donderdag 21 februari 2013

Onderweg




Theetante vertoeft wekelijks heel wat uren op de trein. Deels uit onkunde, want ze kan niet autorijden. Maar ook uit overtuiging. Want, zeg nu zelf, nergens kan je heerlijker lezen dan op de sporen. En je kunt ook zo fantastisch mijmeren terwijl het landschap aan je voorbij snelt. 

En ondanks al het gemopper op vertragingen en andere spoorellende, blijft tante overtuigd: een treinreis is verwennerij! Even een soort time-out uit het drukke bestaan: je zweeft tussen vertrek en aankomst. Het leven staat even on hold (net als het volume van tantes telefoon trouwens).

Dat soort vlees-nog-vis momenten, waarin je het ene stadium al hebt verlaten, maar nog onderweg bent naar het volgende, vinden antropologen razend interessant. Ze noemen het verrukt “liminale fases”, naar “limen” Latijn voor drempel. Klassieke drempelmomenten zijn bijvoorbeeld de pubertijd, of het huwelijk: als je de drempel over bent, ben je voorgoed veranderd. 

Op reis zijn, onderweg zijn, is ook zo’n klein drempeltje. Even een momentje buiten de tijd, los van het alledaagse. Een periode waarin er ruimte is om na te denken over wat echt belangrijk is. En als het goed is kom je er verkwikt en een beetje anders uit tevoorschijn.


De hoofdpersonen uit het boek Grip van Stephan Enter, maakten twintig jaar geleden zo’n impactrijke reis mee. We volgen hen in treinen, bussen, metro’s en tijdens een lange wandeling op weg naar elkaar. Want voor het eerst sinds al die jaren zullen ze elkaar weer terugzien. En onderweg tussen vertrek en aankomst denken ze na over hun leven en wat er al die jaren geleden is gebeurd.

Paul, Martin, Vincent en Lotte waren in hun studententijd fervente klimmers. Allen hadden hiervoor zo hun eigen motief. Zo klimt Paul om te voelen dat hij leeft, maar ook om zichzelf te relativeren: want tussen machtige bergen is de mens maar een irrelevant detail. Lotte klimt om los te komen van alles wat de rest van het jaar vanzelfsprekend is. En Vincent geeft toe dat hij aan het klauteren is begonnen om zijn vader te jennen: die had namelijk last van hoogtevrees. 

Aan het einde van hun studietijd maakte het viertal een reis naar Noorwegen en beleefden daar de confronterende helderheid van het Noorderlicht. We komen al snel te weten dat Lotte er een ongeluk kreeg. En dat niet lang daarna haar relatie met Martin is begonnen. De liefde van het tweetal luidde ook meteen het einde van de vriendschap met de twee anderen in.

Dit is een boek over veel boeiende thema’s. Onsterfelijkheid bijvoorbeeld, of de manier waarop we herinneringen vormen en hervormen in de loop der tijd. Interessant is dat we elk hoofdstuk een ander perspectief te zien krijgen: sommige gebeurtenissen worden door drie verschillende personen verteld: boeiend om te zien hoe zij elkaars bedoelingen soms totaal anders interpreteren (en hoe verstrekkend zo’n foute interpretatie kan zijn). De waarheid? Die laat Stephan Enter in het midden.

Maar vooral gaat dit boek over de impact van de studententijd op de rest van je leven. Martin noemt het ergens de “laatste vrijblijvende tijd”, daarna slokken verplichtingen je op. Hij verbaast zich erover hoe helder zijn herinneringen aan deze periode zijn, en hoe vlotjes hij die kan opvissen. Ook de kleinste onbenulligheden kan hij makkelijk opdiepen en hebben een soort eeuwigheidswaarde. Sindsdien gaat de tijd steeds sneller, en zeker sinds de komst van zijn dochter snelt zijn leven logaritmisch vooruit.

Dit, beste lezer, is natuurlijk het reminiscentie-effect (ja, het is vandaag moeilijke- woorden-dag!) Onderzoek heeft aangetoond dat je de dingen die tussen je 15de en je 25ste gebeurden beter onthoudt: dit zijn immers je vormende jaren. Bepalend voor wat daarna komt. Mensen blijven vaak steken in de muzieksmaak en de kledingstijl van toen. Niet dat je daarna niet verder groeit, maar toch.

Zou dat niet komen omdat die jaren op zich ook een overgangsperiode zijn? Tussen een vertrek uit de kindertijd en een aankomst in de volwassen wereld? En blijven de zaken die toen gebeurden daarom zo lang hangen?

De rol van reizen in dit boek is dus niet alleen een leitmotiv, maar meteen ook een extra betekenislaag. En de personages maken in de trein (of op de bus) de balans op van hun leven: wat hebben ze er nu eigenlijk van gemaakt. Zijn ze geslaagd, of hebben ze gefaald? En, wat willen ze verder nog? Het is bijna alsof ze een pelgrimage ondernemen.

Reizen als een moment los van het normale leven waarin we alles op een rijtje zetten: het komt in meer boeken voor. Enkele weken geleden brak tante nog haar hoofd over vraag waarom er in “Een korte geschiedenis van de eeuwige liefde” zoveel reisscènes zijn opgenomen. Daarom dus! En in het door haar zo bejubelde “Nachttrein naar Lissabon” is de trein een metafoor voor het leven zelf: je zit in een coupé die je nooit kan verlaten, laat soms mensen op het perron achter, en raast maar door.

Ja, ja, “de trein is altijd een beetje reizen”, maar dus ook altijd een beetje mijmeren, of zelfs een beetje transformeren. En dus eigenlijk ook wel een beetje verwennerij. Geniet ervan!

°°°°°°°

PS Benieuwd wat anderen ervan vonden?  Ook leeswammes maakte een bespreking van Grip.

PSPS. Bij het lezen van dit boek heb ik voor de eerste keer nota’s à la Joke gemaakt. En ik heb wel de indruk dat ik zo meer “zie” en onthoud dan mijn vorige systeem: streepjes in de marges zetten. Het duurt iets langer, maar je leest beter. Allen aan de leesnota’s dus!


zondag 17 februari 2013

Willekeur




Theetante heeft een beetje een tic. Ongevaarlijk. Goedbedoeld. Het betreft het volgende behoorlijk bizarre gedrag: bij het verlaten van de woonstede loopt tante nog even alleen door het huis. Ze kijkt dan na of de oven niet aanstaat en of er geen overbodige lampen branden. Dan haalt ze diep adem, en sluit met gerust gemoed de deur achter zich, de nieuwe dag tegemoet.

Bij nader inzien is dit misschien meer een ritueel dan een tic. Een soort omslachtig “hout afkloppen” van theetante,  bedoeld om het huis en de inwoners te behoeden voor tegenslag. Moest ze een heksje zijn, je zou het een bezwering kunnen noemen. 

Want, willen we dat niet allemaal? Ons veilig stellen tegen de willekeur van het lot? Ervoor zorgen dat ons niets overkomen zal, of bedingen dat de toekomst beter wordt dan vandaag? Vroeger brachten we daarvoor offers aan de goden, of prevelden schietgebedjes voor heiligenbeelden. Alles liever dan toe te geven dat voorspoed en onheil vaak geheel willekeurig zijn, dat er geen plan achter schuil gaat en dat het vaak niet “eigen schuld, dikke bult” is,  maar gewoon “brute pech”?

Vandaag denken we dat wij mensen alles kunnen beheersen. Ziektebeelden zijn immers terug te voeren op allerlei slecht gedrag, rampen op gebrek aan vooruitziendheid. Of zoals “Den Alain” het ooit zei: je hebt geen “onfortuinlijken” meer, maar alleen “losers”. Alles is je eigen schuld. En als we het niet zelf hebben gedaan, dan is er altijd wel een andere zondebok te vinden. Want, de blinde schikgodinnen uit de Griekse Oudheid, die dwaas giechelend levensdraden doorknipten, zijn we al lang vergeten. 

En dus willen we mensen grip, controle. We worden onrustig en gaan soms erg ver om eigenhandig een gouden toekomst te verzekeren. Koppig. Tegen beter weten in. En laat dat nu juist de rode draad zijn in dit mooie, maar ook erg sombere boek:




We trekken ver weg in tijd en ruimte en belanden in het desolate Nieuw Zeeland anno 1860. Een onnoemelijk uitgestrekt land, waar de eerste Europeanen moeizaam proberen een nieuw bestaan op te bouwen. De natuur is er groots, maar ook erg onvoorspelbaar. Verschroeiende hitte, plotse overstromingen en hevige sneeuwval kunnen in een oogwenk al het geploeter van een settler met de grond gelijk maken. Onverdiend.

Eén van die Britten met grootse dromen van een nieuw leven is Joseph. Hij heeft iets goed te maken in het leven, en hoopt dat andere andere kan van de wereld te realiseren. Eigenhandig bouwt hij een lemen huis en start een boerenbedrijf. 

Maar op een zonnige ochtend, onverwacht, flonkert er plots iets in de rivier: “de kleur” oftewel goud! Joseph raakt begeesterd, ja, zwaar geobsedeerd door de illusie dat goud de makkelijkste weg is naar een betere toekomst. Makkelijker dan ploeteren op een boerderij in elk geval. En, met pikhouweel in de hand, verlaat hij alles om zijn geluk te beproeven als goudzoeker.

Harriet, zijn vrouw, ziet deze goudkoorts met lede ogen aan. Zij gelooft niet zo in quickwins, maar heeft wel een scherp inzicht in de drijfveren van haar man . Goud is droomstof, zegt ze, het lonkt ons omdat het ons de vrijheid geeft om te worden wat we maar willen.  Des te groter de desillusie als het goud uiteindelijk niet wordt gevonden, ondanks alle inspanningen en ontberingen.

Naast het Europese perspectief van niets ontziende goudkoorts, weeft Rose Tremain ook twee alternatieve visies door haar verhaal. Er is namelijk Pare, een Maorivrouw, die aan goud geen waarde hecht. Maar die evenzeer bezig is met het controleren van de willekeur van het lot. Alleen doet zij dat door de natuurgeesten via allerlei rituelen gunstig te stemmen.

En dan is er nog de Chinees Pao Ji, die zich niet laat verleiden door de grote dromen en de gouden bergen. Hij steekt zijn energie liever in een kleine groentetuin en is gelukkig met het weinige dat hij heeft. Controle over wat te beheersen valt, en de rest laat hij los. Een tegenpool dus van de niets ontziende Joseph, en het is uiteindelijk Pao Ji die – onbedoeld – goud vindt. 

Harriet zegt op het einde van het boek: “het is beter om niet te weten wat er achter de volgende heuvel ligt”. Ze heeft begrepen dat je moet genieten van wat er nu is, geen onmogelijke dromen moet najagen en moet beseffen dat de natuurkracht altijd sterker is dan de mens.  Helaas heeft zij om tot dat inzicht te komen heel wat moeten doorstaan en erg haar best gedaan om orde in de chaos te scheppen en geluk af te dwingen, tevergeefs. 

Die desolaatheid, uitzichtloosheid, kommer en kwel maken “De kleur” tot een boek dat behoorlijk zwaar op de hand is. En dat in het tweede deel echt even inzakt. Maar die troosteloosheid doet je wel beseffen hoe bitter en weerbarstig het leven van goudzoekers en settlers was. En dat is dan ook meteen de meerwaarde van dit boek. Een geloofwaardig historisch verhaal, schitterend beschreven en met mooie personages. Groot lijden en niet helemaal een happy end. 

Kortom: een boeiende historische periode samengevat in een meeslepende roman: een klein klompje goud!

woensdag 13 februari 2013

Gezond verstand!



Theetante viert krokus! En dat was nodig, want haar hoofd liep helemaal om. Niet van miserie, noch van sores, maar van informatie. Tante is namelijk nogal gestructureerd en gaat graag op zoek naar het bredere plaatje. En dat is geen sinecure als je in een wereld van fragmenten leeft.

Neem nu facebook en twitter. Leuk! Maar voor tante ook een bron van ergernis. Want laat ons wel wezen, erg diep gaat het allemaal niet. Die continue stroom van weetjes en meningen veroorzaakt bij tante een zekere onrust. Want zij wil graag de rode draden zien en grote lijnen trekken. En daar is met al dat gekwaak op de sociale media bijna geen beginnen aan.

En tijdens een zeldzaam moment van gezond verstand dacht tante: als ik er nu eens even mee ophoud? Even geen kleine informatiesnackjes de hele dag door? Als ik nu eens niet meehol met die sociale media en tijdens het zetten van een kop thee, een tekeningetje maak in plaats van een facebookduimpje te placeren? Wat levert dat op, bij wijze van experiment?

Rust! Ontspanning! En vooral: wat een tijd plotseling! Opvallend! En dus besloot tante om haar geest verder te verlichten met een roman over Voltaire. En omdat boeken blijkbaar nooit toevallig op je pad komen, bleek dit verhaal naadloos aan te sluiten bij tantes gemoedstoestand.


Laat u allereerst niet misleiden door de nogal goedkoperige kaft en het erg foute lettertype. Dit is een interessant boek. Al is het centrale gegeven wel wat uit de lucht gegrepen en moet je tegen een vleug surrealisme zijn bestand.

Op een lenteochtend wordt de 18de-eeuwse filosoof Voltaire plotseling wakker in het begin van de 21ste eeuw. Hij valt van de ene verbazing in de andere: Auto’s! Internet! Televisie! Vrouwen met broeken aan, mannen zonder pruiken, en schermpjes overal: merkwaardig! Enigszins gewend aan deze nieuwe omgeving besluit hij te gaan uitzoeken hoe zijn gedachten over de verlichte ratio de wereld hebben veranderd.

Hij doet een beroep op eminente leden van de Académie Française die hem aan de hand van foto- en filmmateriaal een snelle update geven. De Franse revolutie juicht hij toe, maar daarna schrikt Voltaire toch wel even. Vooral de onmenselijke 20ste eeuw, met concentratiekampen en massamoorden blazen hem bijna om ver. De rede lijkt te zijn doorgeschoten en alle empathie, moraal en gevoel te hebben losgelaten. Het resultaat is niet de verlichte hemel waar hij ooit van droomde, maar eerder een hel. Bitter.
En, ja, we krijgen geen opbeurend beeld van onze eigen tijd. Maar wel eentje om lang over na te denken. Want, Voltaire gaat na wat er met de rede (of het verstand) is gebeurd de voorbije twee eeuwen. Hoe is het zover kunnen komen?

Het verstand is in grote mate losgehaakt van kennis en geschiedenis, stelt hij verbijsterd vast. “Gezond verstand” valt tegenwoordig samen met “buikgevoel”. We vertrouwen op vaardigheden. Feitjes zoeken we wel even snel op via wikipedia. Voltaire verbaast zich over al die fragmentarische mensen, die nergens de grote lijn meer zien, en zelfs de meest grote rampen alweer snel vergeten zijn. Maar, kan je zonder kennis en zonder enige notie van de geschiedenis wel redelijke besluiten nemen?

Tijdens zijn reis door het heden bezoekt Voltaire Rusland, China, Amerika, Japan en Afrika. Telkens opnieuw stelt hij vast hoe de rede wordt misbruikt. En hoewel hij zelf ooit pleitte voor een rede los van emoties, moet hij nu vaststellen dat een absolute scheiding tussen rede en gevoel heel wat leed heeft veroorzaakt. Te veel vertrouwen in grafiekjes en gemiddelden, in abstracties en theorie leidt tot willekeur, want je kunt werkelijk alles bewijzen met een beetje rekenwerk.

U snapt het al, dit is een boek vol maatschappijkritiek, verweven met een reisverhaal en ook een romantisch verhaallijntje voor de variatie. Af en toe schiet de auteur ook wat door in de metaforen, bijvoorbeeld als hij Japanners letterlijk uit elkaar laat spatten omdat ze alle samenhang verloren hebben. Het globale beeld? Een doorgeschoten, oppervlakkige wereld, waar uiteindelijk de kennis het onderspit heeft gedolven. Kunnen we nog wel met Candide beweren dat we in de beste van de mogelijke werelden leven, vraagt Voltaire zich op het einde van zijn tweede leven af.

Voltaires reis werd geschreven door een nuchtere Zweed. Die een kraakheldere, enigszins cynische analyse geeft van wat er allemaal misgaat. En daarbij tot dezelfde conclusies komt als Alessandro Barricco. Een zwierige Italiaan die eveneens de strijd met de barbaren aanbond. Waar Barricco eerlijk wil onderzoeken of het allemaal wel zo erg is, dat verlies aan diepgang, wijst Espmark de nieuwe oppervlakkigheid radicaal af.

En wij? Wij bevinden ons in de Lage Landen, ergens tussen het kille Zweden en het frivole Italië. We lazen dit boek met veel belangstelling en hebben onze visie op rede en verstand bijgeschaafd. Maar we hebben ook besloten dat de waarheid in het midden ligt.

En dus gaat tante minder twitteren en facebooken, maar blijft ze wel fijn bloggen. En bovenal neemt ze zich voor om langzamer te lezen, dieper te spitten en meer te genieten!

woensdag 6 februari 2013

Hier zie: poëzie!




Ja, ja, tante kreeg van een lieve stagiaire een doosje koelkastpoëzie. Dat leverde meteen dolle pret op en boeiende zinnen zoals bovenstaande. Maar verder was tante nooit zo van de dichtkunst. Als taalfan omringde ze zich weleens met gedichten op kalenders, posters en zakdoeken (lang leve plint) maar daar bleef het dan ook bij.

Tante had namelijk nogal last van vooroordelen. Het is niet mooi, nee, maar we zijn eerlijk. Het woord "poëzie" wekte immers onmiddellijk associaties op met "atonale muziek" en "hermetische kunst". Cultuuruitingen waar je vooral ernstig bij moet kijken en die niemand echt begrijpt, maar dat geven we niet toe. Nu is ernstig kijken voor tante doorgaans al een opgave,dus dat zou al een voldoende hoge drempel moeten zijn. Maar tante was ook bang dat ze neerslachtig zou worden van zoveel tristesse en vreemde meanderende zinnen. En dus liep ze met een flinke boog (en stevige pas) om de dichtbundels heen.

Daarnaast was tante (immer druk) ervan overtuigd dat ze nooit het geduld zou kunnen opbrengen om een gedicht te lezen. Henny Vrienten had het vorig jaar in zomergasten al over "het genoegen van de uitgestelde betekenis" en tante dacht dat ze dat genoegen nooit zou kunnen smaken. Zij wil doorgaans meteen duidelijkheid!Boter bij de vis.

Doch, vorige week was het gedichtendag, verder aangevuld door een heuse poëzie week. En toen kon tante er dus echt niet meer omheen, zelfs op de trein werden gedichten uitgedeeld. En dus dacht tante: kom, we bijten door de zure appel heen. We proberen het eens. Ze stoof naar de winkel en schafte zich onmiddellijk het meest recente standaardwerk aan. Voila, het lezen kon beginnen:



Op een rustig moment, zonder gillende theekopjes en zeurende katten, begon tante te bladeren. En ze ontdekte dat het allemaal nogal meeviel met die atonaliteit. Heel veel gedichten vertelden immers wel een verhaal. Ze vatten vooral kleine, mooie momenten in rake zinnen. En ja, daar houdt tante wel van.

Het was bovendien een aangenaam weerzien met poëzie uit haar jeugd. Want tante heeft op school nog gedichten moeten voordragen. Onder de appelboom van Kopland bijvoorbeeld. Een prachtig gedicht over een warme lenteavond, wanneer de rust weerkeert en het licht blauw wordt. En waarbij speelgoed gewoon even in het gras mag blijven liggen.

Ook de gedichten van Herman De Coninck bevallen tante zeer, net als kleine pareltjes van Judith Hertzberg en Hans Andreus. En er staat een prachtig gedicht in van Adriaan Morrien: "afscheid" waarin tante zich als bezorgde moeder zo herkent: "zul je voorzichtig zijn? ook al ga je alleen maar even een boodschap doen"

En nu begint tante dus elke dag met een gedicht uit "het gele boekje". Even mijmeren voor de dag begint en de andere gezinsleden ontwaken. Vanmorgen las tante zo een prachtig volwassen gedicht van Annie M.G. Schmidt "aan een klein meisje" waarin ze een kind waarschuwt voor de toverloze wereld van de volwassenen: "er zijn geen feeën meer en altijd is er weer wat anders loos....wees maar niet bang, je hoeft er nog niet in". Zo mooi en treffend dat tante er de hele dag aan heeft moeten terugdenken.

Dus ja, beste lezers, tante is om! En al kunnen zeker niet alle gedichten uit deze bundel haar bekoren, er is een onbekende wereld open gegaan. Eentje die om meer verkenning vraagt, om vele reizen en uitgebreide proefsessies. Dus dank, samenstellers van dit boek: u heeft me het juiste opstapje gegeven om hier verder in te duiken!

Bij tante thuis (intermezzo)



Wil u een recensie? Zoekt u overpeinzingen over een boek? Welgemikte zinnen en onverwachte associaties? Wacht dan even op het volgende blogbericht. Dat gaat over poëzie. Maar gisteren tagde Sue van Boekenz tante. En omdat tante echt nooit getagd wordt (ja, heeeeeeeel zielig) gaat ze er deze keer dus even volledig op in! Gun het haar! (en sla het onderstaande gerust over als de persoon van tante u niet boeit, no hard feelings)

Om te beginnen moest tante 11 weetjes over zichzelf neerpennen. Dus bij deze:

1. Ik hou van de Middeleeuwen, laat het het maar gewoon bekennen. En nee, niet de duistere, de schitterende! Vooral dan de 15de eeuw.(na 1500 gebeurde er slechts weinig boeiends zeg ik altijd maar)
2. Joachim Stiller heb ik al 5 keer gelezen en elke keer vond ik het prachtig!
3. Wolf Hall heb ik net opgegeven: ik dacht ineens: wil ik het weten? Waarom lees ik dit eigenlijk (en dat soort vragen zijn dus nooit een goed teken)
4. Ik lees heel veel op de trein en heb er een hekel aan als mensen dan kletsen (maar zelf babbel ik ook altijd hard als ik met een collega op de trein zit, best asociaal nu ik erover nadenk)
5. Ik word heel blij van nieuwe dingen leren, maar eens onder de knie, dan hou ik het vaak voor bekeken!
6. Volgens mijn kinderen ben ik "klein voor mijn leeftijd!"
7. Ik ben een beetje druk (en probeer af en toe te zwijgen)
8. Ik ben toe aan meer analoge avonden zonder internet.
9. Ik ben ook toe aan de lente
10.Alain de Botton (den Alain) kan niets fout doen.
11. Ik vraag mij vaak af: wat is nu de essentie, en wat is ballast? Voor mij een vraag, niet altijd een weet!

En nu ook nog vlotjes een antwoord op de vagen van Sue

1. Waar zie je jezelf over 30 jaar?

Hopelijk ben ik niet te veel veranderd! Rimpels mogen, grijs haar valt sowieso weinig op bij blondines. Ik zal nog steeds boeken lezen, tekeningetjes maken en schrijven. De theekopjes zijn dan groot, dus ik heb wat meer tijd. Maar misschien zijn er dan klein-theekopjes om aan voor te lezen!Dat hoop ik maar, want voorlezen is veel te gezellig om te missen.

2. Waarom ben je met een eigen blog begonnen?

Uit ijdelheid! Neen! Ik schrijf gewoon graag en deed dat al heel lang in allerlei schriftjes. Delen met anderen heeft als voordeel dat je wel eens een reactie krijgt! (en dan ben ik echt extreem blij!!) Aanvankelijk was dit trouwens geen boekenblog, maar een vanalles en nog wat blogje. Ik heb er vorig jaar een boekenblog van gemaakt en daar heb ik geen spijt van, want nu heb ik toch af en toe een lezer :-).

3. Heb je spijt van dingen in je leven die je hebt gedaan of juist niet?


Goh spijt. Dingen die mis gegaan zijn, blijken je achteraf vaak op een goed spoor te hebben gezet. Maar soms heb ik wel spijt dat ik niet alle vrienden heb kunnen houden. Ik ben daar wel eens nonchalant in, maar weet nu dat je het wel moet tonen als je iemand waardeert. En lieve lezers: ik waardeer jullie allen ZEEEEEER!

4. Wat is je grootste hobby?

Lezen en mijmeren! En daarnaast hebben we nog tig aantal bij-hobbies!

5. Wat maakt jou gelukkig?


Grote en ook hele kleine dingen. Vandaag was dat een dansende dochter, een zoon die zelf een pijl en boog knutselde en een grappig katertje dat achter een lampje aanholde.

6. Wat vind je van de Liebster Award?


Ik heb het net helemaal begrepen, maar vind het wel sympathiek.

7. Wat is je leeftijd?


38, allez bijna!!! Ben al verlanglijsten aan het opstellen!


8. Wat is jouw grootste droom?


Ik heb niet echt een droom. Dat klinkt sip en zielig, maar ik ben echt helemaal tevreden! Kleinr dromen dus; zoals vaak een tafel vol vrienden, mooie wandelingen, fijne boeken en veel inspiratie.

9. Wat zou je willen veranderen aan jouw blog?

Niet echt iets! De blog daagt me vooral uit om beter te lezen en meer na te denken over wat ik lees. En dat hou ik gewoon zo. Misschien moet ik wel wat meer tekeningetjes produceren, wat denken jullie?

10. Wat is je lievelingseten?

Alles wat met chocolade te maken heeft!

11. Wat zijn jouw plannen voor vandaag?

Nog een blogje schrijven, een kop sterrenmuntthee zetten en ook nog wat lezen natuurlijk!

Nu is het idee van liebster blog blijkbaar dat je ook anderen tagt. Laat ik daar nu niet zo goed in zijn. Dus ik laat het open: wie wil reageren doe gerust. Hier alvast drie vragen om over na te denken! (11 is echt te veel na de twee elftallen van hierboven, ik hou het dus bij de essentie)

1. Wat is het mooiste compliment dat je ooit kreeg?
2. Wat is het meest inspirerende kunstwerk dat je ooit zag?
3. Met welke woorden mogen mensen jou samenvatten?


Vele groeten van tante!