies dik genoeg!)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat is een interessant onderwerp. Smaak is voor een deel inderdaad iets waarover niet te twisten valt (bijvoorbeeld een voorkeur voor het kleine, die ik trouwens deel), maar voor een deel ook iets dat je kunt ontwikkelen, als je tenminste bereid bent met aandacht te lezen en na afloop te reflecteren. Dat hoeft allemaal niet heel veel tijd en energie te kosten; het is meer een houding die je al dan niet hebt bij het lezen. Jij hebt die houding duidelijk al en ik geef je op een briefje dat je het na verloop van tijd vanzelf gemakkelijker gaat vinden om dingen te zien waarvoor je eerst een uitgebreide uitleg van een derde voor nodig had.
      Ik kan me dat nog goed herinneren van de klassieke muziek, waar ik erg van houd maar geen enkele professionele kennis van heb. Na jarenlang aandachtig luisteren en mezelf openstellen, was mijn smaak helemaal veranderd. Ik weet nog dat ik onverwacht geconfronteerd werd met een betoverend mooi muziekstuk, dat tot mijn verrassing dat stuk van Bartok bleek te zijn waar ik 20 jaar eerder helemaal niks mee kon.
      Zo kun je jezelf ook bijna ongemerkt trainen om als lezer dingen te ontdekken die nu aan je voorbij gaan, maar waar je over (ik zeg maar wat) 10 jaar spontaan plezier aan beleeft, zonder dat het een zware intellectuele exercitie is. Gewoon blijven lezen en bloggen!

      Verwijderen

Een reactie posten