maandag 29 december 2014

A Christmas Carol – Charles Dickens




Er zijn van die boeken die je altijd al hebt willen lezen. Maar waarvoor je op de één of andere manier nooit het goede moment vindt. Zonde natuurlijk! Maar dan plots, spannen alle geesten in het universum samen en werpen je het boek voor de voeten. En dan sta je machteloos!

A Christmas Carol was mij uiteraard wel bekend. Mijn vader placht immers rond de kersttijd met enig acteertalent (krakende stem en gekromde rug) “Marley was dead, as dead as a doornail” te berde te brengen. En daar dan een akelig lachje achteraan te sturen. Zelf kende het verhaal alleen uit de Dagobert Duck versie, en had derhalve  dus een donkerbruin vermoeden dat het origineel beter zou zijn dan deze remake. Maar ondanks deze voortekens, had ik drempelvrees.

Het duurde dus tot eerste kerstdag anno 2014 voor ik dit boek eindelijk uit de ouderlijke boekenkast plukte. En wel in een schitterende editie uit 1961, gebonden in kerstrood linnen en met fantastische tekeningen van Ronald Searle. Rake karikaturen in stemmige blauwige tinten: tegen zoveel knipoogjes kon ik niet op. Ik nestelde me in een heerlijke fauteuil, knabbelde op een kerstkransje en sloeg het boek open. Om daar nog eens verwend te worden met een ontroerende aantekening van mijn vader, die helaas al even overleden is. Hij las A Christmas Carol voor de laatste keer op kerstavond 2004 “zoals het eigenlijk hoort” en had “ er enorm van genoten”. Dat gingen we een decennium later dus nog eens overdoen.

Het verhaal

Voor wie het niet kent: even het verhaal samenvatten. Scrooge, een afschuwelijk knorrige oude vrek haat kerstmis wegens idioot en naïef. Het kost bovendien allemaal handenvol geld en je wint er niets bij. Weg ermee! Maar op een mistige kerstavond krijgt hij bezoek van de geest van Marley, zijn voormalige vennoot die is overleden. Marley klaagt en jammert, want zijn lot is op zijn minst gezegd “niet prettig”. En eenzelfde ellendige straf staat Scrooge ook te wachten als hij zijn leven niet betert. Scrooge wil daar aanvankelijk niets van horen, maar wordt op sleeptouw genomen door drie geesten: de geest van het verleden, die van het heden en die van de toekomst. Als Scrooge herinnerd wordt aan fijne tijden en ziet wat zijn huidige gedrag allemaal teweeg brengt, schaamt hij zich. En belooft beter te doen. En zo eindigt de ooit zo vrekkige Scrooge als de grootste weldoener van de stad. En als de grootste fan van het kerstfeest.

Wat ik ervan vond

Dickens lezen is toch iets waarvoor ik blijkbaar een drempel over moet. En telkens kom ik weer tot dezelfde conclusie: het was geen straf. Absoluut niet. Dickens is dolle pret. Britse humor van de bovenste plank. Vol grimlachjes, die de duisternis extra aandikken en vrolijke passages tot een hilarisch hoogtepunt verheffen. Vol mensenkennis en frisheid die dit verhaal een dikke 170 jaar later bijzonder leesbaar maakt. En voor de liefhebbers: de spookpassages zijn gepast griezelig!

Ik hield vooral van de geest van het heden. Een gemoedelijke reus die vrolijkheid over de mensen uitstrooit en ervoor zorgt dat elkaar zo vriendelijk tegemoet treden rond de kersttijd. Volgens mij heeft J.K. Rowling haar Hagrid uit Harry Potter op dit model gemodelleerd. Of anders zijn het broers. Of neven.

Natuurlijk heeft dit boek een moraal. Die je met enige slechte wil flauw en zweverig zou kunnen noemen. Maar fijn is ook dat Dickens deze levensles er echt niet irritant dik bovenop legt, maar op een vrolijke manier brengt, met wat nuance en wat overdrijving. En juist daarom wel iets om even over na te denken. 

Kortom: de drie geesten uit A Christmas Carol spookten de voorbije dagen ook rond in ons huis. Ze waren vriendelijk, maar duidelijk. Ze maakten deze kersttijd heel bijzonder!

woensdag 17 december 2014

Alleen de wolken. Cultuur en crisis in het Westen 1918-1938

Met sommige boeken ben je weken zoet. En dit was er zo eentje. De twintig jaar die 1918 van 1938 scheidden waren immers zodanig divers en boeiend, dat ik er echt even de tijd voor wilde nemen. Lezen met concentratie en traagte was het motto.

Op mijn tocht door twee woelige decennia werd ik vergezeld door een excellente gids. Philipp Blom had ik al eerder leren kennen als een geweldige verteller. Iemand die de grote lijnen uit de geschiedenis zichtbaar maakt aan de hand van de details. Die onpersoonlijke mechanismen een gezicht geeft. En die vooral heel goed schrijft. Een plezier om te lezen, paginalang.

De jaren 1918-1938 bleken zo veel meer dan "het interbellum", dan een tijd die twee wereldoorlogen met elkaar verbond. Het waren decennia vol tegenstellingen en vooral vol experiment. Een paar voorbeelden:

Waarden en normen vs losbandig vertier

De eerste wereldoorlog was dermate ontwrichtend dat het alle waarden en normen onderuit haalde. Waar moest men nu nog voor leven? Wat was er nu nog zinvol? Niets! riepen de dadaïsten. Dus gingen alle remmen los, bijvoorbeeld in het losbandige Berlijn. Terwijl aan de andere kant van de oceaan het drankgebruik aan banden werd gelegd door de Grote drooglegging (wat ook weer heel wat ondergronds vertier mogelijk maakte). Bijzonder bevreemdend is ook het hoofdstuk over een proces dat in Amerika werd gevoerd over de vraag of men op staatsscholen wel de evolutieleer mocht onderwijzen. Een ultieme poging om de oude moraal veilig te stellen.

Het kapitalisme vs het communisme

De USSR stond in 1918 voor de schier onmogelijke opgave een heel land te industrialiseren. Paradoxaal genoeg haalde men Amerikanen over om de nieuwe fabrieken te bouwen en te organiseren. Het privéleven van de individuele arbeider moest wijken voor een hoger doel. Alles samen delen was het motto, en niet klagen maar doorbijten. Dat kostte heel wat slachtoffers. Maar die vielen ook aan de andere kant. Want door de landbouw te ver op te rekken, raakte het vruchtbare Oklahoma helemaal verstikt onder stofwolken. die alle goede grond met zich mee namen. Te veel doorgedreven kapitalisme leidde zo tot extreme armoede. De crash van 1929 deed daar nog een schepje bovenop.

Vrijheid vs racisme 

In de eerste wereldoorlog streden ook heel wat zwarten mee. Net na het grote conflict vinden zij in hun heldenmoed een basis om te ijveren voor meer rechten. Dat lukt niet meteen, maar ze drukken steeds meer een stempel op de cultuur. Denk aan de opkomst van de Jazz en de grote successen van Josephine Baker (die paradoxaal genoeg deels ook speelde met het clichébeeld van de nobele wilde). Waar de zwarten stilaan terrein lijken te winnen, neemt de vrijheid van de Joden steeds verder af. Niet alleen in Duitsland trouwens, Blom toont helder aan dat antisemitisme in die jaren in heel Europa opgang maakte. En dat ideeën over eugenetica op heel wat bijval konden rekenen, ook buiten het nazisme om.

Nieuwe hoop versus bloedvergieten

Heel wat nieuwe ideeën over de maatschappij maken een opgang in deze periode. Alternatieven voor eeuwenlange onderdrukking worden geformuleerd en uitgetest. Soms met succes. Maar bovenal was dit een periode van intens leed. Zeker in de periode 1928-1938 is het geen pretje op de wereld. In de USSR, in Spanje en ook elders worden om wille van nieuwe ideologieën genadeloos mensen afgeslacht. Op grote schaal. Als een soort van generale repetitie voor wat komen zou.

Cultuur en wetenschap

En natuurlijk is er in deze periode hele wat boeiends te melden op cultureel vlak. We ontmoeten Dali, Virginia Woolf, Picasso en Otto Dix. En nog vele andere schilders, componisten en auteurs die worstelden met de vraag hoe ene mens moet reageren op zoveel leed en tegenslag. Ondertussen ontdekken Einstein, Bohr en anderen nieuwe horizonten. Zowel in de wetenschap als in hun bestaan, want velen moeten hun land ontvluchten.

Kortom 

Een boek dat zich nauwelijks laat samenvatten. En waarvan de lectuur rust en aandacht vraagt. Want hoe vlot het ook is geschreven, dit is een boek waar je af en toe echt even van moet bekomen. Waarin je ook moet terugbladeren en herlezen. Een boek ook dat je aanspoort tot overpeinzingen, want de parallellen met onze eigen tijd zijn soms echt beangstigend. Alleen al daarom zou ik zeggen: lees dit boek, je gaat er de eigen tijd anders door bekijken!


zaterdag 29 november 2014

Het Raadsel Spinoza

"Wat ben je aan het lezen?", vroeg ze, "O, een boek over Spinoza!". Haar enthousiasme verdween onmiddellijk, haar blik werd enigszins duister. Voor ze er erg in had, ontsnapte haar een diepe zucht: "Vast niet gemakkelijk, hè?".

Laat dat nu exact dezelfde reactie zijn die ik voortbracht toen iemand me vol vuur over dit boek vertelde. Not my cup of tea, dacht ik, vast veel te moeilijk. En dus liep ik al een paar jaar met een grote boog om dit boek heen. Alle jubelkreten in de wind slaand. Tot het twee weken geleden toevallig in mijn handen belandde en ik vertwijfeld dacht: "zou ik dan toch een kans wagen..."

En er volgde een fantastische week! Zonder zwaar gezucht en gewroet. Dit boek leest immers heerlijk weg, is boeiend en onderhoudend en bovendien zet het je ook aan het denken. Het was één van die boeken waarvan ik echt spijt heb dat het uit is.

Het verhaal van Spinoza is dan ook fascinerend. Gezegend met een glashelder denkvermogen komt Baruch al jong in conflict met de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Zeggen dat God is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van de mens, en dat Hij zich echt net bezighoudt met het reilen en zeilen van sterfelijke zielen, klonk in die tijd als heiligsschennis. Bovendien volhardde hij ook nog eens in de boosheid: voor de Amsterdamse rabbijnen reden genoeg om hem te vervloeken.

Zo kwam Spinoza helemaal alleen te staan. Buitengesloten. Nooit zou hij nog contact hebben met zijn familie of zijn Joodse vrienden. Maar zijn verbanning gaf hem wel de ongelofelijke vrijheid om te zeggen en te denken wat hij wilde. Een vrijheid die hij de daaropvolgende jaren zou verzilveren in onovertroffen meesterwerken.

Vier eeuwen later raakt een Duitse nazi, Rosenberg, gefascineerd door Spinoza. Hoe kan het toch dat het door hem zo gehate Joodse ras, zo'n heldere denker heeft voortgebracht? Iemand die zelfs de grote Goethe heeft beïnvloed? Er moet wel bedrog in het spel zijn! Rosenberg breekt er een leven lang zijn hoofd over en zoekt het antwoord in Spinoza's bibliotheek.

Ondanks alle verschillen hebben Spinoza en Rosenberg ook veel gemeen. Het zijn beiden dwarsdenkers, die geen goede aansluiting vinden bij de maatschappij. Eenzame lieden, die zich door de rede laten meeslepen en dikke boeken neerpennen die niemand echte snapt. Ze hebben allebei maar één vriend, iemand die hen verbindt met hun afkomst en waar ze hun hart bij kunnen uitstorten.

Yalom is van beroep psychiater en dat is duidelijk te merken aan dit boek. Regelmatig hebben beide hoofdpersonen immers een therapeutisch gesprek met een goede vriend. Iemand die hen kritisch bevraagt en andere opties laat zien. Die hen in contact brengt met het echte leven en uit hun ivoren toren naar beneden laat blikken. Spinoza is intelligent genoeg om die adviezen naar waarde te schatten en zijn denken aan te passen aan de nieuwe inzichten. Rosenberg daarentegen loopt vast in zijn eigen dogma's. Zijn hoge positie in de entourage van Hitler maakt het ook moeilijk om nog van gedachten te veranderen.

Wat mij betreft is dit boek een bijzonder geslaagde mengeling van fictie en geschiedenis. Geloofwaardig en meeslepend. En dus gaan we snel op zoek naar de andere boeken van Yalom, met de kritische bedenkingen van Joke in het achterhoofd!




zaterdag 22 november 2014

Kleine Mechanieken - Philippe Claudel

Af en toe heeft een mens nood aan iets kleins en fijns. Aan verhalen als zoete snoepjes. Waar je eerst heel secuur het papiertje af moet peuteren. Om dan langzaam te genieten. Eentje per dag is genoeg, het smaakt immers nog een hele tijd na. Kleine mechanieken is zo'n snoepzakje. Wat mij betreft met een satijnen strik.

Natuurlijk was ik vooringenomen. Philippe Claudel is één van mijn favoriete auteurs. Die mij tot dus ver maar één keer ontgoochelde (met "Het onderzoek") maar wiens boeken en films ik steeds geweldig kan smaken. De vorige keer serveerde hij me een boeket aan geuren, ditmaal is de link tussen de verhalen iets losser.

De kleine mechanieken uit de titel, zijn mensen. Stuk voor stuk ingenieuze raderwerkjes, die continu tikken en draaien, zich af en toe eens opwinden of een alarm laten schallen. Maar die vooral voortleven alsof er nooit een einde komt. In deze verhalen vallen de mechaniekjes echter stil. Het tikken verstomt, de tandwielen blokkeren.

De dood is natuurlijk een centraal thema in het werk van Claudel. Hij benadert het meestal vanuit het perspectief van de rouwende. Meestal doet hij dat melancholisch en zacht, soms ook erg hard en rauw (met die andere au). Steeds gaat het over de vraag hoe verder te leven met mooie herinneringen. En ook over de kunst van het loslaten van geliefden. Weemoedig, maar prachtig.

In kleine Mechanieken kiest Claudel voor het standpunt van de stervende, die de dood plots ontmoet, of er al een hele tijd naar heeft uitgekeken. Het gaat telkens om een veilige, warme dood, niet om een zwaar bestreden worsteling met het einde. De dood kan immers ook een vriend zijn.

Er zijn magische verhalen bij over hoe de dood mensen een tweede kans geeft, verhalen over mensen die eenzaam moeten sterven en zich met hun lot verzoenen. We lezen over moordenaars die van de dood hun werk hebben gemaakt, en over mensen die sterven zonder dat iemand het merkt.

Een kleinere rode draad in het boek gaat over de kracht van poëzie. Er staan surrealistische fragmenten in over een maatschappij waar literatuur is verboden. En er is het verhaal van een lezer die zo betoverd raakt door een gedicht, dat het zijn hele leven op zijn kop zet. Hoe een paar goed gekozen woorden een wereld van verschil kunnen maken.

Een poetisch boek dus, met veel warmte en zelfs af en toe een glimlachje. Ik kan dan ook niet anders dan in herhaling vallen: Claudel mag je niet missen!







woensdag 12 november 2014

Een bijbel

We keken de hele week uit naar donderdag. Want dan kwam de oude dominee langs in de klas. Niet om ons te bekeren, wel om verhalen te vertellen. En dat kon hij als geen ander!

Ik zie nog voor me hoe hij als Jacob bedachtzaam in de pan linzensoep roerde. We leerden Samson kennen, die verblind door verdriet de zuilen van de tempel omver duwde.

We waren erbij toen Mozes zijn wandelstok in een slang veranderde en toen de Rode zee als een theaterdoek openging om hem doorgang te verlenen. Ademloos keken en luisterden we toe, met rode wangen en gespitste oren...

Aan die wekelijkse verteluurtjes  heb ik een levenslange liefde overhouden voor de het oude testament. Eeuwenoude bron van wijsheid én mensenkennis. Vol van jaloezie, wrok, heldenmoed en magie. Listige vrouwen, snedige profeten en wonderbaarlijke koningen. Het zijn verhalen van alle tijden, waarin je telkens weer iets nieuws ontdekt. 

Onlangs kwam er een hervertelling langs die me opnieuw met verstomming sloeg. Het boek "Een bijbel" van Philippe Lechermeier en Rebecca Dautremer is immers een waar plezier voor het oog en het hart! Om te beginnen zijn de tekeningen fantastisch. Een beetje duister een mysterieus, soms een tikje angstaanjagend, maar ook bijzonder "verbeeldings-bevorderend" en dat hebben we graag.

Naast de prachtige illustraties zijn ook de verhalen van topklasse. Lechermeier heeft immers niet gekozen voor een eenvoudige hervertelling, maar is creatief met de verhalen aan de slag gegaan. Zo werkte hij het verhaal van Jozef om tot een toneelstuk en bekijken we het leven van Mozes vanuit het standpunt van een vlieg. Er zitten liederen tussen, en gedichten. En heel veel fijne vertelsels, en mysterieus gefluister.

Een prachtig boek dus om 's avonds als het donker is te lezen. Met een kaars erbij. En verder alleen de stilte om je heen. En je dan moeiteloos verbonden voelen met hen die deze verhalen duizendenjaren geleden voor het eerst hebben verteld en hebben gehoord.

Daarom lees ik nu elke donderdag een verhaal uit dit boek. En telkens is het weer iets om een week lang naar uit te kijken!

zondag 19 oktober 2014

Boekenclub test werkvorm uit op David Sedaris



David Sedaris is groot in Amerika. Boven de Moerdijk stak Aaf Brandt Corstius ook al de loftrompet. Wat een observatievermogen! Wat een humor! En vooral: wat een spitsvondigheid! Hele volksstammen barsten blijkbaar al in lachen uit bij de lotgevallen van zijn buitenissige familieleden. En tja, wat denk je dan als boekenclub? Dit moeten we lezen! En dus schaften we ons een bundeltje kortverhalen aan.

De werkvorm

Eerlijkheidshalve moeten we bekennen dat gesprekken op de boekenclub regelmatig afdrijven. Vrije associatie heet zoiets. Meermaals stelden we aan het einde van de avond vast dat er eigenlijk maar weinig over het boek was gezegd. En hoe gezellig de zijpaden ook hadden gekronkeld onderweg, we hadden toch steevast het gevoel dat de diepgang ontbrak. 

Kortom: een “werkvorm” drong zich op, en aangezien ondergetekende professioneel werkvormenadviseur is, nam zij de uitdaging aan. Niet dat ik het mezelf erg moeilijk heb gemaakt, want eenvoud siert, ook bij werkvormen. Ik bedacht dus twaalf vragen over het boek en schreef ze op mooie kleine briefjes. Er zaten natuurlijk klassiekers bij, zoals:

  • Dekt de titel van het boek de lading?
  • Zit er een structuur in het boek?
  • Wat verklaart het succes van dit boek?

Maar ik bedacht ook creatievere linkjes naar de inhoud. Zo gaf Sedaris’ werk onder andere aanleiding tot deze vragen:

  • Om gesprekjes uit te lokken vraagt David op reis altijd naar de plaatselijke wapenwet of naar de manier waarop mensen kerstmis vieren: heb je nog suggesties voor goede reisvragen?
  • Heb je zelf al eens gebedeld. En geef je wel eens geld aan een bedelaar? 
  •  Hoe komt het dat bepaalde kinderen in de klas populair zijn, hoewel ze niet echt heel mooi of superintelligent zijn?

Alle briefjes kregen een esthetisch verantwoord  stickertje en verdwenen in “de pot”. Op de leesclubavond trokken we om beurt dan een vraag. Simpel toch?

Het verloop

Al bij de eerste vraag bleek dat de immers eendrachtige leesclub tweespalt vertoonde. Tot onze ontsteltenis bleken de Nederlandse vertaling en het zogezegde Engelse origineel slechts twee verhalen gemeenschappelijk te hebben. 

 Nu zou je denken dat zoiets een serieuze domper op de feestvreugde geeft en verdere bespreking nagenoeg onmogelijk maakt, maar niets was minder waar. Het gaf zowaar  aanleiding tot een heel apart en gezellig sfeertje. We konden elkaar namelijk bijpraten vertellen over de verdere evolutie van de hoofdrolspelers in het boek. De hilarische Griekse oma, de zus met controledrang en de stinkend rijke tante kenden we allemaal. En net zoals bij vage kennissen het geval is:  we waren zeker geïnteresseerd meer roddelpraatjes over hen te vernemen.

Mondeling bleken de exploten van de Sedarisclan trouwens veel meer op de lachspieren te werken dan in geschreven vorm. Tijdens het lezen hadden we wel eens gegrinnikt, maar bulderlachen was er niet bij. Op de leesclubavond des te meer. (maar dat lag misschien ook aan de wijn en het uitmuntende gezelschap.)

Ons oordeel

David Sedaris krijgt van ons geen standbeeld, zoveel is duidelijk. Het boek bleek achteraf leuker dan tijdens de rit. Want de verhalen zijn soms wel erg marginaal en platvloers. Grofgebekte broers, onhygiënische zussen en een heel aantal ranzige details die we echt niet hadden willen weten, weerhielden ons ervan dit boek vlotjes uit te lezen.

“De bijdragen zijn van wisselende kwaliteit” heet dat dan officieel. Want het moet gezegd: een aantal verhalen stak met kop en schouders boven de rest uit. Zijn analyse van Sinterklaas en Zwartepiet is in de huidige Piet-gate een echte aanrader. Een stemmig verhaal over een bioscoopbezoek met zijn vriend wist ons te ontroeren. En Davids analyse van het fenomeen “populaire kinderen in de klas” was bitterzoet en herkenbaar. 

David Sedaris kan dus echt wel wat. Hij heeft een scherpe blik, maar af en toe heeft hij ook een soort waas voor de ogen, meenden we. Zou schrijven voor hem ook niet een beetje therapie zijn, vroegen we ons af? Een manier om dingen die hij nog niet helemaal heeft verwerkt vorm te geven? De vraag is dan of wij daar wel deelgenoot van willen zijn.

De slotsom is dan ook dat dit boek niet echt lang zal blijven plakken. Moet u het lezen? Volgens ons in elk geval niet.

Het vervolg van de werkvorm

Hoewel een aantal leden groen wegtrok bij het lanceren van de werkvorm, de ogen liet rollen en diep zuchtte, heeft iedereen flink meegedaan. (waarvoor mijn oprechte dank!) Ik denk ook wel dat ik kan concluderen dat het resultaat had: we hebben de hele avond over het boek gepraat. En elk zijpad dat we insloegen had een link met Sedaris. En we hebben heel wat fijne verhalen en spitse opinies met elkaar gedeeld.

Algemeen gejubel dus. En daarom hebben we afgesproken dat we de volgende keer weer een pot gaan maken. Maar dan wel eentje waar iedereen aan bijdraagt. We gaan proberen allemaal één of twee vragen te bedenken. Ik ben nu al benieuwd welke leuke gesprekken dat zal opleveren!

zaterdag 11 oktober 2014

Pelgrimeren naar Compostella – Jean-Christophe Rufin




Soms wil ik er even de stekker uittrekken. Niet uit het leven, maar wel uit telefoon en mailbox. Dan neem ik me voor mijn wandelschoenen vast te knopen, de deur achter me dicht te trekken en langzaam te verdwijnen in een nevelige horizon. Maar op de drempel van die idylle grijpt de realiteit (en vooral de verantwoordelijkheidszin) mij bij de kraag. En dus blijf ik thuis, met in plaats van praktische wandelschoenen kleurrijke pantoffels aan mijn voeten. Reizen doe ik dan mentaal, in boeken. En dus pelgrimeerde ik de voorbije week vanuit mijn luie zetel helemaal naar Santiago de Compostella.

Doorbijter van dienst is de Franse schrijver Jean-Christophe Rufin. Enkele jaren geleden vertrok hij op bedevaart. Niet uit religieuze ijver, maar uit pure nieuwsgierigheid. En ook een beetje om aan de drukte te ontsnappen. Zijn boek vormt de eerlijke neerslag van zijn reis, een tocht met ontroerende hoogtepunten, maar ook met ronduit saaie wandelpaden en vervelende medereizigers.

Inderdaad, het ideaalbeeld van een louterende, levensveranderende pelgrimage blijft niet volledig overeind in dit boek. Grote stukken van de reis zijn ontluisterend in hun banaliteit, of juist in hun toeristische exploitatie. Hoe dichter men Compostella nadert, hoe meer de tocht verzandt in een commercieel circus. 

De loutering zit in het wandelen en niet in de bestemming, zoveel is duidelijk. En Rufin beschrijft haarscherp hoe hij verschillende fases doorworstelt. Zo duurt het toch een week of twee voor zijn plannenmakende geest is stilgevallen. Tijdens zijn bezoek aan oeroude kloosters maakt hij vervolgens een soort van christelijk-religieuze fase door. Om zich uiteindelijk te realiseren dat deze pelgrimstocht eerder een soort Boeddhistische staat veroorzaakt en een mens bevrijdt van gedachten, ijdelheid en materialisme. (al geeft hij ook meteen toe dat pelgrims constant moeten strijden tegen een ander soort van ijdelheid, een soort trots op de eenvoud “die haast een zonde van hoogmoed wordt”)

Na thuiskomt werkt het effect van de camino nog enkele weken door, om dan weer op te lossen in de bruisende drukte van de grootstad Parijs. Eén aspect bleef echter het langste hangen: “de filosofie van de mochila”. Of te wel: de wijsheid van de rugzak. Op lange tochten mag de rugzak niet te zwaar wegen, en dus neemt de pelgrim onderweg steeds meer afscheid van materiële lasten. Veel spullen die we meezeulen hebben immers enkel als functie angsten te bezweren. Die vrees in de ogen kijken en die ballast van je afwerpen paste Rufin later ook toe op zijn dagelijks bestaan. Projecten, verplichtingen en objecten die eerder een last waren dan een vreugde, voerde hij genadeloos af. Zo werd de rugzak van zijn leven lichter en zijn bestaan rustiger.

Met de bovenstaande paragraaf maak ik van Rufin een soort zweverige goeroe, terwijl hij dat allerminst is. Hij blijft vooral erg nuchter bij de hele caminohysterie. Dat realisme zat mij af en toe behoorlijk in de weg. Alsof de pelgrimage constant door een niets verhullend, koel Led-licht werd beschenen, terwijl ik eerder een warme schemerlamp had verwacht. 

En dat is ook de reden waarom ik uiteindelijk concludeer dat dit boek niet helemaal waarmaakte waarop ik, pantoffelwandelaar, hoopte. Deze romantische ziel had in haar luie zetel graag iets meer weggedroomd en iets meer gemijmerd. Want de kans dat ik ooit echt mijn wandelschoenen aantrek voor een reis naar Compostella is met dit boek toch een beetje kleiner geworden.