In de marge

Zaterdag was ik op een feestje. Nou, ja, feestje, noem het maar een "festiviteit". Wegens gesitueerd in een smaakvol herenhuis, met kristallen luchters en brokaten gordijnen. Waar het wemelde van de vriendelijke professoren, van dames met parelkettinkjes, heren met managementservaring en zowaar een minister van Staat.

Ondergetekende was ook aanwezig. Vooral lijflijk dan. Met barstende hoofdpijn en een geforceerd lachje. "Flets" placht men zoiets al eens te noemen. Geen bron van sprankelende conversatie, kortom. Maar wel met nog nèt voldoende empathie om instemmend mee te knikken of verbijsterd de ogen open te sperren, al naargelang de intonatie der gesprekspartner. En dat is al heel wat.

In een roman zou dit optreden op z'n best één zin waard zijn. (Tenzij de muurbloem in kwestie natuurlijk behept is met een rijk intern leven, en een scherpe geest bezit vol rake observaties of snode plannen. Doch dit kon van mij die avond niet gezegd worden. Observeren, toehoren en vooral niet flauwvallen was al een hele uitdaging. Dus waarschijnlijk niet eens een bijzin voor mijn aanwezigheid. Helaas.)

Nee, dan echte protagonisten. Die zijn spannend! Die zijn de ster op elk feest! En die maken nogal eens iets mee. Zo klimmen ze met durf en klasse steil omhoog op de sociale ladder (waardoor we hen lichtjes haten) of ze kukelen juist loeihard naar benee (wat hen dan weer sympathiek maakt). Hoe dan ook, op hetzelfde niveau blijven, is normaliter niet de bedoeling, wil men de lezers tot tranen, geweeklaag of glimlachjes beroeren. Laat staan dat deze hoofdrolspelers op een receptie aan de kant blijven staan en beteuterd in hun glas kijken. Helden hebben geen hoofdpijn.

Desalniettemin was de heldin van het boek dat deze week mijn nachtkastje sierde, een soort koningin van het status quo. Geen rare toeren of uit de bandspingerij voor Vera, nehee. Net als tante op het festijn, staat ze aan de zijlijn. Ze is vooral dochter van een harteloze moeder, vrouw van een succesvolle zakenman, moeder van een kind met eetproblemen en zus van een behoorlijk egocentrische arts.

Vera is zelf lerares Nederlands op een Haags gymnasium. Niet zozeer omdat zoiets nu echt haar ambitie was, maar wel omdat ze erin rolde. En dat is zo een beetje het hele verhaal. Op de voorgrond staan en haar leven zelf een nieuwe wending geven, daar komt het niet van. Er zijn wel momenten waarop nieuw kansen zich aandienen, maar Vera gaat er niet echt op in. En ze heeft daar niet eens spijt van.

Hè wat saai, denkt u? Nou, niets is minder waar. Siebelink schreef een warm boek over een gewone vrouw. Verademend onspectaculair eigenlijk, maar daardoor zeker niet minder boeiend. En hoewel de stijl aanvankelijk wat koel overkomt, afstandelijk ook, raak je toch steeds meer betrokken bij het doodgewone leven van Vera.

Beste lezer, wat is de moraal van dit verhaal? We hoeven niet allemaal een fuifbeest te zijn. Of een hoogvlieger, of een tragische held. En dus kunnen we voortaan zonder schuldgevoel het muurbloempje zijn op staande recepties. Is me dat even een opluchting!

Reacties

  1. Ooit was ik een echt feestbeest, maar die tijden zijn alweer een poosje voorbij en nu kan ik ook echt genieten van onspectaculaire boeken over doodgewone levens, als ze maar goed geschreven en boeiend geobserveerd zijn. Dit boek komt dus meteen op mijn verlanglijstje.
    Ik denk trouwens dat Barbara Pym gezien het bovenstaande ook echt iets voor Theetante is (dit n.a.v. haar reactie op de recente bespreking van Bettina): pot thee binnen handbereik en genieten van de kleine maar fijne dingen.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten