donderdag 28 juni 2012

De leesclub, Virginia en een vraag


Het is zomer in de stad. De dag loopt ten einde en de jasmijn geurt naar honing. Bloemrijke terrassen met flakkerende kaarsjes zitten overvol. Hun “bewoners” nippen - de ogen dichtknijpend - van een fris glas witte wijn. Ze knabbelen op pittige olijven of verliezen zich roomzoet ijs. Er klinkt gemoedelijk gekeuvel terwijl op de achtergrond de beiaard zacht maar beslist de toon zet. Plots weerklinkt er opgewekt rumoer. Met stevige pas komen ze dichterbij: jongens, strak in het pak en meisjes met zwierige rokken en hoge hakken. Haast euforisch zijn ze op weg naar een afstudeerfeest, een veelbelovende toekomst tegemoet. Champagneflessen in de hand, ouders glimmend van trots in hun kielzog. En tante fietst er langs en mijmert over haar eigen studententijd, nu alweer veel te lang geleden. Het ontlokt haar binnenpretjes,maar terug naar die tijd wil ze nu ook weer niet. Ze denkt: “Vandaag! Leuven!, Dit moment in juni!”

Want ja, tante heeft net Mrs. Dalloway gelezen en is op weg naar de leesclub. Persoonlijk vond ze het een boeiend, stemmig en ietwat weerbarstig boek. Maar toch vooral knap, hoe Virginia Woolf ons meeneemt op een Londense wandeling en haast ongemerkt van het ene op het andere personage overspringt. De ietwat melancholische sfeer beviel tante wel, maar hoe denken de anderen daarover?



Met gemengde gevoelens zo blijkt. Niet iedereen was namelijk te vinden voor de stream of consciousness, die het boek de allure van een Dogmafilm geeft: los uit de hand, geen structuur, van de hak op de tak. Er waren er ook die eerlijk opbiechtten dat ze Clarissa Dalloway maar een saai mens vonden, een beetje een vervelend snobje, al te zeer op uiterlijk gericht. Sommigen misten diepgang, terwijl anderen dan weer vonden dat het al te filosoferig was. Het ging ook wel een beetje traag af en toe, en echt hedendaags? Nee, dat was het niet. Zuchtend hebben sommigen het boek dan ook terzijde geschoven. Terwijl anderen zich voornamen dat ze het boek nog wel eens zouden lezen om zo dieper in de tekst te kunnen doordringen. Erwin Mortier leest het elk jaar, waarom wij dan niet, was het idee. Misschien moeten we dan wel eerst nog eens naar The Hours kijken.

Geen eensgezindheid dus. Maar we waren wel unaniem gelukkig met de aardbeitjes en de schuimwijn. En met de zomerse avond op een terras: tot elf uur buiten zitten zonder vestje of regenjas: daar tekenen we voor!

En dankzij al jullie tips liep de keuze van het volgende boek ook bijzonder vlot. De gastvrouw presenteerde een shortlist en daaruit kozen we, na enig gepalaver, voor Leon de Winter en VSV. En dat zonder veto’s of jokers in te zetten!

Maar ondanks een geslaagde avond hebben we toch een vraag. Want hoe kunnen we net iets dieper tot een boek doordringen, zonder dat we al te schools aan de slag gaan met analyseschema’s? Nu babbelen we er gewoon op los, en dat is best gezellig, maar zijn er manieren om nog net iets meer uit de groep te halen? Vragenlijsten? Werkvormen? Kortom dé vraag van deze zomer is: hoe pakken andere leesclubs dat aan?

zondag 24 juni 2012

Aan het einde van ons Latijn?


Obelix wist het al: “Rare jongens, die Romeinen”. Profetische woorden, zo bleek. Want tegenwoordig hebben we een minister van onderwijs die dezelfde mening is toegedaan. “Hervormen, dat curriculum” roept hij enthousiast, “knippen in de uren klassieke talen!”

Nu weet tante ook wel dat een aardig mondje Latijn spreken je niet meteen verder helpt op de economische markt. En dat klassiek Grieks niet direct scoort in de sociale media. Grammatica studeren kost bovendien tijd en inspanning die niet voor iedereen is weggelegd. Zeker niet in drukke tijden met zoveel afwisseling.

Maar, wat een rijkdom! Wat een verhalen, wat een poëzie, om nog niet te spreken van de filosofie. Behoorlijk inspirerend als je je weg in het leven aan het zoeken bent. Maar met het inkrimpen van de uren dreigt juist die weelde weg te vallen.

Tante herinnert zich nog levendig wat een verademing het was om De Bello Gallico te kunnen lezen, na een lange, ietwat weerbarstige strijd met grammatica en vocabularium. Echt goed was ze er niet in, maar ze zal de uren niet vergeten dat ze meereisde met Odysseus, een vlammend betoog afstak met Cicero, vertoefde in de grot van Plato en dichtte met Sappho. Niet dat ze dat vandaag allemaal nog kan, maar het legde wel een belangrijke basis.

Oude kost, denkt u? Afgezaagd gedachtegoed, niet meer toepasbaar op het leven van vandaag? Driewerf AHOE! Want de mens blijft de mens en de verhalen van weleer zijn nog steeds inspirerend. Eén voorbeeldje: Margaret Atwood.


Atwood is één van tantes favoriete auteurs. Doorgaans schrijft ze hedendaagse, zelfs ietwat futuristische romans. Maar hier nam ze het verhaal van Odysseus als uitgangspunt. U weet wel, die kerel die het na een pittig conflictje in Troje vertikte om linea recta naar huis te gaan. Maar nog jaren bleef rondzwalpen tussen de Griekse eilanden. Eenogen ontmoette, sirenes tartte, erg gecharmeerd was van Nousikaä (de snoodaard). Ondertussen zat zijn vrouw Penelope braaf te wachten, gaat het verhaal, mindfull tapijten wevend en de minnaars stoicijns van zich afslaand.

Atwood draait het verhaal om, en laat Penelope aan het woord. Heus niet zo’n doetje als Homeros ons doet geloven. Iemand met een eigen mening. En die echt niet stond te springen toen haar man, verwilderd en met klittige baard ineens weer op de drempel stond. Knap hoe ze een klassiek verhaal een nieuwe draai geeft. En ondanks alles nauw bij de tekst blijft, maar bepaalde zinnen gewoon op een andere manier heeft geïnterpreteerd (tante heeft het gechekt!)

Kortom; klassieke verhalen hebben nog lang niet afgedaan. Tante hoopt dat haar theekopjes later toch de kans zullen krijgen om van deze rijkdom te proeven. Niet in vertaling, maar “in het echt”. Dat zijn volgens haar ook gelijke kansen! Of wat denkt u?

woensdag 20 juni 2012

Tegengewicht


Die grootmoeders toch! Die hadden nogal eens gezegden. “Verandering van spijs doet eten” bijvoorbeeld. Terecht. De mens is dan wel een gewoontedier, maar een beetje afwisseling op zijn tijd geeft nieuwe energie en inspiratie (driewerf hoera!)

Ying en Yanggewijs zoekt tante dus ook naar variatie. Zij is er immers van overtuigd dat het oppassen geblazen is als de weegschaal naar één kant dreigt over te hellen. Dan dient dringend te worden gezorgd voor tegengewicht. Zo blijft een mens in balans (stilte)

Zo komt het dus dat tante na dagen vol fleurige rokjes en kleurige sjaaltjes ineens resoluut kan kiezen voor een eenvoudig zwart jurkje. Of dat ze na ettelijke weken vrolijk te hebben meegehumd met Ella Fitzgerald ineens denkt: “Kom, tijd voor een sonate!”. Ook kiest ze regelmatig voor een afwijkende route naar het werk of probeert te vlijtig eens andere dan de gebruikelijke krantenpagina’s te lezen. Ja, ja, steeds op zoek naar nieuwe horizonten, die tante! (Maar je kunt het natuurlijk ook gewoon wispulturigheid noemen, ssssttttt)

In elk geval, na dagen, weken, maanden vol letters, zinnen en teksten dacht tante: “Nu gooien we het eens over de visuele boeg! We laten ons eens meeslepen door beeldtaal, door kleur en lijnvoering in plaats van door typografie!”. Dook ze het museum in? Had gekund! Maar in plaats daarvan gaf ze tegengewicht via het lezen van deze graphic novel:


In haar prille jeugdjaren (en tijdens zware stressmomenten) had tante zich al eens verdiept in de wondere wereld van Kiekeboe of Sus en Wis. Maar mensen, dit is niet te vergelijken. Geen tekstballonnetje te bespeuren bijvoorbeeld, elk personage spreekt in zijn of haar eigen kleur. Maar meer dan tekst is het vooral een visueel feest. Knap hoe Brecht Evens er in slaagt om met één pennentrek een personage echt neer te zetten. Een groot observator en mensenkenner!

Maar ook het verhaal is de moeite waard. Tragikomisch. De hoofdrol is voor ene Pieterjan. Laten we er geen doekjes om winden: een min of meer mislukte kunstenaar in de grootstad. Maar dan wordt hij uitgenodigd door een zeer goed menende cultuurbeleidsmens in een klein dorp. De amateurkunstenaars aldaar dragen “de artiest” op handen en Pieterjan gaat er zowaar van naast zijn schoenen lopen. Hij krijgt het hoog in zijn bol, maar dan gaat het helemaal mis…

Tot slot ook nog even meegeven dat ik heb genoten van de vele knipoogjes naar de Vlaamse kunst. Als mediëvist was ik alvast verrast sporen van onze Vlaamse primitieven terug te vinden. Maar ook liefhebbers van de fifties komen zeker aan hun trekken. Voor wie alvast een voorproefje wil van smans tekentalent, hier is zijn blog.

zaterdag 16 juni 2012

Uitstelgedrag


Het eminente ensemble “Belgian Associality” scheerde in 1994 hoge toppen met het onvergetelijke “Ik doen et morrege”. Zoals de titel u al doet vermoeden, worstelden de betrokken heren met symptomatisch uitstelgedrag, dat zij op licht aggressieve wijze kracht bij wilden zetten. En theetante vermoedt dan ook sterk dat de “morrege” waarvan sprake, nooit echt aanbrak. En dat terwijl de bovenstaande Flow-kalender nog zo’n goede raad geeft!

Nu is uitstelgedrag de theetante niet vreemd. Ook zij verschuift een aantal “moetjes” liever naar “morrege”. Het betreft dan doorgaans de minder aangename zijden des levens, zoals het maken van een tandartsafspraak, het invullen van een belastingbrief of het plegen van een telefoontje naar iemand de geheid trammelant zal maken. De koe bij de horens vatten is dan niet bepaald aanlokkelijk.

Fijne dingen uitstellen daarentegen is evenmin een sinecure. Voorzie tante van een doosje pralines of een bakje borrelnootjes en binnen de kortste keren zijn deze delicatessen opgepeuzeld. (en dat ook zonder enige gène). Nieuwe kledingstukken moeten ook onmiddellijk gedragen worden. Ja, fijne, lekker en mooie dingen willen we zonder dralen! Nu! Direct!

Derhalve was het gedrag van tante deze week enigszins bizar te noemen. Want, wat was het geval? Tante las een boek (akkoord, dat komt vaker voor), maar ze wilde het niet uitlezen, “want het was té mooi”. Te ontroerend, te prachtig. En dus stelde ze het einde uit. Tot een moment waarop ze er eens goed voor kon gaan zitten. Het is dus niet zomaar een leestip, maar een warme aanrader, die Datumloze Dagen van Jeroen Brouwers.



Hoofdpersoon in dit boek is een heer op leeftijd die tijdens boswandelingen terugblikt op zijn leven. En dit niet met trots, maar met een wrang gevoel van schaamte. Want hij heeft de bloemetjes stevig buitengezet. Van het leven gesnoept. Van de vrouwen genoten. En in die wervelende dagen de gedachten aan zijn zoon continue uitgesteld. En zo kwam het dus dat hij zijn zoon maar een paar keer echt in de ogen heeft gekeken. Ongeveer één keer per decennium. En op die “datumloze dagen” was het steeds weer wennen aan elkaar, steeds weer zoeken en aftasten. En de broze lijn die tijdens die ontmoetingen werd gesponnen, brak telkens weer even snel af.

“Ik heb mijn zoon nooit gekend”, stelt de hoofdpersoon verbitterd vast. In het volle bewustzijn dat hij zelf nooit een hand aan zijn zoon heeft gereikt. Totdat het lot beide mannen samenbrengt in een ontroerende, hartverscheurende finale. Zo eentje die je ademloos uitleest en die nog dagenlang door je hoofd speelt. Verklappen waar het over gaat, zou echt zonde zijn, dus we houden het eventjes vaag. Maar neemt van mij aan dat het de moeite is.

Lezen dus, dit boek, zou ik zeggen, zonder uitstel! En niet “morrege”.

maandag 11 juni 2012

Rare types die letters!


En toen vertrok tante naar Zweden. Land vol wereldwonderen als ABBA, IKEA en Pipi L. Uitgestrekt, licht en opgeruimd bovendien. En vol dropeters en theedrinkers! Desondanks was tante toch opgelucht om weer voet op eigen bodem te zetten. De bibliothecaris om de hals te vliegen, en de theekopjes te knuffelen. En die hadden zich wel erg uitgesloofd om haar gepast te ontvangen, zoals u al zag en nu opnieuw zal zien (want de zoon stond erop ook voor u te verschijnen):


Tante werd er helemaal emotioneel van! Wat een liefde! Maar ook, wat een lettertypes! Want, ja we zijn tegenwoordig helemaal in de ban van de typografie. Tante was in het hoge Noorden immers niet enkel vergezeld door haar olijke collega O maar ook door het boek “Precies mijn type”:


Een beetje boekenlezer kan er niet omheen: lettertypes zijn belangrijk. Tante groeide op in een gezin waar boeken met een slechte bladspiegel en minderwaardig lettertype gewoon niet welkom waren. En waar moeilijk werd gedaan over de keuze van het font voor werkstukken en uitnodigingen. Met de paplepel ingegoten dus, die letterliefde. Toch was tante de laatste jaren wat nonchalanter geworden (al heeft ze nooit Arial gebruikt!) Maar sinds dit boek is ze weer helemaal bij.

Verwacht geen droog, serieus en slaapverwekkend historisch overzicht van drukpers en lettersnijderij, maar wel een gezellige babbel over de letters die ons omringen. Inclusief sappige roddels over letterontwerpers, want daar zitten op zijn minst bijzondere types bij (die uit liefdesverdriet de letters van hun geliefde inslikken, of uit kwaadheid een heel alfabet de Thames in kieperen!)

Leuk ook om eens te horen waar de Garamond vandaan komt, of de Times New Roman. Tante weet nu bovendien dat ze zich de eeuwige minachting van het gilde der grafisch ontwerpers op de hals haalt als ze het waagt Comic Sans te gebruiken. Het is bij deze in de oren geknoopt!

Kortom: dit is een heerlijk boek voor boekenlezers! Je voelt instinctief natuurlijk ook best aan welke letter “werkt” of niet, maar door je er eens extra mee bezig te houden, zie je gewoon meer! En dat niet alleen op de pagina’s van de boeken die je leest, maar ook op pad door de stad. Want plots merk je op welke keuzes er zijn gemaakt bij het ontwerpen van affiches. En ken je het verhaal achter het ontwerp van verkeersborden (geloof me, daar werden nog net geen oorlogen om uitgevochten!).

Zin in heerlijke letterpret? Lezen dit boek! Zin in een heerlijk kopje thee? Ga naar Zweden, want zelfs in Good Old England heeft tante nog geen conferentie mee gemaakt met zo’n geweldige theekeuze. Daar legde ze haar boek graag even voor opzij:



dinsdag 5 juni 2012

Dat waren nog eens tijden!



Mensen, er zijn geen zekerheden meer! Tot haar ontzetting las tante vandaag in de krant dat Celine Dion zwaar onpasselijk wordt van de Titanic titlesong. En ook Kate Winslet gaf grif toe dat ze zich snel uit de voeten maakt als de eerste tonen van dat meesterwerk weerklinken.

O, hoe schaamteloos kan men zijn! Waar is de tijd dat artiesten nog voluit achter hun product stonden? Dat ze hun creatieve expressie verdedigden, zelfs tegen beter weten in? (of Leonardo deze betreurenswaardige mening deelt, meldt het betrokken artikel overigens niet, tante vrààgt het zich wel af, hoor!)

In elk geval: beide dames worden de laatste tijd erg gekweld door de melody waarvan sprake. Want, ja het is toevallig wel 100 jaar geleden dat de Titanic vlotter dan verwacht kopje onderging. En de wondere wereld van de Belle Epoque met zich mee voerde, diep de zee in.

Tot voor kort kenschetste tante de “Titanictijd” trouwens met de volgende instinctieve tags: mannen met grote snorren, indrukwekkende bakkebaarden en rijkelijk “bemedaillelde” uniformen. Vergezeld door dames in corsetten, grote hoeden met struisvogelveren en balboekjes. Kortom: wraakroepend pastelkleurig! Dat vroeg om opheldering én nuance! En dat vond tante uiteindelijk in het onvolprezen werk van Philipp Blom:


Inderdaad, wat waren de jaren 1900-1914 duizelingwekkend, spannend, grensverleggend zelfs. Tante viel van de ene verbazing in de andere. Zo bleken de grote snorren en stevige bakkenbaarden geen toeval te zijn. Deze weelderige haargroei was immers een broodnodige actie om mannelijkheid te bevestigen. En dat was nodig in een periode waarin de dames steeds meer op hun strepen stonden, minder kinderen kregen en – godbetert – gingen studeren. En dat de mannen niet meer zo noest waren als voorheen, bleek ook uit de eerste gevallen van hevige stress, die net in die tijd opdoken. Massa’s advocaten, zakenlui en ander belangrijk volk viel eraan ten prooi: want met telegraaf en telefoon raakte de wereld in een stroomversnelling (Twitter hadden ze vast niet overleefd).

Snelheid was ook te bespeuren op de renbaan, waar de eerste autoraces plaatsvonden. In Wenen wroette ene Siegmund Freud op ongehoorde wijze in het onderbewuste van menig burgerdame en kwakte Gustav Klimt goud op de muren van menig stadspaleis. Marie Curie ontdekte de radioactiviteit, de rokken werden korter en allerlei nieuwe theorieën over opvoeding maakten hun opgang. En zo kan tante nog wel even doorgaan, want Philip Blom legt het allemaal op heldere en bijzonder vlotte wijze uit. Geen saaie historie, maar een wonderlijke reis door een verbazingwekkende tijd. Ja, Blom is een excellente gids.

En heel die wervelende draaikolk viel uiteindelijk helemaal stil door de Eerste Wereldoorlog. Beslist jammer. Want de emancipatie die al zo hoopvol gloorde, verdween voor decennia in de koelkast. En de grote snorren verdwenen eveneens, maar dat is een ander verhaal.

Kijk, aan al die dingen denkt tante dus als ze de Titanic Song hoort. Niet aan wijdarmige poses op de boeg van een schip. En alleen al daarom, Celine en Kate, zouden jullie dit boek moeten lezen!

vrijdag 1 juni 2012

Boos!


Af en toe ontsteekt tante in woede. Niet zomaar natuurlijk, maar omdat ze net gestruikeld is over een paar schoenen, of over loslopend Lego. Dan balt ze haar vuisten, stampt met de voeten en zou het vol gaarne op een brullen zetten. Maar tante is netjes opgevoed, dus houdt ze zich in. En zoekt naar een manier om de betrokkene vriendelijk doch beslist aan te sporen de voorwerpen in kwestie te verwijderen.

Instinctief ziedend, zou tante deze eis graag als volgt formuleren: “ WAAROM laat JIJ ook ALTIJD je troep rondslingeren, Lummel!”.

Driewerf helaas! Ondertussen hebben iets te veel mei ‘68gers tantes levenspad gekruist. En dus leerde ze dat “waarom –vragen confronterend zijn”, “je steeds vanuit jezelf moet vertrekken” en “niet mag veralgemenen”. Deze pastelkleurige wijsheid in acht nemend, haalt tante diep adem, telt inwendig tot 10 en zegt: “Lieverd, IK vind het vervelend dat jij NU NET je spulletjes hier hebt laten liggen. Wil je ze alsjeblief eerst eventjes opruimen?

Ja, zo kan het dus ook. Maar qua opluchtingsvermogen scoort dit niet bijster hoog bij theetante….

Deze jarenlange gekanaliseerde (en dus verdrongen) agressie, vormt vast de verklaring waarom tante deze middag vol tevredenheid zat te grijnzen bij een echte, knetterende ruzie. Zo eentje waarbij de vonken ervan af vliegen én zelfs de meest elementaire beleefdheid overboord wordt gegooid. Waarbij mensen finaal door het lint gaan, en ongegeneerd (over)koken van woede. En dat alles in een weergaloze stijl en een verbluffende eloquentie. Het was slechts een klein boekje dat haar zo deed smullen:


De aanleiding tot dit verbale vuurwerk is enigszins cliché: verstoten echtgenote veegt vloer aan met piepjonge minnares, die vervolgens alle registers opzet. Zo iets. Maar de dames in kwestie zijn écht goed: geslepen, sluw, slim en bijzonder welbespraakt. De ene ronkende zin volgt op de andere en elk verwijt wordt subtiel en sarcastisch bestreken met een dikke laag vitriool! Geméééééén!

Jahaa, de dames zij aan elkaar gewaagd. Het is een huiveringwekkend en spannend steekspel, waarbij je net als bij een tenniswedstrijd ademloos van de één na de ander blikt. Net als je denkt dat één van de dames het pleit gewonnen heeft, haalt de ander weer snoeihard uit met een verwijt waar ondergetekende minstens een jaar van zou moeten bekomen. Maar die tijd is er niet wat PATS! daar volgt de volgende verbale dreun. U snapt het al: een cat-fight zonder weerga, en van hoge literaire klasse! Zelden zo gegrinnikt om zoveel kwaadaardigheid!

En aangezien het een dun boekje is, moet tante het misschien achter de hand houden. Voor als ze weer eens haar benen breekt over Barbies of kleurpotloden. Néé, niet om uit te citeren. Wel om achteraf samen met de hoofdpersonages haar woede literair te koelen!

Hè, hè dat lucht vast enorm op!