zondag 26 mei 2013

Veronderstellingen



De ochtendspits ten huize theetante. Typisch zo’n moment waarop wij de automatische piloot opzetten. Ons creatief denkvermogen schiet immers pas in actie na het nuttigen van één liter thee, en na het trotseren van ochtendregen op de fiets naar het station.

We dwalen af: de ochtendspits: gloriemoment voor treuzelaars! Hoogtepunt voor lanterfanterij! Piekuur voor gemopper en gezucht. Voornamelijk ten aanzien van de dochter, die moeders trage start dubbel en dwars heeft overgeërfd. “Opschieten!” brullen heeft geen enkele zin, maar toch doen we het – telkens weer. Als de freule zich na herhaaldelijke vermaningen nog niet op de trap heeft vertoond, stormt moeders ziedend de kamer in. Alwaar de deerne zich pontificaal onder een deken verschuilt.

Subtiliteiten en morgenstond gaan niet samen, dus we beginnen meteen brommend te roepen van “o, is het weer zo!” en luid zuchtend kasten open te trekken op zoek naar proper ondergoed, frisse sokken en vers gestreken T-shirts. Tot de dochter, met grote blauwe ogen van verbazing, uitroept: “maar ik ben al hele maal klaar mama”! En inderdaad vrolijk gerokt en belegginkt uit haar bedstede wipt!

Jumping into conclusions, het is toch zo gemakkelijk. We denken toch zo snel dat we één, twee, drie weten hoe de zaak in elkaar zit. Maar ondertussen laten we ons redeloos meeslepen door veronderstellingen en vooroordelen. Het thema van een wederom fantastische verhalenbundel van Annelies Verbeke (haar romans liggen me minder, maar in korte vorm is ze echt onwaarschijnlijk goed)

Zoals we van Verbeke gewend zijn wemelt het in dit boek weer van de vreemde personages. Mensen met “een serieuze hoek af”, zoals we hier in Vlaanderen zeggen. Lieden met vreemde beroepen, een vrouw met een baard, een acteur gespecialiseerd in lijk-liggen en zelfs een hond. Allemaal trekken ze voorbarige conclusies op basis van veronderstellingen, of zijn ze zelf het slachtoffer van heuse vooroordelen. Schrijnend, soms, grappig evenzeer.

Aanvankelijk lijk je te maken te hebben met allerlei losse verhalen, maar gaandeweg ontdek je steeds meer verbindingen. Personages uit het ene verhaal duiken in een ander verhaal op, en er zijn ook heel wat inhoudelijke parallellen. Maar echt heel bijzonder vind ik hoe de auteur de lezer ook met diens eigen vooroordelen confronteert: want we betrapten onszelf er inderdaad op dat we weer te snel een conclusie hadden getrokken over een personage of een situatie.

Een bundel prachtige maar ook bevreemdende verhalen, die je toch een beetje leeg achterlaten. In de goede zin van het woord dan wel, maar toch. Echt gelukkig zijn de mensen in dit boek niet en ik twijfel ook of ze dat ooit zullen worden. Of is dat weer een veronderstelling?

1 opmerking:

  1. Dat boek spreekt me erg aan als ik jouw tekst lees! Eentje om op de leeslijst te plaatsen, bedankt :-)

    BeantwoordenVerwijderen