Onder vrienden (Amos Oz): leve het dorp?

O, wat hou ik van de stad! Van de snelheid en de energie die er rond raast. Van de grootse gebouwen en brede lanen in de schaduw van lindebomen. Van flaneren en terrasjes doen. In de stad is er  altijd wel iets gaande, ontmoet je telkens weer andere mensen en is geen dag hetzelfde. Leven in een stad verveelt me nooit.

Toch is de stad me af en toe te druk. Te vuil en vooral te complex. Dan snak ik naar rust, naar overzichtelijkheid en eenvoud. Naar puurheid en ademruimte. En omdat een mens nu eenmaal graag in tegengestelden denkt, verbind ik die kwaliteiten met "het dorp". Idyllisch oord van kalmte en traagte. Waar iedereen elkaar kent en steunt. Waar het leven nog mooi is, gemakkelijk en zonder zorgen.

Pure nostalgie natuurlijk. Een vertekend beeld. Want, wat weet dit stadskind nu van het leven in een kleine gemeenschap? Het dorp in mijn hoofd is een droom, een idylle van eendracht, eenvoud en compassie. En, zoals Marco Borsato het al treffend formuleerde: "de meeste dromen zijn bedrog".

Maar rooskleurige visies op het "eenvoudige buitenleven" inspireren mensen al eeuwenlang. Het idee dat we zouden kunnen terugkeren naar een gouden tijd, toen mensen nog alles met elkaar deelden, formuleerde Cicero al in de Romeinse tijd. En ook de communisten droomden van een nieuw begin en de terugkeer naar het dorp. Dit gedachtegoed kreeg in Israël gestalte in de kibboets, waar de inwoners samen leefden in een staat van soberheid en eenvoud. Alles zouden ze delen en geluk zou hun deel zijn.

In Onder vrienden neemt Amos Oz ons mee naar zo'n kibboets in de jaren vijftig. Waar de inwoners een duidelijke taakverdeling hebben in functie van het algemeen belang. Eten doen ze samen in de eetzaal, er is elke week wel een bestuursvergadering waar men democratisch beslist over de toekomst, en de nachtwake wordt per beurtrol gehouden. Idyllisch? Misschien, maar ook beklemmend, zoals een aantal personen in deze verhalenbundel aan de lijve ondervinden.

Want er bestaat nu eenmaal een grote spanning tussen gemeenschappelijkheid en individualiteit.  Het "algemeen belang" is immers een gemene deler, waar niet iedereen zich in herkent. En ondanks al het idealisme, toch verlangen de inwoners ook naar hun eigen "hoekje". Ze willen ook hun eigen leven kunnen sturen, al is het maar door accenten te leggen. En dat wordt in de kibboets wel eens erg moeilijk. En dan dringt de vraag zich op: hoever kan je gaan in het opleggen van regels en principes om een hoger doel te realiseren? Hoe lang zijn wetten en afspraken nog inspirerend? Wanneer beginnen zij te knellen?

Zo is er het trieste verhaal van een vader die elke avond zijn zoontje naar het kinderhuis moet brengen. Het is immers de afspraak dat kinderen niet bij hun ouders thuis slapen. Maar vader en zoon lijden intens onder deze regeling. En dan is er de briljante student die niet mag kiezen welke studierichting hij uit zal gaan. Kiezen voor vrijheid betekent breken met de familie. Een haast onmogelijke keuze.  Een andere jongen kijkt uit naar een bezoek aan de stad. Als men hem vraagt: "Wat is daar dan dat we hier niet hebben?" luidt zijn antwoord: "Vreemden".

Het boek zit vol prachtige verhalen. Over verborgen liefdes en grote idealen. Maar ook over de kleine kantjes die iedereen heeft en die zelfs in zo'n idealistische gemeenschap boven komen drijven. Afgunst bijvoorbeeld, of geroddel. En het leuke is ook dat personages uit het ene verhaal plots het andere verhaal kunnen binnenwandelen. En dan toch weer een beetje een andere "laag" krijgen, of in elk geval een ander perspectief. Fijn!

Kortom: een heerlijk bundeltje verhalen, vol idealen en vol menselijkheid. Om langzaam te lezen en lang over na te denken!

Reacties

Een reactie posten