vrijdag 23 november 2012

Check!


Nu we toch onszelf al maandenlang aan het blootgeven zijn op deze blog, zullen we er maar voor uitkomen: tante is een controlefreak! Deze karaktereigenschap komt vooral in de ochtendstond goed tot uiting. Met name bij het verlaten van de woonstede.

Op dat moment heeft tante het druk! Ze moet immers heel wat zaken even nagaan. Heeft de kroost alle lampen wel gedoofd? Hebben de katachtigen het naar hun zin (binnen of buiten). En is tante zelf voorzien van alle levensnoodzakelijke accessoires (zoals daar zijn: een telefoontje, een sleutel en een lippenstift?).

Maar nu komt het: we kijken ook of het fornuis uit is, terwijl er doorgaans geen spek met eieren voorzien worden in de vroege morgen. Ook wordt nagegaan of de oven niet roodgloeiend staat, al gebruikt tante dat instrument zelden, net als de strijkbout die zij ook nog even argwanend opneemt.

Een waar ritueel! Onheil afkloppen. Maar, zoals steeds, heeft tante dit ook onder controle. En zo duurt de checkfase slechts enkele seconden, waarna tante vrolijk zingend de straat uitrijdt naar het station.

Maar ondertussen!!! Daarom moest tante zo gniffelen toen ze een lotgenote tegenkwam in een van de drie boeken die ze deze week las. (de andere twee waren niet om door te komen, daar zal u dus verder niet van horen):




We keren terug naar de jaren tachtig. Tijd van foute permanentjes, blauwe oogschaduw, Wham! en ander heerlijks. Een ideale setting voor een eveneens bijzonder foute trip naar Duitsland, met een bus vol meebrallende bierfans en Freddy Becknummers. Klasse! Wunderbar!

Tenenkrullend, inderdaad, maar Dimitri Verhulst weet dit soort marginale toestanden geweldig te beschrijven. De humor zit ‘m vooral in de spanning tussen de inhoud (treurig banaal) en de verwoording (eloquent en barok). Zo wordt een bezoek aan een koekoeksklokmuseum ware camp en een uitje naar Mac Donald een literair festijn.

Tante had natuurlijk vooral een zwak voor de moeder in dit verhaal. Ook iemand die niet zomaar een deur achter zich dichttrekt. Maar dan nog vele graden erger dan tante. Zo neemt zij tevens kuisgerief mee naar de hotelkamer en om daar alles nog even zelf goed te poetsen. (Neen, dat zou tante nooit doen). Daarnaast verorbert ze met smaak (en snelheid) menig chocoladereep (dat herkent tante dan weer wel).

Echt wel schrijnend, dat leven van Martine. Nadat haar eerste man haar uit zattigheid met de regelmaat van de klok bont en blauw sloeg, droomt ze nu van een idylle. Haar nieuwe vriend Wannes moet daarvoor zorgen. En hij werpt zich dan ook met enige gretigheid op als de nieuwe papa van Jimmy.

Maar Jimmy heeft daar hoegenaamd geen zin in. Op reis in het Zwarte Woud speelt hij dat spelletje niet mee. Zijn strategie? Bokkig zwijgen. Erg gezellig, inderdaad. En zo valt Martine’s pastelkleurig visioen langzamerhand helemaal in duigen.

We winden er verder geen doekjes om: ook in dit boek zitten mensen vaak op de WC met ..eh…buikoop en dergelijke. Maar waar tante dat frequente toiletbezoek in de “Helaasheid der dingen” op den duur niet meer aankon, was het hier niet storend. Omdat het legen van de darmen in dit geval zo zwierig werd beschreven (ja, dat kan, had u vast niet gedacht).

Ons lievelingsboek van Verhulst blijft “Mevrouw Verona daalt de heuvel af” en waarschijnlijk zal het boven beschreven werkstuk niet echt lang in de herinnering van tante blijven plakken. Maar ze heeft er wel een paar prettige uren mee doorgebracht. En dat is natuurlijk bijzonder plezierig!

zondag 18 november 2012

De leesclub ... in Amerika!



Herfstbladeren dwarrelden rond het huis, de wind gierde. Maar de leesclubleden zaten warmpjes binnen en waren blij om elkaar te zien. Dat was immers al weer een hele tijd geleden. De tussentijd was echter zinvol en leerrijk doorgebracht! Want we verruimden onze blik op Amerika en onze eigen wereld enorm. En dat dankzij het dikke boek van Geert Mak.

Dik, inderdaad, want we moeten bekennen dat bijna niemand het boek uithad. Zelfs theetante niet. Zeer tegen haar gewoonte, maar het boek was nu eenmaal te interessant om even snel-snel af te raffelen. Langzaam genieten was de boodschap, met potlood in de aanslag en veel mijmeringen tussendoor. Andere leesclubleden hadden trouwens een beter excuus. Net als Mak zelf lazen zij eerst het boek van Steinbeck. En dat smaakte volgens velen naar meer.

Maar goed, wat vonden we van Mak, want dat was immers de centrale vraag. En terwijl we de eerste pompoenkoekjes knabbelden, kwamen de meningen los. “Mak springt van de hak op de tak”, was er zo eentje. En dat is wel een beetje waar, hij zapt van de ene historische periode naar de andere en dan met gemak weer terug. Niet voor iedereen evident. Toch moet u nu niet de indruk krijgen dat we met een geschiedkundige studie van doen hebben. De historici onder ons zagen immers met lede ogen dat niet alle regels der historische kritiek gerespecteerd werden. Ze noemden het pedant “een journalistiek werk” en lazen vervolgens met veel plezier verder! We genoten van Maks scherpe pen en van de mooie beelden die hij oproept. Hij is een goede verteller, daar waren we het over eens.

Mak reist met Steinbeck als gids Amerika door. Dat is toch het principe. Maar het reisverhaal zelf overtuigde niet iedereen. En ook vonden we wat hij veel te nauw vasthield aan Steinbeck. Misschien was die rode draad zelfs eigenlijk overbodig. Hoe Steinbeck zelf aan zijn verhaal knutselde, de werkelijkheid oppoetste en de waarheid af en toe een draai gaf, vond niet iedereen relevant. Tante is altijd wel in voor een beetje tekstkritiek, maar moest ook toegeven dat er boeiender passages in het boek te vinden zijn.


Wat veel discussie opwekte was de vraag welk systeem het beste is.Het Amerikaanse, waar iedereen zelf kan bepalen waar zijn of haar centen naartoe gaan. Of Europa waar er een hoge belastingsdruk is om een vangnet aan sociale zekerheid te spannen. Gammele bruggen die door niemand worden onderhouden versus bepamperde werklozen die geen zin hebben om aan de slag te gaan. Ja, laten we het even lekker scherp stellen. Volgens één van ons was het Amerikaanse systeem helemaal niet zo onmenselijk als Mak voorspiegelt. Mensen zonder ziekteverzekering komen ook aan bod. En er is een sterk vangnet van particuliere- vooral kerkelijke initiatieven. Precies die solidariteit ontbreekt bij ons, omdat we er te veel op rekenen dat de overheid het wel zal regelen. En zo hoeven we ons alleen maar met onszelf bezig te houden, ook niet zo ideaal. Mmm, we waren het niet allemaal eens met deze stelling, maar dat kon de pret zeker niet drukken.

Het globale beeld van Amerika dat uit het boek tevoorschijn komt, is dat van een natie in verval. Van leeggelopen steden, verroeste bruggen en werkelozen zonder dromen. En dat alles is het resultaat van een doorgeschoten consumptiemaatschappij. Van de oorspronkelijke overlevingssamenleving, vol soberheid en spaarzaamheid, bleef weinig over. Het kon de voorbije decennia niet op: werkelijk alles kon op krediet worden aangeschaft. Wel treurig, vonden wij, dat de commercie eerst de mensen opzweepte tot bovenmaatse uitgaven, en daarna koudweg beweert dat het hun eigen schuld is.

Zelden hebben we zo lang doorgeboomd over één boek. Maar er zaten dan ook heel wat raakvlakken met ons eigen bestaan in. En zo filosofeerden we over de wel erg centrale positie die kinderen in onze maatschappij hebben. Over de rol van de vrouw in de jaren vijftig, en over het feit dat we ook zelf door het leven zijn verwend en zullen moeten leren met minder genoegen te nemen.

Zolang dat minder maar geen reductie van het aantal leesclubavondjes inhoudt! Want de uren vlogen weer veel te snel voorbij. Plots was het weer tijd voor de keuze van een nieuw boek (Het hermetisch zwart van Marguerite Yourcenar) en voor een afsluitend gedicht. Met een hoofd vol nieuwe gedachten en goede leesvoornemens fietsten we naar huis. Het was weer een mooie avond!

P.s. Wil u meer weten over dit boek? Of eens mooie beelden zien bij de zaken die Mak beschrijft? Maak dan even tijd voor deze excellente reportage van VPRO’s tegenlicht. Veel kijkplezier!

maandag 12 november 2012

Spullen!



Eén blik op tantes boekenkast spreekt al voor zich: ze is nu niet bepaald het minimalistische type. Of het nu gaat om boeken, gezellige theespullen of kaarsjes: tante wordt erg blij van de dingen. En doorgaans heeft ze daar dan ook weinig vragen bij.

Enkel als tante op vakantie wil vertrekken dringt de waarheid plots in alle hevigheid tot haar door: materialisme is niet altijd een zegen. Wat een volksverhuizing zet ze telkens weer op poten: wat een massa spullen zijn blijkbaar onmisbaar!

Ter verontschuldiging verwijst ze meestal naar de arme theekopjes. Bloedjes van kinderen die zich volgens tante echt niet gaan amuseren zonder een lading gezelschapsspellen en viltstiften (zou dat echt zo zijn?)

Zelf sleept tante steevast een karrevracht boeken mee (op de groei, je weet nooit hoeveel tijd je hebt). Ook pakt ze voor de zekerheid haar eigen theezakjes in (wegens afkeer van bepaalde gangbare merken). En natuurlijk de nodige digitale toestellen (onbereikbaar zijn is blijkbaar absoluut te vermijden). Tja, keuzes maken is hartverscheurend, en dus gaat ze voor de maximumoptie!

Toch realiseert ze zich ook dat die overdaad aan spullen nog maar een recent gegeven is. En dat het misschien ook wel weer zal overwaaien. Spullen en dingen leiden namelijk nogal af van de essentie. Van waar het echt om draait. En misschien is less inderdaad heel vaak more.

Kortom, een beetje historische duiding bij onze omgang met spullen is broodnodig, en daarom verdiepte tante zich met veel genoegen in dit uiterst onderhoudende boekwerk:


Een heerlijk boek vol kleine weetjes, gerangschikt per kamer. Zo leert u in het hoofdstuk over de keuken alles over voedingsgeschiedenis en de wonderbaarlijke lotgevallen van keukenkruiden. Het verleden van de badkamer vertelt ons iets over de hygiëne van onze voorouders (of het gebrek eraan: tandenborstels gaan nog niet zo heel lang mee als dagelijks gebruiksvoorwerp).

Elektriciteit en verlichting worden uitgebreid… eh…toegelicht en als u altijd al hebt willen weten hoe het behangpapier zich in de loop ter tijden heeft ontwikkeld, dan geeft dit boek een uitgebreid antwoord.(heel ongezond dat oude behangsel: want rijkelijk voorzien van arsenicum!)U komt ook te weten hoe de grasmaaier werd uitgevonden, en wat daarvan de gevolgen waren voor de tuincultuur.

Maar, er staan ook dingen in die u vast niet wil weten: welke micro-organismen er in uw huis rondwoelen bijvoorbeeld. En hoe klein de geografische afstand is tussen de doorsnee mens en de doorsnee rat (echt bijna beangstigend klein…).

Toegegeven, het is een beetje een omgevallen fichebak. Vol anekdotes en van de hak op de tak. Maar daardoor ook heel boeiend en verrassend. Misschien niet iets om in één adem uit te lezen, maar wel om met enige regelmaat eens in te snuffelen. En u te verbazen over de wonderlijke geschiedenis die schuil kan gaan achter heel gewone, dagelijkse spullen.

woensdag 7 november 2012

Is dit nu later?


Ja beste mensen, de dochter was jarig! Zeven jaar alweer en de wereld ligt aan haar voeten. Later wordt ze politieagent (“dan doet iedereen wat ik zeg”) of zeemeermin. De ene optie is al wat haalbaarder dan de andere, maar dat houdt haar niet tegen om ideale scenario's voor de twee carrières uit te werken.

En gelijk heeft ze. Compromissen sluiten, dat is pas voor later. Nu alle mogelijkheden nog open zijn moet ze vooral dromen. Grenzeloos.

Tante is ondertussen zo’n dertig jaar verder op het levenspad. Bij haar zijn al heel wat bakens verzet. En wegen afgesloten. (want, laten we eerlijk zijn, een zwoele actrice worden zit er echt niet meer in). Een paar jaar geleden gebeurde dan ook het onvermijdelijke: het “is-dit-nu-later-gevoel” stak de kop op: is dit het nu? Groot zijn? Waar je altijd zo naar hebt uitgekeken? U kent het wel, dat gevoel dat Stef Bos zo grandioos heeft bezongen.

Want het leven is nu eenmaal niet voorspelbaar. En je kan niet alles hebben. Werk en gezin in balans houden bijvoorbeeld was jarenlang een hele klus voor tante. Maar zo’n vier jaar geleden gooide ze het over een andere boeg. Ze vond een job die echt bij haar past, en ging ook minder werken. Zo hebben de theekopjes er ook nog wat aan.

Compromissen dus, dat wel, maar tante botst niet meer op grenzen. Wikken en wegen moet ze nog altijd doen, maar ze geniet er tegenwoordig wel van. De uren vol verveling doorkomen, dromend van een ander leven? Dat komt bij theetante niet meer voor. Maar dat soort uren spelen wel de hoofdrol in het schitterende boek dat ze deze week las:


Eerder dit jaar beet de boekenclub zich al vast in mrs Dalloway van Virginia Woolf. Een fascinerend boek dat naar meer smaakte. De Uren lezen was dan ook een logisch vervolg. Dit boek belicht het verhaal van mrs Dalloway via drie invalshoeken.

Eerst is er Virginia Woolf zelf die het boek aan het schrijven is, wikt en weegt en strijd tegen hevige migraine-aanvallen. Dan is er het verhaal van Mrs. Brown, een Amerikaanse die het boek in 1949 leest. Zij verveelt zich werkelijk dood in de naoorlogse suburb. De derde dame leeft in New York in de jaren ’80. Deze Clarissa wordt door haar beste vriend (en ex-minnaar) Mrs. Dalloway genoemd, omdat ze hem doet denken aan het hoofdpersonage uit dat boek.

Alle drie stoten deze vrouwen op grenzen. Die zorgen ervoor dat ze niet kunnen realiseren wat ze eigenlijk willen. Virginia zou het liefste in bruisend Londen wonen en dagen achtereen schrijven aan een meesterwerk, maar haar zwakke gezondheid dwingt haar om het rustig aan te doen. En dus is ze neergestreken in een doodkalm (maar ook doodsaai) dorp. Mrs Brown was het liefste ongehuwd gebleven om zich te wijden aan kunst en cultuur. Het moederschap zegt haar weinig en het huwelijk benauwt haar zeer. Maar ze heeft nu eenmaal voor een gezapig leven gekozen en ontsnappen lijkt onmogelijk. Clarissa lijkt alles te hebben wat haar hart begeert: een carrière, een liefdevolle relatie met Sally, en een dochter. Maar toch vindt ze haar leven leeg en twijfelt ze of ze jaren geleden toch niet voor een man had moeten kiezen.

Het boek serveert ons tranches de vie uit het leven van de drie vrouwen, waarbij er veel parallellen zijn. Alle drie bereiden ze een feest voor: ze kopen bloemen, bakken een taart of zetten thee (hoera!) Ze krijgen alle drie met zelfmoord te maken en hebben vragen bij hun geaardheid. Bovendien mijmeren ze over de rol die mannen en kinderen in hun leven spelen. Even ontsnappen is ook iets waar ze alledrie wel aan toe zijn.

Maar ze beleven ook allemaal hun beste uren, namelijk die zeldzame momenten waarop het leven plots in alle kracht logisch lijkt, zinvol en gelukkig.

Zo’n intens tevreden moment had tante ook tijdens het lezen van het boek. Boeiend, goed geschreven en vooral knap hoe het verhaal van mrs Dalloway verweven wordt met het leven van die zo verschillende vrouwen. Dames die allemaal plots vaststellen dat hun leven al een heel eind is opgeschoten en zich afvragen: “is dit nu later?”

vrijdag 2 november 2012

Allerzielen



“Theetante groeide op in een huis vol boeken”, dat is zo ongeveer de eerste zin van mijn leven als boekblogger. En het klopt als een bus: bij tante thuis hadden ze vroeger een heuse bibliotheek: een kamer helemaal alleen gereserveerd voor boeken. Met lekkere stoelen, fijne leeslampen en – top of the bill – een heuse ladder om bij de hoogste exemplaren te kunnen.

Mijn beide ouders waren fervente lezers, papa een echte bibliofiel. Zelden iemand ontmoet die zo kritisch een boekband kon keuren. Die met zoveel plezier een goede bladspiegel bekeek, of een lettertype prees. Die kon genieten van goed papier “voel eens hoe dik” en die minutieus met vulpotlood inspirerende zinsneden markeerde. Door al dat lezen danig erudiet, zodat elk gesprek steevast eindigde met een flinke stapel leesvoer op tafel.

Helaas moet ik hem al vijf jaar missen. Iets dat een beetje went, maar toch nooit slijt. Gelukkig kom ik hem nog vaak tegen. Als ik Dvoraks “Nieuwe wereldsymphonie” hoor, bijvoorbeeld. Als ik potloodstreepjes aantref in een boek, of als ik zijn opdrachten lees in de literatuur die hij me cadeau heeft gegeven. Nu pas lees ik de auteurs die hij zo bejubelde: Charles Dickens en Virginia Woolf. Thomas Mann staat nog op mijn lijstje…

Een warm gezin, vol boekenliefde, iets om met weemoed en dankbaarheid aan terug te denken. Die sfeer proefde ik ook in het boek dat ik deze week las. Een Requiem. Deze keer niet voor een oude vader, maar voor een (veel te jonge) zoon.



Tonio vander Heijden was net geen 22 toen hij in de schaduw van het Rijksmuseum van de weg werd gemaaid. Al snel bleek het lot onverbiddelijk: de enige zoon in het schrijversgezin stierf op pinksterdag. Hij laat zijn ouders radeloos achter: hoe overleef je een dergelijke klap?

Met moeite zo blijkt. Maar schrijven en terugdenken aan mooie tijden bleek een houvast. In een warm proza haalt “mijn Adri” zoals Tonio hem noemde, herinneringen op. Bitterzoet. Aangrijpend mooi. Nooit melodramatisch. Tante las het met een brok in de keel, maar huilde nooit tranen met tuiten. Geen goedkoop sentiment dus, zeker niet.

Wel een eerlijk relaas van een bittere pil die amper te slikken valt. Ontroostbaar zijn ze, zelfs voor elkaar. Goed bedoelde raad als “het zal wel slijten” helpt niet: liever de zenuw open laten dan Tonio een tweede keer verliezen omdat je hem vergeten bent.

Naast alle ellende vooral een warm boek over een fijn gezin, een ware drie-eenheid. Tussen door gunt vander Heijden ons ook een kijkje in zijn schrijfproces. Hij is een ambachtelijk schrijver, zo blijkt, die zijn plot in grote lijnen uittekent en grondig onderzoek doet. En als hij gaat schrijven, dan gebruikt hij nog een oude typmachine: hij knipt en plakt zinnen met schaar en lijm, totdat het klopt. Schrijven op een computerscherm voelt blijkbaar te clean: het echte handwerk geeft rust, bezinning en inspiratie.

Alle lof en eer die dit boek te beurt is gevallen is dus terecht. Je zou alleen kunnen opmerken dat het allemaal te lang duurt. Maar is dat niet juist de clou? Dat zo’n rouwproces niet af te ronden is? Het verdriet te groot? Toch merk je wel dat de ouders aan het einde van het boek in een nieuwe fase zijn aanbeland, hopelijk één die hen de moed geeft om verder te gaan.

Geen opbeurend blogje dus, vandaag, maar op Allerzielen mogen we al eens stil staan bij de droeviger kanten van ons bestaan, toch? We razen er anders veel te snel aan voorbij…